Dagsluiting (59)
en twijfel ik aan alles,
zelfs aan U.
Maar soms,
wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik dat Gij Liefde zijt,
en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop,
Gij mij zoekt
zoals ik U
(Gerard Reve)
Dagsluiting (59)
Herinneringen blijven niet lang trouw (58)Als de tijd je rust brengt en herinneringen.
Als je terug kunt kijken op je rijk en zijn grenzen.
Als je je hart herinnert zoals het klopte in de lente.
Schenk je dan nog een glas wijn in en drink.
Want herinneringen hebben een roes nodig
Om in te gedijen, een denkbeeldig kussen
En de geur van zweet, van gardenia’s -
Herinneringen blijven je niet lang trouw.
Je leven is afscheid nemen van namen, van
Onvergetelijke woorden, van fluwelen huid,
Van motoren en vrachten en oude rivieren.
Je leven vloeit wreed en diep naar de oceaan.
Je leven is een zachte bries, een sluimertijd,
Onopgemerkt in luxueuze huizen, waar gewikt
Wordt en gewogen en niets aan het toeval.
Voor hun dobbelen daar hebben ze je niet nodig.
Dat is goed. Als je je woede maar koestert
En de sterren, de volle maan, rode lippen,
Glinsterende ogen, vreemde liefde, waanzin,
Fietsende kinderen en vuurvogels zingen
Hun lange liederen over het stof, de aarde.
Martin Pulaski
Begrafenis van Mevrouw T (57)Door de smalle, gewonden, stijgende laan
waadden we langzaam achter haar aan.
Van het zwijgen deden de kelen pijn,
van het trachten zo stil als zij te zijn.
Acht sombere zwarte vreemdelingen
deden toen stijf de laatste dingen...
Het graf was zo klein, een zwarte wig grond
in het fonkelend groen als een smalle wond.
De zon scheen innig rondom op 't gras
omdat zij een goede moeder was.
Haast blij, want alles blonk en geurde,
haast dood als ik dacht, wat er gebeurde...
Toen, na wat zacht en haaprend praten,
hebben we haar alleen gelaten.
(Maria Vasalis)
Laatste Wil (56)Mijn uitvaart wens ik op het stilste uur
van de namiddag, tussen licht en donker
wanneer de zon nog niet geheel gezonken
weldadig is, een warmte zonder vuur.
De ingetogen dienst die ik voorzie
vangt aan met de vigilie van de doden
de oude psalmgebeden en de grote
barmhartigheden van de liturgie.
En laat mij voor de nacht alleen. Geen stem
die waakt en bidt, geen taal noch troost van tongen
Vroegmorgens enkel voor mijn ziel gezongen
de rituele mis van requiem.
(Anton van Wilderode)
In Flanders Fields (55)In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
(John McCrae 1915)
Op Vlaamse vlakten bloeit de klaproos
Tussen de rijen kruisen , gelijnd in ’t gelid
wijzen ze onze rustplaats aan.
En hoog in de lucht zingt de leeuwerik,
nauwelijks hoorbaar in het spervuur beneden.
We zijn nu allemaal dood.
Maar kort geleden leefden we, voelden de dauw,
zagen het morgengloren ;
Hadden lief en werden geliefd
Maar nu liggen we in Vlaamse vlakten.
In verbeten verzet tegen de vijand
geven we de toorts uit moede handen .
Aan u hem dapper te dragen.
Want wij die sterven mag je niet verraden
We zullen niet slapen als de klaprozen
bloeien in Vlaamse vlakten.
(eigen vertaling)
MaartseBuien of Aprilse Grillen (54)Nu de lente weer in 't land is
roept het werk mij in de tuin
Wordt het een perk met iris
of een lochting vol ajuin ?
Ik zat er al een tijd te wachten
op een frisse aanval van werklust,
en toch, door negatieve gedachten
kwam ik steeds maar niet tot rust.
‘Ik zie het niet meer zitten.
ik kan er niet meer bij
Altijd weer dat spitten
het hoeft niet meer voor mij “
Gal Zwart,
gepensioneerd tuinman
Het Spiegelglas (53)Er leefde eens heel lang geleden
een boertje werkzaam en tevreden
Van weelde was hij niet gewend
een spiegel had hij nooit gekend .
Eens toen hij aan het spitten was
vond hij een stukje spiegel glas,
Hij nam't in zijn vereelde hand
't zat onder't vuil en onder't zand.
Hij veegde't aan zijn broekspijp af
en keek er in, en stond toen paf.
Mijn vader zei hij, sapperloot
die is al vele jaren dood .
Mijn vader, och die goeie man
hij is het en hij kijkt me an .
Hoofdschuddend stak hij 't in z'n zak
bekeek het thuis op zijn gemak.
En hij begon te overleggen
wat zijn vrouw ervan zou zeggen,
Ze was wat bazig zijn Katrien
zou er om lachen misschien .
En omdat hij daar zo bang voor was
verborg hij 't onder zijn matras.
Maar telkens ging hij er weer heen
Mijn vader, zei hij dan tevreên .
Dat wekte argwaan bij z'n vrouw
die het hare er van weten wou,
En zodra hij weer de deur uit was
toen zocht en vond zij 't spiegelglas .
Wat moet hij daarmee, peinsde zij
er moet iets niet in orde zijn .
Zo wantrouwde zij haar goede Hein
Ze keerde 't om en keek
en raakte toen geheel van streek.
Daar heb je 't nou, ik dacht het wel
er is een andere vrouw in 't spel.
Mijn man, hij heeft geen hart in 't lijf
hoe houdt hij van zo'n lelijk wijf.!!!!!
(onbekende auteur)
Dorrestijns Huwelijkslied (52)DORRESTIJNS HUWELIJKSLIED
Alles is weer koek en ei
met mijn vrouwtje mooi en blij.
Na maanden vechten, knokken, strijden
mogen wij elkander lijden.
Ik zit nog wel vol blauwe plekken
maar die beginnen weg te trekken.
Alles is weer koek en ei
met mijn vrouwtje mooi en blij.
En met mijn linkeroog misschien
kan ik eind van deze maand weer zien.
Het ziet nu nog paars en groen en blauw
door de spierkracht van mijn vrouw.
Alles is weer koek en ei
met mijn vrouwtje mooi en blij.
Ze lijkt zo tenger en verlegen,
maar o God spreek haar niet tegen,
want dan strompel je door het huis
met je handen voor je kruis.
Alles is weer koek en ei
met mijn vrouwtje mooi en blij
Ik ben weer in staat van haar te houden,
al ben ik nog niet geheel de oude.
Vrijen lijkt me ook wel goed
als zij maar heel voorzichtig doet.
Alles is weer koek en ei
met mijn vrouwtje mooi en blij.
(Hans Dorrestijn)
Do not stand there (51)
Blijf niet bij mijn graf , heb geen verdriet
Niet dat ik slaap, ik ben hier helemaal niet
Je vindt me in duizend waaiende winden
In vallende sneeuw kan je me vinden
Ik ben het kalme wuivende graan
En striemende regen in een orkaan
Ik ben de fluisterende rust van de morgen
Ik ben de dageraad zonder zorgen
van vogels in hun duizelingwekkende vaart
Ik ben de zachte ster die de hemel opklaart
Ik ben in elke bloem die ontluikt
Ik ben in de kamer die naar rozen ruikt
Ik leef in elke vogel die zingt
En in elk ding dat je lieflijk omringt
Blijf niet bij mijn graf, heb geen verdriet
Ik ben niet hier , en sterven doe ik niet.
(Mary Elisabeth Frye) - vertaald uit het Engels
Paraplu (50)
Muis (49)Hoewel ik bang ben voor een muis
Is het ook wel eens handig
Dus even wennen aan dat dier
Leek me wel verstandig
Na een grondig onderzoek
Vanonder, opzij en van boven
Moest ik er op een dag
Toch maar aan geloven
En nu ik dan eindelijk
Mijn angst heb overwonnen
Denk ik vaak bij mijzelf
Waarom ben ik niet eerder begonnen
De muis waar ik zo bang voor was
Neem ik nu zomaar in mijn handen
En zonder piepen leid hij mij
Door mijn computerbestanden.
(onbekend)
Als ik doodga (48)Als ik doodga, nu of morgen
Ach, huil dan maar niet
Liefste schat, maak je geen zorgen
Huil niet, val niet in dat tranendal
Kijk om je heen, ik ben overal
Ik ben de glimlach van een kind
Zacht gefluister van de wind
Ik ben dat blauwe van de oceaan
De zilveren gloed van de maan
Ik ben de sterren die je ziet
De nachtegaal en zijn lied
Ik ben een rode roos in bloei
Aan de horizon de zonnegloei
Ik ben het duister en het licht
In de spiegel het gezicht
Ik ben de nacht en overdag
En als ik van jou mag
Dan kom ik in je hartje schuilen
Dan ben ‘k je lachen en je huilen
In jou diep verscholen van binnen
Kunnen we dan samen opnieuw beginnen
Dus liefste, als ik doodga, geen verdriet
Ach liefste, huil maar niet
Mijn tijd was gekomen, ik moest gaan
En als jouw tijd plots ophoudt te bestaan
Wees dan niet bang, er is geen gevaar
Want aan de andere kant sta ‘k voor je klaar.
(onbekend)
Rijk (47)Een oud echtpaar ging naar bed
Op het nachtkastje twee bakjes met tanden
Vol liefde keek de man haar aan
En streelde haar rimpelige handen
Hij sprak: "al meer dan 50 jaar,
zijn wij gelukkig meid,
geloof me als ik zeg,
ik wil je voor een miljoen niet kwijt"!
"Dat weet ik jongen", zei de vrouw,
"Ook jij bent niet te koop,
ook niet voor een miljoen,
al is dat nog zo'n hoop"
Ze lagen daar te samen,
Op de rand van hun leven
Twee mensen, elkaar zoveel gegeven
Ze zeiden "welterusten"
Hij gaf haar een zoen en fluisterde:
"Is de deur op slot?
Hier ligt voor twee miljoen!"
(onbekend)
Aandacht (46)Wat is het heerlijk te ervaren,
dat ergens iemand aan je denkt,
en ongevraagd je laat genieten
van iets waaraan men aandacht schenkt.
Een briefje slechts met weinig woorden,
maar met een inhoud die het doet,
een gedicht , met gevoelens uit het hart geschreven,
waarbij je even slikken moet.
Een handdruk of een schouderklopje,
een warme kus over de PC,
een spontane lach, een vriendelijk gebaar
spontane hulp, een gewaardeerd bezoekje,
het zijn zo van die kleine dingen
maar "groot" aan waarde voor elkaar.
(brooky)
Droom (45)
Polonaise (44)Ik zag Cecilia komen
op een zomernacht
twee oren om te horen
twee ogen om te zien
twee handen om te grijpen
en verre vingers tien
Ik zag Cecilia komen
op een zomernacht
aan haar rechterhand is Hansje
aan haar linkerhand is Grietje
Hansje heeft een rozekransje
Grietje een vergeet-mij-nietje
de menseëter heeft ze niet gegeten
ik heb ze niet vergeten
ei ei ik en gij
de ezel speelt een schalmei
Voor Hansje en voor Grietje
Hansje met zijn rozekransje
Grietje met haar lange vergeet-mij-nietje
zijn langs de sterrem gegaan
Venus is van koper
de andere zijn goedkoper
de andere zijn van blik
en van safraan
is Janneke-maan
Twee oren om te horen
twee ogen om te zien
(paul van ostaijen)
Beroemde Laatste Woorden (43)John dos Passos (am.schrijver 1896-1970)
‘Ik zou nu wel de krant willen lezen’
Pablo Casals (Spaans cellist 1876-1973)
maniak, hij jaagt ons nog de dood in.’
Thomas Dooley (zendeling,arts 1927-1961)
‘Over twee uurtjes neem ik een stuk van die taart’
Lucius, Domitius Nero (romeins keizer 37-68)
‘Wat een artiest gaat er met mij verloren !’
Auguste Comte (Frans filosoof 1798-1857)
‘Wat een onherstelbaar verlies’
Winston Churchill (Brits staatsman – 1874-1965)
‘ik heb genoeg van alles’
Paulus van Tarsus (apostel)
‘Jezus !’
Karel V (keizer van het Heilig R.Rijk 1500-1558)
‘Jezus !’
Francisco Pizarro (conquistador 1471-1540)
‘Jezus !’
Henry Luce Robinson (uitgever Time, Life 1898-1967)
‘Oh Jezus !’
Mustafa Kemal Atatürk (Turks staatsman 1881-1938)
‘Tot ziens !’
Johannes Brahms (Duits componist 1833-1897)
‘Bedankt, bedankt !’
Pierre-Auguste Renoir (Frans schilder, 1841-1919)
‘Vandaag heb ik iets geleerd’
Julie Eléonorede Lespinasse (schrijver, 1732-1770)
‘Leef ik nog ?’
Thomas Edison (uitvinder, 1847-1931)
Het is ontzettend mooi daar
Johan Wolfgang von Goethe (Duits schrijver, 1749-1832)
"Meer licht !"
In de zon (42)Het is gelukkig in de zon te loopen, Met in de vingers al het warme leven Zich in het gele heete licht te doopen En met het helder lijf als witte steven En met de ziel en hare zeilen open Zich aan de wijde warmte prijs te geven. De schaduwbeelden spele' om onze schreden En wuive' om onze wandling te verzachten, Zij glijde' als stille waaiers met ons mede, Als spiegelingen onzer vreugd-gedachten - Wij gaan door hen en zijn geheel tevreden En zijn gereed een wonder te verwachten. Wij voelen geen berouw en geen verlangen En zien glimlachend onze medemenschen - Die gaan voorbij als andere gezangen, Wij weten niet wat zij of wij nog wenschen En zijn in eene blinde vreugd gevangen En toeven, gaande binnen lichte grenzen
(c.s. Adama van Scheltema)
Voor een Vriend (41)Nu ’t rouwrumoer rondom je is verstomd
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten
nu voel ik dat er ‘n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten
en telkens weer zal ik je tegenkomen
we zeggen veel te gauw: het is voorbij
Het heeft alleen je lichaam weggenomen
niet wie je was en ook niet wat je zei
ik zal nog altijd grapjes met je maken
we zullen samen door het stille landschap gaan
nu je mijn handen niet meer aan kunt raken
raak je mijn hart nog duidelijker aan.
(Toon Hermans)
Grand Canyon (40)Ik stond aan de Grand Canyon
En ik keek over de rand
Wat een diepte, wat een kleuren
Dat was meer dan interessant
De natuur die hier gevormd was
Zonder hulp van mensenhand
Gaf mij een gevoel van heimwee
Heimwee naar mijn vaderland
Ik dacht: Hoe is het mogelijk
Wat is er met mij aan de hand
Want wat wil ik als ik terugkom
Snel weer weg uit Nederland
Ik zie mezelf weer in de file
Of naakt aan het volle strand
En nu hier Grand Canyon
Heimwee naar het vaderland
Dat vlakke bijdegrondse
Stukje slib bij de Doggersbank
Een windje en een beetje springvloed
En de hele zaak staat blank
Waar je met miljoenen mensen
Geen dag meer zonder iemand bent
Als je in Roodeschool een scheet laat
Ruik je hem in Sas van Gent
Ach, dacht ik, wie houdt mij tegen
De afgrond lokt, ik spring erin
Ik weet geen antwoord op de vragen
Omtrent het leven en de zin
Maar net toen ik mij af wou zetten
Greep iemand resoluut mijn hand
En op de vraag waar die vandaan kwam
Klonk als antwoord: Nederland
Ik pakte hem beet, we liepen verder
Ik hield van haar, het was mijn vrouw
En ik vroeg haar overmoedig
Dacht je echt dat ik springen zou
De zon zakte weg achter de bergen
Weemoed kreeg de overhand
We voelden allebei hetzelfde
Heimwee naar het vaderland
Dat platte bijdegrondse
Uitgedijkte stukje wad
Een kernbom van twee megagrammen
En de hele zaak ligt plat
Tegen overbevolking
Is geen condoom of pil bestand
Als je in Zoutkamp onaneert
Raakt iemand zwanger in Cadzand
(Freek de Jonge)
1 reactie op dit bericht
mooie tekst!