Archief
spreuken en wijsheden


levensboom
Dat zijn praatjes voor de keuken.
Dat zijn onbetrouwbare roddels.
Last in First out) Wat het oog niet ziet deert het hart niet.
Over dingen die je niet weet kun je je ook geen
Als het melk regent zijn mijn schotels omgekeerd.
Ik heb altijd pech.
Mokum.
Echte Amsterdammers noemen hun stad Mokum.
Hij raakte onder de voet.
Hij bezweek.
Zijn levensboom verdort.
Hij is stervende.
kwibus
Een rare kwibus.
Een vreemd figuur.
Hij is een pennelikker.
Hij is een kantoor medewerker.
De zaak is bezegeld.
De overeenkomst is gesloten.
Het hele kadaster is in de war.
Alles gaat fout.
Een glazen boterham.
Een glas jenever.
Hij heeft het geheim in zijn graf meegenomen.
Niemand zal ooit zijn geheim te weten komen want hij is nu dood.
haan

Zijn hemd in de Franse dag doen.
Zijn hemd nog een dag langer dragen.
Iemand er met zijn haren bijslepen.
Iemand ongewenst bij een gesprek betrekken.
Hij stapt als een trotse haan.
Hij loopt verwaand langs de weg.
Hij werd als een lam ter slachtbank gebracht.
Hij verzette zich niet toen hij werd gestraft.
Er is geen smijten met de muts naar.
Je kunt het niet raden.

jut

Dat is Jut en Jul.
Dat is een raar tweetal.
Iets uit de doeken doen.
Iets uitleggen.
Iemand van haar noch pluim kennen.
Iemand niet kennen.
Hij heeft een korf gekregen.
Hij is door een meisje afgewezen.
Klem zitten.
Geen uitweg uit de problemen weten.

schaduw
In iemands zog varen.
Iemands voorbeeld volgen.
Die geen wit brood en heeft gedoe met bruin.
Je moet tevreden zijn met wat je kunt krijgen.
Hij vecht tegen zijn eigen schaduw.
Er is geen vijand maar hij vecht tegen een denkbeeldige vijand.
Op eigen veren drijven.
zichzelf kunnen redden.
Beloften half gedaan zijn haast in rook vergaan.
Als je niet met overtuiging iets hebt beloofd zul je de belofte vaak snel vergeten.
Ik kom niet voor ieder wissewasje.
Ik kom niet voor iedere kleinigheid.
wereld

Het is vandaag een kleine wereld.
Het is mistig.
Dat komt mijn eer te na.
Dat komt niet overeen met mijn eergevoel.
Hij is een haneveer.
Hij is een vechtersbaas.
Zijn beste beentje voorzetten.
Zijn uiterste best doen.
Het is er een pan.
Het is er een zooitje.

slinger

Hij kan zijn slinger niet goed krijgen.
Hij komt niet goed op gang.
Geen rok aan het gat hebben.
Erg weinig hebben.
Het is een hachje.
Het is een waaghals.
Het is belangrijk om dingen goed te overleggen.
Wat het eerst in de zak komt komt er het laatst weer
Hij is bang voor zijn eierkorf.
Hij is bang om ziek te worden.

geld

Iets in een handomdraai doen.
Iets snel en gemakkelijk doen.
Hij wil twee ruggen uit één varken snijden.
Hij wil er dubbele winst uit halen.
Hij bulkt van het geld.
Hij heeft heel erg veel geld.
De hand in eigen boezem steken.
De schuld bij zichzelf zoeken.
Galgehumor.
Humor die men maakt om iets vervelends draagbaar te maken.



