Meestof "De Willem III ".
Een belangrijk Zeeuws landbouwgewas sinds de Middeleeuwen was meekrap,waarvan de wortels de grondstof leverden voor een roodbruine textielverf voor wol en later ook voor katoen en zijde. Vanaf de 14
e eeuw was Zeeland een zeer belangrijke exporteur van meekrap. Het gewas werd verbouwd in zwaarbemeste, goed ontwaterende bedden. In het tweede of derde jaar werd de meekrap geoogst: de wortels werden gedroogd, gedorst, gestampt en gemalen tot poeder. Deze verhandelingen vonden plaats in een door meerdere boeren beheerde meestoof. Op Schouwen-Duiveland had vrijwel elk dorp een meestoof, waarvan nog enkele resteren, bijvoorbeeld De Kapel te Nieuwerkerk (1869) en De Willem III te Noordgouwe (1863). Meestoven zijn relatief hoge gebouwen, waar de meekrapwortels op lattenzolders werden gedroogd. In een aangrenzend gedeelte, de koude stoof, werden de meekrapwortels opgeslagen in vakken van de deelnemende boeren.
