Het Ei (39)
een porceleinen ei gelegd
Zo sierlijk dat het zelfs te Sèvres
beschouwd wordt als een Oeuf de Chèvre
Ik heb al leggend, zegt zij zacht
héél diep aan iets heel moois gedacht
(drs P.)
Het Ei (39)
De Leeuw van Vlaanderen (38)
Echtpaar (37)
Marktl (36)
Introitus (35)
Tijd (34)
Mizerie-mensen (33)
De Formulering (32)De formulering
Ik trachtte mijn geluk te formuleren,
Weerspiegelde de zon in het water,
Maar verder dan heimwee kwam ik niet.
Ik poogde het geluk te vangen,
Volgde de wolken door de lucht,
Maar verder dan verlangen kwam ik niet.
Ik probeerde het geluk te dwingen
In geuren van de wind,
Maar verder dan hoop kwam ik niet.
Ik zocht naar het geluk
In het stromen van het water
In de witte lijnen op een steen,
In alles van eerder en voorbij
Maar vergat gewoon te zoeken bij mij
(Bram Vermeulen)
WATER (31)Het water is een wonder ding,
een wonder ding
om hooren ;
bekooren
't kan de ooren.
't Water is zulk een wonder ding
het zingt, het blinkt, het klinkt
't Water dat van de daken loopt
de daken loopt
In beken
die breken
die spreken
Het water is zulk een wonder ding
een wonder ding
Het zingt...
Het water dat in de beke vliet
en henenschiet
zoo zachtjes
met lachtjes
en klachtjes
Het water is zulk een wonder ding
Het zingt, het klinkt, het blinkt
Het water dat in den zeekom ligt
den zeekom ligt
en suist
en ruischt
en buischt
Dat water is zulk een wonder ding
een wonder ding
Het zingt, het blinkt, het klinkt
Het water dat in den beker blinkt
den beker blinkt
Den klaren
den raren
den waren
Dat water is zulk een wonder ding
een wonder ding
bezonderlijk als me 't drinkt°
° als men het drinkt
(Guido Gezelle)
De Milde Geneesheren (30)Omdat zij fysica studeren
de kracht van wortel en plant
en, behendig diagnostiseren
kwaal van huid en ingewand ;
omdat zij sap van bast en kruiden
brouwen tot medicijn
en oordelen wat stenen beduiden
die zij rapen in de woestijn
en omdat zij zich vóór de keizer kruisen
in de naam der allerheiligste Drie
's avonds als de fonteinen ruisen
aanbidden op de rechterknie.
Omdat zij, gebroers, hun bloed vergieten
(lijk men zegt) onder Diocletiaan
en men ze op blauwe mozaïeken
altijd naast elkaar ziet staan :
om deze redenen noem ik ze beiden,
Cosmas en Damiaan, in de canon der mis
als wij samen de Artsenij bereiden
die voor de hemel is.
Ja, zo hoog worden zij verheven
niet op perkament en doctoraat
en er zijn geen dissertaties gebleven
waaronder hun handtekening staat.
Maar zij verzorgen je, geleerd en geduldig
en, wat je niet vermoedt
je blijft hun geen ereloon schuldig :
dat houden zij God tegoed !
(Gery Helderenberg 1958)
Drie Schatten (29)Ik heb drie schatten die ik koester en behoed:
de eerste is de liefde,
de tweede is beperking,
de derde is : nooit de eerste willen zijn.
Omdat ik de liefde heb, kan ik dapper zijn,
omdat ik matig ben, kan ik vrijgevig zijn,
omdat ik nooit de eerste wil zijn,
kan ik mezelf vervolmaken en groot worden.
Wie de liefde verwerpt en toch dapper wil zijn,
wie de matigheid verwerpt en toch vrijgevig wil zijn,
wie de laatste plaats minacht en de eerste wil zijn,
zal daaraan ten onder gaan.
Wie voor iets strijdt met de liefde als drijfveer,
zal overwinnen ;
Wie iets wil ondernemen met de liefde als motief,
zal sterk blijven.
De hemel zal hem bewaren
en met liefde beschermen.
(taoïstische tekst)
De Boterbloem (28)Zij maakt de weiden geel, de boer venijnig..
Ze is niet veel zaaks,
toch acht men haar te weinig.
't Is schoon bij zomerdag
een karavaan van bonte rundren zien de wei in gaan
en tot de buik in 't geel der bloemen staan.
Als 't laat is voor de school
gaan sluwe knapen in de wei en plukken uit
de klamme mist een ruiker voor masseur:
De boterbloem is geel en schoon gevernist.
(Paul Verbruggen - 1955)
ALSOF.. (27)
Gedicht over Vrouwen (26)Ik ben een vrouw, en da's heus geen pech,
Heb geen last van agressie als ik rijd op de weg
Ik laat tenminste geen lampen aan voor niets
En ruim al mijn rotzooi achter me op
Als ik iets zoek, vind ik het in 1 keer!
Kan tegelijkertijd bellen, koken en nog veel meer!
Van een griepje is bij mij niet veel te merken
Ik neem een aspirine en ga gewoon werken
Ik hou me bezig met echt belangrijke vragen
In plaats van te jammeren om de voetbaluitslagen!
Al is vrouw zijn dan een enorme zegen,
Helaas houdt 'De Man' onze ontwikkeling tegen!
Hem aan zijn lot overlaten is misschien een makkie
Maar wie strijkt dan zijn overhemden en kookt zijn prakkie?
Dat is niet het ergste in dit geval
Wat echt irritant is bij mannen: hun gebral
Ze denken zelf de beste te zijn
Vooral spotten met vrouwen vinden ze fijn
Uiteraard laten we ze in de waan
Want de waarheid kunnen ze psychisch niet aan:
Mannen zijn eigenlijk nog een kind
die spelen met auto's het einde vindt,
Die een potje gaat vechten als hun club verliest,
Computerspelletjes spelen en maar aan knoeit als ie piest.
Nee, mannen willen de waarheid niet horen:
Zonder een vrouw zijn ze verloren!
Gedicht over Mannen (25)Wat is het heerlijk om een man te zijn
Ik ben een man en dat is een geluk
Ik doe niet hysterisch al heb ik het druk
Ik verspil niet mijn leven met 'wat moet ik aan'
Kan zonder depressie van de weegschaal afgaan
Ik gooi dingen weg, heb geen spullen teveel
En als iets kapot is dan maak ik het heel
Parkeren is makkelijk; gewoon in één keer
En we doen wel hetzelfde, maar ik verdien meer!
Ik ben een man en ik denk logisch na
Ik leef niet op light-drank en drie blaadjes sla
Als ik ergens heen loop, weet ik de weg terug
Ik maak van een olifant in no time een mug
En al deel ik met duizenden vrouwen het bed
Ben ik juist de man, in plaats van een slet
Als ik zeg dat ik klaar ben, dan kunnen we gaan!
En tijdens het plassen kan ik blijven staan!
Ik ben een man ja, dat doet me plezier
Ik word niet dronken van twee glazen bier
Ik weet wat 'buitenspel' is, daarom geef ik een brul
want voetbal is passie en de scheids is een lul
Publiekelijk huilen dat doe ik dus nooit
Hé, ik kan het vangen als iemand iets gooit
En ik hoef niet te baren, dus geen centje pijn
Is het niet geweldig om een man te zijn?
STERKSTE MAN van GENT (24)(volksliedje)
Is er iemand onder U die me kentEwel, 'k ben e kikke, de sterkste man van Gent
Ge moet er gij mij zo kwoalijk niet bezien
Ofwel ik pak U vaste en 'k zit er op met mijn knien.
En om U mijn forcies te tuuge
pakke 'k ik U vaste en ik steek u naar omhuuge
'k loat u vallen en 'k trekke er u weer op
en 'k geef u daar ne klop en nen bok van mijne kop (bis)
D'r was overloast in een cirque nen embarras
de sterkste man van Gent die oan 't lutteren was
en ik trokke kikke noar 't theaterken mee veel manieren
'k pakte 'k ik da ventje vaste en 'k begost er mee te zwieren
'k liet hem vallen, trok er hem weer op
en ik gaf hem doar ne klop en nen bok van meine kop (bis)
'k Was overloast in den biestenhof gegaan
en 'k woare wa te dichte bij nen olifant goan stoan
iedereen die riep : past toch op of hij bijt
maar ik zei: van da biesteken ben e kikke nie benijt
en 'k begoste 'k ikke oan dat snuiterken te trekken
mijn bloed kwam noar omhuuge en mijn koleire die kwam op
en 'k liet hem vallen, trok er hem weer op
en ik gaf hem doar ne klop en nen bok van mijne kop (bis)
OPNIEUW (23)Maar,
wat lijdt, heeft lief
en Liefde
zal zijn lijden opnieuw beleven,
zijn ondergang weer riskeren.
Het verlies van alles weer verdragen
En nogmaals, nogmaals.
Twijfelend, bang, onwetend,
onbeantwoord.
Steeds opnieuw,
met de duisternis vóór en achter zich
en nog steeds leven.
Nog steeds liefhebben.
(MacLeish)
NIETS (22)
Oud vers (21)
Maartse buien (20)