Wilde Ganzen boven Westkapelle

Vooral in december en januari kan men in onze gemeente zowat dagelijks vrij grote groepen wilde ganzen zien overvliegen. Ze vliegen in prachtige V-formaties. In de volksmond spreekt men van "vriezeganzen" maar dat kunnen diverse wilde ganzensoorten zijn . Ze komen vanuit het hoge Noorden en zullen in onze polders de winter doorbrengen .De kolgans is in de Zwinpolders ongetwijfeld de meest voorkomende ganzensoort. Bij de volwassen vogels zijn vooral de witte bles aan de snavelbasis en de zwarte buikstrepen
zeer typisch . Deze beide kenmerken ontbreken bij de jonge vogels. Als je de groepen ganzen grondig observeert (bvb.met een telescoop) kan je duidelijk juveniele van adulte vogels onderscheiden. Gedurende de ganse winterperiode blijven de families samen ,dat zijn dus steeds twee volwassen vogels met het aantal jongen dat ze dit jaar hebben groot gebracht .Tellingen van families met drie a vijf jongen wijzen op een uitstekend broedseizoen .Als het gemiddelde slechts een a twee jongen bedraagt spreekt men van een slecht broedseizoen .Deze soort is duidelijk kleiner dan de Rietgans, zelfs kleiner dan de Kleine Rietgans. Bovendien is de hier weliswaar niet algemeen broedende Grauwe gans heel wat groter .De in onze Zwinstreek overwinterende Kolganzen hebben hun broedgebieden in de arctische toendra's van Noord-Rusland, vooal in Siberië. Aldus hebben ze al een trekroute van vier a' zesduizend km. achter de rug voor ze hier in hun winterkwartieren zijn toegekomen. Vrijwel steeds verloopt de trekperiode van deze soort in zogenaamde etappes. Via de uitgestrekte toendra's van Noord-Rusland komen deze groepen aan in de zones rondom de Oostzee, vervolgens komen ze via Schleswig-Holstein(Noord-Duitsland) in Friesland en langs de grote rivierengebieden van Rijn ,Maas en Schelde ook in de Zwinstreek terecht. Veelal trekken enkele honderden Kolganzen nog verder tot de IJzervallei in de omgeving van het Natuurreservaat De Blankaart. Gelukkig is dat de limiet van hun overwinteringsgebied want in Frankrijk wordt er op deze prachtige vogels nog steeds erg gejaagd. De eerste groepjes komen bij ons meestal vanaf eind oktober. De aantallen nemen snel toe. De grootste aantallen worden meestal genoteerd rond half december. In de Noordwest Vlaamse polders zijn er dan veelal meer dan 20.000 exemplaren van deze soort. De terugtrek is afhankelijk van de winterse weersomstandigheden. Bij een zachte winter zijn praktisch alle ganzen reeds vertrokken tegen half februari. Bij streng winterweer wordt dat half maart. Ze foerageren hoofdzakelijk op grasland .Een belangrijk gebied zijn de mooie weiden die gelegen zijn bij de bekende geklasseerde terp "Ten Doele" langs de Koolkerkse Steenweg. Het is toch onvoorstelbaar dat deze prachtige wilde ganzen die we hier nu kunnen zien in juni broeden in Siberië. Het is een mooie vorm van natuurbeleving om te genieten van deze schitterende
V-formaties.Mijn oprechte dank aan Guido Burggraeve Ere-Conservator Natuurreservaat Het Zwin auteur van deze bijdrage .




1 reactie op dit bericht
wilde ganzen