Dit album is me lief, wie het steelt die is een dief. Die moet zitten op een latje met zeven spijkers in zijn gatje; tot hij roept: Genade heer! Oo,wat doet mijn gatje zeer.
Als ik een dichtersgeest bezat, dan had ik op dit albumblad een mooi gedicht geschreven. Maar nu ik deze gave mis, wens ik alleen wat nodig is: Een recht gelukkig leven.
Ook ik wil in dit boekje staan En zal maar eens aan 't pennen gaan. 't Gaat nog wel niet erg vlot, Maar steek met mij nou niet de spot, 't Zal wel uit mijn penne vloeien. Al zit ik schrandelijk te knoeien.
Als duiveltjes bidden, en engeltjes vloeken. Als muizen de katten gaan bezoeken. Als keistenen drijven op maas en rijn, dan pas zal onze vriendschap ten einde zijn.