Hakar 1500 1957

Hakar 1500 1957
Fuldamobil S7 1957
Fuldamobil S7 1957
Heinkel 1956
Heinkel 1956
Daimler V8 Dart 1960

Daimler V8 Dart 1960
Als zelfstandig merk produceerde de fabriek in 1959 als laatste de Daimler Dart met 2.5 liter V8 motor, voordat in 1960 de fusie met Jaguar tot stand kwam. Deze motor is nadien geplaatst in de verder aan de MK II van Jaguar identieke Daimler 2.5 V8 Saloon.
1947 Ferrari 166

Ferrari 166 1947
Technische gegevens :
Carrossier Touring, Vignale, Ghia, Stabiliment Farina, Bertone
Motor type 1995cc, 12 cylinders, 24 kleppen
Boring x slag 60 x 58.5 mm
Compressieverhouding 6.8:1
Carburatie 1 32 DCF Weber
Ontsteking 2 bobinen
Vermogen 140 PK bij 6600 toeren/min
Versnelling 5 bak, handgeschakeld
Topsnelheid 150 km/u
Chassis buizenframe
Gewicht 850 kg
Wielbasis 2620 mm
Spoorbreedte voor/achter 1250/1200 mm
Skoda Octavia WRC 2001
Suzuki 500 RGV 1990
Yamaha YZF 750 1990
YAMAHA FZ 750 AMA superbike 1986
Jaguar XK - SS 1957

Jaguar XK - SS 1957
Het neusje van de Jaguar-zalm is zeker de XK- SS, een racewagen die voor de weg was geprepareerd door eenvoudig weg de resterende D - type body's aan te kleden. Hij stond ook op het buizenchassis van de beroemde D - type racer en had ook de remmen en de bak van die wagen. Wie een dergelijke wagen tegenkomt, heeft grote kans dat het een replica is. En als dat niet het geval is, kan het nog een omgebouwde D -type zijn. Een prijsaanduiding heeft in geval van een SS weinig zin, aangezien ze nooit verhandeld worden.
topsnelheid: 275 km/u
aantal cilinders: 6
productiejaar: 1957
Jaguar C Type 1951
Jaguar C Type 1951
Jaguar XK 1949
Jaguar XK 1949
Jaguar XK 120 1948

Jaguar XK 120 1948
Eén van de mooiste Jaguars, wellicht één van de mooiste sportwagens, is wel de XK 120. Dé sensastie van de London Motor Show van 1948. De prachtige tweezitter had toen nog een aluminium carrosserie en onder de kap zat de beroemde XK -motor, de voorganger van de Jaguar-motor van vandaag. Er kwam ook een comfortabele drophead coupé uit in 1953. Momenteel zijn deze sportieve jags vrijwel altijd gerestaureerd. De aluminium eerstelingen kosten het dubbele, maar daarvan zijn er maar 240 gebouwd. De aanduiding '120' slaat op de topsnelheid in mijlen.
topsnelheid: 200 km/u
aantal cilinders: 6
productiejaren: 1948 -1954
Renault Dauphine 1956

Renault Dauphine 1956
De Renault Daphine is een automodel van de Franse autofabriek Renault. Het model werd in 1956 op de markt gebracht als opvolger van de Renault 4CV. Technisch gezien was er bijna niets aan veranderd want de 4CV diende als basis, want ook de Dauphine had de motor achterin. Maar de inhoud van de cilinders was wel vergroot van 760 naar 845 cc, daardoor kreeg de motor meer vermogen van 21 naar 32. Ook was de auto wat zwaarder dan de 4CV, vanwege de toegenomen lengte, de Dauphine is ruim 30 centimeter langer. De Dauphine was een enorm succes, tussen 1956 en 1967 werden er 2,12 miljoen gebouwd.
Naast het standaard model, dat 112 km/uur kon halen, was er ook een Gordini-versie, met een vermogen van 40 pk en een topsnelheid van 125 km/uur.
Fiat 1100 1953
Fiat 1100 1953
Opel Rekord 1953

Opel Rekord 1953
De Opel Rekord was een autotype van de autofabrikant Opel. Het middenklassevoertuig was in productie van 1953 (echter onder de naam Olympia Rekord) tot en met 1986. De wagen werd in Duitsland gebouwd. De productie bedroeg circa 10 miljoen exemplaren. Nadat de productie beëindigd werd van de Rekord, werd deze vervangen door de Omega
Mercedes Benz 190 SL 1956

Mercedes Benz 190 SL 1956
in de lente van 1955, bracht Mercedes voor het eerst de SL op de markt. Het werd de voorloper van een reeks coupé’s en cabrio’s die tot op heden de catalogus van het merk met de ster sieren.
In september 1953 werd de Amerikaanse Mercedes-importeur Hoffman door de directie van het automerk uitgenodigd om deel te nemen aan een vergadering die in essentie handelde over nieuwe concepten en afzetmogelijkheden in de VS. De directie stelde op een gegeven moment voor een tweedeurs cabriolet te maken op basi van de nieuwe 180 Sedan. Hoffman liep daar niet warm van, tenzij het model zoveel mogelijk zou lijken op de spectaculaire 300 SL (met de vleugeldeuren). De ontwikkeling moest razendsnel verlopen, want het prototype moest op de New Yorkse tentoonstelling van 1954 geïntroduceerd worden.
De eerste schetsen lagen na twee weken op tafel, na vier weken was er een schaalmodel in 1:10, na 12 weken op 1:5 en na twintig weken een houten model in 1:1. Na amper 150 dagen stond het model te pronken in New York. Maar alles had niet zo snel kunnen gaan als er niet wat kunstgrepen waren toegepast. Uitgangspunt was dat de nieuwe roadster zoveel mogelijk onderdelen moest gebruiken van de Mercedes-Benz 180, inclusief het onderstel. Dat laatste werd eenvoudigweg ingekort en vormde met de carrosserie een zelfdragende constructie.
De indrukken op de New Yorkse show waren dermate gunstig dat Mercedes-Benz besloot tot serieproductie over te gaan. Op de Salon van Genève in 1955 verscheen de 190 SL officieel. Drie versies werden gepresenteerd: een Cabriolet A (de typerende oude Mercedesnaam voor een tweezitscabriolet), een Coupé met afneembare hardtop en een Coupé-cabriolet met zowel een hardtop als linnen kap. Aangezien Mercedes-Benz de 190 SL als behoorlijk compleet uitgerust beschouwde, werd de optielijst bewust beperkt gehouden. Er kon lederen bekleding besteld worden en ook een op maat gemaakte kofferset, banden met witte zijvlakken, een buitenspiegel aan de passagierszijde en mistlampen. Het meest geliefde extra was de radio van het merk Becker. Die maakte in die tijd uitstekende radio's die een prachtige geluidsweergave hadden, maar helaas geen FM-stations konden ontvangen. Natuurlijk stond dan ook een elektrisch bedienbare antenne op de accessoirelijst. Het interieur was afgewerkt met een in koetswerkkleur gelakt dashboard in metaal, met een onder en bovenzijde die bekleed waren in de kleur van het interieur.
Tijdens de ganse productcyclus zou het uiterlijk bijna ongewijzigd blijven. Aanpassingen op technisch vlak waren er wel. Al een half jaar na de introductie werden de overbrengingsverhoudingen in de versnellingsbak gewijzigd. In 1956 betekende het standaard aanbrengen van een rembekrachtiger en hele verbetering en vanaf dat jaar werden de motorkap en het koferdeksel ook uitgevoerd in staalplaat. Het aluminium dat er oorspronkelijk voor werd gebruikt, bleek onvoldoende stijf. In 1959 kwam dan een opvallende nieuwe hardtop met een panoramische achterruit. Die maakte het interieur lichter en leverde meer zicht op.
De 190 SL was een auto voor degenen die het gemaakt hadden en dat ook wilden laten zien. Het model was een schot in de roos, en het aanvoelen van Hoffman was juist geweest. De VS tekende voor 40% van de afzet. Moederland Duitsland nam, nu de wederopbouw van de Bondsrepubliek was voltooid, 20% voor z’n rekening. De rest werd over de gehele wereld verkocht, overal waar Mercedes –Benz vertegenwoordigd was, tot aan Australië toe. In 1963 verdween de 190 SL en werd opgevolgd door de volgende SL, de 230 SL. Er waren 26.000 stuks van gebouwd
Mercedes Benz 190 SL 1956
Austin A60 Cambridge 1969

Austin A60 Cambridge 1969
de cambridge was in 1957 als a55 met een 1489cc motor begonnen.
in 1961 kreeg hij een nieuwe carrosserie en een grotere,1622cc,viercilinder motor.
de vierversnellingsbak had een vloerversnelling,maar kon op verzoek ook met een hendel aan de stuurcolom worden geleverd.
Borgward Goliath 700. 1953
Borgward Goliath 700. 1953