ALSOF.. (27)
Alsof je lood verhandelen moet, weegt alles
zwaarder dan het doet. Je jonge overmoed
heeft je weer koppig uitgesloofd
Je ligt geveld. Je glimlach zachtjes uitgedoofd
je haar een kussen naast je hoofd. Een lichaam
danig leeggeroofd dat het niet eens meer bloedt
Omdat het moet
Alsof je keerde, weer in het gewijde van je meisjeslijf
Geen kracht meer voor geweld,
hoogstens een droge schoolslag in het laken
Je ligt steeds meer naast mij te waken
en aarzelt, of je angst hebt te bezeren
En toch,
de teerste tederheden wil je niet verleren
Je handen haast te licht voor strelen,
ze blijven dapper weemoed helen
Zolang er lichaam is, wil jij het delen.
Jan van meenen (1951)

