kop

Hij verwedt er zijn hoofd [kop] onder.
Hij is er van overtuigd.
Dat mag hoosje weten.
Dat weet niemand.
Hij is uit de aard geslagen.
Hij lijkt niet op zijn vader en moeder.
Zijn eigen wezen schenden.
Zijn eigen familie belasteren.
Het hangt aan zijn lijf als aan een kapstok.
Hij loopt er slonzig bij.















