Naar de inhoud

als een spitfire door de lucht

mijmeringen en andere gedachten
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

dinsdag 17 oktober van het onzalige jaar 2023

Mijmering van de dag

Vandaag opgestaan na een redelijk ongemakkelijke nacht. De vaccinatie voor covid heeft inderdaad mijn linkse arm wat ongemak bezorgd. De inspuitingsplek deed wat pijn en de arm werd echt wel wat stijf en op die kant slapen was niet aangewezen. Op de rechterkant draaien was ook niet zo'n goed idee. karpaaltunnelproblemen zorgen er voor dat mijn rechterarm en - hand in slaap vallen en dan word ik wakker van de pijn in de rechterhand die helemaal verkrampt aanvoelt. Het wordt dan schudden om de kramp er uit te krijgen en dat pikt enorm. Slechte nacht dus, verschillende keren wakker geweest en dat is niet optimaal om een vlotte wake-up mee te maken.  Een operatie lijkt zich stilaan op te dringen. We zien wel wat de huisarts daar over te vertellen heeft bij mijn volgende bezoek.

Gisteren zapte ik even naar DIW, dat van start ging op VRT Canvas, en las op een lopende band dat het programma opgenomen was voor de aanslag in Brussel. Kon dat niet goed plaatsen en schakelde over naar het journaal laat. Daar vertelde Riad Bahri in woorden, begeleid door beelden van een aanslag door een gemotoriseerde schutter op twee Zweedse voetballiefhebbers, over de feiten en meldde nog dat er 2 doden gevallen waren. De dader was nog niet gevat, maar er was sprake van dat het om een Tsjetsjeen zou gaan die gekend was bij het OCAD. De op dat moment gespeelde voetbalmatch tussen de Rode Duivels en de Zweden werd stilgelegd en het wordt nu dus afwachten wat UEFA (en FIFA?) zullen beslissen over het sportieve gevolg. Terwijl kunnen we ons toch afvragen: wat bezielt een man om een oorlogswapen aan te schaffen en op een maandagavond uit de losse pols enkele mensen neer te knallen. Hoe kan men zo ver komen? Welke haat of wat dan ook van motivatie kan deze daad veroorzaakt hebben? Alle kranten en tijdschriften staan er nu vol van en de ene analyse na de andere wordt weer losgelaten op het publiek. Het is voorzeker koren op de molen van dezen die weer de onheilspellende hand van moslims en illegalen in het spel zien en nu moord en brand schreeuwen over immigratie, grenscontroles en de lakse houding van de westerse politici. Tom van Grieken, de voorzitter van Vlaam Belang, toeterde al dat hij het beu was, nog maar eens, al die (illegale) immigranten die de boel hier op stelten komen zetten. Ondertussen blijkt dat de dader toch gevonden was en neergeschoten werd door de politie bij de actie. Later zou hij overlijden aan de verwondingen in het ziekenhuis en blijkt het geen Tsjetsjeen te zijn, maar een Tunesiër. De reële reden van zijn daad zal nu wellicht nooit aan het licht komen. Vele Tunesiërs verlieten hun land omwille van het autoritaire regime aldaar en de mislukte lentebeweging voor meer vrijheid en democratie. Men kan zich uiteraard vragen stellen hoe deze mensen, die meestal zelf op de vlucht zijn en weinig geld hebben, aan die dure wapens geraken. Wie heeft er het geld voor en waar zitten de leveranciers. De controle op de wapenwetgeving vertoont dus zeker nog een heel aantal lacunes. Een oorlogswapen koop je niet op de legale markt, je moet niet alleen de verkopers of hun tussenpersonen kennen, maar ook een meer dan redelijke som geld neerleggen. Quod politie- en andere veiligheidsdiensten met deze controle?

Ondertussen heeft ook de Zweedse eerste minister zijn verklaring afgelegd en het zal niet verwonderen dat België de volle laag krijgt en ook nog maar eens gewezen wordt op de gebrekkige controle van de Europese buitengrenzen. Frontex waar blijf je? Het is uiteraard gemakkelijk om nu met de vinger te wijzen naar ons land en de verantwoordelijk hier te leggen. Het OCAD had dit, het OCAD had dat, de man had een verleden van radicalisering, etc.… Het probleem is dat we leven - nog altijd al zijn er die het anders wensen - in een rechtstaat waar willekeurige arrestaties en gevangenzetting normaliter uit den boze zijn. Nara de laatste inlichtingen die ik bezit, had de man geen strafblad en was hij ondertussen al enkele keren op bezoek geweest in Zweden. Hallo Zweden, konden jullie hem dan niet aanhouden en in veiligheid opbergen? Neen dus, er was blijkbaar geen aanleiding en hier ook niet volgens de informatie waarover ik bezit.

De best werkende inlichtingendienst ter wereld en de Mossad - een betonstevige reputatie op gebied van intelligentiediensten - konden niet vaststellen dat Hamasleden in groten getale zich aan het voorbereiden waren op een invasie van Israël. Hoe zouden onze OCAD en andere veiligheidsdiensten kunnen voorzien dat een individu het zot in zijn kop krijgt en beslist om een toertje op de moto te doen en daarbij maar wat rond te schieten.

De dader is door de politie doodgeschoten tijdens hun interventie in een café. Hij zal geen gevaar meer betekenen voor de maatschappij, maar we moeten ons toch vragen stellen over zijn omgeving, zijn kennissen en eventuele vrienden. Wat gaat er in die milieus om, wat zijn de bedoelingen, hebben we nog gevaar te verwachten en zo meer. Vragen die door de bevoegde overheidsdiensten moeten onderzocht worden met de prangende vraag: wat kunnen we er tegen doen. Alle mazen van het net zijn niet even dicht en we moeten nu niet beginnen te panikeren en een vorm van paranoia ontwikkelen, maar laten we genieten van wat kan. We moeten zeker op onze controle- en veiligheidsdiensten blijven rekenen, want ook zij zijn mensen met familie, geliefden en vrienden die ze willen behoeden voor misdaad.

Elk slachtoffer van geweld is er een te veel.

Waarschijnlijk was het dat voor vandaag. Op naar een volgende dan maar.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 16:31 Reageer op dit bericht

de eerste dag van de nieuwe week

De eerste dag van de nieuwe week - 16/10/23

Het is de eerste dag van de nieuwe week, maandag 16 oktober. Deze morgen mijn zesde covid vaccin laten injecteren door een vriendelijke verpleegster in 'mijn' huisartsenpraktijk. Het is wel niet van mij, maar van mijn huisarts, die zo vriendelijk was de inentingen te organiseren en me hierbij niet vergeten is.
'Een prikje' en het was zo weer voorbij. Geen 15 minuten wachten deze keer, na de inspuiting plakkertje er op en naar huis met de mededeling dat de arm wel een beetje stijf zou worden. Dat belooft voor deze nacht. Op de rechtse kant kan ik niet meer slapen sinds het karpaalsyndroom zich daar meer en meer manifesteert. Rechts slapen betekent in de nacht wakker worden van de pijn in een slapende hand. Links slapen betekent de stijfheid van de arm wat helpen opbouwen.  Het is een dilemma dat zichzelf wel zal oplossen, vermoed ik zo. Deze avond een rest van de hutsepot van gisteren opwarmen en we kunnen er weer tegen. Gelukzakken dat we zijn: weer lekker eten en drank er bij naar keuze, terwijl in de Gazastrook het water afgesloten is, het voedsel niet meer op de plaats geraakt en de brandstof op geraakt. Wat een crazy world is dat toch: een paar fanatiekelingen die denken dat ze oorlog moeten voeren en daarbij een heel eigen volk mee in de miserie sleuren. De geschiedenis is waarschijnlijk meer dan genoegzaam bekend, vele mensen van goede wil hebben getracht om een vreedzame oplossing te zoeken, maar telkens zonder resultaat. De betrokken partijen graven zich al die jaren in, in de loopgraven van hun eigen gelijk en komen zo nooit tot een vergelijk. Het resultaat is dat vele onschuldigen - waaronder veel vrouwen en kinderen - gedood of gekwetst geraken. Als collateral damage - nevenschade - kan dat wel tellen. De situatie blijft explosief, mensen van de betrokken partijen radicaliseren en het buitenland kijkt er naar en neemt posities in die variëren van tegen de een of tegen de ander of spuwt het uit als een ver-van-mijn-bedshow. Rare individuen menen dan een oplossing te brengen door anderen neer te steken of op een andere manier van het leven te benemen, zoals bijv. gisteren in Arras.

Wie begrijpt dat nu toch allemaal? Gisteren gekeken en geluisterd in de Zevende dag naar wat een debat moest worden tussen de Israëlische ambassadrice en de Palestijnse vertegenwoordiger. Geen enkele toenadering gezien noch gehoord, beiden ingegraven in hun loopgraaf van eigen gelijk. Geen van beide die het over zijn lippen kreeg om te zeggen: 'oké, ook wij hebben vergissingen begaan. Kunnen we deze aub eens opzij leggen en aan tafel gaan zitten. Bij een kop koffie, thee op iets anders, en zoeken naar een oplossing die iedereen een kans en een plaats geeft, waar kinderen en hun moeders en vaders en grootouders en andere familie en vrienden, gelukkig en in vrede kunnen leven. Zonder angst voor raketten, bommen en kogels.' Dat is toch wat normale mensen hopen? Een plek om te leven op een rustige, veilige manier die gelukkig maakt. Daar wil ik nog wel eens een kaarsje voor branden, maar dan een elektrische want open vuur is hier in de residentie niet toegelaten. De brandveiligheid, weet u wel. Gelukkig gespaard van bom- en raketinslagen. Hier is de wereld nog oké. Voilà, voor de eerste dag van deze week, een einde aan het epistel: om het met de woorden van Arjen Lubach te zeggen: dit was de avond, op naar de morgen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door spitfireleo om 18:32 1 reactie Reageer op dit bericht

opnieuw online

Het is ondertussen een hele tijd geleden dat ik nog actief was op dit medium. Ziekte en ongemakken van mijn echtgenote gedurende een hele lange periode, hebben flink wat roet in het eten gestrooid en activiteiten beperkt en belemmerd. Haar overlijden tenslotte in augustus verleden jaar bracht verdriet en een zekere vorm van gelaten stilstand. Het leven tikt echter gewoon voort en een mens moet meestappen in de stroom, wil hij niet neervallen. Na wat problemen te hebben ondervonden om in te loggen, is het eindelijk gelukt en heb ik me voorgenomen om nog eens een poging te doen om met dit medium terug aan de slag te gaan, alhoewel TikTok en andere vlog-middelen tegenwoordig de overhand halen. Als je geïnteresseerd bent in wat hier te verschijnen staat, word je vriendelijk uitgenodigd om deze rubrieken nu en dan eens door te nemen. Je mening is in een tegenwoord altijd welkom, met uitsluiting van beledigingen en extreme standpunten, want deze zijn hier niet welkom. Vrijheid van woord, mag en moet zelfs en het debat is altijd welkom maar met respect voor elkaar en voor elkaars standpunten. In de loopgraven kruipen en daar blijven zitten tot in het oneindige om zijn gelijk te bewijzen, bewijst niemand een dienst en dan blijft alles status quo. 
Een poging dus en we zullen dan wel zien wat het resultaat hiervan is. Je mag van alles verwachten zoals in het verleden en het dagelijks leven, zowel fictie als filosofie zullen zeker niet ontbreken.  Je mag ook altijd mijn blog doorverwijzen naar andere

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 15:10 1 reactie Reageer op dit bericht

Slaagt Leterme er in om B-H-V te splitsen zonder dat België barst? (2)

Slaagt Leterme er in om B-H-V te splitsen zonder dat België barst? (2)

Het vervolg was aangekondigd

Op 22,12,2009 schreef ik al een blog met dezelfde titel maar met verwijzing (I) i.p.v. (II) waarin ik poogde de situatie en de aanleiding van de commotie rond B-H-V nog maar eens uit te leggen. In het achterhoofd speelde meer dan waarschijnlijk de ervaring van de vele buitenlandse collegae die in talloze gesprekken zoniet hun onbegrip dan wel hun verwondering uitten, maar niet alleen bij buitenlanders blijft de problematiek een duistere kant vertonen zoals blijkt uit de diverse reacties in lezersbrieven aan de kranten.

Dat de regering Leterme II niet ging slagen in de regeling van de communautaire geschillen, stond als het ware in de sterren geschreven, alhoewel ik op zeker ogenblik bijna het gevoelen had dat er eindelijk iets uit de kast zou vallen en een oplossing zou gevonden worden die alle actoren toeliet zonder gezichtsverlies de politieke arena weer te betreden ter eer en glorie van de oplossing van de dagdagelijkse beslommeringen die de modale burger ervaart als gevolg van o.a. de fiscale crisis die wereldwijd de grondvesten van het financiële imperium deed daveren.

Het is makkelijk praten nu – na de feiten – maar de manifeste onwil vanwege de Franstalige landgenoten om maar enige rationaliteit aan de dag te leggen, is mijn inziens, de enige echte belangrijke factor die een oplossing in de weg stond.

Het voortdurend stokebrand spelen door de heer Maingain van het FDF, werd niet alleen door zijn kartelpartner – het MR van Didier Reynders – nooit tegengesproken noch terechtgewezen, maar tevens door de andere Franstalige politieke partijen zoniet aangewakkerd dan wel getolereerd. In hun verzet tegen de Vlaming, hebben de Waalse politieke partijen door de tijd heen, altijd al de mogelijkheid gevonden om unisono zoniet solidair op te treden. Dit in manifeste tegenstelling tot de Vlaamse politiekers die er altijd wel in slaagden om mekaar met getrokken messen te beloeren en veel te dikwijls toegaven aan de Waalse of Francofone eisen.

Oude krokodillen worden nog even opgeroepen, maar falen eveneens

In de afhandeling van de grondwettelijk voorziene splitsing van B-H-V, meende koning Albert een goede zet gedaan te hebben door Jean-Luc Dehaene te belasten met de voorbereidende werkzaamheden die hadden moeten leiden tot de oplossing van deze al jaren rottende splijtzweer. Het Brabants trekpaard of de loodgieter – zoals vele politieke tegenstanders hem noemen – trok de kaart van zijn door de jaren heen beproefde methode van stille diplomatie om vooralsnog een eerbaar compromis uit de brand te slepen voor Pasen. Deze tijdlimiet werd daarna verlegd naar ‘na de Paasvakantie’ en daaruit kon eigenlijk al de conclusie getrokken worden dat het weerom een slag om niets zou worden.

De volledige inhoud van de nota Dehaene weten we uiteraard niet, maar desondanks het feit dat kan aangenomen worden dat er toch weeral enkele tegemoetkomingen voor de Franstaligen voorzien was, bleek een veto vanwege de heer Maingain voldoende om alle verdere medewerking van de Waalse en Franstalige Brusselaars te stoppen. MR-voorzitter Reynders, achtte het zelfs niet noodzakelijk om zijn kartelpartner terecht te wijzen tijdens een vorige taalescapade waarbij Maingain de Vlamingen vergeleek met de Nazi’s tijdens de tweede wereldoorlog!

Dehaene zal het zelf wel hebben voelen aankomen, want binnen de kortste keren verklaarde hij dat premier Leterme nu maar moest verder onderhandelen op basis van zijn voorgelegde nota.

Jonge politiekers, andere zeden.

Uit de hernieuwing van het Open-VLD bestuur na de verliezen die deze partij leed bij de laatste verkiezingen, kwam verrassend de figuur van Alexander De Croo te voorschijn. Zoon van een illustere Vlaamse burger, van donkerblauwe liberale signatuur, maar vooral berucht omwille van zijn belgicistische houding en royalistische aanhankelijkheid, kon men verwachten dat de liberale partij – ook met de zoon van - voor haar nieuwe weg de kaart zou trekken van de gemakkelijkste oplossing, met name veel toegevingen aan de Franstaligen, zodat ze rustig konden meevaren op het ritme van het niet besturen door deze regering.

Toen echter bleek dat de Franstaligen niet bereid waren binnen een bepaalde periode en op basis van de voorstellen Dehaene, een oplossing te vinden, maar zich voor een onbepaalde tijd weer wilden storten in ellenlange discussies waarvan men op voorhand wist dat ze op niets zouden uitdraaien omdat telkens weer andere, nieuwe voorstellen op tafel zouden gegooid worden door de Franstaligen, bleek de grens voor Alexander overschreden en zei hij het vertrouwen in de regering op.
De atoombom van Hiroshima was een verrassing, maar de politieke zet van Alexander De Croo eveneens. Vader De Croo stelde dat zijn zoon voor deze beslissing door de partij langdurig met een staande ovatie werd gesteund, maar dat hij zelf niet kon applaudisseren alhoewel hij heel fier was dat het zijn zoon betrof waarnaar het applaus ging.
Ik kan me inbeelden dat inderdaad voor vader De Croo een stukje van de belgicistische hemel naar beneden donderde.

Alle verklaringen ten spijt van de andere actoren op het politieke veld, kan men er niet naast kijken dat Alexander De Croo met zijn partij een beslissing genomen heeft die paal en perk stelde aan het eindeloze uitstellen van een nochtans voor de handliggende oplossing.

Marianne Thijssen, voorzitster van CD&V, speelde uiteraard met plezier de zwarte piet toe naar de Open VLD en ook Johan Vandelanotte – professor grondwettelijk recht n.b. – jarenlang betrokken bij de politieke besluitvorming in dit land en net zoals velen van zijn partijgenoten zonder empathie voor de Vlaamse zaak, bleek vanuit zijn oppositie toch nog wel wat argumenten tegen de jonge De Croo te uiten.

Elio Di Rupo – zonder strikje ditmaal – vond het ongehoord dat de Open VLD gedurfd had om deadlines te stellen – stel u voor! – maar pleitte voor het voortzetten van de besprekingen maar zonder tijdschema…..er was toch bijna een mogelijk akkoord aan de horizon verschenen, hetgeen  door Marianne Thijssen met verve werd bevestigd.

Het antwoord van Alexander De Croo liet niet lang op zich wachten en blonk uit door zijn ratio: als er dan toch al een oplossing zou geweest zijn, wel maak ze concreet, vandaag nog, dan is er immers geen verder gepalaver nodig! En kan de regering verder met de belangrijke zaken zoals te werkstelling, veiligheid, pensioenen, inkomen en zo meer.

Leterme zet een stap opzij

Uit de persconferentie van gisteren blijkt dat Yves Leterme ootmoedig een deel van de schuld op zich neemt en voor de komende verkiezingen een stap opzij zet. Marianne Thijssen wordt nu de boegvrouw of het boegbeeld van de CD&V en hijzelf wordt lijsttrekker voor zijn provincie West-Vlaanderen.
We zijn ver van de man die 800,000 persoonlijke stemmen achter zijn naam kreeg op basis van verklaringen als dat B-H-V splitsen slechts ‘5 minuten politiek moed vergde’ of nog dat de splitsing ‘onverwijld’ zou doorgevoerd worden. De man is verbrand door zijn schijnbare onkunde, maar het zou alleszins verkeerd zijn om alle schuld enkel en alleen op zijn schouders te laten rusten.

Gevraagd naar een opinie, vertelde Bart De Wever, dat Leterme op veel vlakken het spel verloren had, maar dat dit zeker niet alleen aan hem te wijten was en dat hij het bovendien ‘jammer’ vond voor de eerste minister als persoon.

Hoe moet het nu verder?

De enige oplossing die momenteel overblijft, is ter stemming te gaan en liefst in een eensgezind Vlaams front, zoals dit trouwens door Bart De Wever van de NV-A werd gesuggereerd. CD&V zal ook klare wijn moeten schenken over haar bedoelingen. Het zal niet genoeg zijn om te stellen dat ze absolute voorstander zijn van een onderhandelde oplossing: die is er na vijftig jaar nog altijd niet en de Franstaligen hebben in het verleden al gekregen wat ze gevraagd hebben. Trop is te veel en te veel is trop, zei Vandeboeynants ooit: hij was een Brusselaar van de toenmalige PSC (tegenhanger van CVP) en kon dus weten waarover hij sprak.

Het kan toch niet dat Vlaanderen een deel  van zijn territorium zou moeten afgeven of blijvende voordelen zou geven aan inwijkende Franstaligen, voor de vervulling van een grondwettelijke bepaling?! Waar dienen wetten dan voor? Om omzeild te worden?

Vraag uiteraard is wat de andere partijen zullen doen. De SP-A heeft nooit een Vlaams standpunt ingenomen, zich verschuilend achter de ‘internationale’ en de ‘solidariteit’. Het is wel verheugend dat de voorzitster – Caroline Gennez – geweigerd heeft een wisselmeerderheid te leveren voor de demissionaire Open Vld, wat hiervan de werkelijke reden dan ook moge wezen. Wat Groen! betreft, heeft deze partij nooit uitgeblonken in een Vlaamse reflex als zusterpartij van Ecolo en het was teleurstellend dat de voorzitter – Van Besien? – het nodig achtte om de schuld van de crisis te leggen bij de liberalen, daar waar uiteindelijk de onverzoenlijkheid van de Franstaligen de werkelijke reden van het probleem vormt. Het Vlaams Belang spint toch weeral garen bij deze problemen en vervalt weer in haar discours van Vlaamse zelfstandigheid.

Al bij al lijkt de houding van de NV-A een realistische manier van kijken. Vlaanderen moet kunnen zelfstandig maatregelen treffen die haar economie en het belang van de bevolking ten goede komen. Waarschijnlijk kan dit best in een confederatie met Wallonië, waarbij Brussel hoofdstad blijft van beide landsgedeelten. De 19 gemeenten worden verenigd tot een hoofdstedelijk gewest met een enkel bestuurlijk niveau en districten met districtsraden. Burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden die een belangrijk deel van de bestuurlijke gelden opslorpen verdwijnen en maken plaats voor een Brusselse burgemeester, schepenen en raadsleden. De financiële draagkracht van Brussel vloeit voort uit eigen inkomsten, inkomsten vanwege de gewesten volgens een rationele en controleerbare standaard. De sterkste schouders dragen de meeste financiële lasten volgens een voorgelegd en goedgekeurd budget.

Nationaal op federaal niveau dus blijven enkel de overkoepelende ministeries functioneren bijv. defensie, buitenlandse zaken, justitie, financiën, nationale pensioenen, nationale volksgezondheid….

Binnen de gewesten worden - daar waar  nodig – eveneens ministeries opgericht die binnen het gewest en met eigen middelen (!) de administratie voor hun rekening nemen, d.w.z.  gebouwen, personeel, pensioenen, vervoermiddelen e.d.m.

Op nationaal vlak komt er een parlement dat als voornaamste functie heeft op te treden als een soort Rekenhof, controleapparaat van de financiën, en als een wetgevend orgaan op nationaal vlak. Iedere wettekst, hetzij nationaal of gewestelijk moet getoetst worden aan de bestaande wetgeving zodat geen overlapping mogelijk is.

Dit zijn uiteraard algemene en niet restrictieve voorstellen, maar ze kunnen een goede gespreksbasis vormen voor de toekomst. Alleszins kan het niet meer zijn dat het landsgedeelte dat de voornamelijke draagkracht op financieel vlak op zich neemt, geen inzagerecht krijgt in wat er met de gelden gebeurt.  Geen enkele sponsor zal bij zijn team de volledige vrije hand laten. Voor iedere sponsoring hoort een sluitende contract opgesteld te worden met respect voor beide partijen.

Horen we  nog van Leterme?

In de politiek mag je nooit ‘nooit’ zeggen en dus is het in de toekomst niet onmogelijk dat we de man terug zien op een of andere belangrijke positie binnen het Belgische politiek bestel. De kopmanschap van Marianne Thijssen hoeft immers niet te betekenen dat zij in een regering de eerste minister zou moeten worden. Laten we terecht het verdict van de kiezer afwachten.

Het schudden van de kaarten heeft nu al aanvang genomen, maar het delen en het spelen liggen in de handen van de kiezer.

Voor de Vlaming is pal staan nu van groot belang. Daarom ook deze uitnodiging om eens goed na te denken over de Vlaamse geschiedenis en te bedenken dat er nooit vooruitgang komt voor de Vlaming als we die zelf niet afdwingen. Daarom: wat voor partij je ook genegen bent, kies voor een man of een vrouw waarvan je weet dat hij/zij de Vlaamse zaak genegen is en geef door die keuze het signaal dat het genoeg geweest is met sollen en  uitbuiten van de Vlaming. Dat er uiteindelijk een oplossing moet komen met respect voor de Vlaming en die de aanzet is tot een politiek begaan met de dagelijkse levensproblemen van Jan Modaal: werkgelegenheid – loon naar werken – pensioenzekerheid – zorg voor milieu en gezondheid – veiligheid van de burger – rechtspraak die rechtvaardig is – en alle andere elementen die het menselijk leven prettig maken.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 00:00 Reageer op dit bericht

Francis LEDWIDGE - de Ierse dichter die naar den Grooten Oorlog trok,

Francis LEDWIDGE – de Ierse dichter die naar den  Grooten Oorlog trok om er te sneuvelen in de aarde van Vlaanderen.

Desondanks  de onaangename verkoudheid die mijn longen, neus, keel en aanverwante lichaamsdelen teistert, ben ik er toch tijdens de schamele momenten waar het een beetje beter ging, in geslaagd om wat lectuur bij te benen.  Zo stootte ik op de Knack-magazine nr. 12 voor de week van 24 tot 30 maart 2010 en las er het artikel van Eric Bracke over Francis Ledwidge met als veelzeggende titel: ‘Over de dichter die weer soldaat mocht zijn’.

Deze titel heeft uiteraard rechtstreeks verband met de Ierse nationaliteit van deze jonge patriot, die wel toegelaten werd te vechten, te bloeden en eventueel zijn leven te laten voor de glorie van King and Country, maar daarna voor een hele tijd in de vergeethoek geraakte omwille van zijn Iers nationalisme.

Waar het allemaal begon

Vanaf zaterdag zal hier aan de Carrefour des Roses, waar Ledwidge met vijfsoldaten van zijn bataljon van Royal Inniskilling Fuseliers op 31 juli 1917, de Ierse driekleur wapperen’, stelt de auteur. Op 31 juli 1998 had men in Boezinge het Ledwigemonument plechtig onthuld en daarbij had men de Ierse driekleur dapper laten waaien boven de Vlaamse velden waar zovele van over het kanaal gekomen mannen hun leven lieten voor de verdediging van de vrijheid.

Ik herinnerde mij dat ik tijdens een van mijn West-Vlaamse raids over de toenmalige slachtvelden[1], naar Boezinge wilde om er nog wat op te snuiven van de sfeer daar, alvorens de werkzaamheden alle relieken definitief onder de grond zou stoppen.  Er worden daar immers aan sneltreinvaart commerciële en industriële gebouwen en zones neergepoot en ik vrees dat daarbij weinig omzichtig te werk is gegaan. Maar dat is een andere historie.

Alleszins herinnerde ik me het monument nog en eens snuisteren in mijn fotoalbums – die je trouwens ook onder seniorennet kan vinden – bracht me bij deze die hier nu normaal zou moeten verschijnen:

Het is te vinden in de Poezelstraat en ook toen waaide dapper de Ierse vlag boven het landschap uit.  Op het monument staat zijn meest bekend gedicht ‘Soliloquy’ met daarnaast de vertaling naar het Nederlands door de journalist-schrijver Benno Barnard.

Als alles goed verloopt, dan moet u de foto’s hierna zien verschijnen met een afbeelding van de dichter en de Engelse en Nederlandse tekst.    

De geschiedenis vertelt ons

Dat Francis Ledwidge geboren werd in Slane – een klein dorpje boven Dublin – op 19 augustus 1887 als achtste in een gezin van negen. Op 4-jarige leeftijd verliest hij zijn vader zodat moeder zich in vele bochten moet draaien om het gezin levend te houden. De situatie verbetert even als de oudste werk vindt als boekhouder, maar ook daar slaat het noodlot weer toe, want wegens tuberculose moet hij afhaken. Francis groeit op in deze moeilijke omgeving maar op school blijkt al vlug dat hij literair talent heeft, maar zoals in vele families toen die tijd, moest hij op dertienjarige leeftijd zijn studies opgeven en aan het werk trekken om zodoende toch wat eten en geld in het huishouden te brengen.[2]

En dan toch even een moment van geluk, want Lord Dunsany, de plaatselijke schrijver, heeft zijn talent ontdekt en zorgt er voor dat hij op regelmatige basis kopij kan leveren voor ‘The Saturday Mail’ en opent tegelijkertijd zijn persoonlijke bibliotheek ten dienste van deze ‘boerendichter’[3].

Ondertussen is hij ook verliefd geworden op Ellie Vaughey, maar de relatie is helaas van zeer kortstondige duur en de legende wil dat deze onmogelijke liefde hem aanzette tot het onder de wapens gaan.[4]

De realiteit zal zeker wel ergens anders liggen, want de eerste wereldbrand is een feit geworden nadat Engeland op 4 augustus 1914 de oorlog verklaarde aan Duitsland.  De Ieren hebben uiteraard een probleem met de Engelse ‘bezetting’ van hun land en bij het begin van W.O.I zijn er heel wat stemmen die opgaan om de zijde van de Duitsers te kiezen. De Ierse politicus John Redmond , houdt op 20 september 1914 zijn fameuze ‘Recruitment Speech’ waarbij hij de Ieren oproept om ten strijde te trekken tegen de Duitsers.  Dit alles verdeelt de Irish Volunteers en Ledwidge is een van de zes  in Slane die tegen stemt  Hij wordt er van beschuldigd Pro-Duits te zijn, maar dat weerlegt hij met klem en het eigenaardige is dat hij zich vijf dagen later aanmeldt bij The Royal Inniskilling Fuseliers.[5]

Zo komt hij eerst in Gallipolli terecht waar hij getuige is van de slachting van ontelbare Australische en Nieuw-Zeelandse jongen mannen, - de zogenaamde ANZAC-troepen. Later wordt hij overgeplaatst naar Servië waar hij wegens problemen in zijn rug opgenomen wordt in het ziekenhuis. Daar zal hij kennisnemen van de zogenaamde Paasopstand van de Ieren in Dublin en zal hem de dood meegedeeld worden van de dichter –schrijver Thomas McDonagh – die gefusilleerd wordt door de Britse troepen. Francis schrijft zijn fameus gedicht  ‘In Memoriam’.
Het is een verbitterde dichter die daarna deelneemt aan de veldslagen in Arras en die daarna verplaats wordt naar de Ieperse slagvelden om de derde slag om Ieper mee voor te bereiden
[6].

Op 31 juli is Francis te samen met vijf andere soldaten wegwerkzaamheden aan het verrichten aan het Carrefour des Roses, als daar een granaat valt die hen allemaal uiteenrijt. De geschiedenis zal het nu overnemen.[7]

Artillery Wood Cemetery,

Daar ligt het graf van Francis Ledwidge, samen met zijn medegesneuvelden en nog een andere dichter, namelijk de uit Wales afkomstige Henry Evans, die als dichter bekend stond onder de naam Hedd Wyn , eveneens gesneuveld op dezelfde dag als Francis Ledwidge.

Artillery Wood Cemetery werd gestart in 1917 om de tijdens de derde slag om Ieper op de frontlijn gesneuvelde soldaten. Na de wapenstilstand werd het eveneens gebruikt om er de gesneuvelden van de omliggende slagvelden te herbegraven. Er liggen 1255 Britse doden, 30 Canadezen, 5 Australiërs, 2 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan en 4 onbekenden begraven.

Ieren zijn als Vlamingen,

Ook zij werden tijdens W.O.I. achteruitgesteld en konden amper aanspraak maken op bevorderingen en herkenning. Vele jaren werden zij trouwens zo goed als vergeten door de massa en door de officiële instanties. In menig geval wordt de herinnering wakker gehouden door het initiatief van privaat personen. Op de voornoemde zaterdag, zal bij het monument niet alleen de Ierse vlag gehesen worden, maar wordt tevens een appelboom geplant. Deze is afkomstig uit de nu verwilderde tuin van de dichter-vioolspeler Matty McGonna, een tijdsgenoot van Ledwidge maar tevens een goede vriend.
Het verhaal wil dat McGoona eind 1917 na een lange werkdag een soort visioen kreeg waarin zijn jonge vriend verscheen. Francis zwaaide hem dag met zijn hand. McGoona die dacht dat zijn vriend vervroegd met verlof was gekomen, wilde naar hem toe gaan maar stelde dan vast dat hij een visioen had. Enkele dagen later ontving hij het bericht dat Ledwige gesneuveld was.

In een volgende artikel komt misschien nog wel een vervolg aan het verhaal van Francis Ledwidge.
Wie foto's wil bekijken, klikt de volgende link aan:
http://fotoalbum.seniorennet.be/spitfireleo/boezinge_en_omstreken_28102008

Ik denk dat dit er al door kan en al wat lectuur geeft aan de geïnteresseerde lezer.

Groetjes,

Leo


[1] Misschien lijkt het luguber en de geschiedenis spreekt weliswaar van slagvelden, maar ik heb het liever over slachtvelden omdat dit in de context van de gevechten meer beantwoordt aan de realiteit van die dagen.

[2]  Met dank aan de auteur van het artikel, Eric Bracke.

[3] Met dank aan de auteur van het artikel, Eric Bracke.

[4] Met dank aan de auteur van het artikel, Eric Bracke.

[5] Met dank aan de auteur van het artikel, Eric Bracke.

[6] Met dank aan de auteur van het artikel, Eric Bracke.

[7] Met dank aan de auteur van het artikel, Eric Bracke.









Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door spitfireleo om 00:00 Reageer op dit bericht

De lente is weer in het land en dan komen poëtische inspiraties tot leven

De lente is weer in het land en dan komen poëtische inspiraties tot leven

Scheuten de botten, dan trekken de zotten

Geef toe, het is geen titel die daar staat en de dichterlijke aspiraties die er uit zouden moeten blijken, lijken nergens op. In mijn jeugdige jeugdigheid had ik nu en dan eens flarden van poëtische oprispingen op papier gekribbeld, maar meestal waren die de uiting geweest van onbegrip tegenover de maatschappij. Zo was de moordpartij van de Palestijnen in de kampen van Shabra en Chatilla een dankbaar item geworden om afkeer te tonen tegen koude onmenselijkheid en niets ontziende moordenaars. Eigenlijk is er nog niets veranderd op deze aardkloot en doen sommigen maar rustig verder met dat zo minieme parcours dat we als mens voorstellen op de schaal van de geschiedenis danig te verstoren en te verzieken.

Het onderwerp van dit artikel was echter enigszins anders georiënteerd,

maar de toetsen van mijn geliefde pc hebben nu en dan de neiging hun eigen richting in te slaan en zo te kiezen voor een heel andere weg dan eerst voorzien. Het lijkt wel een spel met een vrouw waar de preliminaire handelingen leiden naar een ernstig gesprek eerder dan naar de concretisering van de liefdesdaad.

De biologische lente is volgens Frank De Boosere al een tijdje actief , maar in de realiteit is daar nog maar weinig van te zien. Het is nog redelijk koud en deze morgen leek het mij de eerste keer dat de stralen van de zon eens weldoender aanvoelden dan voorheen. Ondertussen zit ik hier te snotteren en te hoesten als een doordejaarse automobiel van de vorige generatie en komen koortsopstoten mijn leventje onderste boven draaien. Het zal nu ongeveer vier weken geleden zijn dat ik besloot om mijn laatste sigaren niet meer te vervangen na gebruik en er maar eens een duchtige lap op te geven om dat verslavend duiveltje maar eens een vinger te tonen.
Verleden week was ik op bezoek bij een goede vriendin die bovendien ook nog eens de kunst van de voeten reflexologie  beheerst om er mijn voetzooltjes en aanhangsels eens lekker te laten masseren en toen ik ons Nadinnetje vertelde dat ik precies toch wel wat ontwenningsverschijnselen begon te vertonen, beloonde ze me koudweg met een korte:’ja, en je zal nog zieker worden, let maar op!’. Hoe ze dit kon weten is me een raadsel, maar ze deed het alleszins beter dan het orakel van Delphi of de coryfeeën die op vtm meedingen naar de prijs van de beste paranormaal of ….was het helderziende? Nu…geen belang.

Deze week vrijdag vertrekken we, zeg ik…

Als je in orde bent en genezen,zegt mijn trouwe gade. In die toestand rij jij geen 350 km met de auto! Basta! Zo moet ook Napoleon geklonken hebben, vermoed ik, alhoewel zijn bedoelingen naar alle waarschijnlijkheid wel minder zuiver zullen zijn geweest, allons enfants de la patrie…….la garde meurt mais ne se rend pas.. In 1815 bestond deze garde uitveel minder oude getrouwen dan voorheen en toen ze voor de eerste keer in haar geschiedenis de rangen van de carrés verbrak en op een lopen sloeg, was het lot van Buonaparte volledig bezegeld. De opstart van de bufferstaat België kon beginnen. Maar dat is een andere historie.

Onze oudste had de gelegenheid om dankzij een bon van een vrouwenmagazine – neen, niet de Flair – met een toch wel aangename korting een bungalowparkverblijf te boeken in Nederland of Duitsland. Het dichtstbijzijnde was dezelfde avond al helemaal volgeboekt en dus moest uitgeweken worden naar een ander complex en dat ligt zo wat 350 km van hier volgens de routeplanning van het park.

Hij had er aan gedacht om zijn ‘ouwetjes’ mee te vragen, want die konden wel een beetje rust gebruiken na al de perikelen van de laatste tijd. Met dank aanvaardt uiteraard, maar nu komt dat verduiveld ongemak roet in het eten gooien. Het is toch weer een tijdje geleden dat ik me zo slecht voelde en ik hoop dat het allemaal vlug voorbij gaat, ik heb immers nog een hoop boeken door te nemen en te bespreken.

Maar kijk, de kop is er af, op de blog is weer wat nieuws verschenen en hopelijk kan ik dat dit maal toch wel weer een beetje onder beheer houden.

Tally Ho zeggen de jagers als ze vertrekken, ik zeg het nu bij de afsluiting van mijn eerste lentekrabbel.

Groetjes, verzorg u wel en slaap lekker. Tot een volgende schrijf……..oefening.

Leo

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 00:15 Reageer op dit bericht

De treinramp van Halle.

De treinramp van Halle.

Het nieuws was er vol van.

Die dinsdag 16 februari 2010 zal voor velen een dag zijn om nooit meer te vergeten. Ik was met mijn schoondochter naar de controlegeneesheer gereden in Asse en zat op haar te wachten in de auto, rustig de krant lezend, als op het radionieuws van 9 uur melding gemaakt werd van een ernstige treinbotsing te Halle. Er was sprake van tussen de 10 à 25 doden en ontelbare gekwetsten.

Het zou de hele dag niet meer stoppen. Kranten, e-kranten, televisie en radio berichtten om de haverklap over het accident. Veel details kon men nog niet geven, maar hier en daar werd al gesuggereerd dat een van de beide machinisten een rood licht zou genegeerd hebben. De trein uit Leuven had normaal moeten stoppen en doorgang verlenen aan deze die uit richting Bergen kwam (of was het Parijs, dat weet ik nu zo juist al niet meer), maar om de een of andere reden was dat niet gebeurd en was de trein uit Leuven zijdelings ingereden op de andere. De voorste wagons van beide stellen werden niet alleen samengeperst, maar ook nog eens van de rails gekatapulteerd. De oorzaak kon men  nog niet met zekerheid vaststellen, maar speculaties over slecht werkende wissels en uiteindelijk over een genegeerd rood licht werden toch al verspreid, hetzij voorzichtig.

Hoe zit dat nu eigenlijk met die signalisatie?

Het treinverkeer heeft een heel ander signalisatiesysteem als het gewone weg verkeer, maar de essentie blijft echter hetzelfde. Bij groen licht is de weg vrij, maar wanneer twee gele lichten branden (hetgeen overeenkomt met een oranje verkeerslicht) betekent dit dat het volgende sein op rood staat. De bestuurder moet bijgevolg zijn snelheid minderen en uitkijken naar het volgende sein. Als dat rood staat, moet hij uiteraard stoppen en de procedure volgen die voorgeschreven is.

Toen mijn vader nog machinist bij de spoorweg was en eerst nog met de stoomtrein reed en daarna met dieselstellen, dan moest hij uitstappen en de telefoon opnemen aan de seinpaal (indien die er was).  Na het vrijgeven van de lijn door het seinhuis mocht hij verder rijden, maar dan stapvoets en na het geven van een bepaald stoomfluitsignaal. Indien er geen telefoon voorhanden was, kon hij na een tijd wachten en mits overeenkomst  met de treinwachter toch doorrijden, stapvoets en na het geven van overeengekomen fluitsignaal.

In deze moderne tijden zijn er echter andere procedures van toepassing en worden er andere middelen ter beschikking gesteld. Na de treinramp van Pecros bleek dat er toch nog heel wat werk aan de winkel was en dat er nog meer moderne aanpassingen moesten gebeuren. De machinisten vandaag hebben in principe allemaal een gsm ter beschikking die een vaste plaats krijgt in de cabine. Zij moeten voor het vertrek hun ritnummer intoetsen en van dat ogenblik af, is de gsm niet meer gebruikbaar voor persoonlijke doeleinden, maar wordt hij een technisch onderdeel van de locomotief. In geval van problemen kan de machinist dus vlug contact maken met de coördinatiepost en daar om maatregelen vragen.

Bij de ramp van Pecros hadden de verantwoordelijken van de spoorweg en de politiekers dure eden gezworen als zou dat allemaal in de toekomst niet meer gebeuren. Structurele maatregelen moesten er voor zorgen dat een dergelijk ongeval niet meer zou plaats hebben. Er zou een systeem komen dat bij het voorbijrijden van een roodlicht, het treinstel automatisch zou doen stoppen.
Van dit systeem is ondertussen spijtig genoeg nog weinig in huis gekomen.

 Waar moeten we de oorzaak zoeken? Het is een beetje al te gemakkelijk vanwege de spoorwegautoriteiten te stellen dat men gewacht heeft op het Europese fiat om definitief te starten met het veiligheidssysteem. Dat men de beste leerling van de klas wou zijn, is dan ook maar een flauw excuus. De Europese overheid had zeker niet verboden om een eigen nationaal systeem uit te bouwen, de bedoeling van hun systeem was immers om  voor alle landen van de gemeenschap een zelfde veiligheidssysteem te implementeren dat grensoverschrijdend verkeer de maximale veiligheid zou garanderen. Dat staat dan heel apart van een nationaal veiligheidssysteem. Dat de buurlanden Nederland, Frankrijk en o.a. ook Duitsland hierin al flink geïnvesteerd hadden is hier het beste bewijs van.

Om de een of andere reden hebben de verantwoordelijken – en ik reken daar de politici bij – nagelaten om werk te maken van een goed en veilig systeem. Al jaren horen we bij de spoorwegen praten over inkrimping van personeel, van meer werkuren, van minder geld te investeren e.d.m. Dat men dan niet komt spreken over wachten op een Europees fiat! Machinisten doen meer uren dan vroeger en zijn gehouden aan strakke tijdschema’s. Vertraging levert hen terechtwijzingen op en ontevredenheid van de klanten. Dikwijls vergeet men wel eens dat een treintraject zich niet beperkt tot de verplaatsing van punt A naar punt tegen een opgelegde snelheid, maar dat er ook opstapplaatsen zijn die de een al meer dan de andere tijd vragen om in – en uitstappen van reizigers mogelijk te maken. Dat hierbij tijd verloren gaat, is vanzelfsprekend en het gevolg is dat de treinbestuurders daarna dikwijls snelheidsovertredingen moeten begaan om hun tijdschema aan te houden. Dat alles legt een uitzonderlijke druk op de machinisten, die tenslotte ook maar mensen zijn. Men vergeet dit nogal dikwijls.

Cynisch is dan ook als je de vroegere baas van de N.M.B.S., de heer Schouppe, hoort verklaren dat het accident waarschijnlijk niet zou zijn gebeurd moest het op een later tijdstip gebeurd zijn, namelijk na de plaatsing van het nieuwe veiligheidssysteem. Dit is dan voorzien voor 2015! Moet er nog zand zijn, beste heer Schouppe?

Hoe alles in dit land verloedert.

Toen in 1835 de eerste drie treinstellen vanuit Brussel-Groendreef (ongeveer waar nu Brussel-Noord gesitueerd is) naar Mechelen vertrek en daarna de Olifant op zijn terugreis alle wagons van de drie treinen terug op sleeptouw nam naar Brussel, was dit een innovatie. Dat in Vilvoorde de wagons even afgehaakt moesten worden en de locomotief terug moest naar Mechelen om er vers water op te doen (dat was men even vergeten), kon de pret niet drukken. De passagiers konden rustig genieten van de groene weiden van de toenmalige nog rurale Vilvoordse omgeving.

Het was een nooit voorheen geziene spektakel. De eerste passagierstrein op het vasteland was, dank zij een technisch geïnteresseerde koning, een Belgische feit. De volgende jaren werden in ons land heel wat investeringen gedaan voor de uitbouw van een uitgestrekt en performant spoorwegennet. Ik hoor mijn vader nogal altijd met veel trots spreken over het ‘beste’ treinnet ter wereld.

Het is de laatste decennia, zoals met veel andere zaken in dit land, van slecht naar erger gegaan. Ons land heeft al lang niet meer het modernste spoorwegennet van Europa, laat staan van de wereld. Blijkbaar is men bezig geweest met heel andere problemen dan het uitwerken van een modern en performant treinnet. Waar ligt de verantwoordelijkheid van deze verloedering?

Waarschijnlijk ligt een van de redenen in het opkrikken van een nieuw vervoermiddel, namelijk de auto. Voor de auto werden in het verleden heel wat kosten gemaakt en niets was te veel. Betonboeren en asfaltkoningen hebben hun boterham meer dan goed verdient bij de aanleg van het verkeersnet voor de vierwielige karren. Een brug meer of minder was geen belet en het blunderboek van het Rekenhof maakte tevergeefs melding van gebouwde doch ongebruikte bruggen.
Ondertussen werd weinig of niet geïnvesteerd in de spoorwegen. De politieke afspraken voor de bestuurspostjes was blijkbaar belangrijker dan de veiligheid van personeel en reizigers. Je moet de staat van de meeste overwegen maar eens nagaan om deze manifeste nalatigheid aan den lijve te ondervinden. Met een beetje geluk bots je met de voorkant van je wagen juist niet tegen het wegdek; als je snelheid niet te hoog ligt uiteraard.

De oppositie maakt van de gelegenheid vanzelfsprekend gebruik om een parlementaire commissie te eisen. Wat had je gedacht? Het ligt echter nu al in de lijn van de verwachtingen dat deze er niet zal komen. De oude klassieke partijen – of ze nu van christelijke, liberale of socialistische inspiratie zijn – hebben allemaal boter op het hoofd. Zij hebben meer dan eens deelgenomen aan ’s lands beleid en daarbij niets maar dan ook niets ondernomen om de spoorwegen d nodige veiligheidsnormen op te leggen. Want dat was in feite hun opdracht. Als zij in het verleden er altijd al op gestaan hebben dat hun politieke strekking vertegenwoordigd werd in het bestuur van de spoorwegen, dan  hadden zij even gemakkelijk de verplichtingen kunnen opleggen die noodzakelijk waren om een maximale veiligheid van personeel en reizigers te waarborgen. Ze gaan dus zeker niet vrij uit!

Ik hoop echt dat Inge Vervotte de mogelijkheid krijgt om haar lijst van verrichtte werkzaamheden sedert 1992 te ontvangen en te beoordelen. Een objectieve studie is zeker nodig om de verantwoordelijkheden te bepalen, maar ondertussen moet met versnelde mankracht gewerkt worden aan de uitbouw van een veilige spoorwegnet. Het zal het personeel en de reizigers de nodige gemoedsrust geven om in de toekomst zonder schrik de trein te nemen. Dat alle ongelukken hiermee vermeden zullen worden, lijkt me een utopie want mensen en materiaal falen toch nu en dan. Maar het zal alleszins de kansen op een dergelijk ongeval minimaliseren en dat is al een belangrijke stap voorwaarts.

Het personeel en de toekomst.
Volgens bepaalde bronnen zou de machinist al verklaart hebben dat hij allerminst een rood licht genegeerd zou hebben. Dit is uiteraard zeker mogelijk, een defect aan de signalisatie is immers niet uit te sluiten. Ook licht inval – in de winter heeft de zon nogal eens de n eiging om laag te schijnen –kan een mogelijke oorzaak zijn die er voor gezorgd heeft dat de bestuurder het licht niet goed kon zien. Alleszins vind ik dat we de man niet moeten beladen met alle zonden Israels, geen enkel bestuurder negeert immers moedwillig een rood licht, maar dat men in alle sereniteit deze man hulp moet bieden om dit trauma te verwerken. Ik kan me immers inbeelden dat hij met ter tijd de zwaarte van de feiten meer en meer zal beseffen en dat hij hieronder zeer zal lijden. Zijn collega liet immers het leven en nog 18 reizigers. Bovendien zijn er nog heel wat zwaar gekwetsten die misschien voor de rest van hun leven de fysische ongemakken zullen moeten dragen. Nog niet gesproken over de geestelijke trauma’s die alle passagiers nu moeten verwerken.
Allen kunnen professionele bijstand gebruiken en hopelijk blijven de spoorwegen de autoriteiten hier  ook niet zonder handelen. Het zou hen alleszins sieren indien ze al het mogelijke zouden doen om de slachtoffers en hun familie zo goed mogelijk bij te staan zodat ze niet in de kou blijven.

Ondertussen kunnen we niet anders dan met onze gedachten bij de slachtoffers en hun familie te vertoeven en hen veel sterkte te wensen voor de toekomst, die voor velen onder hen nu echt geamputeerd werd.

Ik wil dit artikel dan ook besluiten door mijn deelneming te betuigen aan diegenen die een dierbare verloren hebben.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 03:14 Reageer op dit bericht

Nog een poging tot hervatten van geregelde berichten.

Nog een poging tot hervatten van geregelde berichten.

Weer zo lang geleden.

Het is eigenaardig dat het zo moeilijk lijkt om op reguliere basis een blog aan te maken als dit naast de dagelijkse activiteiten valt.  Soms zijn de periodes zo druk bezet dat je de indruk krijgt dat je geleefd wordt en dat je agenda bepaald wordt door anderen. Het schrijven van een blog wordt dan uitgesteld omdat de late uurtjes meestal ook hun tol eisen, maar van dat uitstellen komt spijtig genoeg bijna afstel.

Ondertussen is er al heel wat water naar de zee gevloeid en hebben dagen van onverwachte winterse toestanden het land op zijn kop gezet en gezorgd voor heel wat moeilijkheden op de Belgische wegen.

Over die winterse toestanden gesproken. Het is toch eigenaardig dat de weermannen en –vrouwen met zo weinig echte precisie voorspellingen kunnen maken over wat het klimaat en het weer voor de goegemeente in petto hebben, desondanks de veelvuldige computermodellen en – simulaties waarover ze beschikken.

Toen in 1944 generaal Eisenhower een beslissing moest nemen over het tijdstip van D-day, had hij maar een persoon ter beschikking, de heer Stack – een militair weliswaar – die de gegevens moest verzamelen die de generalissimo moesten toelaten het definitieve tijdstip van vertrek te bepalen. De nauwkeurigheid van de voorspelling was van levensbelang omdat de geallieerde soldaten op de kust van Frankrijk moesten neergezet worden om de invasie te beginnen en men bijgevolg geen risico wilde lopen dat ze zouden verdrinken vooraleer ze de kust zouden bereiken. Bovendien moesten paratroopers als padvinders en als beschermer van de invasiezone tegen het inzetten van vijandelijke versterkingen, kunnen gedropt worden op de juiste plaats en liefst nog levend ook.  Een groot aantal schepen moest van achter het Britse eiland op Frankrijk afsteven en door die langere reisroute dus ook vroeger vertrekken dan de vloot die in de voorste havens gelegen was. Het vlot verloop van de logistieke maritieme trein moest ook gewaarborgd worden en het op plaats zetten van de twee kunstmatige havens ter hoogte van Arromanches, kon enkel als de zee een bepaalde luwte zou hebben. Stack, die over geen computermodellen noch computersimulaties kon beschikken, was heel precies in zijn voorspellingen en daardoor kon de invasie gelanceerd worden om op de Normandische kusten aan te vangen op 6 juni.  De storm die twee dagen nadien een deel van de kunstmatige havens naar de verdoemenis hielp en de bevoorrading toch wel danig in de war stuurde, was ingecalculeerd en dus ook voorspeld.
Toen ik in mijn jeugd nog te maken kreeg met echte boeren, gepokt en gezadeld in de natuurelementen, kon ik meermaals vaststellen dat deze mensen een bijna intuïtieve feeling hadden voor de weerelementen en er zelden naast zaten met hun voorspellingen.
In deze moderne tijden dus, kan dit blijkbaar niet.

Hoe het weer roet in het eten gooit.

Hoe komt het dat de sneeuw viel op een andere  plaats dan deze voorzien werd door de weermannen en –vrouwen? Een degelijk antwoord heb ik hier niet voor, maar het feit is dat Vlaanderen wakker werd met een wit sneeuwtapijt op wegen en trottoirs. Onmiddellijk was er verkeersellende. Auto’s slipten van de ene naar de andere kant of geraakte gewoon niet weg. De strooidiensten waren verrast en begonnen dan ook zeer laat aan hun opdracht. Binnen de kortste  keren waren de voorraden bijna opgebruikt en hier en daar moesten delen van dorpen en steden onbestrooid gelaten worden met alle gevolgen van dien. Gedeeltelijk gesmolten sneeuw vroor dan weer vlug aan zodat sommige straten eerder op een ijspiste leken dan op verkeerswegen.

Het besneeuwde landschap is uiteraard een dankbaar onderwerp voor de fotograaf en voor kinderen die hun pret niet op kunnen, maar voor de werknemers die hun werkplaats moeten zien te vervoegen binnen een redelijke tijd, betekent het niet minder of meer dan een echte ramp.

Ik heb toch wel heel wat vragen bij de gebruikte methode. Of de sneeuwlaag nu dun, middelmatig of zeer dik is, maakt blijkbaar geen verschil. Er wordt gestrooid met zout en daarmee basta. Bij een dunne laag heeft dit nog wel effect en smelt het witte goedje zeer gemakkelijk om plaats te maken voor een smerige smurrie die de voetganger telkenmale bedreigt als een haastige chauffeur geen rekening houdt met het opspattende goedje. Het zal maar op je kleren terechtkomen!

Op een dikkere laag heeft het strooien heel wat minder effect. De bovenste laag smelt weliswaar, maar bij grote vrieskou riskeert het zeer vlug terug te bevriezen boven de onderste laag en zo krijg je ijspistes waar ijsschaatsen beter thuishoren dan de rubberbanden van de voertuigen.

Ik heb vroeger nog een tijdje doorgebracht als militair in de tiende provincie, de BSD en daar werden we meerdere malen geconfronteerd met sneeuw, ijs en koude en toch leek hete verkeer er vlotter te verlopen als in ons landje. De verplichting – toen al in de 60-tiger jaren  - om in de winter sneeuwbanden op te leggen zal er zeker niet vreemd aan zijn geweest, maar ook het sneeuwruimen gebeurde op een heel andere wijze. Vooreerst werd de sneeuw weggeblazen, weggeveegd of weggeschraapt en slechts daarna strooide men er zout. Het resultaat was dat op de meeste gewone wegen het verkeer mogelijk was op een weliswaar trager ritme. Ooit  vertrok ik op een vrijdagavond rond 17 uur vanuit Neheim om bij mijn schoonouders toe te komen op zaterdag rond 5.30 uur ‘s morgens.  We hadden meer dan twaalf uur gereden op geijzelde wegen en in een echte sneeuwstorm die aanhield tot voorbij Dortmund. Toch was er voorzichtig verkeer mogelijk en de van reputatie onvoorzichtige Duitse chauffeur bleek in die omstandigheden toch een gedisciplineerd weggebruiker.
Wat hier allemaal te zien is bij slecht weer, loopt echt de spuigaten uit. Je krijgt de indruk dat sommige weggebruikers geen moer geven om hun eigen veiligheid, laat staan die van de ander.

De winterse weersomstandigheden zijn wat verminderd, de sneeuw blijft even weg, maar de koude blijft velen toch nog parten spelen.  Auto’s starten moeilijk, deuren plakken letterlijk vast en ramen ontdooien mondjesmaat bij sommige voertuigen. Dat chauffeurs dan nog willen vertrekken vooraleer al hun ruiten vrij zijn van ijs en hun zicht bijgevolg optimaal is, gaat mijn petje te boven.

Sommigen leren het blijkbaar nooit.

Onze auto heeft ook niet nagelaten om nu en dan winterse kuren te vertonen. Zo klappen de automatische zijspiegels niet altijd voldoende uit en lieten de sensoren het nu en dan afweten. Een raam openzetten bleek nu en dan een lottrekking, want als het echt kou was, dan gebeurde het wel dat ze niet meer dicht ging. Al die moderne snufjes zijn een weldaad voor zolang ze perfect werken. Soms zou een oude kruk op de venster omhoog te draaien welkom zijn, maar blijkbaar zijn dat attributen die meer en meer naar de geschiedenis worden verwezen.

Ik had al het genoegen gesmaakt van de weldaden van een goed werkende airco tijdens de zomermaanden en kon dit nu voor de verandering eens appreciëren bij grote kou.  De kleinkinderen kennen dat fenomeen ondertussen ook al  en rijden dan ook graag met de ‘voorverwarmde’ auto van opa en oma mee. Dat is een afwisseling voor opa die hij er dus met genoegen bij neemt. Het houdt hem immers jong en geeft een goede uitvlucht om te opteren voor een auto uitgerust met airco. Of hoe kleinkinderen een opa een dienst kunnen bewijzen!

De mensen rondom ons worden het winterse weer echter stil aan beu en snakken blijkbaar naar licht en zon. Hopelijk komt dat er nu vlug zodat we weer blijgemoed op weg kunnen zonder te moeten denken aan het meenemen van een dikke jas, een sjaal en zware bottinen.

Om het met de heilige Augustinus te zeggen: ‘Kom op, broeder Zon, we hebben je hard nodig!’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 02:02 Reageer op dit bericht

De grens overgestoken van oud naar nieuw.

De grens overgestoken van oud naar nieuw.

Ik betrap mezelf altijd op twee belangrijke pistes in mijn leven. Enerzijds ben ik als oud-douanier geneigd om te spreken over grenzen en andere hindernissen – zoals moge blijken uit de titel – en anderzijds als zoon van een spoorwegmachinist, maak ik nogal eens de sprong naar treintjes - al of niet van het leven - en het aanhangen, instappen in of missen van de wagons. Het zijn uiteraard begrippen die veel zo niet alles te maken hebben met de vooruitgang van een mensenleven en zijn omgeving.

Neem nu de nieuw aangebroken periode: we zijn 5 januari als ik dit neertoets en de eerste dagen van het nieuw ingezette jaar 2010 zijn dus al een tijdje achter de rug. We zijn begonnen met het afronden van het laatste jaar van het eerste decennium van de 21ste eeuw. Familie, vrienden en bekenden hebben op verschillende wijze hun wensen voor een gelukkig Nieuwjaar bekend gemaakt en zelfs de al of niet elektronische commerciële bezoekers konden het niet nalaten ons te overstelpen met alle mogelijke heilswensen in de hoop dat we van hun producten flink zouden consumeren.

Mensen wensen elkaar een jaar vol van gezondheid en van geluk. Wellicht meestal met goede bedoelingen, maar ook al te vaak vanuit een routineuze reflex. Des te meer deze wensen menig maal ook doorgetrokken worden naar  de hele wereld.

Kunnen we dat wel? Mensen, gezondheid en geluk toewensen? Of moeten we liever zeggen dat we hopen dat ze zo gezond mogelijk en zo gelukkig mogelijk mogen worden als dat de omstandigheden het toelaten?

Ziekte is dikwijls een fataliteit die je overkomt, die je niet in handen hebt en waarbij dan wanhoop en verdriet ontstaan, naast de pijn, en waar vragen opkomen zoals: ‘waarom bij mij?’. Ziekte vraag je niet, tegenslag evenmin en het lijkt me dus veel logischer dat we mensen onze hoop meegeven dat de ‘beker van het leed’ zo weinig mogelijk en zo pijnloos mogelijk in hun bezit komt. Dat hij zo dikwijls als mogelijk aan hen voorbij gaat. Daarnaast mogen we hopen dat wetenschappers, dokters en andere onderzoekers, vooruitgang boeken in de bestrijding van de vele gezondheidsmonsters die uit alle mogelijke hoeken onze medemens belagen en belasten.
Mijn eerste nieuwjaarswens (let op het woordgebruik) is dan ook de hoop dat ieder van mijn medemensen in pijn, verdriet en ziekte, minstens een medemens vindt die met haar of hem op stap gaat als echte ondersteuning op de moeilijke weg en dit waar ook op deze wereld. Niemand verdient het om pijn te lijden, maar als het toch moet ondergaan worden, verdient iedereen de steun van mensen van goede wil.

Geluk is anderzijds eveneens een rekbaar en moeilijk definieerbaar begrip, want ieder mens beziet het vanuit zijn eigen oogpunt, vanuit zijn eigen omgeving, cultuur, volk en geaardheid. Bovendien is geluk nooit continu mogelijk, hetgeen dus totaal in tegenstelling staat met de meeste wensen ter gelegenheid van het nieuwe jaar. Een jaar vol geluk is eigenlijk een regelrecht anachronisme. Het openbaart zich nu en dan, bij gelegenheden die men vooraf niet gepland heeft en vooral in korte momenten maar nooit van lange duur. Geluk kan beginnen bij een ogenblik van euforie om daarna langzaam over te gaan in een gevoel van gelukzaligheid, van voldaanheid. Mijn tweede nieuwjaarswens (let weer op het taalgebruik) ligt dan ook in mijn hoop dat mensen vele kleine ogenblikken van geluk mogen ervaren, dat ze die mogen delen met anderen, dat ze die mogen vasthouden maar er zich niet wanhopig aan vasthaken, dat ze die bijtijds loslaten om een volgend klein ogenblik van geluk des te meer intens te beleven.

Aan u allen dus:

Hoop ik dat 2010 een jaar wordt waarin:

-          Bij ziekte, leed en pijn, een medemens opstaat die samen met jou de weg aflegt en door zijn warmte en genegenheid verlichting brengt op je pad en die in staat blijkt wat hindernissen te effenen;

-          Vele kleine ogenblikken van geluk zich aaneenrijgen tot een hemel vol flikkerende sterren die zelfs op het donkerste pad wat licht brengen zodat het veel gemakkelijker te bewandelen valt.

Blijf niet in het station van het verleden staan, neem de beste bagage mee van toen en stap op de trein van morgen, elke dag weer. Iedere morgen begint immers een nieuwe dag vol verrassingen, iedere dag begint ons leven opnieuw…

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 03:12 Reageer op dit bericht

De onverwachte sneeuwval verstoort een dag in de West-Vlaamse regio

De onverwachte sneeuwval verstoort een dag in de West-Vlaamse regio

Het is nu 17 december als dit geschreven wordt en we juist terug van een trip naar West-Vlaanderen, waar de sneeuw ons parten speelde en het voorziene programma volledig in de war stuurde. Vanmorgen om 08.15 u vertrokken met de bedoeling om in Diksmuide te zijn rond 10.00 uur, werden de omstandigheden naarmate we vorderden alsmaar slechter en gevaarlijker, met het resultaat dat we de IJzertoren bereikten om 11.30 uur. Onlangs had ik een boek gekocht 'de eerste wereldoorlog in 365 foto's' en daarbij was een gratis toegangskaart voor het museum gevoegd, zodat we met het kopen van een extra kaart en het tonen van een perskaart, met drieën binnen mochten voor de prijs van één toegangskaart. De lift bracht ons naar verdieping 22, waar een panoramisch venster rondom, zicht biedt op het Vlaamse landschap. Een geschilderd panorama boven deze vensters geeft een getrouwe weergave van de omgeving op 11.11.1918, zodat een vergelijking met het huidige landschap mogelijk is en een aanrader! De meegebrachte verrekijker bracht echter ditmaal geen soelaas omdat de sneeuwzwangere lucht alle overzicht en diepte wegnam. Zelfs de nabijgelegen Dodengang op grondgebied van Kaaskerke, was niet waar te nemen. Foei, mister weerman!!

Daarna de trappen, verdieping per verdieping, afgedaald en met verwondering - voor de zoveelste maal - gekeken naar de uitstalling en voorstelling van die waanzinnige wereldoorlog. Ik heb toch enkele schaarse foto's genomen die u in mijn fotoalbum op seniorennet mee kunt bekijken.

(Klik op of kopieer in uw browser : http://fotoalbum.seniorennet.be/spitfireleo/diksmuide_ijzertoren_museum/ )

Naarmate men het gelijkvloers nadert, neemt de Vlaamse ontvoogdingsstrijd meer en meer van de informatie voor zijn rekening, maar de geschiedkundige feiten blijven wel waarheidsgetrouw. Nabij de ingang van de toren vinden we de grafsteen terug van Hendrik LEWYLLIE, geboren in Voormezele op 11 maart 1897 en gesneuveld nabij Diksmuide op 11 maart 1917 – zijn 20ste verjaardag.  Speciaal aan deze steen is, dat het gaat om een pater in opleiding bij de paters van de Heilige Harten, de zogenaamde picpussen.  Het was dus een kandidaat pater die wilde intreden in dezelfde congregatie als, de dit jaar heilig verklaarde Damiaan De Veuster uit ons kleine Tremelo.

Zulke gegevens roepen gewoonlijk mijn bijzondere nieuwsgierigheid op en dus even op internet gesurft in de hoop daar meer details te vinden, maar dus onverrichterzake alhoewel de Westhoek heel wat Lewyllie’s vermeldt in de zoekpagina’s. Dan maar even bij mijn goede vriend geïnformeerd, die mee op tocht was en West-Vlaming van oorsprong en bovendien ook nog picpus is, of hij me wat mee inlichtingen kon bezorgen.


Zo kwam ik te weten dat Hendrik Lewyllie van 1910 tot 1914 studeerde  aan het Damiaancollege in Aarschot. Spijtig genoeg zijn beide ouders verloor en in mei 1915 naar Frankrijk vertrok met broer en zusters.
In juli 1916 werd hij dan opgeroepen voor de legerdienst en als brancardier ingezet aan het IJzerfront. Toen hij op 11 maart 1917 een gekwetste ophaalde, werd hij door een kogel getroffen. Het was die dag precies zijn 20ste verjaardag! Eigenaardig hoe het lot soms tragisch ingrijpt in een levensloop. Daar waar zijn opdracht er eigenlijk in bestond medesoldaten te redden, werd hij zelf slachtoffer van het oorlogsgeweld.
Ook van het verzorgend personeel werd toen ter tijd een hoge tol aan doden en gewonden geëist, maar dat loopt gewoonlijk allemaal tussen de plooien van de verslaggeving door omdat het waarschijnlijk allemaal niet spectaculair noch heldhaftig lijkt. Ik heb spijtig genoeg verzuimd om van de grafsteen een foto te maken wegens de sneeuw en de bittere koude, maar indien ik er ooit nog een van zou kunnen vinden of zelf maken, dan komt die er zeker bij.

Als je het museum met de nodige aandacht en interesse wil bekijken, ben je toch vlug een tweetal uren kwijt en om 13.30 uur verlieten we dan het gebouw om te genieten van een lekkere maaltijd met West-Vlaamse porties in café-restaurant 't Fort (aanbevolen voor eters met goede appetijt!!).

Daarna hadden we een bezoek gepland aan de site van Hill 60 waar een van de meest ongeschonden landschappen van WOI bewaard bleef, maar de snel opkomende duisternis, de alarmerende berichten op de radio van 513 kilometers file en de sneeuwval in Brabant, gepaard aan het desolate zicht van de besneeuwde site van Hill 60, deden ons besluiten maar wijselijk huiswaarts te keren.

Via een passage langs Hill 62 en Sanctuary Wood, richting Kortrijk gereden met een koffie- en sanitaire pauze in de Toekan Van Der Valk in Nazareth om daarna via Gent richting Antwerpen te kiezen tot aan St Niklaas en van daar over Temse naar Londerzeel en dan Wolvertem waarts te vervolgen. Al bij al een trage maar toch nog vlotte vaart, die ons rond 21.00 uur terug bracht aan onze voordeur. Nog even aangedrongen bij onze compagnon de route om voorzichtig te zijn op zijn vervolgweg naar Mechelen en ons zeker te bellen bij zijn aankomst thuis. Bij een goede vriend is ongerustheid niet misplaatst.

 

Deze trip was aangevat om onze kennis omtrent de gebeurtenis rond Hill 60 vooral terug aan te scherpen in de wetenschap dat het terrein in 1914 overgenomen werd door Britse troepen, die in maart van dat jaar een offensief lanceerden om de hoogte te heroveren op de Duitsers. Dit offensief werd o.a. gedragen door het 1ste bataljon van de Royal West Kent (C-compagnie), een eenheid waartoe de grootvader van een Britse vriend behoorde die sneuvelde op 3 oktober 1917 in het derde Iepers offensief - dat de meesten kennen omwille van de gevechten om Passendale en de immense massa doden die o.a. begraven liggen in Tyne Cot of aldaar vermeld worden op de muur van de vermisten.

Als je topografische kaart bekijkt of de stafkaarten van die tijd, stel je vast dat de frontlijn van Hill 60 (van 1914) en deze die bereikt werd na het offensief van oktober 1917 - dat vooral strandde rond Hooghe en met moeite de buitenwijken van Geluveld kon bereiken - slechts enkele kilometers van elkaar liggen. Een hele tijd loopgravenwerk, aanvallen, verdedigen, terugtrekken, heroveren en vooruitgaan gedurende 3 jaar, met onnoemelijk veel slachtoffers, voor een luttele kilometers gebied. Hallucinant, eigenlijk!!

Om maar te zeggen dat deze dag vooral ook moest dienen als verkenning voor een volgend bezoek van het territorium met onze kleinzoon in de loop van volgend jaar (bij leven en welzijn, zou Jos Ghysen zeggen).

De tentoonstelling ‘N’oublions jamais’

Het boek met de 365 foto’s waarvan sprake in het begin van onze verslaggeving, werd uitgegeven naar aanleiding van de tentoonstelling ‘N’oublions jamais’. Wie kan beter uitleg geven over deze expositie dan de inrichters zelf, daarom vindt u hierna integraal de tekst die op de website van de IJzertoren informatie geeft over dit gebeuren.

In 1919, een jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werden onder de titel N'oublions Jamais (Laten we nooit vergeten) dertig mapjes van - meestal - twaalf foto's uitgegeven ten voordele van de oorlogsweduwen en -wezen.

Bij de tentoonstelling verscheen onder dezelfde naam bij uitgeverij Lannoo een boek waarin deze foto's werden samengebracht. Het boek werd officieel voorgesteld op 29 oktober jl. in het IJzertorenmuseum.

Deze beelden illustreren op een zeer aangrijpende manier het dagelijkse leven aan het Belgische front tijdens W.O.I. Ze zijn voorzien van nuttige commentaren die de foto's op een heldere manier verklaren. De beelden in dit boek blijven op het netvlies gebrand en houden de herinnering aan de wreedheden van de Eerste Wereldoorlog, 90 jaar later, meer dan levendig.

 Uit deze reeks foto's werd een tentoonstelling gebouwd uit modulaire elementen, gedrukt op weersbestendige kunststof. Deze kregen een vaste locatie langsheen de passerelle (klik hier voor meer info). De bezoekers die dus langs de ene kant naar het onder water gezette gebied kijken, krijgen langs de andere kant een aantal van die modulaire elementen te zien.

 Deze tentoonstelling loopt vanaf 11 november 2009. Ook in 2010 is deze nog te bezichtigen

 Passerelle van de hoop

In het verzopen landschap van het front, moesten de soldaten hun weg zoeken tussen kraters, prikkeldraad en andere hindernissen. Modder was hierbij dikwijls een spelbreker en soms een dodelijke val. Houten passerelles moesten dan ook een oplossing bieden om toch een veilige verplaatsing te garanderen. De tentoonstelling heeft zulk een landschap gereconstrueerd, maar ongelukkig genoeg was de sneeuw niet het gepaste decor om alles duidelijk in de verf te zetten. Als je de onderstaande link aanklikt, kom je op een artikel van de website terecht van het IJzermuseum en zie je enkele sfeerbeelden van de gereconstrueerde passerelle van de hoop.

http://www.ijzertoren.org/?action=onderdeel&onderdeel=120

Een meter maakte het verschil: plannen voor 2010 – lees hierna wat op de website hierover terug te vinden is:

Datum

Plaats

van 02/04/2010
tot 11/11/2010

IJzertoren te Diksmuide

95 JAAR TERUG ...

HET IS EEN BERM VAN 1,20 METER DIE FRANKRIJK HEEFT GERED! *

 Diksmuide, 17 oktober 1914 – Diksmuide, 17 oktober 2009


Dag op dag, 95 jaar geleden kwamen alle deelnemende partijen van de “Slag aan de IJzer” samen in Diksmuide. Duitse studentenregimenten, Franse marine fuseliers en de restanten van een vermoeid Belgische leger verzamelden zich rond het rustige Diksmuide. Voor de ene partij was dit de laatste kans op een snelle doorbraak richting Frankrijk, voor de andere partij was dit een ultieme poging om stand te houden. Samen zorgden ze ervoor dat er van het stadje niet veel meer overbleef dan brokstukken.

95 jaar later wil het IJzertorenmuseum deze strijdende partijen weer samenbrengen. Vanaf zaterdag 17 oktober 2009 krijg je in de IJzertoren een voorsmaakje van een prestigieuze tentoonstelling rond deze IJzerslag. We brengen een Duitse, Franse en Belgische soldaat in confrontatie met elkaar en met de stad Diksmuide.
Vanaf april 2010 tot december 2010 loopt dan de volledige tentoonstelling op de benedenverdieping van het IJzertorenmuseum. De hoofdrolspelers van toen, de verschillende legers, worden in contact gebracht met elkaar en de omgeving. Het Idyllische Diksmuide met zijn vele toeristische troeven, de burgerbevolking die twijfelt om te vluchten, de spoorweg Diksmuide – Nieuwpoort, alles komt uitgebreid aan bod.

Wie meer informatie wenst, kan contact opnemen met Peter Verplancke (mail: Peter@ijzertoren.org  of tel. 051/500286)

* vrij vertaald naar een uitspraak van de Franse generaal Foch : “c‘est un talud d’un mètre vingt qui a sauvé la France …"

Eén meter maakte het verschil

 Oktober 1914: Na 2 maanden van vechten en schermutselingen trok het Belgische leger zich terug achter de IJzer. Het leger zou nog een laatste poging ondernemen om de Duitse aanval af te slaan. De te verdedigen frontlijn liep van Nieuwpoort tot Boezinge. Al snel bleek het Belgische leger niet opgewassen tegen de Duitse aanvalsgolven. Franse Marine Fuseliers* en Senegalese Tirailleurs schoten de Belgen in Diksmuide te hulp. Dit bleek voldoende om Diksmuide als bruggenhoofd over de IJzer te bezetten tot 10 november 1914. Maar langs de IJzer moest men achteruit. De spoorweg Diksmuide-Nieuwpoort werd de nieuwe frontlijn. De spoorweg stak 1 meter boven de grond uit en bleek niet alleen dienst te doen als verdedigingslinie, maar ook om het water van de onderwaterzetting tegen te houden. In deze tentoonstelling confronteren we alle hoofdrolspelers van 'De IJzerslag' met elkaar en met hun omgeving.

·         Opmerking door de blogschrijver:

Wanneer men hier over Franse Marine Fuseliers spreekt, dan bedoelt men Bretoense marine fuseliers onder de leiding van admiraal Ronarc'h, die zich sterk manifesteerden in de gevechten rond de IJzer, meer speciaal rond Diksmuide.

Onze conclusie:

Misschien hadden we moeteen overwegen om te blijven logeren ergens in de buurt en toch maar eens de gaten, kraters, loopgraafrestanten en bunkeroverblijfselen van het pokdalig Hill 60 landschap betreden. Misschien hadden we wat langer moeten blijven stilstaan bij het feit dat ook gedurende de ‘Grooten Oorlog’ in dezelfde moeilijke – haast onmenselijke omstandigheden – jonge en oudere mannen hun tijd moesten doorbrengen in kou en modder, met opstijgend vocht tussen hun tenen dat bij vele de zogenaamde loopgraafvoeten veroorzaakten. Misschien hadden we inderdaad wat langer en met meer empathie moeten nadenken over het gebrek aan warmtetoevlucht en ‘gezellig’ eten in een of ander restaurant. Misschien hadden we nog meer moeten bibberen van de kou, soppen in onze natte schoenen en de stramheid van het verkleumend liggen, staan en zitten moeten ervaren…misschien….misschien…

De herfst en de winter zijn uitstekende seizoenen om de slagvelden (of moet ik slachtvelden schrijven?) te bezoeken. Je hebt er – indien de weersomstandigheden meezitten – een uitstekend zicht over de topografie vermits de bladeren dan van de bomen zijn en je kan je met een beetje verbeelding – en met eigen voelen voor diegenen die ooit legerdienst vervulden en ook met pak en zak moeste zeulen – van de omstandigheden van de oorlog voorstellen. De Duitsers die meestal op de hoogtes zaten, overzicht hadden over het terrein en bijgevolg maar genadeloos en bijna zonder mikken de ontelbare rijen naar boven komende geallieerden – in de beginne met hun loodzware jassen, rugzakken en munitie – neer te maaien hadden als een boer die met zijn zeis het rijpe koren wegsnijdt. Het geeft ook een idee waarom soms zo verbitterd en zonder genade ‘rucksichtlos’ gevochten werd om het miniemste hoogteverschil! Zoals bijv. Hill 60. Deze berm was ontstaan uit de opgegraven aarde vrijgekomen bij de aanleg van de spoorweg en had een hoogte van 60 voet (feet) boven de zeespiegel. Een Britse voet bestaat uit 12 inches en een 1 inch is gelijk aan 2,54 cm. We hebben het hier dus over een hoogteverschil van 30,48 cm! Voor leken onbegrijpelijk, maar voor soldaten die ooit onder echt vuur genomen zijn, zeer herkenbaar, want ieder minste verhevenheid is dan een potentieel beschermingsoord of toevluchtsplaats.

De onverzettelijkheid en het gebrek aan empathie van de legerleiding – die meestal ver en veilig achter de frontlinie zat en geen gebrek aan luxe kende – is er mede de oorzaak van dat veel te veel nutteloze slachtoffers vielen in offensieven wars van alle realiteit, terrein en weersomstandigheden. Sommige officieren kwamen daartegen wel in opstand, maar moesten met uitzondering van enkelen meestal de baan ruimen door overplaatsingen, voor andere meer vechtlustige leiders.

Koning Albert I – ondanks alle mogelijke geruchten en opinies omtrent zijn persoon en zijn houding t.o.v. de Duitse vijand – werd daarom door velen van zijn soldaten zo op handen gedragen. Hij weigerde immers gevolg te geven aan de aanmaningen van de Franse generaal Foch om ook onze troepen in uitzichtloze aanvallen te betrekken.

Als we in de loop van de beginnende lente of tijdens een andere gelegenheid toch nog eens naar Hill 60 en Hill 62 op expeditie trekken, vindt u het vervolg van onze wederwaardigheden dan wellicht ook terug in een blog.

 Tot dan, waarde lezer.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door spitfireleo om 03:11 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van als een spitfire door de lucht

↑ Terug naar de berichten