FOREST - - VORST
FOREST
Forest trouve son origine dans le défrichement d’une partie du domaine ducal d’Uccle au XIè siècle; il y existe au XIIè siècle une église dédiée à saint Denis où les reliques de sainte Alène sont vénérées. A la même époque, l’abbé d’Affligem y fonde un prieuré de bénédictines qui deviendra une abbaye autonome en 1238, étendant son influence sur la presque totalité de Forest de l’époque. Entretemps, la localité a été dotée d’une charte de franchise en 1213, et amputée du futur saint-Gilles, Obbrussel, en 1216. La « ville neuve » qu’Henri Ier crée à Forest en 1221 ne tarde pas à passer sous la juridiction abbatiale mais le duc de Brabant y garde l’exercice de la haute justice. De ce fait, plusieurs sceaux échevinaux y sont attestés : en 1339, celui de la ville neuve représente une abbesse avec un livre dans la main droite, une crosse dans la gauche, de 1279 à 1444, l’échevinage de l’abbaye a pour image un bras droit tenant une crosse, dès 1444, ces symboles sont accompagnés à leur droite de 3 arbres dont les troncs sont rassemblés dans une couronne à 3 fleurons, signes distinctifs de l’abbaye dans les cartes héraldiques du Brabant à l’époque des Archiducs.
Un sceau commun à toutes les juridictions est utilisé au XVIIIè siècle : on n’en connait pas d’empreinte.
La commune de Forest créée en 1795 s’agrandit en 1797 à l’occasion de la vente des propriétés de l’abbaye comme biens nationaux.
Le sceau et les armoiries accordées en 1936, rappellent, le 1er, le scel échevinal attesté en 1444 et encore en 1575, les autres réunissent les mêmes symboles placés dans un écu parti, en forme de losange caractéristique des sceaux féminins.
Parti à dextre d’argent à 3 arbres terrassés de sinople passant dans une couronne d’or à 3 fleurons et 2 perles et à senestre d’azur au dextrochène habillé du manteau de chœur de moniale d’or, mouvant du flanc senestre de l’écu, tenant une crosse du même, tournée à dextre, l’écu en forme de losange.
-((()))-
VORST
Vorst ontstond in de 11de eeuw bij de ontginning van een deel van het hertogelijke domein van Ukkel. In de 12de eeuw was er een kerk, gewijd aan Sint-Denijs, waar men de relikwieën van de heilige Alena vereerde. In dezelfde periode stichtte de abt van Affligem er een prorij van benedictinessen, die in 1238 een zelfstandige abdij werd en haar invloed liet gelden over zowat het gehele toenmalige Vorst. Intussen kreeg Vorst in 1213 een vrijheidskeure en in 1216 werd Obbrussel, het toekomstige Sint-Gillis, ervan afgescheiden. De “nieuwe stad Vorst” die Hendrik I in 1221 oprichtte, kwam snel onder het gezag van de abdij maar de hertog van Brabant hield er de hogere rechtspraak. Dit verklaart het bestaan van verschillende schepenzegels. Het schepenzegel van de nieuwe stad (1339) toont een abdis met een boek in de rechter- en een staf in de linkerhand. Tussen 1297 en 1444 gebruikte de schepenbank van de abdij een zegel met daarop een rechterarm die een staf vasthoudt. Na 1444 zijn deze figuren rechts vergezeld van 3 bomen waarvan de stammen gebundeld zijn in een kroon met 3 fleurons. Dit was het emblem van de abdij op de heraldische kaarten van Brabant uit de tijd van de Aartshertogen. In de 18de eeuw werd een gemeenschappelijk zegel gebruikt voor alle juridicties, maar daar is geen afdruk van bekend.
Vorst werd in 1795 een autonome gemeente, die zich in 1797 uitbreidde naar aanleiding van de verkoop van de eigendommen van de abdij als nationale goederen.
In 1936 werden aan Vorst een zegel en een wapen toegekend. Het zegel herinnert aan de schepenzegels uit 1444 en 1575. Het wapen vertoont dezelfde symbolen in een gedeeld schild dat de ruitvorm kreeg, kenmerkend voor vrouwelijle zegels.
Gedeeld rechts van zilver met 3 bomen geplant in een grond van sinopel gaande door een kroon van goud met 3 fleurons en 2 paarden , en links van lazuur met een rechterarm gekleed met den koormantel eener kloosterzuster van goud, uitgaande van de linkerzijde van het schild, houdend een staf van het zelffde naar rechts gewend, het schild in ruitvorm.


