rijsje
Je kunt daar van de stenen [vloer] eten.
Het is daar heel erg schoon en netjes.
Het ei is vuil bij haar.
Zij is zwanger.
Hij vertrekt met de staart tussen zijn benen.
Hij druipt af.
Buig het rijsje als het nog jong is.
Als een kind jong is dan kun je het nog leren luisteren.
Ze hebben het met elkaar aan de stok.
Ze hebben ruzie met elkaar.







