Jensen 541 1960

Jensen 541 1960
Jensen 541S Saloon 1960
Skoda 1102 1947
Bentley S1...... 1955
Bentley S1...... 1955
Bentley S1....1955
Pontiac- Brougham 1976
Mini Cooper 1990
Chevrolet Corvette 1953
Simca Beaulieu 1958
Skoda 1100 Coupe 1957
Alfa Romeo 8C 2300....1931

Alfa Romeo 8C 2300....1931
Alfa Romeo 8C is een reeks sportwagens met 8 cilinders gebouwd in de jaren 30 door het Italiaanse automerk Alfa Romeo. In 2004 werd een concept wagen gebouwd met de naam 8C Competizione.
Tussen 1931 en 1934 werd de 8C 2300 motor gemaakt, ter vervanging van de succesvolle 6C 1750. De motor, ontworpen door Vittorio Jano, had 8 cilinders in lijn en een cilinderinhoud van 2336 cc. De motor werd zowel gebruikt in een spider met korte wielbasis,de Torpedo met lange wielbasis als een speciale eenzitter gebouwd voor Grand Prix racing. Een maximaal vermogen van 180 pk en een topsnelheid van 225 km/u werden uit deze 8 cilinder gehaald. Prestaties die van deze wagen de meest succesvolle racewagen uit zijn tijd maakte. De Alfa Romeo 8C 2300 won onder andere de Mille Miglia (1000 mijl), viermaal de 24 uur van Le Mans, de 24 uur van Spa-Francorchamps, ...
Pontiac Trans Am 400 Black Bandit Firebird 1976
Citroën 19 DS 1965

Citroën 19 DS 1965
Bij de DS werd vanaf 1955 een hydraulisch systeem gebruikt voor vering, besturing, remmen en zelfs gangwissel en koppeling. Voor de aandrijfgroep werd een klassieke versnellingsbak toegepast die op vernuftige wijze hydraulisch werd bediend met een vederlicht werkende selecteurhendel. Er werd gebruik gemaakt van een gewone enkelvoudige droge plaatkoppeling maar ook die werd geheel automatisch bediend. Zo ging er geen motorvermogen verloren in een koppelomvormer. Naast deze oorspronkelijke versie met halfautomaat, de 'hydraulique' werd de DS vanaf het voorjaar van 1963 ook leverbaar met een mechanisch bediende versnellingsbak en koppeling, de 'mécanique'.
De belangrijkste technische eigenschappen van de DS waren de gelijktijdige toepassing van hydropneumatische vering, voorwielaandrijving, en schijfremmen. De opvallende carosserie is het gevolg van het zoeken naar een vorm die zo min mogelijk luchtweerstand en een stabiel weggedrag zou hebben. De gekozen druppelvorm leidde tot een brede vloeiende neus, aflopende daklijn en een grotere spoorbreedte voor dan achter. Het stabiele weggedrag werd daardoor bevorderd in combinatie met voorwielaandrijving, laag zwaartepunt, zeer lange wielbasis (3.125m) en een tamelijk extreme gewichtsverdeling: de asdruk vóór is twee maal zo groot als achter.
Pontiac Fleetleader 1952
Audi Quattro1985
Skoda Superb 2005
Caterham Super Seven JPE 1995
Caterham Super Seven BDR 1990
Porsche 924 1976

Porsche 924 1976
Toen in 1972 het Porsche bedrijf werd overgenomen door Ernst Fuhrmann werd gedacht dat met enkel de Porsche 911 het bedrijf geen hoog genoeg rendement zou krijgen en dat het model maar enkele jaren mee zou gaan. Er werd besloten om een goedkoper model voor de minder draagkrachtige mensen te maken.
De S-uitvoering van de 924, samen met het model 944, zorgde voor een financiële injectie in het Porschebedrijf dat het in die tijd moeilijk had.
De Nederlander Harm Lagaay was betrokken bij het ontwerp van de 924.
Samenwerking met Audi
Porsche besloot naar Audi te stappen voor de ontwikkeling van de 924. Ze hadden eerder al succesvol samengewerkt met de Porsche 914, die half Audi, half Porsche was. Eerst ging de 924 samen met Volkswagen ontwikkeld worden, maar deze wilden dat de wagen hun embleem en naam ging dragen. Daar hoefde Porsche niets van te horen. In 1975 werd het contract met Audi gesloten om de wagen te bouwen in de bouwvallige NSU fabriek, in het noorden van Stuttgart.
Porsche 924 1976

Porsche 924 1976
De stereotype 924 was te herkennen aan zijn felrode kleur. Deze kleur werd in Porsche-kernen Guards Red genoemd. De 924 was ook te herkennen aan zijn openklapbare koplampen. Het model werd later ook op Japanse merken gebruikt.