
Wikov
Tussen 1926 en 1937 werden in het Tsjechische stadje Prostejov bij Brno personen- en sportwagens gebouwd. Deze auto's werden aan de man gebracht onder de merknaam Wikov. Wikov was een samenvoeging van de eigenaren van de autofabriek, Wichterle en Kovarik.
Wikov had in Tsjechië al een naam opgebouwd met haar landbouwmachines, maar waagde zich zoals veel fabrieken uit de begintijd van de auto ook op het gebied van de autofabricage. De Tsjechische technici hadden hun buitenlandse concurrenten wel goed bestudeerd, want in veel opzichten leken hun eerste auto's veel op die van het Italiaanse automerk Ansaldo. Vooral de motor vertoonde overeenkomsten.
Een van de auto's van Wikov, model 28, werd aangedreven door een 1480 cc viercilinder. Deze motor leverde 28 pk, had een aluminium motorblok en een cilinderkop met een bovenliggende nokkenas. In 1931 werd de cilinder opgeboord tot 1740 en in 1933 werd het vermogen verder vergroot tot 1940 cc. De auto's, die met deze motoren werden uitgerust kwamen op de markt als Model 35 en Model 40. Reeds in 1930 voorzag Wikov alle modellen van hydraulische remmen.
De Wikov-fabriek had een eigen raceteam, maar was daar niet erg succesvol mee. Pas in 1931 eindigde een Wikov op de zesde plaats in de klasse tot 1,5 liter. Twee jaar later won een Wikov een wegrace tussen Praag en Pressburg met een gemiddelde snelheid van 92 km per uur.
Tijdens de crisisjaren trachtte Wikov te overleven met enkele goedkope modellen. Een voorbeeld hiervan is de Wikov Baby, die een achterin geplaatste motor had. De wielen waren onafhankelijk geveerd en het chasis, bestaande uit een centrale buis, werd ontworpen door Hans Ledwinka. Van deze innovatieve auto werden echter slechts acht exemplaren verkocht. Toen ook een grotere auto flopte, besloten de eigenaren zich te richten op de bouw van vrachtwagens.