Naar de inhoud

RECHT VAN SPREKEN VAN RIK WOUTERS

anarchie in woord en daad
akke.beakke.be
"Xarnego" vroeg me om een titel te zoeken voor deze webblog die alles wat Rik Wouters aan poëzie in dichtbundels gepubliceerd heeft, de literaire onderscheidingen waarmee hij bedacht werd, en de aandacht die literaire critici aan zijn poëzie besteed hebben, in chronologische orde wil groeperen. Soms zijn lichte veranderingen die echter niets aan de inhoud veranderingen, aangebracht. Ik heb geopteerd voor “RECHT VAN SPREKEN”. Mij komt echter geen enkele eer toe: ik heb gewoon de titel van een essay van Guy van Hoof, vriend van de dichter, over Wouters, dat in boekvorm verschenen is en op deze blog zal verschijnen, genomen. Hopelijk neemt van Hoof het me niet kwalijk. Omdat Wouters zo graag met ondertitels werkt, heb ik er ook maar een ondertitel aan toegevoegd: “anarchie in woord en daad”. De ondertitel verwijst naar 2 zaken. (1) Op Wouters’ adreskaartje staat in de linkerbenedenhoek dat hij “anarchist”, “artiest en dichter” en “catalanist en flamingant” is. Wouters is niet alleen met zíjn literatuur bezig. Ga maar eens kijken op https://blog.seniorennet.be/halle_literatuur waar een poging wordt gedaan om alles over “Halle in de literatuur” openbaar te maken. (2) Kunstenaar kan men slechts zijn indien woord en daad samenvallen. Kan dit voor een dichter die zonder het woord geen daad zou kunnen plegen, moeilijk zijn?! Een initiatief van de literaire en kunstvereniging "Xarnego" uit Halle, waarvan letterkundige Rik Wouters voorzitter is. (geschreven door:) Andreas WANDERS

Berichten van 1 december 2006 tot 31 december 2006

GEBRUIK MAKEN VAN WOORDEN EN ONGEDATEERDE BRIEVEN [2000; dichtbundel]


Voor alle cultuurbarbaren die ziende blind zijn en langs autopistas naar Zuidspaanse stranden oprukken. Dat ze toerisme opgeven.
Voor wie me onherstelbaar beschadigd hebben en voor wie ik niet verzwijgen mag. Dat ze mijn codes ontcijferen.
Voor Sarah en Lieve die weten wat Girona en Catalunya betekenen. Dat deze gedichten ook de hunne zijn. 





de planten op het wandtapijt
verkrampen in hun sappen
tussen de luister van brokaat

toch herbeginnen de vlinders
met het uur u

onzichtbaar staat onze naam
geschreven in het dodenboek:
het niet zijn de letters
en het al rust in de taal

bij het trekken van traag avondwater
de groeven van het voorbije
voorgoed dichtdoen

René TURKRY (Amarant)





Pas toen spraak kwam, begon tijd en ging ik
op zoek. Een adem die gulzig was, vond ik
en boeken die niet verklaarden wat ik weten
wou: waarom werden bijgeloof en waarheden

door leven verdoezeld? Ik wist dat ik me steeds
voor openbaringen zou hoeden moeten. Liegen
weigerde ik. Ik wilde slechts andere waarheden
verkondigen en bij elke pennentrek verwoorden

wat bepaalt. Zoek dus niet waarom ik niet kan
zalven. Spraak houdt taal gaande (Beeld echter
breekt af.): ik koester papier dat naar tijd ruikt
en weet dat de lange weg nog beginnen moet.





ADAM
     voorwoord

Ook hij is geboren. Nog moet lente beginnen
en er is al geen weg terug. Hij kijkt naar de tijd
en onderscheidt nachten en vlammend licht.
De grens tussen boven en onder deelt mee
dat hij gelijken benoemen moet. Sprakeloos

echter is de omwereld die moet leven doen.
Zijn zijde die geboorte draagt, wordt door pijn
beroerd. Adem komt en dwingt hem tot leven.
Ondergaan worden moet bestaan. Geboren
ben ik (om binnen afzienbare tijd te sterven).





BADER 
     els banys Árabs

Als wereldvreemde zonnewijzer fungeert de dubbele koepel
die zich in de lucht boort. Een toorts die vage herinneringen
aan Moorse modellen brandend houdt, en geborgenheden
tegen evolutie en bescherming tegen dwalingen probeert

te bieden, lijkt hij: toch is er geen weg terug. Door gangen
die de tijd denken te overleven, glijd ik rustelozer. Ik wil nog
slechts afgezonderd van een vage wereld leven. Stoppen
bij de water dat nooit eeuwigheid gegeven heeft, doe ik niet.





MOORDENAARS
     el portal de Sobreportes

Er schuilt geen gevaar in het binnenschrijden van de stad
langs de Romeinse poort. Wie achterom kijkt echter, weet
dat erdoor weggaan definitief kan zijn. Vanuit een nis staart
een veelkleurige maagd die een Goede Dood voorspiegelt,

maar ze beseft niet dat de schelp van Afrodites geboorte
die zij stal, ongevoeliger laat. Ze belooft uitgestelde tijd,
misleidt. Ook ik kijk, grinnik: ik ben geboren om te sterven
binnen afzienbare tijd. Slechts oud worden maakt banger.





PRENTKAART [1]
     la Plaça de la Catedral

Ik stoot het halflege glas om. Onleesbaar worden de zinnen
die ik nog niet begrijpen kan: tussen de bladen van een boek
loopt een verhaal weg. In spiegels observeren mannen. Kalm
zegt een stem er geen aandacht aan te besteden. In spiegels

staren mannen naar gisteren en verloren dagen die ik vatten
wil in woorden die niet meer zijn dan uit ooit weggerukt. Hier
zal ik misschien geen dubbele naam meer dragen moeten.
Toch lijkt verbannen van tijd nog steeds onmogelijk te zijn.





PRIMAVERA

En de mens. Een te lage zon verblindt hem.
Achtergebleven zaden van vorig jaar kiemen
terwijl een koude en vochtige grond ontwaakt,
moeizaam en krachtig. Met de dag die verder
telt, gaat hij geen strijd aan. Hij maakt gebruik

van woorden en ongedateerde brieven. Hij
weet dat hij de nutteloze feiten van het leven
slechts uit boeken kent; het stoort hem niet.
De tijd dat taal zich krachtig openbaren zal,
lijkt dichterbij en bindend. Hij begint te leven.





STEENHOUWER
    

el claustre de la Catedral

Terwijl duiven stenen van tijd aten, hakte een steenhouwer
onbepaalde tijdloosheid en wijndragers. Halverwege bleef
de zon hangen. Water wilde voor en na. Uit stenen hak ik
niet: de vage verwantschap met beeldhouwers die leven

vertragen, kan ik niet ontkennen. Toch wil ik op mijn graf
geen beeld. Ik wil geen graf! Van zelfgeschreven bundels
wil ik stof en as elders en voor eeuwig achterlaten. Verdriet
en onbegrip is. Ter sprake komt spraak, tijd en openbaring.





OOIT
     el Carrer de la Força

Rondom deinen gebouwen uit en in de grond verzonken
rijpen als truffels oudere geschiedenissen. Gevels die zich
bijna raken, grijpen naar steedse lucht. Geen schim dwaalt
door straten om façades te verven. Slechts een bedelares

flankeert als kariatide gotische toegangen. Niet grijpgraag
en gewoonte is haar uitgestrekte hand. Een meisje speelt
hinkstap. Heden stoot ze voor zich uit. Met mondjesmaat
en genoegzaam vindt ze stiltes en stilstanden van tijden.





ESTIU

En de mens. Hij wil niet ontkennen dat zomer
een seizoen is waarin hij leven kan. Toch wordt
hij belaagd door warmte: hij weet dat het zout
van zijn lichaam de grond snel onvruchtbaar
maken zal. Woorden zullen sleur doorbreken

en mettertijd tot wonden uitzetten. Hij beseft
dat dit een jaargetijde is waarin hij overleven
kan. Om gedateerde tijd die zich niet binden
laat, te laten doorgaan, trekt hij zich discreet
en verbaasd in een deurportaal terug. Hij leeft.





GIRONA [1]
     ríu Onyar

Dit is de stad van het vertragen van de geschiedenis. Ik daal
trappen af zonder geleefdheden te herbeleven. Dood schop
ik een krantenprop vol oud nieuws: van mijn geboorte raakt
het nabestaan me niet. Vader is nooit meer. Wat iemand

aan een moeder heeft, is raadsel. Eb en vloed, haar en zijn:
water dat ademen geluidloos meevoert, wordt niet gehoord.
Zelfs karpers die momenten met kringen omlijnen, worden
genegeerd: de loop der tijden bepaalt slechts andere levens.





EL CREADOR

Vals is de tijd die zich altijd maar herhaalt, her-
schrijft. Anders is de dichter die het gemakkelijk
vindt om van rust en stilstand te houden. Ík ben
dichter, maar wil niet langer gedichten schrijven
wanneer de klok de wijzers tikkend en gaande

houdt. Eindelijk is het nodig om het manuscript
van mijn verboden evangelie te verduurzamen.
Woord ben ik immers en openbaring. Waarom is
het dan moeilijk om míjn poëzie die mijn bestaan
rechtvaardigt, zonder schroom te bewonderen?





GIRONA [2]
     ríu Onyar

Geregeld slaat naast straten het tikken van de rivier op hol.
Wijzers tollen in kolken. Wat drijven blijft, is verloren. Tijd
verdwijnt met water, orakelt een volwassen kind. Gelukkig
heb ik leren zwemmen. Ik kan de overkant bereiken waar ik

mijn horloge op de oever liggen laat: is dit de stad van komen
en blijven? Ik waag het niet er zekerheden op te bouwen. Ik
durf slechts gedichten te construeren die ik haar (nog) niet
opdraag. Dit lijkt de stad waarin ik leef, die niet van mij is.





TARDOR

En de mens. Rond zijn huis probeert hij rust
vergeefs gouden kleuren te geven. Het besef
dat lage zon hem slechts op een dwaalspoor
brengen kan, verzacht momenteel niet meer.
Lachen door de wijn van geoogste bloemen

doet hij niet langer. Zijn dagelijks bestaan blijkt
anders dan ooit geworden. Tegen vele stiltes
van straten wil zijn zwijgende stem niet meer
strijden. Minder maakt hij gebruik van woord
en tijd. Hij wil geen telwoord zijn. Hij leeft nog.





ERGENS
     els Quatre Cantons

Ik ben op doorreis. Van het bestaan dat ik achtergelaten heb,
zijn vervreemding en leegte gebleven. Van jaren die voor mij
liggen, durf ik geen uitweg te voorspellen. Rond het kruispunt
waar ik getwijfeld heb, werd de wereld door landschappen

van gesloten huizen anders gekleurd. Van nergens ver weg
ben ik gekomen. Van de tijd heb ik vanmorgen voor het eerst
het wegschrijven van wat ik nodig dacht te hebben, gezien.
Ik dacht op doorreis naar ergens te zijn. Of ik hier blijven zal?





TOESCHOUWER
     el Passeig de la Muralla

Binnenwaarts gekeerd is deze stad die de geborgenheden
van omringende heuvels heeft gezocht en naar zichzelf tuurt.
Om het uitdeinen van haast te beletten heeft ze zich omringd
met wallen. Stenen verraden nauwelijks en illustreren de rust

en tijdloosheid van saffranen zonnen. Verlaten en idyllisch is
de tuin aan mijn voeten. Misschien heeft de zonnewijzer zich
voorgoed verloren gegeven. Klokken lijken luiden voor altijd
verleerd te hebben. Los maak ik me uit het portaal van tijd.





HIVERN

En de mens. Het is winter. Er zijn er al vele
geweest. Vele zullen nog komen. Verstoord
en moe grendelt hij de deur om de zachtheid
van de sneeuw buiten te sluiten. Wind houdt
hem nodeloos wakker. Vreemd zijn ogen. Hij

staart naar spiegels van vergeten episodes
waarin schaduwen aan banden zijn gelegd.
Kinderspel is aftellen nooit geweest. Laat me
voor altijd tijd overbodig maken, denkt hij dof,
en immer overnachten. Hij begint te sterven.





PRENTKAART [2]
     la Pujada de Sant Doménec

Stadsgezicht plooit zich dicht terwijl ik mijn rechteroog uit-
ruk: geen splinter wens ik in een vergulde doos te bewaren.
Het licht breekt. De tijd verschilfert en verstilt. Een glas valt
op gladde keien die trillen in de hitte en echo's weerkaatsen

van een ander bestaan: weg vloeit wijn. Een gewelf dat leven
beschermen wil, is nooit spraakzaam geweest: toch hebben
haar stenen nooit aanstoot gegeven. Ze herhaalden slechts
dezelfde geschiedenissen die stotterend verbeelden wilden.





MARTELAARS
     la Plaça del Vi

Waar de straat van onwetende en ongehoorzame burgers
openbarst en zich verruimt, zitten heren die deftig willen zijn
en ervan dromen om politici te worden. Van discrete wijnen
nippen ze. Onverholen bijna begluren ze volksere vrouwen

die overvolle zakken vol burgeroorlog met wapens en doden
meesleuren. Rijk aan martelaars die ik achter me gelaten heb,
is deze streek. Om de hoek wordt door straatlantaarns licht
dat zich tot tijd verengd heeft, omzichtig op stenen gelegd.





BEDELAAR
     la Rambla de la Llibertat

Aan tafel gezeten heb ik leven afgedragen voorbij zien gaan.
Verleden en geheimen waarin het ooit ingewijd was, waren
in zakken geborgen. Kranten die onwaarheden van gisteren
tot geschiedenis samenvatten, verzamelde hij. Oud nieuws

van vandaag negeerde hij: aan wat nú staat, heeft zijn leven
niet langer een boodschap. Of tijd en tekst die ik misbruik,
samengaan, vraag ik me gemaakt gespeeld af. Weet je, ik
zit aan een tafel en proef van woorden de vruchtbaarheden.





JESUCRIST
     nawoord

Ook hij werd geboren om te sterven. Dagen,
maanden en seizoenen gingen voorbij. Jaren
werden geleefd, ondergaan. Lente is slechts
een vage herinnering; zonder terugweg blijkt
de laatste winter: dat leven slechts splinters

achterlaat, had hij altijd al geweten. Toevlucht
is de vrouw geweest ooit, nooit een weg terug.
Van zijn taal heeft niemand sporen gevonden.
Ademen dat moeilijker wordt, heeft gedwongen
tot gaan. Ik werd geboren (maar om te begeren).





Waar de einder na een kortstondig leven verf
en moment geworden is, begint taal voorgoed
pas te leven. Dat papier maagdelijk en sneeuw
is en de dichter toebehoort, weet de schilder

die slechts bewust en kil verkracht op een doek
van woordloosheid: de loop der dingen schendt
hij tot het kunstwerk zich moe gewonnen geven
moet. De dichter die bewust het volle wit dient

en in vlaktes van stilte één punt nalaat, is anders:
te vriend is taal. De schilder echter haat woorden
die hem nooit vertrouwen zullen. Sinds spraak
in beelden veranderd is, is tijd voorgoed gestokt.





AANTEKENINGEN EN 'VERANTWOORDING'

Girona (Catalaans voor Gerona) ligt in het noordoosten van Catalonië en Spanje en is hoofdstad van de provincie met dezelfde naam. Girona waarvan de omgeving reeds in de prehistorie bewoond werd, is in de eerste eeuw voor onze tijdrekening gesticht door de Romeinen na wie de Visigoten en de Moren er zich vestigden. Girona was tijdens de Middeleeuwen een van de belangrijkste steden van het Groot-Catalaanse rijk dat zich uitstrekte over delen van Aragon, de Balearen en Valencia, Corsica, Napels, Sicilië en Zuid-Italië en delen van Zuidwest-Frankrijk en Griekenland. Op het einde van de vijftiende eeuw ging Catalonië onder de beruchte Katholieke Koningen op in Castilië dat later Spanje werd.
De gedichten met de Catalaanse titels Adam, Primavera (lente), Estiu (zomer), El creador (de schepper), Tardor (herfst), Hivern (winter) en Jesucrist verwijzen naar scènes uit het "Tapís de la Creació", het "Tapijt van de Schepping", dat deel uitmaakt van de kerkschat van de gotische kathedraal van Girona. Het elfde/twaalfde eeuwse "Tapís de la Creació" stelt de schepping, de winden, de maanden, de seizoenen en het jaar, mythologische voorstellingen, de rivieren van Eden en het vinden van het kruis door Helena van Constantinopel voor.
De titelloze gedichten met de beginverzen Pas toen spraak kwam, begon tijd en ging ik ... en Waar de einder na een kortstondig leven verf ... kunnen beschouwd worden als mogelijke artes poëtica.
De gedichten Bader, Moordenaars, Prentkaart [1], Steenhouwer, Ooit, Girona [1], Girona [2], Ergens, Toeschouwer, Prentkaart [2], Martelaars en Bedelaar verwijzen in hun ondertitels naar plaatsen uit het middeleeuwse Girona.

FLAPTEKST VAN "GEBRUIK MAKEN VAN WOORDEN EN ONGEDATEERDE BRIEVEN"

Met Gebruik maken van woorden en ongedateerde brieven is Wouters aan zijn negende bundel in meer dan 20 jaar toe. Voor de vijfde keer ‘spelen’ de gedichten zich af in Catalonië. Het is dus niet meer dan normaal om te stellen dat Catalonië Wouters niet ongemoeid laat, misschien zelfs zijn leven determineert. Het lijkt er sterk op dat Catalonië, Wouters’ beloofde land, dat strijd met zijn geboortestad Halle gewonnen heeft.
Sinds jaren doorkruist Wouters Catalonië en dompelt hij zich ongegeneerd, ongedwongen en bewust onder in de Catalaanse culturen. Hij staat in bewondering voor de wijze waarop -zelfs door cultuurleiders en politici- de -ook hedendaagse- kunst van eigen bodem aangemoedigd, verspreid en gepromoot wordt.
Gebruik maken van woorden en ongedateerde brieven is een klassieke bundel met klassieke raamstructuur en ‘klassieke’ gedichten. De uitgepuurde, en uitgebalanceerde vorm en stijl vallen op. De bundel speelt zich af in de Catalaanse stad Girona. Wouters gaat op zoek naar rust en stilte en de wortels van zijn toekomst. Zou het kunnen dat Girona de stad van komen en blijven, een deel van de ondertitel, aan het worden is? Klopt de titel die op de uitnodiging van de voorstelling van deze bundel staat: Rik verlaat Halle, zijn geboortestad? Ach, van Wouters is geweten dat hij de lezer graag op het verkeerde been zet.
Wouters’ gedichten over Catalonië, Halle en andere ‘plaatsen’ vormen een eenheid. Laat me toe Wouters zelf aan het woord te laten. Hij is een dichter die ‘verzamelingen’ van gedichten schrijft. De gedichten kunnen afzonderlijk én op een zinvolle wijze gelezen worden maar krijgen pas hun volledige betekenis in combinatie met andere gedichten. Kennis van andere gedichten is dus noodzakelijk om ‘volledig’ inzicht in dat ene gedicht te verkrijgen. Die ‘verzamelingen’ worden afdelingen of cycli genoemd. In cycli (= thematische en stilistische eenheid) is de band tussen de gedichten nog sterker dan in afdelingen (= thematische eenheid). Vaak zelfs vormen de diverse cycli in één enkele bundel een geheel dat ik ‘opus’ zou willen noemen. Vaak zelfs zijn de verbanden tussen verschillende dichtbundels, ‘opera’, zo intens dat van toeval geen sprake kan zijn. Die dichters werken tijdens hun ganse literaire carrière aan het creëren van afdelingen en/of cycli, die tot ‘opera’ uitgroeien. Dit geheel van ‘opera’ is een oeuvre. Laat ik deze dichters ‘poëten’ noemen.
Poëzie roept meer vragen op. Poëzie roept meer vragen op dan ze antwoorden geven kan.
Ik vraag met ‘ongeduld’ af wanneer Wouters eindelijk een bundel over Barcelona zal schrijven. Ik ben benieuwd hoe Wouters de minst Catalaanse van de Catalaanse steden zal ervaren.

Verschenen in: WOUTERS, Rik. Gebruik maken van woorden en ongedateerde brieven. Is dit de stad van komen en blijven?. Casita de la soledad-stichting, Ruisbroek. 2000 [Casitacahier 8].


Andreas WANDERS

Meer van RECHT VAN SPREKEN VAN RIK WOUTERS

↑ Terug naar de berichten