Als ik doodga (48)
Als ik doodga, nu of morgen
Ach, huil dan maar niet
Liefste schat, maak je geen zorgen
Huil niet, val niet in dat tranendal
Kijk om je heen, ik ben overal
Ik ben de glimlach van een kind
Zacht gefluister van de wind
Ik ben dat blauwe van de oceaan
De zilveren gloed van de maan
Ik ben de sterren die je ziet
De nachtegaal en zijn lied
Ik ben een rode roos in bloei
Aan de horizon de zonnegloei
Ik ben het duister en het licht
In de spiegel het gezicht
Ik ben de nacht en overdag
En als ik van jou mag
Dan kom ik in je hartje schuilen
Dan ben ‘k je lachen en je huilen
In jou diep verscholen van binnen
Kunnen we dan samen opnieuw beginnen
Dus liefste, als ik doodga, geen verdriet
Ach liefste, huil maar niet
Mijn tijd was gekomen, ik moest gaan
En als jouw tijd plots ophoudt te bestaan
Wees dan niet bang, er is geen gevaar
Want aan de andere kant sta ‘k voor je klaar.
(onbekend)

