Naar de inhoud

als een spitfire door de lucht

mijmeringen en andere gedachten
akke.beakke.be

Archief

Rebellin betrapt op doping

Rebellin betrapt op doping

Het was zo mooi! Een oudere renner die Luik-Bastenaken-Luik voor de tweede keer op zijn palmares schreef en daarbij te kennen gaf nog wel te willen doorgaan tot ongeveer zijn veertigste.

Ik had niet de gelegenheid de koers te volgen, maar tijdens het nieuws zag ik de man wat afgescheiden binnenrijden en kon enige bewondering toch niet onder stoelen of banken steken!
Dat iemand de moed opbracht om een heel bestaan op te bouwen rond de discipline van het wielrijden en daarvoor dan moest kiezen voor een ascetische levenswijze, bekoorde me meer dan ik graag wil toegeven. Maar de bewonderende roes is weeral van korte duur.

Vanavond mijn mail opengedaan en het breaking news van de e-krant eens doorgenomen en wat lees ik daar:

‘Rebellin betrapt op het gebruik van EPO- van de nieuwe generatie, het product gekend onder de naam CERA, tijdens de Olympische Spelen’.

Het was een koude douche. Nog een renner die van zijn voetstuk valt en weer een illusie armer voor de bewonderaar van de atleet.

Wat bezielt deze mensen? Waarom doen ze dat? Een duidelijk antwoord heb ik hierop niet, maar ik kan me wel inbeelden dat er diverse redenen ten gronde liggen aan deze handelswijze.

Is het hun trots om niet af te gaan omdat de ouderdom zijn tol eist? Is het de ambitie om bij de besten te blijven behoren? Of is het simpel weg de drang naar het behoud van een riante wedde met allerlei bonussen? Of is het een mengeling van dit alles?

Ik kan er geen rechtvaardiging voor vinden die belangrijk genoeg is, om vergoelijkend het gebruik van prestatieverbeterende middelen te aanvaarden. Niet alleen is dit onrechtvaardig tegenover die renners die nog willen ‘clean’ blijven, maar ook is het een slecht voorbeeld voor de jongeren die zich ook aan de sport wil begeven. Bovendien kan het niet anders dan dat het gebruik van lichaamsvreemde stoffen op termijn nadelig kan zijn voor het lichaam. Maar dit laatste is een altijd terugkerend element in de maatschappij: men gelooft het niet tot het zover is.

Moet ik me dit aantrekken? Ja, omdat het welzijn van de mens centraal moet staan en alle mogelijke stappen moeten ondernomen worden om iedereen zo goed als mogelijk een kwaliteitsvol leven te gunnen. Ja, omdat het de achterblijvende familie en vrienden zijn die het meest zullen lijden ingeval van tegenslag.

Het is spijtig dat op deze manier de sport nog maar eens in een slecht daglicht zal gesteld worden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 01:56 Reageer op dit bericht

Gerechtigheid is weer de verliezer!

Gerechtigheid is weer de verliezer!

Vandaag kwam de algemene aandeelhoudersvergadering van Fortis om te stemmen over de verkoop van de instelling aan BNP. Uiteraard kwam het tot incidenten, want velen zijn de dupe geworden van gedurende jaren door iedere ‘kenner’ aanbevolen werd als een belegging van de ‘goede huisvader’.

Men kan zich inbeelden dat heel wat drama’s zich hebben afgespeeld en tot op vandaag nog een nefast gevolg hebben voor een deel van de aandeelhouders. Vooral de ‘kleine’ spaarder, die voor de toekomst een appeltje voor de dorst wou opzij zetten en nu al zijn centjes in rook ziet opgaan, moet dit een verschrikkelijke ervaring zijn. Men had dan beter kunnen profiteren van wat men aan kapitaal bezat, zou je dan kunnen denken.

De grote kapitalen zullen dit meestal wel overleven. Al hebben ze waarschijnlijk wel een groot gedeelte van hun spaarpot zien verdwijnen, toch zal hun reserve nog voldoende zijn om het hoofd te bieden aan deze tegenslag.

Mondrikamen en zijn aanhangers hebben verloren: is de algemene tendens en dit is uiteraard een waarheid die niet te ontkennen valt, maar de grootste verliezer is naar mijn mening – nog maar eens – de uitoefening van gerechtigheid in dit land. De blindhoek van moeder Justitia begint negatieve vormen aan te nemen en dit is wel angstaanjagend in een land waarvan de politici bij hoog en bij laag beweren dat het om een rechtsstaat gaat.

Het is duidelijk dat de ja-stemmen het hebben gehaald omdat de samenstelling van de kiesgerechtigde aandeelhouders niet juist was maar strookte met alle logica die men maar kan bedenken.

Een aantal speculanten – die blijkbaar nog genoeg reserve hadden – hebben van de deplorabele toestand van de bank en de fenomenale beurskrach van de aandelen hebben hen de mogelijkheid gegeven om zich in mindere of meerdere mate in te kopen in de Fortis-bank. Nu kregen ze de gelegenheid om mee te beslissen over de al of niet verkoop van de bank aan PNB, een beslissing die notabene door de regering genomen werd in een tijdvak dat lag voor dat ze aandeelhouder werden. Met andere woorden, ze mogen mee beslissen over iets dat absoluut buiten hun bevoegdheid ligt en enkel het gevolg is van hun speculatief handelen.

Ze hebben niets te verliezen, deze speculanten, ze hebben immers de aandelen gekocht aan bodemprijzen en kunnen alleen maar beter varen bij een aansluiting bij PNB. De Belgische staat geeft immers de garanties! Met belastingsgeld, wel te verstaan.

De verkoop van Fortis aan de Franse bank wordt door de meeste onderlegde economen afgewezen, maar de regering houdt voet bij stuk en de rechtbank is hierin meegegaan om een zekerheid vast te ankeren dat het voorstel zou aangenomen worden. Van gerechtigheid gesproken! Vooral de kleine spaarder is hiervan de dupe en het bewijst weerom dat Justitie inderdaad hetzij helemaal wereldvreemd is of hetzij totaal gevoelloos voor de sociale gevolgen van de feiten.

Ondertussen zijn bijna alle parels van ons land verkocht en hebben noch de regering noch de landgenoot nog enige zeggingsschap over de primordiale economische sectoren van ons land. De beslissingen over financiële zaken, over energie en andere autoconstructeurs liggen allemaal in de handen van buitenlandse eigenaars en dat kan alleen maar in ons nadeel werken.
Wanneer we inderdaad vaststellen dat alle Europese lidstaten vooral maatregelen getroffen hebben ten voordele van hun eigen landgenoten, dan kan men zich wel indenken dat bij een volgende tegenslag de Belgische poot de eerste zal zijn om te verdwijnen of om extra inkomsten – ten koste van wat? – te genereren voor het moederland.

In de tijd van Caesar schreef men nog dat de Belgen de dapperste onder de Galliërs waren, maar onder de gegeven omstandigheden vraag ik me af of onze beleidsmensen nog echte Belgen zijn. De beslissingen die ze nemen, vallen niet op door hun moed, maar wel door hun gebrek aan staatszin en dàt – eerder dan de communautaire verschillen en discussies –zou wel eens de echte motor kunnen zijn die ons land ontmantelt en in de handen van andere naties brengt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

De hard werkende Vlaming

De hard werkende Vlaming

Zaterdagmiddag op weg naar de kleinkinderen van onze jongste zoon, staat de radio op en klinkt het nieuws door de luidsprekers. We zijn in de laatste weken voor de regionale en Europese verkiezingen en uiteraard zijn de campagnes van de verschillende politieke partijen volop aan de gang. Ieder weekend is er wel ergens een of ander partijpolitiek congres waarop de bonzen aan hun publiek trachten uit te leggen met welke slogans en bedoelingen ze nu optrekken naar de kiezer en met welke verleidingsmanoeuvres ze de nog niet overtuigde burger willen bekoren om voor hen te kiezen.

Hoor ik daar weer iets over ‘de hard werkende Vlaming’. Je moet in het verkeer geconcentreerd blijven op snelheidbeperkingen, alle mogelijke verkeersborden en al of niet voorzichtige andere deelnemers aan het verkeer en dus ben ik even niet mee vanuit welk partijcenakel het dit maal gelanceerd wordt, maar ik heb de indruk dat het uitgesproken wordt door de Vlaamse Minister-president, Kris Peeters, ter gelegenheid van de samenkomst van CD&V in Gent. Bij het horen van deze woorden komen de haren van mijn armen naar boven in een oncontroleerbare erectiebeweging. Als het al tijdens het CD&V congres uitgesproken wordt, dan gaat het om niet meer of minder dan woordplagiaat omdat ‘babyface’ Somers van Open VLD daar het eerst mee kwam aangedraafd, maar bovendien word ik bevangen door een ondefinieerbaar afgrijzen als ik deze woorden hoor.

 Wil men me nu eens duidelijk uitleggen wat dat is, een hard werkende Vlaming? Over hoeveel burgers gaat het hier? Is dat een authentieke, pure mens geboren en getogen in Vlaanderen en van zuivere Vlaamse afkomst? Of kan dat ook iemand zijn die genaturaliseerd is als Vlaming of nog de vrucht van een tweede of derde generatie allochtone ouders? Kan de hard werkende Vlaming ook Mbark, Mohammed, Pjotr, Diallo of nog anders heten? Wie schuilt er achter de ‘hard werkend Vlaming’ heren en dames politici?

Gaat het om de CEO in krijtstreepjespak met zijn riante wedde en bonussen of nog over de politicus of politica die zijn of haar mandaat cumuleert met posten in steden, gemeenten of andere intercommunales? Spreken we hier over de gewezen mandataris die omwille van zijn uitgebreid netwerk aan kennissen, een baan als bestuurder bij Dexia of andere instelling mag opnemen als toetje op zijn niet te versmaden pensioentje? Of hebben we hier over de werkijverige vertegenwoordigers des volks die wakker schieten omdat tijdens ‘Villa Politica’ de camera aan staat bij de interventies? Bedoelt men misschien de topambtenaren die omwille van de hedendaagse managementtechnieken meer tijd besteden aan vergaderingen dan aan ‘human resources’?

Of zou het misschien – voorzichtige utopische gedachte die zo bij me opkomt – de alleenstaande moeder kunnen zijn die vanaf ’s morgens vroeg in actie treedt om haar kinderen proper en wel aangekleed, voorzien van een zo compleet mogelijk ontbijt naar de school te krijgen. Die daarna nog vlug alles moet opruimen om nadien te proberen – file vermijdend – op tijd te komen om haar job te mogen kunnen opnemen en zo goed en zo kwaad als het maar kan uit te voeren? Die op het einde van de dag op ik weet niet welk uur mag stoppen – om te voldoen aan de wensen van een baas die het normaal vindt dat je onbetaalde overuren presteert voor de liefde van de job – en die dan stijf van de stress tracht op tijd haar kinderen op te halen, de boodschappen tussen de middag vlug vlug gedaan hebbend om maar geen tijd te verliezen, om daarna te mogen zorgen voor een avondmaal en een quality-time tijd met hen spendeert alvorens hen in bed te stoppen om daarna nog de vaat, de was, de strijk en de kuis op zich te nemen?

Zou het kunnen dat het gaat om de bijna veertigjarige die van de een naar de andere patroon loopt om zich aan te bieden in de hoop dat men eens rekening houdt met zijn kwaliteiten en niet met zijn baremiek niveau? Of die hoopt dat zijn contract van onbepaalde duur dat na drie maanden stopgezet werd omdat zijn voorganger terug komt uit bevallings- of ander verlof? Die eigenlijk wel droomt dat hij niet alleen voor de duur van een project aangeworven wordt, maar inderdaad voor onbepaalde duur mag blijven?

Naar alle waarschijnlijkheid zal het ook wel niet gaan om de man of vrouw – die getroffen door een of andere ongevraagde tegenslag – met moeite het hoofd kan bieden aan al die tegenwoordige verwachtingen die men stelt in de werknemer. Die – indien het geluk toch nog een beetje meezit – binnen de mazen van het sociaal vangnet kon opgevangen worden of anderzijds buiten de mazen valt en in de grootste armoede het hoofd moet bieden aan de consumptiewereld van vandaag.

Ik kan me evenmin indenken dat de ‘luieriken’, de ‘profiteurs’ en de ‘werkonwilligen’ van de werkloosheidsbijstand hiermee bedoeld worden.

Maar wie dan wel? Zijn het heren à la Verschueren, die van geen stoppen weten, zelfs niet na een ernstige gezondheidsprobleem, die nooit verlof nemen – dat wel spijtig vinden voor echtgenote en kroost maar er verder niets aan veranderen - die bovendien minachtend doen over diegenen die niet aan de bak geraken of wel tijd willen maken voor hun gezin? Of is het iemand als de voormalige eerste-minister Verhofstadt die na 25 jaar met moeite de naam van zijn privésecretaresse kan uitspreken?

Het begrip ‘hard werkende ‘ Vlaming is volgens mij dan ook niet alleen een discriminerend begrip maar bovendien een zeer selectief begrip dat alleen rekening wil houden met een - naar mijn mening - kleine groep die alle voordelen mag genieten die maar denkbaar zijn en waarbij de solidariteit voor de meer onfortuinlijke medemens liefst terzijde geschoven wordt onder allerlei drogredenen van financiële en commerciële aard.
Het wordt dus de allerhoogste tijd dat de heren en dames politici – in hun rode of groene pluche gezeten - voor eens en altijd het begrip ‘hard’ werkende Vlaming definiëren zodat we in alle duidelijkheid onze stem kunnen uitbrengen op diegenen die een lans breken voor de mens in zijn mens-zijn en niet in zijn deelname aan het economisch proces. Men mag immers niet vergeten dat de kleinste schakel in de keten onmisbaar is om het hele mechanisme in werking te houden.

De minzame lach en het handjesschudden ter voorbereiding van een kiescampagne is nog heel wat anders dan echt medeleven voelen met de medemens die minder fortuinlijk door het leven mag gaan dan een ander. Het minachtend neerkijken op de naaste die minder verdiend en minder luxe kan genieten of die minder kansen krijgt, is een misdaad tegen de menselijkheid. Ook de moeder aan de haard, druk bezig met het bestieren van haar huishouden en de zorg voor haar gezin, is hard werkend en verdient alle lof. Maar ik vrees dat ze niet opgenomen is in het lijstje van de ‘hard werkende ‘ Vlaming. Tot schande van de politici en zogenaamde ‘very important persons’ die dit vergeten.

-          Het is de poetsvrouw die het huis proper houdt,

-          Het is de toiletjuffrouw die de pot zuiver houdt,

-          Het is de vuilnisman die onze rommel opruimt,

-          Het is de mecanicien die zijn handen vuil maakt met olie en ander vuil voor het onderhoud van onze voertuigen,

-          Het is de werkman/werkvrouw die het systeem draaiend houdt,

-          En zo verder……

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 16:34 Reageer op dit bericht

Met de lente herbegint het leven (vervolg 1)

Met de lente herbegint het leven (vervolg 1)

Pieter De Crem in Afghanistan.

 

De gedoodverfde opvolger van globetrotter André Flahaut, staat nu regelmatig zelf in het middelpunt van de belangstelling en van de kritiek.

De man die ongenadig inhakte op de reiswoede van de voorgaande minister van landsverdediging is aardig op weg een soort te kloon te worden van zijn toenmalig onderwerp van cynisme en interpellaties. Na zijn onsmakelijk avontuur in de U.S. waar hij - door de interventie van een van zijn kabinetsleden - de betrekking van een Vlaams barmeisje ruïneerde, bevindt hij zich nu midden de Belgische troepen in het noorden van Afghanistan.

Een eerste opmerking hieromtrent is dat het mij verbaast dat beide ministers van landsverdediging zo opgaan in het soldaatje spelen hoewel ze – in de oppositie zijnde – een standpunt innamen tegen alle militaire deelname waar ook maar op de aardbol. Herinner u de beelden van Flahaut met een lederen tankhelm op aan het stuur van een vervaarlijk pantservoertuig.

Dat even terzijde gelaten, is het nu toch wel zo dat onder het bewind van de CD&V-er De Crem de deelname van de Belgische militairen even werd uitgebreid. Er werden wat grondtroepen naar de conflictzone gestuurd en tevens vier F-16  vliegtuigen met piloten en onderhoudspersoneel ter plekke gestuurd.
Enerzijds waren de vliegtuigen bestemd voor ondersteuningsoperaties onder bevel van de NAVO en geen eigenlijke aanvalsmissies en anderzijds waren de leden van de landmachtcomponent eigenlijk niet belast met militaire operaties, maar met de opleiding van Afghaanse militairen en politiemensen.

Wil dat nu toch wel lukken zeker dat ze deze week mee het pad optrokken om als goede trainers hun leerlingen te vergezellen bij veiligheidsoperaties die de bedoeling hadden om Al-Quada en Taliban-tegenstrevers te zoeken en aan te houden. Alhoewel de opleiders zich voortbewogen in de tweede – veilige linie – volgens de officiële bronnen ter plekke, stond het hele parlement van onze heldennatie weeral eens op zijn kop met de SP-A uiteraard aan het hoofd van de colonne tegenbetogers. Natuurlijk dat de oppositie en de Waalse PS geen kans onbenut zouden laten om de man te tackelen, hijzelf had het immers maar al te graag gedaan tijdens zijn oppositiekuur en als fractieleider van de CD&V. Maar toch zijn er enkele vragen die zich moeten stellen en enige zaken die op orde moeten gesteld worden en dit onafhankelijk van de betrokken politici.

Tijdens mijn bijna elf jaar militaire loopbaan heb ik me dikwijls gedragen als een soort rebel t.o.v. de militaire leiding en de politiekers die verantwoordelijk waren voor de instandhouding van het Belgische leger. Het was de tijd dat er nog een tiende provincie bestond in de toenmalige Bondsrepubliek Duitsland, dat er ook nog dienstplichtigen opgeroepen werden en dat men sprak van de B.S.D.: de Belgische Strijdkrachten in Duitsland’. In de BSD gelogeerde militairen hadden recht op een soort vergoeding om tegemoet te komen aan de bijkomende kosten wegens verblijf in het buitenland en deze was uiteraard verschillend volgens de rangorde die het individu invulde in de hiërarchie. Als onderofficier ontving ik meer dan een beroepssoldaat of korporaal, maar dan weer minder dan een officier, hoewel de levensduurte voor alle categorieën quasi identiek was.  Maar dat is eigenlijk niet het grootste probleem geweest dat militairen ontmoetten tijdens de vervulling van hun opdrachten. Tenslotte ben je militair en ga je voor defensieve of offensieve opdrachten naargelang van de omstandigheden, wel wetend dat je hierbij gekwetst of gedood kan worden. Het enig obstakel dat je dan ondervind, is de manifeste onwil om je hierbij te voorzien van degelijk en voldoende middelen en dat maakt frustratie los.

De meest belangrijke hindernis werd gevormd door een constant gebrek aan middelen en dit grotendeels te wijten aan de veel te kleine dotatie aan financiële fondsen. Dat deze in grote mate afhingen van de politieke bereidheid om centen los te maken, hoeft niet gezegd. Maar bovenal meen ik te mogen stellen dat alle tekortkomingen vooral voortkwamen uit een aversie vanwege de politiek om te investeren in wat een performant en efficiënt militair apparaat had moeten zijn. Want me moeten consequent zijn: ofwel kiest men voor een militaire constructie en maakt men deze zo goed mogelijk en bijgevolg investeert men voldoende in middelen en personeel ofwel verkiest men geen leger te hebben en ontmantelt men alles wat militair is en maakt men een uitsluitend civiele gemeenschap wat daar ook de gevolgen van kunnen zijn. Maar neen, België en zijn politiekers hebben altijd al gekozen voor een vlees noch vismentaliteit en spijtig genoeg bevinden ze zich hier dan in het gezelschap van mossels.

Waarom ben ik zo hard? Een woordje geschiedenis is hier dan wel op zijn plaats. Al is geschiedenis geen evenement waarnaar je steeds moet omkijken om er met schrik mee om te gaan, is het een bagage die je steeds meeneemt in je rugzak naar de toekomst en waarin de elementen zitten die je voor het uitzetten van die toekomst broodnodig hebt. Niet voor niets stellen erudiete mensen dat je moet leren uit de geschiedenis, maar helaas falen velen daarin.

Ons land heeft in de loop der tijden meer geleden onder diverse bezettingen dan vele andere naties. Hieruit is een zekere vorm ontstaan van plantrekkerij en vindingrijkheid om aan de rampspoed het hoofd te kunnen bieden, maar heeft tevens een soort van gelatenheid gegenereerd die haast gênant wordt.

Toen in augustus 1914 de Duitsers ons land via Luik binnenvielen zaten vele van onze jongens in aftandse forten uit de tijd van Vauban of naar zijn concept. Hun mitrailleurs werden nog getrokken door hondenkarren. De geweren waren aftandse Mausers gekocht in Duitsland en het geschut bestond uit stukken van maximaal 270 mm. Daartegenover stelden de Duitsers nieuwe generaties van Mausergeweren, een zeer snelvurende mitrailleur en voor het slechten van de vestingmuren vanaf midden augustus 420 mm geschut van Krupp of van Tsjechische makelij.  Ze beschikten al over moderne verplaatsbare keukens terwijl onze jongens aan de IJzer gedurende lange periodes geen maaltijd zagen doorkomen en toch met alle middelen standhielden tegen een oppermachtige vijand.
De politici, die stelselmatig het budget voor het leger naar beneden haalden, zaten toen al lang in betrekkelijke veiligheid in buurland Frankrijk. Al vlug kwamen onze jongens zonder munitie te zitten voor hun veldgeschut en vermits ze het niet bij de vijand konden bestellen, moesten ze zich tevreden stellen met aangeleverde obussen door de Franse bondgenoot. Deze ammunitie paste niet helemaal en snel bleek dat de kanonnen hiermee ernstig beschadigd werden. Maar dat was nog altijd geen probleem voor onze toenmalige politici want die zaten nog altijd hoog en droog in hun veilige salons.

Toen in mei 1940 de Duitse vijand nog eens op een laffe manier de integriteit van ons land schond, werden we terug verrast en onvoorbereid desondanks de verwittigingen die her en daar al binnengekomen waren. De meeste soldaten, van o.a. de klasse 1912 waarbij mijn vader hoorde, waren al meerdere keren gemobiliseerd, terug naar huis gestuurd en moesten uiteindelijk op de morgen van 8 mei haastig hun eenheden vervoegen om hoofd te bieden aan de vijand die bij het krieken van de dag de grens overschreden had. Uit de verhalen van die mensen blijkt weerom hoe armzalig de uitrusting van de manschappen was en met welke weinige middelen zij op pad werden gestuurd.
Voorafgaand aan dit moment hadden heel wat anti militaire maatregelen een rem gezet op het logistieke park van het Belgisch leger en had men heel wat uitgespaard tijdens de oefeningen.
Bij de socialisten was een beweging ontstaan die zich het ‘Gebroken Geweer’ noemde en op allerlei manieren stokken in de wielen stak op de modernisering van het militaire apparaat. Zoals zovelen werd mijn vader ook verplicht stelselmatig terug te trekken, om tenslotte aan de Leie de ultieme strijd aan te gaan die ze helaas moesten staken bij gebrek aan munitie voor zijn antitankgeschut in zijn  geval en van andere munitie voor de andere soldaten. De Duitse vijand, die zijn les tijdens de eerste wereldoorlog, kon aldus vermijden dat ditmaal weer een stellingenoorlog werd uitgevochten. Alleszins vertelde mijn vader me dat ze tijdens beschietingen en bombardementen door de fameuze Stuka’s en andere Messerschmits geroepen hadden op hun eigen luchtmacht, maar die er niet door gekomen was. Dit alles was het gevolg van de rampzalige budgettaire politiek die de regering gevoerd had ten aanzien van zijn leger en weerom zaten de heren politici op een veilige plaats te roepen dat de soldaten moesten volhouden. De meeste onder hen waren immers overgestoken naar het Verenigd Koninkrijk waar ze huisden onder de veilige vleugel van de Britse kroon.

Tijdens de burgeroorlog in Rwanda, waren ook heel wat soldaten uit ons land betrokken onder de vlag van de U.N.O en ook daar werden ze geconfronteerd met manifeste tegenwerking. Om een schot te lossen moesten ze via hiërarchische weg de toelating vragen om dit te mogen doen. Gelukkig moesten ze geen formulieren in drievoud vijf dagen op voorhand invullen, maar mochten ze het per radio doen. Wat betekent dit voor een detachement onder rechtstreekse bedreiging van een schietgrage en moordzuchtige tegenstrever? Het resultaat was echter dat tien van onze para’s het leven lieten ondanks hun hardnekkig verzet. Dat ze eerst werden ontwapend en toch nog gewapende weerstand konden bieden aan de slachterij zegt veel over hun moed en wil tot leven.
Het vervolg leek wel een vaudeville. Er werd veel gediscussieerd over wie nu eigenlijk verantwoordelijk was voor het hele gebeuren – bijna werd het peloton beschuldigd maar dit werd tenslotte toch maar verworpen – en nam men de maatregel om alle Belgische troepen te evacueren met achterlaten van de onschuldige mensen die ze eigenlijk hadden moeten beschermen.
Jaren later bestond de toenmalige eerste-minister, Verhofstadt het om zich bij de Rwandese autoriteiten te verontschuldigen voor het gedrag van de Belgische soldaten. Verontschuldigen waarvoor, mijnheer Verhofstadt? Voor het feit dat onze mensen zich eerst lieten ontwapenen, om daarna vechtend ten onder te gaan? Of omdat ze het nog gedurfd hebben zich te verweren? Waarvoor, mijnheer Verhofstadt?

Terug naar het heden waar onze soldaten ingezet worden in Afghanistan. Onze opleiders gaan mee in actie, weliswaar in tweede linie als lesgever en adviseur, maar ze gaan mee en uit die toestand zou het inderdaad kunnen gebeuren dat ze ook slachtoffer worden met in het beste geval kwetsuren en in het slechtste geval de dood als gevolg. Ook de oppositie gehoord? Het klonk bijna als een kleuter: ‘Meester, hij heeft het ons niet op voorhand verteld!’.  Bij zijn terugkeer zal De Crem ferm op de rooster gelegd worden, hij zal zich moeten verantwoorden voor de inzet van militairen in actie.

Op het terrein bevinden zich manschappen van de Paracommando’s, mannen en misschien wel vrouwen, die speciaal opgeleid worden om verkenningsopdrachten, offensieve en defensieve acties tot een goed einde te brengen in de meest barre en ongunstige omstandigheden. Allen weten dat ze inzetbaar zijn en dat ze hierdoor slachtoffer kunnen worden. Niet dat ze lachend de dood tegemoet gaan, maar wel gevolggevend aan hun motivatie en inzet die hen gebracht heeft op de plaats waar ze zijn.

Wordt het nu dan geen tijd dat onze heren en dames van het halfrond en van de pluchen senaat eens tot een volwassen houding komen? Wordt het niet hoog tijd dat de politici hun verantwoordelijkheid nu eens ten volle uitoefenen en zich niet verschuilen achter halfslachtige uitleg.

Ofwel laat je een leger toe en zet je de militairen in voor wat ze opgeleid zijn in de wetenschap dat het vandaag defensief is en straks dan weer offensief zal zijn en dat hierbij nu eenmaal slachtoffers kunnen vallen, maar dan zorg je ook dat ze hun opdracht in de best mogelijke omstandigheden kunnen vervullen. Zorgt men voor voldoende logistieke en andere bijstand en werkt men een degelijk ‘plan de campagne’ uit waarbij rusttijden en roulement ingecalculeerd worden ofwel kiest men er radicaal voor om het leger volledig af te schaffen. Dan moet men geen logistiek meer voorzien en dient men geen verantwoordelijkheid meer te nemen.

Kan men echter dergelijke consequente houding verwachten van een bende waarvan de meerderheid bestaat uit opportunisten vooral begaan met de veiligstelling van hun eigenbelang en hun postje? Met zo min mogelijk verantwoordelijkheid nemen zo vlot mogelijk door de loopbaan glijden?  En dan maar verwonderd zijn dat de mensen niet meer in de politiek geloven!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 22:22 Reageer op dit bericht

Met de lente herbegint het leven

Met de lente herbegint het leven

Het moet nu maar eens gedaan zijn met het blog te laten liggen. Er is te veel aan het gebeuren om er geen aandacht aan te besteden. Er zijn weliswaar enige problemen opgetreden met familieleden die niet alleen een ernstige ziekteperiode meemaakten, maar bovendien nog noodgedwongen wegens de omstandigheden opgenomen moesten worden in een rustoord. Zelf hebben ze geen kinderen, maar voor mij hebben ze een hele tijd moeder en vader gespeeld en daarom dat ik er eveneens zo veel tijd wil insteken en dat een heleboel dingen een beetje in de vergeethoek geraakten, net zoals het bijhouden van dit blog.

Als de lente komt in ’t land dan geraakt alles weer in bloei en stroomt het bloed waarschijnlijk ook sneller door de aderen, het geeft zo te voelen een ‘boost’ aan het menselijk omhulsel en dat veroorzaakt blijkbaar nieuwe energie. Komaan, dus, laat ons er nog maar eens tegenaan gaan. Er is zoveel te bespreken.

Jean-Marie De Decker laat van zich horen.

 

Het zal België maar zijn. Naar mijn weten liet nog geen enkel politicus de gangen van een collega nagaan door een detective, maar Jean-Marie die deed het toch maar weer. Van een stunt gesproken.

De media hebben er vol van gestaan en de televisie ruimde een belangrijke plaats in voor debatten met en zonder de betrokkenen over dit heikele onderwerp. Naargelang van de ideologie waren de standpunten neigend naar een voor, dan weer naar een tegen. De meeste informatiekanalen echter waren tegen: ‘nog nooit gezien! Een brug te ver!Dit is er over!’ en andere van dergelijke standpunten vielen met de haverklap op de zetmachine. Als je nu weet dat de meeste media in handen zijn van de blauwe partij, dan is het begrijpelijk dat een standpunt tegen De Decker en zijn praktijken werd ingenomen.

Wat zijn de feiten? In een wanhopige poging om een begroting in evenwicht te presenteren, heeft de paarse regering onder Verhofstadt in de loop van haar legislatuur nogal wat openbare gebouwen verkocht aan private kopers om ze daarna terug te leasen met contracten die in de toekomst meer zouden kosten dan de opbrengst van de verkoop ooit zou kunnen dekken. Deze Sale en lease backmethode is spijtig genoeg geen uitvinding van paars, maar de illustere CD&V-er Etienne Schouppe deed het hen als grote baas van de toen nog eengemaakte nationale maatschappij van Belgische spoorwegen netjes voor. De opmerkingen die uit die hoek komen zijn dan op zijn minst misplaatst.

Maar in ons geval werden ook enkele gebouwen verkocht die o.a. toebehoorden aan het departement van justitie en Jean-Marie D.D. had zo het stille vermoeden dat een deel van de opbrengst afgeleid was naar een duistere bestemming. Met andere woorden, hij verdacht minister De Gucht er van om een deel van de verkoopsom in eigen zak gestoken te hebben.

Dat De Decker hierbij geen beroep deed op de geëigende kanalen van een gerechtelijk onderzoek, mag geen verbazing wekken. In dergelijke zaken heeft justitie nog niet te dikwijls een neutrale, laat staan doortastende werkwijze getoond. Herinner u het onderzoek betreffende de mogelijke verkoop met voorkennis van Fortis-aandelen door diezelfde De Gucht? In een mum van tijd wist justitie met zekerheid te stellen dat er van voorkennis geen sprake was en dat de minister van buitenlandse zaken en zijn echtgenote van alle blaam dienden gezuiverd te worden. Het ware mooi moesten alle onderzoeken in België zo vlug verwerkt worden, maar dat is meestal niet het geval. Al te dikwijls laat het Europese gerechtshof weten dat de redelijke termijn inzake gerechtelijke onderzoeken en vervolgingen in ons landje al te zeer de spuigaten uitloopt. Vergelijk bijvoorbeeld de tijd die het Oostenrijkse gerecht nodig had om onderzoek, proces en strafmaatregel te bepalen betreffende de incestueuze vader die zijn dochter gedurende jaren opsloot en misbruikte, met de afloop van de zaak Dutroux. Zo kunnen er nog vele voorbeelden geciteerd worden, maar ik vermoed dat we die genoegzaam kennen om te weten dat justitie in ons land niet alleen op een klassenjustitie lijkt, maar bovendien uiterst traag maalt. Om er buikpijn van te krijgen en dan nog niet gesproken over de wijze waarop men hier aan rechtspraak doet, maar dat zal in een volgend artikeltje wel ter sprake komen.

Feit is dat De Decker een privé detective onder de arm nam en deze de opdracht gaf om de feiten te onderzoeken. Jean-Marie D.D. heeft echter naar mijn mening enkele dingen over het hoofd gezien, wat me eigenlijk wel verwonderd van een man die toch wel een zekere intelligentie bezit.
Als men er van overtuigd is dat geldstromen gegaan zijn via belastingsparadijzen, moet men zeer bewust zijn van het feit dat juiste inlichtingen hierover bekomen haast onbegonnen werk is. Het bankgeheim is daar zo dichtgemetseld dat het meer dan moeilijk wordt om integere en juiste informatie los te krijgen. Zelfs officiële zendingen – rogatoire commissies – lukken daar amper in, laat staan een detective die geen enkel officieel mandaat kan voorleggen om info te bekomen. Als hij dan toch wat resultaat wil hebben, dan zal hij bijna verplicht zijn om over te gaan tot een poging iemand van de bank om te kopen om vooralsnog de nodige informatie te vergaren en daarbij nog bewijsstukken te voorzien die relevant zijn. Dit is uiteraard niet goedkoop en de vraag kan dan gesteld worden of dergelijk bedrag wel ter beschikking stond. Nevenaspect van dergelijke werkwijze is uiteraard dat ze niet zeer proper is en dat de bewijsstukken niet mogen dienen voor een rechtszaak hier te landen wegens op ‘onregelmatige wijze bekomen’.

Dat de feiten naar boven zouden komen, kon hij al evenzeer weten. Niet alleen is er veel gekibbel in zijn partij – omwille van de postjes Jean-Marie! – maar hij zou wellicht de eerste zijn om iets dergelijks zelf aan de grote klok te hangen. Dat hij toch doorbeet betekent dat hij ofwel zich volledig misrekende over zijn medepartijgenoten, hetzij zeer sterk overtuigd was van zijn gelijk en de mening toegedaan dat hij met een klinkend schandaal kon uitpakken. Het zou inderdaad wat geweest zijn!

Als je deze feiten zo overleest, dan kan ik moeilijk twijfelen aan zijn intelligentie en politiek instinct en heb ik de neiging om te denken dat hij misschien toch wel ergens iets op het spoor was dat absoluut niet ‘koosjer’ is. Of het om een persoonlijke afrekening gaat met De Gucht, kan echter ook, maar dan moeten we er van uitgaan dat alle rationele handelswijze De Decker dan terzijde heeft gelaten en zich heeft laten meesleuren door zijn emoties.

Is de gebruikte methode er over? Bij deze vraag heb ik een dubbel gevoel. Mijn rationele kant zegt me dat we hiermee een gevaarlijke richting in gaan en dat het eigenlijk niet gepermitteerd is. Welke wegen gaan we op als iedere toekomstige politieker zich permanent de vraag moet stellen of hij al of niet gevolgd en gecontroleerd wordt door een of andere ‘stille’? De persoon die recht in zijn schoenen staat hoeft zich weliswaar geen zorgen te maken, maar ik kan me best voorstellen dat men er zich ongemakkelijk zal bij voelen. En waar ligt dan de grens van de bekendmaking? Bij het overschrijden van een oranje verkeerslicht, bij het rendez-vous met een of andere nieuwe liefde? Of bij een ander liefdesgedrag anders dan het gebruik van de missionarishouding?
Anderzijds kan ik het evenwel toch wel een beetje begrijpen. Als ik zie met welke inefficiëntie justitie in ons land te werk gaat, welke archaïsche houding en methodes nog gebruikt worden door het departement en de wereldvreemde houding die een zeer groot aantal magistraten aan de dag legt, dan kan ik me wel voorstellen dat men grijpt naar andere middelen.

Dat deze actie als een boemerang terug in zijn gezicht zou komen, kon Jean-Marie D.D. zich toch wel voorstellen, daarvoor is hij een te controversieel persoon, maar dat het hele UFO ging zijn, dat kon hij naar alle waarschijnlijk niet vermoeden, maar dat is wel wat hem nu overkomt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 17:35 Reageer op dit bericht

Snelheidbeperking tot 100 km/u op de snelwegen.

100 km per uur op de autosnelweg.

 

Is het de bond beter leefmilieu die met dit voorstel kwam? Ik denk het wel. Met een theoretische uiteenzetting over vermindering van dodelijke verkeersslachtoffers en minder files tracht men dit te verkopen. Is dit een realiteit ?

De laatste twee weken reed ik bijna dagelijks van thuis (tegen Brussel) naar Brasschaat en terug. De E19 is het onderwerp van heel wat werken rond Zaventem die het verkeer daar vertragen, maar eens voorbij Zemst, zou de resi vlot moeten verlopen. Zou, zeg ik wel, want in de praktijk komt dit helemaal anders uit. Het rechtse rijvak wordt vooral ingenomen door het zwaar verkeer en de trager rijdende auto’s, het middelste rijvak wordt dan weer gebruikt door weggebruikers die met een gezapige snelheid die meestal zelfs geen 100 km per uur bedraagt alsmaar op dat rijvak blijven en het linkse rijvak tenslotte is dan het vak waar het sneller verkeer tracht tenminste tegen 120 km per uur te evolueren.

Niets is echter minder waar. Het verkeer op het midden rijvak, vaak geholpen door vrachtwagens die gedurende kilometers een inhaalmanoeuvre uitvoeren, veroorzaakt op het linkerrijvak vertragingen die het verkeer aldaar in file brengt met een gemiddelde snelheid van ronde de 80 km per uur. Vele van de middenvak-rijders blijven zo ettelijke kilometers gezapig op dat rijvak hangen en voegen rechts niet in al is er daar soms een opening van meerdere honderden meters. Het is tergend en onverantwoord rijgedrag.

Stel je nu voor dat de algemene snelheid teruggebracht wordt tot maximum 100 km per uur. De meeste vrachtwagens houden een snelheid aan van 80 à 90 km per uur. We gaan er maar eens utopisch van uit dat er geen enkele een inhaalmanoeuvre doet, maar op het middenrijvak blijven de geharde racepiloten aan een snelheid van 90 à 100 km rijden. Wat dan met de linkse rijvak voerders die ook maar maximum 100 km per uur zouden mogen rijden? Dan verkrijg je uiteraard blokfiles van voertuigen die haast aan dezelfde snelheid naast en achter elkaar over de weg karren.

Mijnheer X, die tegen 90 km per uur op het middelste rijvak evolueert, voelt zich tegengehouden door zijn voorganger, die maar 80 km per uur rijdt en dus wil hij toch wel eens voorbijsteken. Maar o wee, links naast hem rijden ze al niet veel vlugger. Dan maar pinker op en doorgang forceren zeker. Ik zie het zo al voor me.

Een vlot verkeer zorgt voor een minder verbruik. Een voertuig dat optrekt in de kortst mogelijke tijd verbruikt tamelijk veel, maar eens op kruissnelheid gekomen, daalt het verbruik aanzienlijk.  Men moet de boordcomputer maar eens goed in het oog houden. Het geurig afremmen en weer snelheid nemen zorgt voor een groter gebruik en een grotere sleet van remmen en banden.

Het zorgen dat verkeer vlot en regelmatig doorgaat , is de oplossing voor een milieuvriendelijker gebruik van de autosnelwegen.

Naar mijn bescheiden mening is de oorzaak van de dodelijke ongevallen vooral een gevolg van onverantwoord rijden. Het niet respecteren van de andere voerder, geen rekening houden met de eventuele beperktheden van andere voertuigen. Wanneer we in onze wagen kruipen veranderen we blijkbaar in een wolf op zoek naar een prooi.

De snelheid terugbrengen tot 100 km per uur is volgens mij dan ook geen oplossing. De oplossing ligt vooral in een mentaliteitsverandering waarbij in belangrijke mate rekening gehouden wordt met de andere weggebruikers.

Te snel en onaangepast rijgedrag zorgt allerminst voor een grote tijdwinst, tenzij men vlugger naar de eeuwige jachtvelden wil.

Maar ook hier is ieder gewond of gedood medemens, een gewond of gedood medemens te veel.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door spitfireleo om 03:15 Reageer op dit bericht

Anciaux onder vuur.

Anciaux onder vuur.

 

Deze week was minister Bert Anciaux te gast bij Phara, samen aan tafel met een filosoof van R.U. Gent, Rudi Vranckx, journalist en Mark Eyskens, minister van state. Uiteraard kwam het gesprek op de feiten die gebeurd zijn  in de crèche te Dendermonde.

In de loop van het gesprek liet Bert Anciaux vallen dat hij eveneens met zijn gedachten was bij de kinderen in Gaza, slachtoffer van een agressor die hierom niet werd veroordeeld.

Het was te verwachten, maar ’s anderendaags al werd hij hiervoor hard aangepakt in het Vlaamse parlement, waar o.a. een losgelaten Herman Van Rompuy niets onverlet liet om de minister in een ongunstig daglicht te stellen. De verwijzing naar het drama van Gaza vond men totaal ongepast en getuigen van een vooringenomenheid zonder weerga. Misschien kon de minister maar beter rondwandelen met een Arafat-sjaal zodat zijn sympathie voor de Palestijnen meer dan duidelijk zou zijn. Zelfs in zijn eigen nieuwe partij – de S.P.a – was men niet onverdeeld gelukkig met zijn stelling.

Nu zal u al begrepen hebben dat de opportunist Anciaux niet behoort tot mijn intimi (lees een van mijn vorige blogs) en dat hij mij niet charmeert, maar recht is recht en de waarheid behoeft haar plaats.

Ik heb aandachtig geluisterd naar de uiteenzetting en was vooreerst verrast door de stelling die de imminente filosoof naar voor bracht, waarbij hij het mediacircus eveneens aan de kaak stelde en de nadruk legde op het feit dat dergelijke daad niet alleen niet te voorkomen was, maar tevens des mensen was. Politie posteren aan de deuren van de andere crèches de dag na de feiten, was niet relevant en veroorzaakte alleen maar een toenemende angstpsychose. Dat het hier vooral ging om een maatregel om ongeruste ouders een vorm van zekerheid te geven, was wel mooi, maar het had geen maatschappelijk nut.

Wat Anciaux nu betreft, moet het klaar en duidelijk, waarheidshalve gezegd worden dat hij geen vergelijking maakte tussen de feiten van Dendermonde en het drama van Gaza.
Hij stelde duidelijk en waarheidsgetrouw – de emo minister kon het niet verstoppen – dat hij geschokt was door de feiten. ‘Een kind is een kind’,stelde hij:’en ieder dood kind is een dood kind te veel!’ Hij zegde dat de dader moest gestraft worden maar dat zijn gedachten ook gingen naar de vele onschuldige slachtoffers en vooral dan de kinderen, die slachtoffer waren van een agressor die hiervoor niet vervolgd werd.

Heeft hij hiermee iets verkeerd gezegd? Is het niet zo dat een belangrijk deel van de mensheid even verontwaardigd is bij de vele onschuldige slachtoffers in Gaza? En is het ook niet zo dat een ander deel van de mensheid onverschillig blijft ten opzichte van het Gaza-drama of eenvoudig weg dat ze hun verdiende loon ontvingen? Het is blijkbaar politiek correct om niet met de vinger te wijzen naar de Israëlische staat omwille van de gebeurtenissen in het Midden Oosten. Ook de Joodse gemeenschap in België en de Israëlische ambassadeur vonden het maar niets en interpelleerden hierover.

Je kan geen omelet bakken zonder eieren te breken, zegt het spreekwoord, en hiermee wordt de ‘collateral damage’ bij oorlogsacties vergoelijkt. De Palestijnen werden samengedreven op een kleinstukje grond, met de rug tegen het water en voor de rest opgesloten achter muren. In deze kleine ruimte werd dan oorlog gevoerd, waarbij men op voorhand kon weten, dat er onschuldige slachtoffers zouden vallen. Het is als een granaat werpen te midden van de markt. Je treft niet alleen de marktkramer die je eventueel viseerde, maar een hoop medestanders is hierbij eveneens slachtoffer. Dat hiertegen verzet komt, is dan toch meer dan normaal?
Op dergelijke wijze komt men nooit tot een resultaat dat beide volkeren in vrede doet leven. Slechts gesprekken met de vaste wil om tot een vergelijk te komen, maken kans. Vanzelfsprekend moet die goede wil van beide kanten komen en daar knelt het schoentje uiteraard.

Wat de woorden van Anciaux betreft, de essentie van deze blog, moet toch wel erkend worden dat:

‘een kind steeds een kind is en dat ieder dood kind een dood kind te veel is’.

Ik zou zelfs verder willen gaan dan dat: ‘ieder gedode medemens is een dood mens te veel’. De consequente verdediging van dat adagio zou de wereld al een stuk beter maken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door spitfireleo om 02:47 Reageer op dit bericht

Afgrijzen verlamt ons land.

Afgrijzen verlamt ons land.

 

Op vrijdag 23 januari fietst een jonge man vanuit zijn woonplaats te Sinaai-Waas naar Dendermonde en dringt ‘Fabeltjesland’ binnen. In een onverklaarbare explosie van agressie doodt hij een kinderoppas, twee kinderen – baby’s bijna nog – en verwondt er nog een aantal andere, alvorens zijn weg verder te zetten. Uit de latere vaststellingen bij zijn arrestatie blijkt zijn intentie om nog meer schade aan te richten in andere kinderopvanghuizen.

Heel het land staat stil van afgrijzen, de media smijten zich op de zaak en smeren gedurende dagen op meerdere pagina’s het drama uit met liefst de meest smeuïge details. Zelfs de buitenlandse kranten en teevee laten zich niet onbetuigd. In Groot-Brittannië wordt uiteraard weer de link gelegd naar de zaak Dutroux, alhoewel deze er echt niets mee te maken heeft en blijkbaar vergeet men daar de niet zo smakelijke affaires met de kleine James en de vele doden als gevolg van een blind terrorisme.
Allerlei al of niet zelfverklaarde experten mogen hun woordje voeren en hun hypotheses lanceren en wie ook maar van ver iets gehoord of gezien heeft van de feiten, wordt er als getuige bij gesleurd en voor de wolven van de openbaarheid gesmeten.  Allerlei psychologen wordt een platform verleend om hun mening en analyses te berde te brengen en zo blijven de media maar verder hun pagina’s vullen in artikels die vooral veel zwart als achtergrond vertonen. Het meisje dat als stagiaire haar laatste dag in de crèche begonnen was en alles meemaakte, wordt gesolliciteerd om op teevee haar verhaal te doen. Nog altijd onder de indruk van wat haar overkwam doet ze een oproep die me bijzonder trof. ‘Laat hierna a.u.b. gedaan zijn!’ En dat is de enige goede houding die men vanaf de beginne had moeten aannemen.

Het personeel dat het allemaal meemaakte, de kinderen die door de hel moesten, de ouders, de familie, de manschappen van de interventie-eenheden van politie, ambulance en zo meer, verdienen het in alle rust en respect begeleid te worden in hun onmacht en verdriet. Het is een proces dat zich best afspeelt ver van de ruchtbaarheid met de assistentie van meelevende psychologen en andere welzijnswerkers. De ouders, de familie en ook de vrienden van de dodelijke slachtoffers moeten ruimte krijgen om te kunnen rouwen, om hun verdriet een plaats te geven en om alles te kunnen verwerken. Door de direct betrokkenen zal het immers voor de rest van hun leven meegedragen worden en echte heling is waarschijnlijk niet te verwachten.
Elke verjaardag, elk kind dat ze zullen zien, iedere keer dat er iets gebeurd met kinderen, zullen ze weer geconfronteerd worden met hun verlies en slechts de stilte zal hun antwoord zijn. Hetzelfde trouwens voor de dierbaren van de kinderoppas die haar inzet met de dood bekocht.

Hier past alleen maar respectvol medeleven en eerbiedige stilte.

Het was dan ook een verademing de burgemeester van Dendermonde aan het werk te zien, zonder veel pathos, zonder veel poeha, maar rustig en met veel empathie, als een huisvader die zijn eigen kinderen wilde troosten en ze tevens wou beschermen tegen veel te veel opdringerigheid.

Men kan zoeken naar een reden, naar een oorzaak waarom de jonge dader dergelijke daden stelde, maar echt doordringen tot in zijn geest zal zo niet onmogelijk dan toch moeilijk zijn. Het menselijk brein houdt geen logboek bij dat je kan afprinten om eens rustig na te gaan waar het eigenlijk fout liep. De psychiaters zullen alleen maar kunnen proberen een impressie te krijgen van wat hem aanzette tot dergelijke daden, zonder de garantie te kunnen geven dat ze de juiste diagnose hebben gesteld. De geest van de mensen heeft nog veel duistere hoekjes waar nog geen enkel licht doorgedrongen is, het is als het amazonewoud waar men nu nog altijd vreemd en ongekend leven ontdekt. Het is een afgrijselijke daad geweest, maar het is ook des mensen. De maatschappij heeft het in het verleden al meegemaakt en het is vrij zeker dat dergelijke feiten in de toekomst nog zullen voorvallen.

Spijtig genoeg kunnen we ons daartegen niet verdedigen noch verzekeren. Maar evenmin zullen een verhoogde politionele aanwezigheid garant kunnen staan voor het vermijden van dergelijke drama’s. Een angstpsychose kunnen we best missen, maar een meer menselijk gerichte samenleving zou misschien bij velen bepaalde frustraties kunnen wegnemen. Ik ben er van overtuigd – en ik sluit mezelf hierbij niet uit – dat het ons mangelt aan medeleven, aan attentie voor de medemens. Ik ben er van overtuigd dat we te veel in ons eigen wereldje leven en te materialistische betrachtingen koesteren. Misschien moeten we weer beseffen dat we niet voor ons zelf alleen leven, maar voor het welzijn van iedere medemens. ‘Het is goed voor het slapengaan even in eigen hart te kijken’, schreef Alice Nahon en wellicht moeten we dat maar eens meer doen. Begrip voor de ander en een gezond meeleven, kan alleen maar gunstig zijn, misschien zijn we dat te veel vergeten.

De dag dat deze afgrijselijke daad plaats had, verschenen in de media al berichtjes van mensen die roepen om de wederinstelling van de doodstraf. Op het net is een soort petitielijst te tekenen die momenteel al meer dan 6.000 handtekeningen bevat.
Dat de dader uit de normale maatschappij moet genomen worden, is evident. Men mag immers het risico niet lopen dat hij eenzelfde daad nogmaals zou kunnen stellen, maar hem de doodstraf geven en deze dan ook nog uitvoeren ook, zou getuigen van een barbaarse cultuur. Bovendien is de wetenschap dat men de doodstraf kan oplopen dikwijls een katalysator gebleken eerder dan een remedie. Waarom zou je je immers inhouden om slachtoffers te maken als je toch de doodstraf riskeert?

In het verleden is al te vaak gebleken dat zogenaamde daders onschuldig veroordeeld en ter dood gebracht werden. Een gerechtelijke dwaling is nimmer uit te sluiten en ieder onschuldig slachtoffer is er een te veel.

Het hele gebeuren zou echter wel de aanleiding moeten zijn tot een parlementair debat dat zich tot doel stelt de strafwetgeving te herschrijven waarbij vooral de gerechtigheid aan bod komt. Door de eeuwen heen is de strafwet al zo dikwijls aangepast, veranderd dat alle proporties scheef werden getrokken. De misdrijven en misdaden moeten maar eens op een ernstige basis gedefinieerd worden en de strafmaat aangepast aan de definitie. Kleine misdrijven moeten een kleinere sanctie krijgen, maar de grote misdaden moeten dan ook in proportie met een belangrijkere strafmaat gesanctioneerd worden. De wetgevende macht zou zich bijzonder gedienstig maken door nu eens op een serieuze basis werk te maken van een gemoderniseerde strafwetgeving waarbij de rechters de mogelijkheid krijgen om met bepaalde factoren – zowel verzachtende als belastende – rekening te houden. Door de bomen moet men immers het bos kunnen erkennen. Rechters moeten uitspraken kunnen doen waarbij ze volgens de omstandigheden al bij voorbaat kunnen bepalen of een eventuele gevangenisstraf al of niet voor een eventuele vervroegde vrijlating in aanmerking kunnen komen en onder welke voorwaarden. De wet Lejeune zou niet meer nodig zijn indien men in alle gevallen een commissie doet bepalen wanneer en onder welke voorwaarden een veroordeelde vervroegd vrij zou mogen komen. Conditio sine qua non voor een goede werking van deze commissie zou er echter moeten in bestaan dat de commissieleden grondig motiveren waarom ze een beslissing nemen en hiervoor ook verantwoordelijkheid moeten nemen.

Een drama zoals in Dendermonde is te onbegrijpelijk voor woorden en begrip, maar het is een kans tot een grondige herschrijving van de strafwet, met vooral de bedoeling gerechtigheid te brengen. Het is dan ook zeker van belang dat men eventuele procedurefouten begaan tijdens onderzoek en berechting en die geen wezenlijk nadeel berokkenen aan de verdachte geen aanleiding kunnen geven tot vrijlating of zinloze herziening van het proces. Schuld is schuld en daar doet geen procedurefout afbreuk aan.

Ondertussen blijven mijn gedachten bij de getroffen slachtoffers, hun familie en vrienden en hoop ik van harte dat ze troost mogen vinden in het meeleven van hun medemensen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door spitfireleo om 02:12 Reageer op dit bericht

Te lang weggeweest van het schrijfbord.

Het is al een tijd geleden dat ik nog de kans zag om aan dit blog te werken. Ziekte in de familie en veel ziekenhuisbezoek hebben heel wat tijd in beslag genomen en er valt te verwachten dat dit in de toekomst slechts mondjesmaat zal herstellen.
Perikelen met de kruisbanden van de linkerknie spelen nu nog spelbreker, maar toch neem ik me voor om wat regelmatiger mijn bedenkingen en verzuchtingen aan het toetsenbord toe te vertrouwen zodat ik mijn vertwijfeling, vragen en verzuchtingen toch weer kwijt kan.
Hopelijk blijven jullie als trouwe lezer ook deze rubrieken wat volgen.
Tot schrijfs en met vele groeten,
spitfire leo

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door spitfireleo om 01:37 Reageer op dit bericht

Economische crisis.

Economische crisis

De aanstelling van de nieuwe president in de V.S. heeft niet kunnen vermijden dat de economische recessie toch nog altijd voortschrijdt. In ons landje deelt de KBC nu al enkele dagen flink in de klappen en het aandeel is dan ook flink naar beneden getuimeld. Niet alleen in ons land, maar momenteel wereldwijd, happen de economische actoren naar adem en de beelden van de grote Amerikaanse autoconstructeurs met hun reuzengrote stocks aan onverkochte wagens gingen via de moderne mediakanalen zonder terughoudendheid de wereld rond. Het eens zo beroemde en rijke Siliconvalley ligt zo wat op apegapen en ook de metaalnijverheid ligt tussen de touwen van de ring.

Kan je dit verklaren door de vermindering aan koopkracht of het moeilijker bekomen van leningen alleen of zijn er nog andere factoren die een rol spelen?
Mag ik daar even proberen te redeneren?

Automatisatie ten voordele van de productie.

Sinds Henri Ford de lopende band uitvond en de auto’s met versnelde regelmaat de fabriek deed uitrijden, is er toch heel wat veranderd. Er kwamen verschillende automerken die met mekaar de concurrentie aangingen, niet alleen inzake de kwaliteit maar hoofdzakelijk in kwantiteit. Iedere constructeur wou een zo groot mogelijk aandeel van de markt veroveren. Hiertoe werden niet alleen grotere montage en constructiehallen gebouwd, maar werd ook stelselmatig de relatief tragere mens vervangen door snelle robots. Dat deze automaten geen sanitaire voorzieningen behoefden, noch maaltijdpauzes en rookstops, was dan ook graag meegenomen en maakte de vreugde van de investeerders die hiermee een grotere return zagen op hun aandelen, maar bovendien van meer rust konden genieten op sociaal vlak. Tenslotte zijn het alleen mensen die moeilijkheden maken, nietwaar?  De metalen paarden rolden dan ook in massa’s van de band en gingen op verovering naar potentiële kopers op zo groot mogelijke markten.

Ieder zijn kar was het verholen motto van de fabrikanten. In het rijke westen speelde men op kwaliteit en gadgets zodat de prijs navenant hoog mocht liggen, terwijl voor de armere landen een eenvoudiger model werd voorzien voor een meer aangepaste prijs. De verkoop van wagens verliep dus met twee snelheden naargelang van het doelgebied van de handel.
Geen nood voor minder montage echter, want vooral in de rijkere regio zorgde men er voor dat  de consument op regelmatige basis van automobiel veranderde. De reclame kende hierbij als neventak een uitzonderlijke bloei. Ieder zijn vrijheid was in den beginne niet alleen een reclameslogan, maar kon ook bewerkstelligd worden zolang bepaalde grenzen niet werden overschreden. Bovendien kreeg de auto binnen de kortste keren een status van welzijn en een zekere rijkdom. Het was als telkens nieuw ontworpen sieraden, maar met dat voordeel dat het door zijn grootte veel vlugger werd opgemerkt door de omgeving. Als statussymbool stond het zelfs veel beter op de straat dan in de garage.

Sociale en andere remmen.

Aan iedere historie komt een einde en dit is dus ook het geval voor de automobielindustrie. Niet alleen slibden de wegen dicht, maar een grote groep mensen bleef nog verstoken van de mogelijkheid een auto te kopen en in de rijkere wereld kon niet iedereen het zich permitteren om om de twee à drie jaar een nieuw vehikel aan te schaffen. De verkoop stagneerde al enkele jaren terug, maar men bleef desondanks de duidelijke knipperlichten op hetzelfde tempo doorwerken. Daar waar in Europa al enkele jaren moeite gedaan wordt om zuinige auto’s te bouwen, bleef men in de States verder boeren met zware en veel brandstof verslindende monsters. De huidige recessie heeft de boel nu duidelijk helemaal vastgezet en de stocks blijven onverkocht.

Waar de belastingsbetaler ter hulp schiet.

De grote automerken, die het water voelen stijgen, hebben dus naar oplossingen gezocht om toch nog wat rendement te kunnen garanderen. Twee wapens worden hierbij gehanteerd: het eerste is de dreiging van ontslag van een groot aantal werknemers en het tweede is een dwingende vraag aan geldelijke steun vanwege de overheid. Twee oplossingen die het management en de aandeelhouders uit de wind moeten zetten, de werknemers in de woestijn sturen en de overheid belasten met een grotere openbare schuld. Om dit te bereiken wordt de jarenlange arrogantie even opzij gezet, een medelijdend gezicht getrokken en op meelijwekkende wijze kond gedaan van de moeilijkheden die men ondervindt, maar de goede wil die men heeft om aan de problemen het hoofd te bieden. Als de regeringen maar met centen over de brug komen, alstublieft? Die zelfde overheid die aarzelt om radicale middelen in te zetten, zal wel even de begroting aanpassen om een mouw te passen aan dit euvel.

Ik heb hier wel een paar voorstellen over. In een eerste opwelling zou ik zeggen, haal eerst wat geld bij de aandeelhouders die in goede tijden goed geboerd en gespaard hebben en verminder zo de tussenkomst van de modale belastingsbetalers. Kapitaalsvlucht? Hou een geldoperatie à la Gutt zodat het buitenlands geplaatst geld slechts terug binnen kan onder controle en met een realistische heffing wegens afromen van de nationale schatkist. Naar de toekomst toe belast men dan alle winsten en plaatst die in fondsen waarop beroep kan gedaan worden in tijd van nood, maar dan enkel en alleen voor het doel waarvoor ze werden opgericht. Geen kwestie dus van bijvoorbeeld kindergeld te betalen met gelden uit de pensioenkas!

Misschien moet er ook maar eens aan denken om eventueel een verplichte minimumtermijn van gebruik voor een wagen op te leggen, zodat niet alleen noodzaak is aan kwalitatief hoogstaande wagens die jaren meegaan, maar bovendien de milieuvervuiling door het verwerken van een massa schroot tot een minimum herleid wordt.

Utopisch? Wellicht wel omdat het nu eenmaal mensen zijn die dit alles moeten realiseren en spijtig genoeg in veel gevallen het individueel profijt voorrang heeft op het maatschappelijk welzijn. En dit laatste is wellicht de grootste oorzaak van alle ellende.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door spitfireleo om 02:53 Reageer op dit bericht

Meer van als een spitfire door de lucht

↑ Terug naar de berichten