Jozef De Voght een dichter van de Kempen (1)

In 1963 verscheen van de hand van geboren Retienaar, Prof. Dr. August Keersmaekers, een biobibliografie van dichter Jozef De Voght, die van 1928 tot 1946 pastoor van de Sint-Martinusparochie van Retie was.
De tekst ‘Zomer in de Kempen’, die handelt over de Retiese jaren van Jozef De Voght, zal ik in een aantal delen online plaatsen.
------------------------------------------------------------
Toen Pycke verscheen, was De Voght reeds enkele jaren pastoor te Retie: op 1 april 1928 was hij daar ingehaald en gehuldigd als zoon en dichter van de Kempen. Sindsdien leefde hij daar weer volop tussen zijn Kempische mensen en boeren. Indien De Voght daar al niet de volste en mooiste jaren van zijn leven heeft doorgebracht, dan toch zeker de rijpste en de rijkste. Hier inderdad is hij helemaal opgengebloeid, én als dichter én als prozaïst én zelfs als literatuurkenner.
Hoezeer pastoor De Voght daar met zijn parochianen vergroeide, blijkt uit vele gedichten. Bij een terugblik schreef hij:
Hier sta’k en zie: de veie velden groenen
rondom uw open Huis,
en –dichtverdrongen tot een kruis-
de bontgedaakte paviljoenen
als lammeren rond hun Herder.
En verder
in ’t zonnige verschiet,
de nederige dennen met hun eeuwig lied,
die neurende genieten
het simpel stemmende geruisch
der Nete en vele vlieten.
Hij kende zijn boeren:
Hier bebouwen
mijn boeren taai den weigren grond,
en goelijk hun bevolkt gezin.
Schijn is hun vreemd, veel woorden geen gewin.
Ze trekken zwijgzaam rechte voren
door ’s levens akkerveld
en zaaien ’t zaad
van menig vrome daad,
en geen valt onder uw genadezon verloren.
Hun werd vanouds gemeld:
zóó wordt geluk geboren.
En voor deze mensen leefde pastoor:
Hier toef ik thans,
-verloren vlek in ’t wijd heelal-
doch overal
waar ‘k de oogen keer, de gulle galns
van zonne- en sterrenlicht,
en Vader, Gij
met uw Voorzienigheid zoo dicht
zoo dicht nabij.
Uw hand heeft mij hierheen geleid,
o Alregeerder,
met den geloofsbrief van uw tolk,
opdat ik weder
tot U zou keeren met zijn volk.







