Austin Healey 3000

Austin Healey 3000De Austin-Healey 3000, beter bekend als ‘Big Healey’ stamt van de Austin-Healey 100, die al in 1952 werd voorgesteld. Donald Healey bouwde voor die tijd al jaren auto’s onder zijn eigen naam, maar zocht naar een manier voor schaalvergroting. Die vond hij in een samenwerkingsverband met Austin. Natuurlijk pastte hij dan ook Austin-techniek toe. Eerst was dat nog een Austin viercilinder met de stevige inhoud van 2.660 cc, maar vanaf 1956 werden het zes-in-lijn-motoren met slechts iets meer cc’s. Eerst werd het model nog aangeduid met 100-6, maar vanaf 1959 kwam de eerste versie van de ‘3000’, nu met een 2.912 cc zescilinder. Al borduurde de auto voort op het succes van de 100; hij was een stuk moderner, krachtiger én ook zwaarder. Er waren nu ook schijfremmen op de voorwielen te vinden en een interieur met afsluitbaar dashboardkastje. Later kwamen er draairaampjes. Vermogens lopen uiteen van 124 pk voor de MKI tot 150 pk voor de MKIII, nu de meest gewilde maar zeker niet de meest pure versie. Donald Healey had van te voren al voorspeld dat zijn auto het goed zou gaan doen in de Verenigde Staten, en inderdaad: ongeveer tachtig procent van de 3000-productie verdween naar de andere kant van de oceaan. Maar de V.S. luidden ook het einde in voor de 3000. Nadat de MKIII-versie wegens milieu-eisen al was teruggebracht van drie naar twee carburateurs, kon Healey voor de volgende opvolger niet meer voldoen aan de volgende stap: de steeds hogere Amerikaanse veiligheidseisen. Er werden prototypes gebouwd voor een MKIV (met 4,0-liter V8 van Rolls-Royce) maar die haalde het productiestadium niet. In 1968 werd de 42.926e en allerlaatste 3000 gebouwd. Daarna stapte Donald Healey nog in zee met Jensen en bouwde ze samen de Jensen-Healey, maar zo’n groot succes als de 3000 werd dat niet.





















