Naar de inhoud

Not the Nine 'o clock News

Wat mij frappeerde op mijn favorieten
akke.beakke.be

Archief

Marktl (36)

HABEMUS PAPAM

Eerst had ik nog een lichte aarzeling
Daar ik de witte rook niet goed kon duiden,
Maar toen ook alle klokken gingen luiden
Wist ik meteen wel waar de klepel hing.

Ik kreeg het bimbamBeieren te horen
En dacht: O jé, daar is de paus geboren!


(Driek Van Wissen)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 15:05 Reageer op dit bericht

Introitus (35)

Introïtus (Ps. 4:7)

De knoppen der kastanjes kleven,
De struiken schieten kreuklig uit,
En ’t glimmend rijs, dat nog niet spruit,
Staat met gespannen bast te beven.

De sappen stijgen in elk leven
Dat zich voor Uwe drang ontsluit.
Heer! Zie uw dienaar! Zie Uw bruid!
Bereid, hun volle bloei te geven.

Bloeien wij, Heer, alleen gelaten
Met schaduw en met spiegelbeeld?
Al wat ons pijnigt en verveelt
Aanzien zij lustloos en verwaten.

Ach Heer, zijn wij van u gehaten,
En laat Gij toe dat dood ons steelt

(1927) Willem de Merode
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Donnerwetter om 18:38 Reageer op dit bericht

Mizerie-mensen (33)

Mizerie-mensen

Ik heb u lief, mizerie mensen,
Die geen genoden werd
Van 's levens blij festijn,
Die te onverschillig zijt, om iemand kwaad te wensen
Te bitter, om nog goed te zijn.

Ge zijt een godslamp van de kerke,
In wier karmijnen hert
Wat olie wordt gedaan,
Te luttel, om in vlammen op te vlerken,
Te veel, om er van dood te gaan.

II

Ik heb u lief, m'n schamele armen,
Ik weet u schijnbaar blij
Tussen de mensen gaan,
Te fier, om gierge gunst van menselijk erbarmen
Te zwak, om heel alleen te staan.

Toch zal uw trots me nooit bezeren,
Mij, die van dichtebij
Uw bleke wezens ken;
Mij, die uit iedre dag, uit ieder uur moet leren,
Dat ik er een van de uwen ben.

Uit de bundel: Op zachte vooizekens
(Alice Nahon)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 21:27 Reageer op dit bericht

De Formulering (32)

De formulering

Ik trachtte mijn geluk te formuleren,

Weerspiegelde de zon in het water,

Maar verder dan heimwee kwam ik niet.

Ik poogde het geluk te vangen,

Volgde de wolken door de lucht,

Maar verder dan verlangen kwam ik niet.

Ik probeerde het geluk te dwingen

In geuren van de wind,

Maar verder dan hoop kwam ik niet.

Ik zocht naar het geluk

In het stromen van het water

In de witte lijnen op een steen,

In alles van eerder en voorbij

Maar vergat gewoon te zoeken bij mij

(Bram Vermeulen)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 00:00 Reageer op dit bericht

WATER (31)

Het water is een wonder ding,
een wonder ding
om hooren ;
bekooren
't kan de ooren.

't Water is zulk een wonder ding
het zingt, het blinkt, het klinkt
't Water dat van de daken loopt
de daken loopt

In beken
die breken
die spreken

Het water is zulk een wonder ding
een wonder ding
Het zingt...

Het water dat in de beke vliet
en henenschiet
zoo zachtjes
met lachtjes
en klachtjes

Het water is zulk een wonder ding
Het zingt, het klinkt, het blinkt

Het water dat in den zeekom ligt
den zeekom ligt
en suist
en ruischt
en buischt

Dat water is zulk een wonder ding
een wonder ding
Het zingt, het blinkt, het klinkt

Het water dat in den beker blinkt
den beker blinkt
Den klaren
den raren
den waren

Dat water is zulk een wonder ding
een wonder ding
bezonderlijk als me 't drinkt°
° als men het drinkt

(Guido Gezelle)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 00:00 Reageer op dit bericht

De Milde Geneesheren (30)

Omdat zij fysica studeren
de kracht van wortel en plant
en, behendig diagnostiseren
kwaal van huid en ingewand ;

omdat zij sap van bast en kruiden
brouwen tot medicijn
en oordelen wat stenen beduiden
die zij rapen in de woestijn

en omdat zij zich vóór de keizer kruisen
in de naam der allerheiligste Drie
's avonds als de fonteinen ruisen
aanbidden op de rechterknie.

Omdat zij, gebroers, hun bloed vergieten
(lijk men zegt) onder Diocletiaan
en men ze op blauwe mozaïeken
altijd naast elkaar ziet staan :

om deze redenen noem ik ze beiden,
Cosmas en Damiaan, in de canon der mis
als wij samen de Artsenij bereiden
die voor de hemel is.

Ja, zo hoog worden zij verheven
niet op perkament en doctoraat
en er zijn geen dissertaties gebleven
waaronder hun handtekening staat.

Maar zij verzorgen je, geleerd en geduldig
en, wat je niet vermoedt
je blijft hun geen ereloon schuldig :
dat houden zij God tegoed !

(Gery Helderenberg 1958)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 12:38 Reageer op dit bericht

Drie Schatten (29)

Ik heb drie schatten die ik koester en behoed:
de eerste is de liefde,
de tweede is beperking,
de derde is : nooit de eerste willen zijn.
Omdat ik de liefde heb, kan ik dapper zijn,
omdat ik matig ben, kan ik vrijgevig zijn,
omdat ik nooit de eerste wil zijn,
kan ik mezelf vervolmaken en groot worden.
Wie de liefde verwerpt en toch dapper wil zijn,
wie de matigheid verwerpt en toch vrijgevig wil zijn,
wie de laatste plaats minacht en de eerste wil zijn,
zal daaraan ten onder gaan.
Wie voor iets strijdt met de liefde als drijfveer,
zal overwinnen ;
Wie iets wil ondernemen met de liefde als motief,
zal sterk blijven.
De hemel zal hem bewaren
en met liefde beschermen.

(taoïstische tekst)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 19:59 Reageer op dit bericht

De Boterbloem (28)

Zij maakt de weiden geel, de boer venijnig..
Ze is niet veel zaaks,
toch acht men haar te weinig.

't Is schoon bij zomerdag
een karavaan van bonte rundren zien de wei in gaan
en tot de buik in 't geel der bloemen staan.

Als 't laat is voor de school
gaan sluwe knapen in de wei en plukken uit
de klamme mist een ruiker voor masseur:
De boterbloem is geel en schoon gevernist.

(Paul Verbruggen - 1955)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 19:07 Reageer op dit bericht

ALSOF.. (27)

Alsof je lood verhandelen moet

Alsof je lood verhandelen moet, weegt alles
zwaarder dan het doet. Je jonge overmoed
heeft je weer koppig uitgesloofd

Je ligt geveld. Je glimlach zachtjes uitgedoofd
je haar een kussen naast je hoofd. Een lichaam
danig leeggeroofd dat het niet eens meer bloedt
Omdat het moet

Alsof je keerde, weer in het gewijde van je meisjeslijf

Geen kracht meer voor geweld,
hoogstens een droge schoolslag in het laken
Je ligt steeds meer naast mij te waken
en aarzelt, of je angst hebt te bezeren

En toch,
de teerste tederheden wil je niet verleren
Je handen haast te licht voor strelen,
ze blijven dapper weemoed helen

Zolang er lichaam is, wil jij het delen.

Jan van meenen (1951)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Donnerwetter om 12:49 Reageer op dit bericht

Meer van Not the Nine 'o clock News

↑ Terug naar de berichten