bij het monument

bij het monument
de veerman
de veerman en de jonkvrouw (Filip de Pillecijn)
kreeft

uit Een stuk of wat
ascendant kreeft
aan de treurwilg bij de turfput
aan de vijverplomp
aan de windlier
aan het waterlicht
ik kom terug
aan de wegelrug en het speenkruid
aan het schemergroen en de lijster
aan de beek onder de bramen
aan een iegelijk blad van de populier
ik kom terug
aan het eendenkroos over de stekelbaars
aan de beukenhaag naast de leuningbrug
aan de plas
aan de kiezel
ik kom terug
aan de kreeft op de bodem
aan de zwam in de rand
aan het lood van de visser
aan de reiger op de scheef gezonken boot
ik kom terug
aan de trap in de dijk aan de bank langs de dijk
aan de stroom zijn geklots aan het zog en het roer
aan de steigerpaal voor de bocht, de dukdalven
aan de lamp in de baken, de stormlamp op de plecht
ben je d’r nog, je had het gezegd
tijgebonden
de Schelde bij Driegoten, het bord geeft aan dat de Durme alleen te bevaren is bij hoog tij: vroeger voeren de vrachtschepen tot Waasmunster, aan de kade in Hamme lagen de aken met wel vijf of zes in een rij.
boswegel
nog een rapport
oproep
Afrika Djolé

Africa Djolé
de vrouwen die hij naloopt
door motregen, over stoepen
met hondenpoep (kop in de
grond, wat wil je) zij willen
naar Africa, de jongste
naar Nicaragua, de rode
zij zeggen: het doemdenken
het toezien uit de verte uit het voze
hoe elders het leven aanvangt
of als een boom staat vol mango’s
het verstijft je spieren tot spijlen
waar je nog amper een woord tussen krijgt
hier opstappen, hieraan ontsnappen, zeggen zij,
en aarden – puls in puls – stampen
met je voeten, met je buik tot je opstijgt, tot
je verbeelding vleugels krijgt
en doen, het eerste voor het eerst doen
en zijn , geen zombie met een stropdas
geen robot voor een botte klas
tussen de bergen zijn in de hangmat
van het dal, arm zijn, armen en omhelzen,
dansen, je lichaam laten galmen
als een boombrede tamtam
hier word je lam, hier slaan
ze jou als een kram in dood hout
hier ben je oud
daar wil ik me enten, het sap opzuigen
van de kalebas, van de ananas
(en liefhebben in tenten, mannen
berijden als paarden)
zij zeggen: ik wil weer wortels hebben
en bewegen met de aarde
miauwend om Mia
Tom en MiaTom en Mia
Men kan zich afvragen of de tegengestelde visies die door de redacteurs van De Standaard op een en dezelfde dag (vandaag vrijdag) worden gepubliceerd een bewijs zijn van het pluralisme van deze krant. Tom Naegels gaat tekeer tegen 'de verlichtingsradicalen' voor wie de hoofddoek sowieso een symbool van onderdrukking moet zijn en precies dit 'verlichtingsradicalisme' is te lezen in de column van Mia Doornaert. Volgens Doornaert is er nooit iets goeds te verwachten van Turkije en is de paus een model van tolerantie.
Onlangs nog stelde de bisschop van Brugge voor om ongehuwde vrouwen als 'maagden van God' te laten voorgaan bij kerkelijke diensten. Zijn deze 'maagden van God' een bewijs van emancipatie, een erkenning van de vrouwelijke seksualiteit?
Is Mia-heeft-het-licht-gezien al ooit op bezoek geweest in Turkije: in Antalya zie je inderdaad een of twee vrouwen in boerka maar tegelijk tientallen meisjes in een strak topje en dito jeans - geen toeristes maar Turkse jonge vrouwen.
De grote Turkse schrijver Orhan Pamuk probeert al jaren bruggen te bouwen tussen het Aziatische, islamitische Turkije en een op Europa gerichte traditie. In zijn boek 'Istanbul' lezen we dat deze openheid geen uitvinding van hemzelf is, maar een reeds bestaande cultuur - al is die ruimheid van geest nooit dominant geweest, en buiten de stad een zeldzaamheid.
Maar laten we eens naar ons eigen landje kijken: hoelang heeft het geduurd voor België zijn misdadig koloniaal verleden heeft erkend? Is er iemand bij het koningshuis of een koningsgezinde Belg die Leopold II al ooit een massamoordenaar heeft genoemd? Nog altijd kan het Belgische establishment niet officieel toegeven dat het betrokken was bij de moord op Lumumba, en over de jarenlange vriendschap met de parasitaire dictator Mubutu wordt meestal zedig gezwegen, zeker als het gaat over de relatie tussen kandidaat-heilige Boudewijn en de maarschalk-met-de-luipaardmuts.
Kortom, dat de Turken voorlopig weigeren de massamoord op de Armeniërs als een genocide te erkennen is geen blijk van historische correctheid, maar hun oneerlijkheid is allesbehalve uitzonderlijk. Trouwens de dogmatische teksten van Mia Doornaert zijn keer op keer demonstraties van intellectuele oneerlijkheid: de USA zijn voor haar a priori goed net als het christendom; als er foute dingen gebeuren dan betreft het toevallige ontsporingen, zwakheden van individuen die van het rechte pad zijn afgedwaald.
Als burger heeft iedereen het recht op een politieke en godsdienstige overtuiging, van een journalist(e) mogen we eisen dat die naar de feiten kijkt: onpartijdige observatie en analyse is voor journalisten een zaak van deontologie.
Wie daartoe niet in staat is, die moet solliciteren bij de propaganda-afdeling van een partij of een kerk. Dan vieren we over 50 jaar de feestdag van de heilige Mia, want een mirakel - de verschijning van Mia met hoofddoek - moet een koud kunstje zijn.
roeping
logica
Bluefields

uit Een stuk of wat
Bluefields, Nicaragua
Eileen,
die smalle keet in Bluefields
waar de vissersboten op het droge
lagen, ze had geen naam
cumbia, natuurlijk, in trillend
gillend commeerplastiek
een Victoria in zwoelte die besloeg
jij dronk al in de morgen, zocht
een biersoort om het aan te lengen
om te brengen, jouw Ierse bloed
ik vertaalde de Hollandermoppen
van mijn leerlingen en viel gelijk
een benji-springer telkens jij schaterde
zo on-Yankee, zo Dublins
er konden oranje bloemen in je haar
een klavergroen fluwelen bandje
om je hals, een Saint Patrick’s
kruisje van witgoud (goodnight
Eileen, goodnight Eileen, I’ll
see you when I dream)
je schreef, por supuesto, iedereen schreef
in ons gezelschap aan een boek, een reportage,
een docudrama – iedereen zou verslag
uitbrengen die laatste zomer van de
Sandinisten en wie bleef nog over, wie
was thuis gebleven om daarvan op te horen,
om daarnaar uit te zien:
een lege spiegel, een stapel kranten
nieuws uit Nicaragua, de nederlaag
zoals dit bericht uit verloederd Bluefields
uit bloedheet Bluefields waar een cerveza
het dubbele kost van in Managua
blue blue Bluefields waar de vis rot
in de haven, ik dronken word van je Ierse lach
Eileen, Eileen,
stuur me uit Brooklyn een kopietje, wil je,
van jouw pientere tekst
vlinders

uit Een stuk of wat
vlinders
hij weet niet wat hij aan moet
met dit wezen
zij loopt zijn kamer in
haar lichaam een korf vlinders
ze licht het deksel op
volgt een verhaal van vleugels
en huid is maar om op te schrijven
huid is alleen een uitvlucht
voor trillen dat niet stil wil zijn
dit is geluk, zegt ze, het laat zich kennen
als raaskallen, drukte van insecten
met tevelen in één zwerm
zoals haar ogen hem bekruipen
hun kuifje schuiven tot hij huivert
hij weet niet meer
hoe hij het heeft
zoals zij hem heeft: lief
en wat hij van haar houdt
van haar overhoudt: licht
als soortelijk gewicht van woorden
zelfmoordpil
aansluitend
Kirchensteuer
Kreta in het kort

kruimels van Kreta
1.
hijgen van de zee
een truweel tikt op baksteen
langzaam maalt een molen
2.
hijgen van de zee
de romp van een woedende
vis overrompelt het water
schuimkop na schuimkop
nadert de rots, een nimf
zit te paard op een stier
3.
hijgen van de zee
een geit herhaalt
haar klagende vraag
een mens stapt ergens
heen, een golf rolt zich om
als een herdershond, bijt
naar de teken van verveling
(bij Kolymbari)
4.
in de kale top van een
populier de jubel van een lijster
wat maalt het leven om de dood
(Rapaniana)
soigneur
bergpad