ver Een mens is maar een mens

![]() |
Een mens is maar een mens.
Neem nu,een scheidsrechter in het voetbal. Vandaag fluit hij een belangrijke wedstrijd.
Niet dat er belangrijke of onbelangrijke wedstrijden zijn, maar toch. Voor de ploeg die naar de titel speelt, zijn eigenlijk alle wedstrijden belangrijk. Kortom, elke wedstrijd moet gewonnen worden. Want het verlies aan punten kan op het einde van de rit, de titel kosten. Deze wedstrijd, thuiswedstrijd notabene van de topploeg, lijkt het niet goed te vlotten. De tegenstander haalt het onderste uit de kan. Middelmatige spelers bereiken een nooit gezien niveau. Met hand en tand, zonder daarom brutaal te spelen, houden ze de nul op het bord. Twee kostbare punten lijken voor de toekomstige kampioen, verloren te gaan.In de tribunes worden de thuis supporters alsmaar rumoeriger. Als de scheids een fout fluit, in het nadeel van hun ploeg, steken de eerste fluitconcerten de kop op. En onder die, ongeveer vijftienduizend kijkers, zitten twee zeer belangrijke personen. De scheidsrechter kent deze mensen. De voorzitter van de voetbalbond, en niemand minder dan de eerste Minister van het land. Beiden verwoed supporter van de kampioenen ploeg. Het gaat van kwaad naar erger. De tegenstrever, in een subliem moment, scoort. De Dertigduizend ogen van de thuissupporters, hebben buitenspel gezien incluis deze van de grote bazen van de bond en van het land. Maar hij heeft naar het midden gewezen, en zijn lijnrechter houdt de vlag omlaag. Geldig doelpunt dus.Door het hoofd van de ref, spoken allerlei gedachten. Kan hij nu, mits een beetje meeval, de kampioen nog aan een gelijkspel, of zelfs de overwinning helpen.? De hooggeplaatste mensen in de tribune, kunnen misschien bij de verdere uitbouw van zijn carrière of zelfs na zijn actieve loopbaan als scheidsrechter, ook misschien nog een duit in het denkbeeldige zakje doen. Dan plots. Een voorspeler van de in het verlies staande thuisploeg. Struikelt.Twee verdedigers lopen zich het hart uit het lijf, maar raken in de verste verte de aanvaller niet. Zonder dat hij het zelf beseft, fluit de man in ’t zwart, en wijst naar de strafschopstip. De spelers van de tegenpartij gaan uit de bol. Enkelen gaan verhaal halen bij de grensrechter. Deze staat als een standbeeld stokstijf, en geeft geen krimp. Andere, waaronder de twee verdedigers, die absoluut de speler niet raakten, zijn in alle staten en een van hen raakt bij het gesticuleren even da arm van de referee aan. Voor deze laatste een enige gelegenheid, om heel theatraal de rode kaart in de hoogte te steken. En zo de tegenstrevers, van zijn, nou ja, favoriete ploeg, want dat is de top club intussen geworden, tot tien man te herleiden.De strafschop wordt omgezet, en de ploegen staan gelijk. Met nog twintig minuten te spelen, en na een heroïsche strijd worden de helden moe. De thuisploeg, wordt door duizenden, plus twee voorname, supporters luidkeels aangemoedigd. Ze schreeuwen als het ware hun spelers naar het doel van de tegenstrever.En dan.Twee minuten voor het einde van de wedstrijd.De thuisploeg scoort de winning goal.De duizenden plus twee supporters juichen.De drie punten zijn binnen.Verslagen liggen de tegenstrevers op de natte grasmat.Verslagen door de scheidsrechter.Verslagen door het noodlot,die twee belangrijke personen op de tribune zette. En de scheidsrechter zul je vragen.Slecht is het hem waarschijnlijk niet bekomen.Want welke waarnemer zou nu een slecht rapport durven te maken over een scheidsrechter die in eer en geweten zich van zijn taak heeft gekweten. En zeker in de ogen van twee zeer belangrijke supporters.Ten slotte, is hij ook maar een mens.
Roger. 23/12/2005




