slinger

Hij kan zijn slinger niet goed krijgen.
Hij komt niet goed op gang.
Geen rok aan het gat hebben.
Erg weinig hebben.
Het is een hachje.
Het is een waaghals.
Het is belangrijk om dingen goed te overleggen.
Wat het eerst in de zak komt komt er het laatst weer
Hij is bang voor zijn eierkorf.
Hij is bang om ziek te worden.
















