EEN FIETSTOCHTJE AAN ZEE

EEN FIETSTOCHTJE AAN ZEE
DE TENT
Wij waren een jaar of vijftien, toen ik met mijn vriend en buurjongen Thomas besloten had, in zijn tent te blijven slapen.Thomas, woonde nog met zijn ouders in een heel oude boerderij met een enorme boomgaard, welke zij hadden geerfd van hun opa langs moeders zijde.
Het was in het groot verlof, ergens eind juli. Een snikhete dag met van die zeldzame tropische nachten en zwoelige temperaturen.
Op het eind van de boomgaard , aan de rand van het bos hadden wij de tent bij de opbouw goed vastgemaakt aan een dikke tak van een oude kerselaar.
Elk van ons had een pillamp, een fles limonade, een doos koekjes, een dolk, (gemaakt uit karton en lijm),een wandelstok, een paraplu en een hoofdkussen meegebracht om indien nodig ons te beschermen en te verdedigen tegen
rovers, dieven, bandieten, wolven... enz...enz...
Het daglicht verdween heel langzaam aan de horizon en maakte plaats voor het griezelig donker van de komende nacht.
Juist bij de klokslag van 24 uur, werd het muisstil, geen wind , geen regen, geen geluid niets, alleen in de verte een licht gekraak van een brekende tak.
Zou er iemand onze tent naderen!
Toch geen moordenaars zeker, of dieven, of de duivel, of spoken, bestonden die dan toch!
Misschien was het wel de schim van opa zaliger die ons kwam wegjagen omdat wij in zijn boomgaard sliepen.
Het gekraak werd al maar luider en luider, kwam dichter en dichter en het begon zowaar te bliksemen en te donderen.
Het angstzweet brak ons uit, Wij beefden van de schrik, ons laatste uur was geslagen.
Is het niet erg te moeten sterven in een onnozele tent op het einde van een boomgaard.
Toen kwamen twee groene ogen te voorschijn, zonder na te denken klopten en sloegen wij er maar op los, tot wij concludeerden, dat we de kater van tante Angele hadden doodgeklopt.
We zijn hem vlug in haar achtertuin gaan leggen en zijn verder in ons eigen bed gaan slapen.
De tent hebben we volgende morgen , heel vroeg afgebroken om alle sporen te laten verdwijnen.
Tante Angele heeft toen drie jaar met haar buurman Valere niet meer gesproken, ze dacht dat zijn hond haar kater had doodgebeten.
Dat was de eerste , maar ook de laatste keer dat ik in een tent heb geslapen.
Pipopke
EINDELIJK RUSTDAG
MIJN PERSOONLIJKE ACT

Ik zal het nooit vergeten 't Was op een woensdag voormiddag, dat wij met heel de klas van meester Bulcke naar het circus mochten gaan kijken.
Ze hadden hun tenten opgeslagen op het dorpsplein en gaven alleen die voormiddag een kindervoorstelling, speciaal voor de scholen.
Het spectakel bestond uit goochelen, acrobatie, clowns, een act met hondjes en een met paarden.
Toen de act met paarden er aan kwam, vroegen ze een vrijwilliger uit het publiek.Zonder aarzelen stak ik mijn arm in de lucht.
Ik werd onder luid applaus naar het midden van de piste gebracht.Werd met koord en riem aan een soort katrol vastgemaakt voor de veiligheid en mocht aan mijn persoonlijke act beginnen.
Ik moest met mijn knieen op de rug van het paard gaan zitten.Door een wip moest ik dan rechtkomen zonder mijn evenwicht te verliezen.
Het paard had nog maar twee passen gelopen of ik lag al te bengelen aan de koord.
Na twee, drie negatieve pogingen, trokken ze de koord zeker twee meter naar omhoog boven de stoere hengst en lieten die af mij en toe wat zakken zoals op een paardemolen.
Daar hing ik dan met opengestrekte armen en benen te zweven in het rond.
Iedereen sloeg krom van het lachen en ik mocht onder een geweldig luid applaus mijn plaats op de zitbanken terug innemen.
Ik heb me nooit meer als vrijwilliger opgegeven.
Pipopke
MIJN NIEUWE HOME-TRAINER
DE BOTSAUTOKES
Met mijn plechtige communie kreeg ik van mijn ouders een nieuw " kostume " .
Volgens de kleermaker was het de allermooiste,duurste stof,rechtstreeks ingevoerd van uit Schotland en zeer bij prijs. Juist geknipt voor mijn body en de portemonaie van mijn ouders.
Volgens mij lag ze al drie jaar in de winkel af te trekken van de zon. Afin, soit.
Eindelijk was het kermis in het dorp. Op een zondag namiddag,trokken wij met zijn allen daarheen, broers ,zussen en kinderen langs moeders kant.
Ik had me natuurlijk uitgedost met mijn nieuw " kostume " en de eerste molen die we aandeden waren de " botsautokes " .
Men moest zich haasten om een auto te bemachtigen. Ik sprong er met één been in toen ik een tik kreeg langs achter.Holder de bolder rolde ik op mijn buik en rug over die vettige met smeerolie besmeurde vloer.Mijn " kostume " zag er uit als een pikzwarte overall. De kermis was voorbij.
Het vervolg kan je wel raden.
Pipopke
DE KLAROEN
Na drie maanden opleiding bij het Belgisch leger werd ik weerhouden bij de stafcompagnie als morsist, ( morsetekens seinen met zender en ontvanger ) en mocht naar mijn eenheid ( 2de jagers te paard ) naar Duitsland vertrekken.
Het alledaags leven was relatief aangenaam. Niet te veel klusjes, geen patatten jassen ( schillen ), nooit van wacht, af en toe wat oefenen met morsen en tamelijk veel in de bar hangen. Deze opende om 9 uur in de voormiddag tot laat in de avond.
Onze nog jonge luitenant , die vooral instond voor de goede afloop van iedere morsbeurt, hield zich uitsluitend bezig met het gokken op paardenraces en verder liet hij ons zo veel mogelijk met rust.
Op een dag kwam hij ons vragen , wie goesting had om de klaroenblazer te vervangen, omdat die ernstig ziek werd. Ik stak aanstonds mijn vinger op, want een soort trompet leren spelen op kosten van het leger, is altijd meegenomen.
Ik mocht twee maanden iedere morgen in de cinemazaal met de andere trompetisten gaan oefenen, maar in plaats daarvan bleef ik gewoon in mijn bed liggen.
Het was er zo zalig, zo gezellig, zo rustig, heel alleen in die grote slaapkamer.
Tot op de dag, dat ik klaroen van wee-kend wacht werd.
Ik kon zo min klaroen spelen als mijn klavier, waar ik nu zit op te tijpen.
De volgende morgen moest ik " de groet aan het vaandel " blazen, wie er juist voorbij kwam , moest stoppen, in houding gaan staan en groeten.
En wie kwam daar aangereden, juist ja, onze luitenant met de majoor naast hem in zijn jeep.
Ik blies en blies bijna mijn longen stuk, maar geen enkele noot, laat staan één klank kwam uit die stomme trompet.
Ik vulde mijn longen met mijn laatste ademlucht, deed nog een laatste wanhoopspoging en blies de majoor zijn kepi van zijne dikke kop.
't Was gedaan met blazen, ik mocht mijn klaroen inleveren en kreeg nog vier dagen "cachot "er bij.
Tot mijn laatste dag van mijn legerdienst ben ik dan maar blijven morsen.
Pipopke
SEINGEVER
Vroeger was ik seingever in onze wielerclub " DE WARE VRIENDEN ". Het waren meestal koersen voor liefhebbers, twintig ronden rond de kerktoren met iedere doortocht voor de eerste een premie van tien euro, voor de tweede een flesje bier en de derde kreeg al niets meer.
Wij waren al op post vanaf tien uur 's morgens, om alles feilloos in elkaar te boxen, zodat de wedstrijd tot een groot spectakel kon uitgroeien.
Op de dag van de koers stond ik samen met dikke Jef op een groot kruispunt, kort bij de aankomst, de wedstrijd in goede banen te leiden.
Dikke Jef, niet vies van een lekkere pint, had er al enkele binnen, toen in de laatste ronde, de drie favorieten met een kleine voorsprong, naar de aankomst stormden.
Door een te late en misse beweging met zijn vlag, stuurde hij de drie vluchters de verkeerde kant op. Plots besefte hij zijn vergissing en liep met zijn korte beentjes en zijn waggelende buik, achter de renners aan. Struikelde en viel met zijn gezicht, waaronder zijn dikke neus, pal op het asfalt.
Ondertussen had het peleton, dank zij mijn kordate, adembenemende, alles gevende, niets ontziene, gevaarlijke seingeving, de juiste richting genomen en konden ze spurten voor de overwinning.
De drie anderen werden uit koers genomen tot grote woede van hun opgehitste supporters
Om verdere ongelukken te vermijden, werd ik met dikke Jef van het parkoer gehaald door onze voorzitter en hielden ons tot laat in de avond verborgen op een geheime plaats. ( zijn tweede stamcafé. " bij dikke Janne " )
Dikke Jef werd wijselijk bedankt voor zijn seinwerk.
Het is nu ongeveer een jaar geleden en zijn neus ziet nog altijd purper.
Ik heb uit solidariteit met Jef, mijn vlag ingeleverd, 't was gedaan met seinen.
Over en out
Pipopke
DE VLOOIENMARKT
Drie jaar geleden, ging ik naar de vlooienmarkt in ons klein dorpje.
Zij begon de zaterdagmorgen en eindigde de zondagavond.
Verschillende pleintjes en straten waren volzet met kraampjes van mensen uit de streek of door echte beroepsverkopers.
Er lag veel " brol " tussen, maar hier en daar ook een waardevol antiek stuk.
Het was de kunst er vlug bij te zijn, om iets dergelijks te kunnen kopen.
Zo kocht ik voor vijftig euro een pianostoeltje, gemaakt uit een dure houtsoort, het zag zwart, met een draaiend zitvlak.
Om hem in mijn koffer te krijgen, moest ik het zitvlak er af draaien en tot mijn grote verbazing vond ik in de holte van de steun een plastiek zakje, toegeplakt met bruine tape. Mijn mond viel open van verbazing, toen ik bemerkte dat het zakje vol met diamanten stak, de welke na keuring een waarde hadden van negentigduizend euro.
En toen begon het.
Moest ik dat nu terug geven of niet !
In feite niet, want ik had hem eerlijk gekocht.
Moest ik een nieuwe auto kopen, mijn oud karretje reed nog steeds gezwind de bergen op.
Moest ik een nieuwe keuken plaatsen, er was er juist een nieuwe gezet.
Moest ik dan een moderne badkamer instaleren ? ik ben tevreden met een " douche .
Moest ik een veranda bouwen ? er is geen plaats genoeg.
Of moest ik een zwembad in de tuin aanleggen, ik kan niet zwemmen.
Zoals je ziet, problemen genoeg.
Ik heb dan maar het zakje met diamanten ergens in een vijver gegooid, tegen niemand iets gezegd en alles is gebleven zoals voorheen.
MIEREN INVATIE
Thuis gekomen uit vacantie, kregen wij af te rekenen met een invasie mieren.
Gewone mieren zaten in de garage en in de kelders, bruine mieren in de keuken en badkamer en van die grote met vleugels in de drie slaapkamers, op zolder en op de wc.
De zetels, kasten, kledij, tapijten, tafels, stoelen, kussens, het krioelde van die schattige diertjes.
Hoe dat kwam weet ik niet, ik had nochthans geen deur of venster open gelaten, of kropen ze gewoon door het sleutelgat naar binnen, maar mier of geen mier ik moest en zou ze vernietigen.
Vergif in huis strooien kon ik niet, ze afchieten evenmin, ze verdrinken ging ook niet, want ik kan zelf niet zwemmen en als ik ze langs achter buiten veegde, kwamen ze langs voren terug binnen.
Dus gebruikte ik maar de grote middelen. Overal strooide ik T.N.T., koppelde dat aan een ontsteker en een lont. Ik had mijn oude legerkledij aangetrokken ( mijn helm was te groot geworden en hing tot op mijn flaporen ) en legde me, zoals Generaal Douglas MAC ARTHUR buiten in de tuin onder een grote linde boom in hinderlaag, klaar voor de aanval.
Op de tiende tel, ontstak ik de lont, een luide knal volgde ogenblikkelijk.
Alles vloog in de lucht, mijn huis, mijn auto, mijn fiets, zelfs de auto van onze gebuur, moest er aan geloven.
Maar al de mieren waren dood, lang leve de mieren.
Pipopke
DE STEEKMUG

Ik werd gewekt, in het midden van de nacht, door het gezoem van een steekmug.
Zo'n lief klein pietlullig beestje dat om de tien seconden rond je oren neus en lippen komt zoemen en je meedogenloos steekt tot dat je vol staat met pukkels.
Voor ik het goed besefte, stonden mijn armen, handen en het bovenste gedeelte van mijn fiere kippenborst vol met peukjes van mijn rondvliegend vriendinnetje.
Nog half in mijn slaap, deed ik vermeende pogingen om dat onnozel insect te raken, maar het lukte mij niet.
Dus stak ik het licht aan en ging op zoek naar mijn meedogenloze vijand.
Mijn speurtocht begon op het plafon, de luster, muren, deuren, kasten, bed en de vloer.
Plots zag ik ze zitten op de lamp naast mijn bed.
Heel behoedzaam, sloop ik dichter en dichter met in de ene hand een spray en in de andere een natte handdoek.
Op het idéale moment klopte ik met een zwierige, uitgebalanseerde, heftige zwaai, zodanig hard op de lamp, dat deze met een luide knal over bed, tapijt en vloer ontplofte, mijn vrouw van 't verschieten uit bed rolde, met haar voorhoofd op een hoek van een half open gebleven schuif botste en helemaal groggy en vol bloed op de grond bleef liggen.
Met stofzuiger, borstel, vuilbllik, dweil, ontsmetter en een lakske werd alles netjes gezuiverd en opgeruimd en kropen we terug in bed.
Nog geen vijf minuten later....... hoor eens..........hebt ge het gehoord.....................Bzzzz.......Bzzzzz...BzzzzzzDaar is ze weer. Hoe is dat toch mogelijk.
Pipopke
DE DIERENTUIN
Op een zondag gingen wij met de hele familie, vader, moeder, mijn zusje en mezelf, met de trein naar de dierentuin in Antwerpen.
De zon stond hoog aan het uitspansel te stralen, geen enkel wolkje te bespeuren aan het open firmament, helder blauwe lucht, m.a.w. onze dag kon niet meer stuk.
Mijn moeder, goed van hart, had de vorige dag bij Siske van 't hoekske, in het winkeltje op de hoek, koekjes en nootjes gekocht, om mee te nemen.
Zij was gekleed op haar paasbest, met een ietwat te grote purperen hoed,( nog gekregen van haar moeder.Hij zakte bijna tot op haar oren ).Een licht blauw parelsnoer om haar hals. Een mooi wit kleedje met kleine oranje bloemetjes, haar vergulde armband, waar ze zo fier op was. Een paar rode schoenen met hoge hakken ( veel te hoog en te puntig,)en een grote zwarte handtas met alles en nog wat er in.
Praktisch bij elk kooi bleef zij staan en gaf de dieren een koekje of een nootje, wat streng verboden was, tot ze plots bij de apenkooi aanbelande.
Een flink uit de kluiten gewassen mannetjes gorila had het niet zo gemund op de nootjes van ons moeder, maar wel op haar parelsnoer.
Hij grabbelde deze vast en trok zo hard aan dat snoer, dat men moeder met haar aangezicht tegen de tralies vloog, met haar lange neus er bleef tussen steken, enkele meppen op haar ogen kreeg en nog een flinke hap in haar neus moest incaseren.
Haar parelsnoer was ze kwijt, haar purperen hoed lag helemaal bevuild aan haar voeten, haar ogen werden eerst groen, geel, blauw en haar wit kleedje zag rood van het bloed.
Vlug liepen we naar de eerste hulp bij ongevallen.
Wat we niet wisten was dat die grote struisvogels vrij tussen het volk rondliepen en telkens bij de voorbijgangers met hun grote bek in hun hoofd prikten.
Een hele grote liep ons voorbij en prikte drie vier keer na elkaar op moeders kop. Van 't verschieten liet ze een verschrikkelijke gil en viel voor een tweede keer met haar voorkant plat op haar gehavende neus.
Knieen stuk, verstuikte arm, schouder uit de kom, linker oor gekneusd, twee tanden gebroken en een scheur in haar bovenlip.
't Was gedaan met de dierentuin, we zijn in een taxi gesprongen en naar het dichts bijzijnde hospitaal gereden.
Pipopke
DAAR LIGT ZE DAN VOOR MIJ OP DE TAFELDaar ligt zij. Voor mij op de tafel. Stijf, koud en stil met een wat gekromde rug. Onbeweeglijk. Helemaal aangekleed. Geveld door meedogenloze schurken en duistere individuen .
Hoe is dat mogelijk.
Geslacht in een ver land, gekist en vervoerd. Met boten naar hier gebracht.
Voor veel geld verkocht, om hier op tafel te belanden. Daar ligt zij dan voor mij op de tafel. Ik neem ze vast in mijn handen. Zou ik het doen ja of neen. Ik kleed ze uit. Ze is helemaal naakt en als een uitgehongerde kannibaal eet ook ik ze op om te overleven.
Hoe is het in godsnaam mogelijk. Zo een mooie banaan.
Geen respect voor zo een mooi ding.
Het weze zo.
Pipopke
DE ZANGWEDSTRIJD
DAAR IS DE LENTE
Daar is de lente.
DE FOOR VAN BRUSSEL

SANDHAM
Het gebeurde in Sandham, een van de kleinste eilandjes in Zweden, niet zo ver van Stockholm, dat zich dit verhaal werkelijk heeft afgespeeld.
Vertrokken met een zeilboot van mijn zweedse vriend, kwamen wij na enkele uren varen in de baai van dit prachtig eilandje aan.
Het bestond uit rotsen en nog eens rotsen, groene, rode, oranje, licht grijse, blauwe, van alle kleuren, dewelke zodanig in elkaar vloeiden, dat het spektakel één groot geheel vormde.
Terwijl mijn zweedse vriend het middageten klaarstoomde, ging ik op verkenning. De natuur was zo mooi, dat ik mijn honger vergat. Ik trok steeds verder en verder het binnenland in.
Plots kwam ik bij een purperen rots, met een tamelijke grote opening.
Heel voorzichtig sloop ik naar binnen maar zag geen steek voor mijn ogen, zodat ik mijn pillamp moest gebruiken.
De lichtstraal van mijn lamp gaf vreemde schaduwen op de rotswanden.
In de verte hoorde ik het doorsijpelen van druppels water weergalmen, met tussendoor akelige kreten van vreemde beesten, of waren het vreemde wezens.
Het angstzweet brak mij uit, mijn lichaam begon te bibberen. Mijn knieën knikten tegen elkaar. Voetje voor voetje daalde ik verder in deze akelige grot, tot wanneer ik aan mijn linker kant een fakkel zag branden, met daaronder een ijzeren hendel.
Zou ik durven of niet ? Met één ruk trok ik hem naar beneden. Een kolosale rotsblok kwam in beweging en werd met oorverdovend gekraak naar omhoog getrokken.
Wat ik toen ontdekte, grenst aan het ongelooflijke, zij lag helemaal vol met koffers goudstukken, juwelen, diamanten, robijnen, smaragden, dukaten, tien keer meer dan in de grot van Alibaba.
Maar door al dat lawaai, kwamen de rovers toegesneld.
Zij namen mij gevangen. Boeiden mij vast aan handen en voeten en ik werd aan een rotsblok vast geknoopt. De leider van de bende nam zijn geweer, richte naar mijn hoofd en schoot.
Op het zelfde ogenblik, nat van het zweet en van de emoties, werd ik uit mijn nare droom gerukt en was het verhaal ook voorbij.
Spijtig.
Pipopke
VOOR EEN GOED DOEL
Twee jaar geleden, vroeg men mij of ik wilde meewerken aan een goed doel.
DIE STERKE OMAMijn oma was een zeer sterke vrouw, letterlijk en figuurlijk. Zij was niet zo groot van gestalte, maar had geweldig veel kracht in armen en benen.
Aangezien mijn opa niet goed meer te been was, deed zij alles in haar eentje. Zij waste en plaste. Maakte eten. Deed de strijk, werkte in de tuin, enz... enz... Zij wist veel, vond telkens een oplossing en kwam steeds met haar bijde voetjes op de grond terecht.
Zij huppelde van hier naar ginder. Sprong met twee treden tegelijk de trappen op. Liep van voor naar achter. Van links naar rechts en sprong terug met twee treden tegelijk de trappen af.
Tegen een ding kon zij niet. Dat was verliezen met de kaarten. Als ik haar twee keer na elkaar afdroogde was zij niet meer om aan te spreken. Zij liep dan de ganse dag te ijsberen en opa mocht het uitzweten.
En toch was er iets dat mij intrigeerde. Zij had namelijk steeds een wandelstok in haar hand.
Op een keer vroeg ik aan oma waarvoor die wandelstok diende.
Met een frele glimlach op haar gelaat vertelde zij mij het volgende.
Die wandelstok mijn beste jongen dient voor opa zijn sigaren aan te steken. Voor paraplu als het regent. Voor vislijn om te vissen hier rechtover in de beek. Voor geweer om ons tegen indringers te verdedigen. Voor antenne om te seinen en te ontvangen. Voor aardappelschiller om te eten. Voor te spuiten bij medicatie en voor opa op zijn bil te geven als hij te veel aan de jenever zit.
Die sterke oma toch.
Pipopke
BLOEMENZAADIn vroegere tijden, zaaide mijn moeder, allerhande bloemzaadjes in kleine potjes, om ze later over te planten in grote bloempotten of buiten in de tuin.
Nu had zij van een leurder zaadjes gekocht aan een zeer maatschappelijk prijsje.
Het waren meestal zaadjes van zonnebloemen, geraniums, violen, rozen, lilas, blauwe salvias enz...enz...
Die stonden allemaal in onze kleine keuken.Op de kasten, op de vensterbank, op de " leuvense stoof " ( want die brandde toch niet ) ,op de tafel en enkele potjes zelfs tot op de stoelen.
Na enkele weken werden de kleine plantjes overgepot in grotere, zodanig dat nu ook de vloer er van vol stond.
Wij aten dan maar rechtstaande, kwasi onbeweeglijk met onze voeten in het water, want moeder goot meer water naast de potten dan er in.
Het viel mij op, dat die planten zo vlug groeiden, kwam dat door de warmte of door het water, ik weet het niet.
In ieder geval, ze waren goed voorzien van steel , stam en stengel.
Rond die tijd werden wij ieder jaar uitgenodigd door tante Meentje en haar man, om enkele dagen op hun boerderij te komen logeren.
Met pak en zak namen wij 's morgens vroeg de eerste trein, tram, autobus en uiteindelijk nog enkele kilometers te voet, vooralleer wij ter plaatse waren.
De dagen vlogen voorbij, gezelligheid alom, maar moesten terug naar huis.
Toen mijn moeder de achterdeur opende liet ze een luide kreet.
De tomaten vielen met trossen rond haar oren, een lange komkommer stak in haar mond , op haar hoofd lag een grote rijpe pompoen , rond haar hals hingen vier bananen, haar schouders staken vol stekelbezen, haar armen waren bedekt met braambessen en op haar voeten lagen twee gerijpte peren.
Planten tot tegen het plafond, lianen om mee te slingeren. Wortels en pezen over de vloer. Gebroken potten her en der. Tafel, stoelen, stoof, vensterbank en kasten besmeurd met slijk en mest. De keuken was juist een wildernis.
't Was voor een goed maatschappelijk prijsje, weet je nog.
Pipopke
1 reactie op dit bericht
HA! HA!