Tarabom


liedjes van splietje en tekeningen van splietje
Tarabom

Mijn zusje heeft een keukentje

Zonnetje, zeg zonnetje

Ik wou, ik wou heer ooievaar

Een klein ondeugend ventje

Heer Langoor zou op reis gaan

Op reis gaan voor plezier
’t Ging recht toe op Parijs aan
Wel twintig uur van hier
Hij droeg een keurig parkje
Zijn vest was blauw geruit
En achter uit zijn broekje
Daar stak zijn staartje uit
Hij zei ”k loop langs de wegen
Nu als een deftig heer
‘k Ben voor geen mens verlegen
Ik vrees geen jager meer”
Hij zag een veld met kolen
Toen heeft hij niet getoefd
En zich in ‘t groen verscholen
En van de kool geproefd
Daar liet de boer zich horen
Wat was dat voor gerucht
Heer Langoor spitste de oren
En zette het op de vlucht
’t Ging recht door moddersloten
Och, och wat ongeluk
Heer Langoor brak twee poten
En ‘t broekje scheurde stuk.
Jacob Hamel album 1933

Uit het Album van 1933
1.Voor het spiegelglas
2. ’t Hielp toch niet
Tekst Bep |Otten, Muziek Henri . van Praag
3. Tovervrouwtje
Tekst W.F., Muziek P.J. Ferdinant
4. Te Laat
Tekst M. Verkozen, Muziek J.F. Tierie Jr.
5. In Volendam
Tekst en muziek Henk Geerssinga
6.De kleppermars
Tekst en muziek Annie Frank
7. Niki
8. De waterwagen
Tekst Henriette Dietz, Muziek Kor Kuiler
De waterwagen
9. Op de schaatsenbaan
Tekst S. Maathuis-Ilcken, Muziek Bernard Diamant
9
10 Het vogellied
Tekst Truus Postma, Muziek Arnold Spoel
Jacob Hamel album 1935

1.
Nu gaan wij vrolijk dansen
Wij dansen poot aan poot ja, ja
Wij zijn de haasjes uit de bossen
De kleine haasjes uit de bossen
En snoepen hazelnoot
Tralala lalala larala
O, kijk eens hoe wij dansen
Tralala lalala larala
Wij dansen poot aan poot
2.
Ik ben een kleine muzikant
Tarabom, tarabom dejé
Ik speel m’n liedjes langs de straat
En waar ik mij ook horen laat
Zingt ieder met mij mee
Tralala tralala trala lalala
En wij ik mij ook horen laat
Heb ik m’n wijsje uitgespeeld
Tarabom, tarabom dejé
Neem ik beleefd m’n hoedje af
En dank ‘k een ieder die wat gaf
Er zegt niet eentje nee
Tralala tralala trala lalala
En dank ‘k een ieder die wat gaf
Dan ga ik naar een and’re buurt
Tarabom, tarabom dejé
En overal in ied’re sraat
Daar dansen kind’ren op de maat
En zingen z’allen mee
Tralala tralala trala lalala
Daar dansen kind’ren op de maat
Zo ga ik dan de hele dag
Tarabom, tarabom dejé
Ik stoor me niet aan weer of wind
Maar ‘k ben de vriend van ieder kind
Ze fluiten met me mee
Tralala tralala trala lalala
Maar ‘k ben de vriend van ieder kind
3.
Daar ging een boerinnek ‘al door de wei
Tierelier, juch hei, tierelier juch hei
Het regende wat en de klei was glad
Tierelier, de klei was glad
Ze droeg een mand met eieren aan haar hand
En zong en sprong van plezier
Ze zwaaide de mand met een zwaai van haar hand
Tierelier, juch hei, tierelier juch hei
En struikelde over haar kousenband
Tierelier, haar kousenband
En daar zwom ei en ei als struif in de wei
En daar zwom ei en ei als struif in de wei
Juch hei juch hei
’t Boerinneke zat bij haar schat in de klei
4.
Daar is Jan de timmerman
Wat die man al maken kan
Kasten, kisten, koffers, banken
Zaagt Baas Jan van blanke planen
Weet je hoe dat zagen gaat?
Weet je hoe dat zagen gaat?
Zo, zie zo, zie zo, zie zo
Zo zaagt Jan-Baas in de maat
Zo, zie zo, zie zo, zie zo
Jan-baas schaaft het ruwe hout
Glad als ijs en blank als goud
Lange linten voor de oven
Krullen uit zijn schaaf naar boven
Weet je hoe dat schaven gaat?
Weet je hoe dat schaven gaat?
Zo, zie zo, zie zo, zie zo
Zo schaaft Jan-Baas in de maat
Zo, zie zo, zie zo, zie zo
Jan-baas heeft de stukken klaar
Timmert alles in elkaar
En zijn hamer danst bij ’t kloppen
Tikt de spijkers op hun koppen
Weet je hoe dat kloppen gaat?
Weet je hoe dat kloppen gaat?
Zo, zie zo, zie zo, zie zo
Zo klopt Jan-Baas in de maat
Zo, zie zo, zie zo, zie zo
5.
Er zitten vier jufjes
Gezellige, wijze nufjes
Te keuv’len bij de thee
Te keuv’len bij de thee
Wat smaken die colombijntjes
Die flikjes en koekjes fijntjes
Zij eten elk voor twee
Ze wiegen haar liefste popje
Bij ’t drinken van ’t leker kopje
Op ’t schootje heen en wer
Op ’t schootje heen en weer.
Want mocht er soms Toos gaan huilen
Marietje of Lijs gaan pruilen
Dan slapen zij niet weer
Mevrouwtje, u nog een kopje?
Een flikje een lekker mopje?
Zo gaat het al maar door
Zo gaat het al maar door
En eer de mevrouwtjes ’t weten
Is ’t trommeltje leeg gegeten
Maar kom, het was er voor
6.
Rom, bom bom!
Keesje slaat de trom
Hij stapt op zijn pantoffeltje
En roffelt hele roffeltjes
Rom, bom bom!
Het rozenperkje om
En achter hem stapt heel gedwee
Een kleine dreumes mee.
Rom, bom bom!
Nog ééns het perkje om
Dan loopt de kleine tamboer vlug
Al trommelend naar Moes terug
Rom, bom bom!
En weet je wel waarom?
Moes riep “Kom jongens, gauw naar huis!”
Ze weten: dan is vader thuis
7.
Ik heb een nieuwe autoped
Daar kan ik tussenbeiden
Nog sneller dan de snelste fiets
Mee door de straten rijden
En aan het stuur, daar zit een bel
Die maakt een vrees’lijk leven
Maar gaan de mensen niet op zij.
Dan wacht ik altijd even
Want moeder zegt altijd tot ons;
Als jullie spelen kind’ren
Maak dan maar pret zoveel je kunt
8.
Piet kreeg een mondharmonica
Cadeau van ome Nol
Toen speelde hij de hele dag
Van ????????? (blaadje kwijt)
En als thuis iemand jarig is
Dan is Piet in zijn sas
Dan komt zijn mondharmonica
Er ??????????
Maar als er radio koorzang is
Dan is ook Piet erbij
En als de kind’ren zingen gaan
-0-0-0-0-0-
9
Al is er geen ijs, toch treuren wij niet
Wij gaan op de schaatsen zoals jullie ziet
Je moet eens proberen hoe lekker het gaat
Refrein
Op rolschaatsen ga je zo vlug
Je bent in een wip weer terug
Je voelt je bij ’t rijden zo licht als een veer
En zijn we wat stijf, van ’t zitten op school
Dan gaan wij op schaatsen en maken wat jool
Wie wil ‘m eens wezen we rijden gezwind
En is ’t wat koud ’t hindert ons niet
Wij gaan op schaatsen zoals jullie ziet
Wij knopen de jassen wat steviger dicht
10.
Och mensen ga toch vlug opzij
En laat me eventjes voorbij
Ik wilde graag passeren
Ik wilde graag passeren
U ziet, ik rijd nog niet goed recht
Mijn bochten neem ik ook wat slecht
Maar ‘k leerde pas chaufferen
Wie rijdt met mij een eindje mee?
De prijs die stemt u vast tevree
Hier valt te concurreren
Hier valt te concurreren
Want mijn benzine raakt nooit op
Mijn remmen slijten niet als ‘k stop
Wie wil een rit proberen?
Al rijd ik zonder rijbewijs
‘k Verzeker u een goede reis
Geen onheil zal u deren
Geen onheil zal u deren
En zijn mijn beentjes ’t trappen moe
Dan keer ik maar weer huiswaarts toe
En kruip vlug in de veren
-0-0-0-0-0-
Jacob Hamel Album 1934
1. Mijn schat
Tekst G.W. Lovendaal,. Muziek Jacob Hamel
1.
Des avonds als het klokje klept
Dan zeg ik mijn gebed.
Dan brengt me van het spelen moe
Mijn moedertje naar bed
Zij dekt mij lekker warmpjes toe
En vraagt dan “Lig je zacht?”
Dan geven wij elkaar een zoen
En zeggen goede nacht
Ik wil niet daad’lijk slapen gaan
Maar wacht dan nog een poos
Opeens gaan toch mijn ogen toe
En slaap ik als een roos
En als mij moelief ’s morgens wekt
Eb m’in haar armen vat,
Dan denk ik Heerlijk moedertje
Wat ben je toch een schat,
2. De Oempa’s
Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Bern. Diamant
Henkie, Hekkie, Jes en Jet
Spelen muzikantje
Henklie blaast de clarinet
Hek toet op zijn handje
Boem! Sjieng! Oemtata!
Oempa oempa oampapa
Boem! Sjieng! Oemtata!
Henkie, Hekkie Jes en Jet
Spelen muzikantje
Jet sjiengt op een koperbret
Jes blaast door een krantje
Boem! Sjieng! Oemtata!
Oempa oempa oampapa
Boem! Sjieng! Oemtata!
Henkie, Hekkie, Jes en Jet
Spelen muzikantje
Met één been vooruit gezet
Als een oempa-klantje
Boem! Sjieng! Oemtata!
Oempa oempa oampapa
Boem! Sjieng! Oemtata!
Henkie, Hekkie, Jes en Jet
Spelen muzikantje
Jet gaat rond met Hekkies pet
Jes dankt met ‘r handje
Boem! Sjieng! Oemtata!
Oempa oempa oampapa
Boem! Sjieng! Oemtata!
3. IJs met slagroom
Tekst en muziek Henri C. van Praag
3.
O, Kijk daar komt de ijsman aan
De ijsman van de buurt
Die ied’re dag geregeld komt
Zolang de zomer duurt
Ze, hij heeft lekk’re wafels
Van drie, van vijf, van tien
En verder grote bekers
Met slagroom bovendien
Heel langzaam komt hij nader
Hij trekt eens aan de bel
En roept dan IJS MET SLAGROOM
De ijsman blijft in onze straat
Heel vaak een tijdje staan
Hij weet wel waar z’n klanten zijn
Ziet heus z’n mensen aan
Zijn wafels moet je proeven
Die grote die van tien!
Met zó dik ijs ertussen
Een pons wel haast misschien
Hij blijft op t hoekje wachten
Hij trekt eens aan de bel
En roept dan IJS MET SLAGROOM
O kijk! Daar gaat de ijsman weer
Een and’re straat nu in
Wij allen hebben ijs gehad
En dat was naar onz’zin!
In d’andr’re straat zijn kind’ren
Die nu aan’t smullen gaan
Want heerlijk ijs met slagroom
Trekt alle kind’ren aan
Heel langzaam gaat hij verder
Hij trekt eens aan de bel
En roept dan IJS MET SLAGROOM
4. Volendammer klompen
De Volendammer klederdracht
Heeft Volendam zijn roem gebracht
Maar ’t mooiste Volendammer kleed
Is zonder klompen niet compleet
Die houten klompen trip, trap, trap
Staan toch zo keurig en zo knap
Ze lopen licht, ze lopen los
En ‘t klinkt zo vrolijk klos, klos, klos
Dat gaat zo fijn van klosseklosseklos
En ’t maakt zo blij dat klosseklosseklos
Zo prachtig in de maat (klosklos)
Die houten klompen op de sraat
Met houten klompen aan de voet
Heeft elke echte jongen koed
Want als hij speelt en stoeit op straat
De klompen klepp’ren in de maat
Eerst gaat het moeilijk, stap, stap, stap
Dan al iets beter, klip,klap klap
Maar daarna vlug en licht en los
Het klinkt zo vrolijk klos, klos, klos
Dat gaat zo fijn van klosseklosseklos
En ’t maakt zo blij dat klosseklosseklos
Zo prachtig in de maat (klosklos)
Die houten klompen op de sraat
5. Marsliedje
Hopsasa Heisasa
’t Is in de maand van Mei jaja
Rooie neuzen zijn verdwenen
Dooie vingers prikkeltenen
Al dat kil en koud verdriet
Heb je in de Meimaand niet
Hopsasa Heisasa
’t Is in de maand van Mei jaja
Weg met dikke winterjassen
Weg met muts en wollen dassen
Moortje heeft zijn werk gedaan (de kachel)
Moortje kan naar zolder gaan
Hopsasa Heisasa
’t Is in de maand van Mei jaja
Jongens kom, we gaan aan ’t stappen
Om wat frisse licht te happen
Alles staat in lente tooi
O, wat is die Mei toch mooi!
6. Jarig Jetje
Tekst Henriëtte Blaauw, Muziek F.J. Palmboom Jr.
6.
Jarig Jetje zou tracteren
Alle meisjes van de klas
Jetje had wat uitgekozen
Waar ze zelf zo dol op was
Ulevellen bracht ze mee
Ieder kreeg er minstens twee
Ulevellen bracht ze mee
Maar ja wel, een stroom vriendinnen
Kwam ons Jetje tegemoet
Met de allerbeste wensen
Werd de jarige begroet
En ze vroegen nogal glad,
Wat of Jet in ’t zakje had
En ze vroegen nogal glad
Ulevellen? Even proeven
Eéntje kwam er niet op aan
Nog één Jetje’s ulevellen
Gingen zoetjes naar de maandag
En de klas, een gek geval
Kreeg warempel niemendal
En de klas, een gek geval
7. De Vogelverschrikker
Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Nico Hoogerwerf
7.
Boven in de kerselaar
Staat een pop van zessen klaar
Om zijn lijf een lange jas
Om zijn hals een rooie das
Wijd zijn armen uitgestrekt
Staat hij daar, zijn hoofd gedekt
Met een hoge vilten hoed
Al de dieven uit de heg
Mussen, spreeuwen jaagt hij weg
Als een boeman staat hij daar
Boven in de kerselaar
Maar de spreeuwen, hoe gemeen
Gig’len spottend om hem heen
En wat stout gebroed
8. Koos de Gymnast
Tekst Antoon Bon, Muziek Theo van der Bijl
Trom, trom, trom
Koos is in de gymnastiekzaal
Altijd nummer één Trom, trom
Zie hem werken aan de rekstok
Z’kan hij’t alleen! Trom, trom
Jongens wat is Koos toch sterk
’t lijkt voor hem wel kinderwerk
Ja die Koos, Ja die Koos
Is een echte bolleboos
Halt’ren, klimmen, lopen, springen
Oefeningen aan de ringen
Alles doet hij even goed
Trom, trom, trom
Kijk hoe prachtig Koos zich optrekt
Wel een maal of tien. Trom, trom
Met gemak maakt hij een hoogstand
Nou je moet het zien. Trom, trom
Als hij op zijn handen staat
Is hij net een acrobaat
Ja die Koos, Ja die Koos
Is een echte bolleboos
Halt’ren, klimmen, lopen, springen
Oefeningen aan de ringen
Alles doet hij even goed
Trom, trom, trom
Koos is in het turnen altijd
D ‘eerste van zijn klas Trom, trom
‘k Wou zegt vader “dat je ‘in ’t leren
Ook de eerste was. Trom, trom
Want met gymnastiek alleen
Kom je niet door ’t leven heen
Ja die Koos, Ja die Koos
Is een echte bolleboos
Hij kan klimmen, halt’ren springen
Maakt een zwaantje aan de ringen
Was hij altijd maar zo kwiek
9. Luilak
Hansje, Hansje. Sta je op?
Hans geeft geen geluid
Toe dan Hansje uit je bed
Hansje rekt zich uit
Eén oog open, één oog dicht
Hansje ziet het zonnelicht
Spelen op de ruit
Acht uur slaat de torenklok
Hans verroert geen vin
Hansje kruipt weer onder dek
Stopt zich nog eens in..
Vogels sjilpen, sjier, wiet, wiet
Hansje Luiklak! Hoor je niet
Hansje heeft geen zin
Hansje zweeft in’t dromenland
Slaapt zo rustig door
Buiten lacht de lieve zon
Spot ’t voog’len koor
Hansje ligt in ‘t warme dons
Moeder neemt een natte spons
10. Het lied met het refreintje
10.
Kom wij gaan een liedje zingen
‘n Liedje met een leuk refrein
Een aardig melodietje
Blij en vrolijk moet het zijn
Blij en vrolijk moet het klinken
Krind’ren nu dus niet gedraald
Vroeger heb je wel gezwegen
Refrein
Heila, heila hoplala
Hoplala, hoplala
Steeds als wij dat liedje zingen
’t Liedje met dat leuk refrein
En dat aardig melodietje
Moeten wij wel vrolijk zijn
Ook al ben je eens wat treurig
Ook al heb je wel verdriet
Dat gaat over bij het horen
En het aardig melodietje
O, wat zal dat grappig zijn
En dan denken wij Hoe heerlijk
Zijn die kinderjaren toch
Eenmaal moeten wij dan zingen
-0-0-0-0-0-
Jacob Hamel album 1939

Uit het Album van 1933
1.Voor het spiegelglas
Tekst G. Limpen, Muziek Jacob Hamel
2. ’t Hielp toch niet
Tekst Bep |Otten, Muziek Henri . van Praag
3. Tovervrouwtje
Tekst W.F., Muziek P.J. Ferdinant
4. Te Laat
Tekst M. Verkozen, Muziek J.F. Tierie Jr.
5. In Volendam
Tekst en muziek Henk Geerssinga
6.De kleppermars
Tekst en muziek Annie Frank
7. Niki
Tekst Bep Otten, Muziek Henri C. van Praag
8. De waterwagen
Tekst Henriette Dietz, Muziek Kor Kuiler
9. Op de schaatsenbaan
Tekst S. Maathuis-Ilcken, Muziek Bernard Diamant
10 Het vogellied
Tekst Truus Postma, Muziek Arnold Spoel
Uit Album 1934
1. Mijn schat
Tekst G.W. Lovendaal,. Muziek Jacob Hamel
2. De Oempa’s
Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Bern. Diamant
3. IJs met slagroom
Tekst en muziek Henri C. van Praag
4. Volendammer klompen
Tekst Jo an der Stap Muziek J. Nauta
5. Marsliedje
Tekst S.O. van der Veer, Muziek L. Adr. van Tetterode
6. Jarig Jetje
Tekst Henriëtte Blaauw, Muziek F.J. Palmboom Jr.
7. De Vogelverschrikker
Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Nico Hoogerwerf
8. Koos de Gymnast
Tekst Antoon Bon, Muziek Theo van der Bijl
9. Luilak
Tekst S.A.L., Muziek J.F. Tierie Jr.
10. Het lied met het refreintje
Tekst en muziek Henri C. van Praag
Uit Album 1935
1. De Dansende Haasjes
Prinses Juliana en Catharina van Rennes
2. Ik ben een kleine muzikant
Ro Frankfort-Werkendam
3.Het Dansende Boerinneke
Tekst G.W. Lovendaal, Muziek Joh. Röntgen
4. Baas Jan de Timmerman
Tekst G. W. Lovendaal, Muziek Bernard Diamant
5. Theevisite
Tekst O.S. v.d. Veen, Muziek Kor Kuiler
6. Tamboertje
Tekst Rie Cramer, Muziek M. Rinkel-de Vos
7. Op de Autoped
Tekst Annie de Hoog-Nooy, Muziek Jacob Hamel
8. Mondharmonika
Tekst Antoinette van Dijk, Muziek Dina Appeldoorn
9. Op rolschaatsen
Woorden en muziek Annie M. Frank
10. De kleine Chauffeur
Tekst G. Kempen-Sterkenburg, Muziek Aug. Weis
Uit Album 1936
AVRO’s Kinderlied
Tekst Annie de Hoog-Nooy, Muziek Jacob Hamel
2. Poppenslaapliedje
Woorden en muziek Harm Jongeman
3. De verkeersagent
Tekst Mej. Segaar, Muziek Hugo Korenhof
4. Maar Kipje
Nico Gerharz
5. Regendag
Tekst Rita van Beek, Muziek Theodo H. Polman
6. Dom Jantje
Jacob Hamel album 1938

Er is een prinsesje geboren
Er is ons een kindje geboren
Een kindje met lachende mond
Met oogjes stralend vol leven
En krullekens, zijig en blond
Het is een klein vorstenkindje
Een telg uit een roemrijk geslacht
Het geeft ons een blijde ontroering
In ’t harte, dat stillekens lacht.
Er is ons een kindje geboren
En wie in ons binnenste las
Weet, dat we van ’t kindeke houden
Alsof het ons eigene was
Het is onze hoop, onze blijdschap
Het wordt er de trots van ons land
Het trekt naar het Huis van Oranje
Er is een prinsesje geboren
Heel Neerland jubelt van vreugd
Het wenst het klein vorstenkindje
Een blijde, een zorg’loze jeugd
God geve deez’telg van Oranje
Een leven vol zonnige schijn
En ook, dat ’t in de toekomst
2.
Mijn zusje heeft een keukentje
Daar is van alles in
Een schoorsteen om te roken
Een potje om te koken
En ook een kleine koekenpan
Waarin zij koeken bakken kan
’t Is alles even net ja, ja
Mijn zusje speelt er dikwijls mee
Dan is ze keukenmeid
Eerst gaat ze groente halen
Dan moet ze koffie malen
Het water giet ze in de kan
Het eten doet ze in de pan
Dan heeft mijn zusje pret, ja, ja
Dan heeft mijn zusje pret.
3.
Dansten op een rij
Wiegden met hun rompjes
Kletsten met hun klompjes
Van hopsasa, heisasa, hopsasa, hei
Van hopsasa, heisasa, hopsasa, hei
Dansten op een rij
Knikten met hun kopjes
Draaiden met hun rokjes
Van tralala, tralala, tralala la
En met onvaste voetjes
Van ene, twee, drie Hoplala hop
Van ene, twee drie Hoplala hop!
4.
Alle weken tweemaal
Mag ik in het bad
Jongens, wat een leuke, leuke pret is dat
‘k Tuimel vierkant tot mijn kin
Zo pardoes de badkuip in
‘k Tuimel vierkant tot mijn kin
Truitje Treuzel stipt eerst
Bang een teen er in
Doopt er dan voorzichtig
’t Halve beentje in
Staat te huilen bij het bad
Twee haasjes speelden op het land
Ze hadden dolle pret
Door moedertje werd aan de kant
Terdege opgelet
Haar snuffelneusje in de lucht
Zag zij hun springen aan
Gereed om bij het minst gerucht
Snel op de vlucht te gaan
Twee haasjes liepen samen weg
En keken niet meer om
Ze kropen door een dichte heg
Dat was verbazend dom
Daar achter stond een heel groot paard
Dat keek het tweetal aan
Twee haasjes zijn toen met een vaart
Naar moesje terug gegaan
6.
Lustig gaat het heen en weer
Door haar haren waait een windje
Zie het kindje vrolijk zwieren
’t Houdt de touwen stevig vast
Boven piepen de scharnieren
Op de schommel zit het meisje
Eindelijk wat moe geraakt
En zij heeft haar luchtig reisje
Na een poostje weer gestaakt.
Touwtje springen

Jacob Hamel album 1937
1
Ik ben de dirigent
Wij spelen altijd liedjes
die elk op z’n duimpje kent
M’n zusje blaast op de trompet
M’n broertje slaat de trom
Zo gaat het dan van tierelier
Dat doet ze o zo fijn
Allen de baby doet niet mee
Want die is nog veel te klein
Wij spelen dan die lieve schat
De leukste wijsjes voor
’t Zijn altijd weer de liedjes
van het AVRO Kinderkoor
-0-0-0-0-0-
2.
Het is een dapper dier
Duizend gulden is het waard
Wakker is ’t en fier!
’t Loopt en draaft in ferme pas
Vast in ’t zadel hoor!
Zit ik op m’n hobbelpaard
‘k Vlieg er flink van door
Maar hoe Ridder draaft of holt
Reizen is plezant
‘k Wil met jou een even gaan
Naar Kabouterland
Naar dat landje lief en fijn
Zal dan staan te zien
Kleine koning Edelmoed
Biedt mij geld misschien
Licht dat hij honderd gulden gaf
Neemt hij z’n scheepje meer!
Dat deint en dobbert in het rond
Precies als op de zee, de zee!
Het heeft twee zeiltjes aan de mast
Een vlaggetje in de top
En ’t vaart door zeepsop golven heen
Die spatten duizend schuimend op, ja op!
Hij stuurt z’n stevig schip, z’n schip!
Naar Spanje en Amerika
Daar is ’t ie in een wip, een wip!
Dan gaat het naar Oost-Indië
Naar China en Japan
Het wordt een hele verre reis
Zo ver als het maar kan, ja kan!
Verlang je niet naar huis, naar huis?
Toe kleine zeeman maak wat voort
Kom nu maar weer eens thuis, eens thuis!
Ziezo het scheepje aan de wal
De reis is weer gedaan
Nu is ’t tijd om één, twee,drie
Naar Dromenland te gaan, te gaan!
Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek
‘k Heb zo’n grappig klokje
’t Hangt in onze kamerhoek
En een vogel roept “Koekoek”
“Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek.”
Roept hij alle uren
Soms wel minstens twalef keer
En dan komt hij telkens weer
“Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek.”
‘k Vind het echt een pretje
En als hij het acht maal doet
Zegt hij dat ik slapen moet
“Koekoek, koekoek, koekoek, koekoek.”
5.
Kijk, daar zit ze - fier rechtop
Met de handen op de toetsen
C, d, e, f, g, f, e,
En ze kan ook netjes tellen
En dan ga ik, zegt die Lien
Een heel aardig stukje leren
Want het is erg moeilijk, hoor!
En is ’t dan ma’s verjaardag
Dan speel ik haar netjes voor.
De ene was een duikelaar
Hij had een buikje dik en rond
En stond te wiebelen op de grond
De popjes smaalden
“Moet je zien,
Heb jij een buik van lood misschien?”
Kijk, wij zijn chic en elegant
Maar jij lijkt wel een olifant
Daar kwam een klein boos kindje, zeg
Dat schopte al die popjes weg……..
Twee lagen zielig naast elkaar,
Maar één bleef staan: De duikelaar!
O wat zijn we blij!
Omdat Toosje jarig is
Springen, dansen wij
Zingen wij de hele dag
’t Nieuw verjaardagslied
’t Is gemaakt speciaal voor Toos
’t Leuke vlotte kind
Weet je één te noemen
Die Toos niet aardig vindt?
Nee toch, want die is er niet
Ieder houdt van haar
Dus wij vieren deze dag
Zij krijgt maar cadeaux
Ieder pakje dat er komt
Is bestemd voor Toos
Zij bekijkt ’t cadeautje eerst
Legt het naast haar nee
En ze roept dan lachend uit
Dat betekent feest!
En er wordt dus flink gesnoept
Toos snoept zelf het meest
Elkeen neemt maart wat hij wil
Is dat even fijn?
Toos zou eig’lijk ied’re dag
Komen toch jouw liedjes
Waarvan krijg je altijd weer
Nieuwe melodietjes?
Leert je moeder jou misschien
Al die mooie dingen
Zit ze ‘savonds bij je bed
Jou wat voor te zingen
Bij mijn broertje Keesje
’t Is toch haast hetzelfde he
’n Kindje of een meesje?
Beiden zijn ze van hun moes
Echte lievelingen
Maar m’n broertje kan toch heus
Nog zo mooi niet zingen
Tralala tralala.
-0-0-0-0-0-
9.
Zijn Janneke en Jetje
Aan ’t bellen blazen in de zon
Een dol gezellig pretje
Ze hebben elk een lange pijp
Zo’n echte Goudse, weet je
En zeepsop in een kommetje
Ze blazen maar eens even
En daarna zie je door de licht
De mooiste bellen zweven
Twee, vier, zes, zeven
Almaar meer
De ene na de ander
Ze drijven met het windje mee
Daar immers niet om treuren
Zij blazen wel weer een andere
Met nog veel mooier kleuren
Het zeepsop borrelt
Bruist en spat
Tot over hunne oren
Hun schortjes worden klets, kletsnat
Van blinkend gitszwart haar
Maar op een zek’re morgen kwam
De kapper met een schaar
En in een wip
Is knip, knap knip
Mijn broertje Bram
Hij heeft hem nu niet meer
Maar als hij nu geduldig wacht
Dan groeit zijn haar wel weer
Want in een wip
Is knip, knap, knip
Zijn haar weer om
Jacob Hamel album 1936

1.
En zingen blij, ja blij ons lied
Want zingende AVRO kindr’ren
Die kennen geen verdriet
Het zingen maakt ons vrolijk
En opgewekt van zin
En zo gaan onze liedjes steeds de wijde wereld in
Hoor, Hoor! Daar is het kinderkoor!
Fluitend klepp’rend wat u wil
Onze mondjes staan niet stil
Hoor, Hoor! Het AVRO kinderkoor
Dat zingt nu weer met blij geluid
Het hoogste liedje uit.
Wij zijn de AVRO zangertjes
En wij hebben allemaal
Zo’n liefde en ook eerbied
voor het lied in eigen taal
Wij zingen van de bloemen,
van zon en kinderpret
Wij zingen bij het opstaan
en gaan zingend weer naar bed
Hoor, Hoor! Daar is het kinderkoor!
Fluitend klepp’rend wat u wil
Onze mondjes staan niet stil
Hoor, Hoor! Het AVRO kinderkoor
Dat zingt nu weer met blij geluid
2.
Poppen slaapliedje
Popje, ik stop je
Maar gauw in je bed
Jij moet gaan slapen
Niet langer gapen
Jetje, wat letje
Om slapen te gaan!
’t Pretje is uit en het spelen gedaan
Jij moet van ’t slapen
Heel hard groeien
Jij bent zo moe van al dat stoeien
Ook bij je moeke gaan d’oogjes al toe
Wel te rusten.
Wij beidjes zijn moe.
-0-0-0-0-0-
3.
De Verkeersagent
Als Bobby thuis aan ’t spelen gaat
Dan is hij een agent
Staat op een houten voetenbak
Voelt zich een grote vent
Zijn wagentje en ook zijn tram
Zet hij aan d’ene kant
Aan d’andere een bruine beer
En blijft de rechter neer
Dan wenkt hij met zijn rechterarm
Zo regelt hij ’t verkeer
Maar ach, zijn dieren en zijn tram
Zijn toch zo vrees’lijk dom
En als ’t verkeer niet verder gaat
Draait hij zichzelf maar om.
-0-0-0-0-0-
4.
Maar kipje
Maar kipje, maar kipje
Wat heb je gedaan
Je bent naar de stal van het sikje gegaan
Ik vond er dit eitje
Hoe of ik ’t weet?
Ik hoorde je kaak’len
En keek door een spleet.
Als moeder dit hoorde
Ja, kijk me eens aan
Dan mocht je vooreerst niet meer
wand’len gaan
-0-0-0-0-0-
5
Regen
Het regent, Oh! wat regent het!
Het regent dat het giet
Er liggen plassen op de straat
Er door loopt kleine Piet
Hij is niet bang voor al dat nat
Al stroomt de regen neer
Want met zijn regenjasje aan
Verdraagt hij ’t slechtste weer
Stap, stap, stap stap
Gaat onze Piet
Stapt onze Piet.
En natte voeten? Wees niet bang!
Ook daar is aan gedacht
Want laatst heeft vader van zijn reis
Kaplaarsjes meegebracht
En met die jas en laarsjes aan
Gaat Pieter nu naar school
Van regen heeft hij heel geen last
Maar juiste de grootste jool
Stap, stap, stap stap
Gaat onze Piet
Stapt onze Piet.
-0-0-0-0-0-
Hoor een hoe hij snikt
Ach, hij heeft zijn vingertje
Aan een speld geprikt
“Stoute, stoute vent
Jij kwam aan de speldendoos
Domoor die je bent
Kom maar even op mijn schoot
Nog niet over zeg?”
Dan een lapje er omheen
Zo. De pijn is weg
Nog een snikje, nog een traan
En ’t verdriet is weer gedaan
IJdeltuitje
Jozetje kijkt in ’t spiegelglas
Dat kleine ijdeltuitje Ze heeft een snoezig jurkje aan
Een jurkje met een ruitje
Moes heeft het stilletjes gemaakt
Om haar eens te verrassen
Toen’t klaar was Moest Jozetje
Gauw het nieuwe jurkje passen
Ze spreidt het wijde rokje uit
Versierd met smalle strookjes
O, denkt ze. ‘k Lijk wel zo’n prinses
Waarvan je leest in sprookjes
Ze kijkt eens naar de kanten kraag
Met het fluwelen lintje
Dan roept ze “Moesje
‘k ben zo mooi!
Ben ‘k heus uw eigen kindje
8.
Kleine Cotje kreeg van oma
Een piano in een doos
’s Morgens zat z’in haar bedje
En zij sloeg een hele poos
Op de toetsjes en zij zong
“Maar zo vroes des morgens niet
Overdag, ga dan je gang”
Pap kwam heel boos naar de stouterd
En zei “Dat ’s de laatste keer
In de kast dt tingelding”
-0-0-0-0-0-
Wip hoog, wip bom!
Gaan ze aldoor om en om
Wip hoog, wip bom!
Gaan ze om en om
Straks val je der af
Gaan ze aldoor om en om
Wip hoog, wip bom!
Gaan ze om en om
O, wat gaat dat fijn
Fientje geeft een gil..
Zou ze duiz’lig zijn
Houd de wip maar stil
Wip laag, wip stil
Niemand die meer wippen wil
Wip laag, wip stil
Niemand die meer wil.
-0-0-0-0-0-
10.
Jokkebrokje
Jokkebroekje
Waarom jok je
Toch bij alles wat je zegt?
Vader bromt dan,
En er komt van
Jokkers nooit iets goeds terecht
En men noemt omdat gejok
Spottend jou een jokkebrok
En men noemt omdat gejok
Spottend jou een jokkebrok
Jokk’rig vrindje
Ieder vindt je
Stout waar eerlijkheid ontbreekt
’t Komt omdat je
vriendje, vat je
Nimmer ooit de waarheid spreekt
En men zegt door dat gejok
“Kijk daar gaat die jokkebrok”
En men zegt door dat gejok
“Kijk daar gaat die jokkebrok”
Jokkenaartje
Niemand spaart je
Omdat jokken lelijk staat
Ieder mijdt je
En verwijt je
Altijd weer die leugenpraat
Ieder zegt om jouw gejok
“’k Houd niet van een jokkebrok”
Ieder zegt om jouw gejok