Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Van Toen en Thuis

Van Thuis en ThuisHet boek is sedert vrijdag in huis en het ziet er fraai uit, als drukwerk alleszins. Zopas is hier een fotograaf van Gazet vanAntwerpen geweest, gelukkig heeft hij mijn versleten pantoffels buiten beeld gelaten: de dichter als pantoffelheld is geen gezicht en als zijn grote tenen erdoor steken wordt het helemaal een karikatuur. Een interview zal verschijnen in de regionale editie van Het Nieuwsblad/Het Volk (editie Waasland neem ik aan).
Komende vrijdag is dus de officiële voorstelling in Hamme: in extremis zijn er medewerkers bij gekomen, het lokale Davidsfonds , de fotoclub Imago en de vzw Durmevrienden die materiaal leveren voor de projectie van natuurfoto's uit de streek van Durme en Schelde. Er zijn bijzonder mooie beelden bij.
De bijgevoegde foto is van persfotograaf Peter Maenhoudt uit Gistel.
(Nu heb ik toch al 1 lezer)


pestdokter
- over Petrus van der Jeugd en Philomena -
de doden zwollen op
in hun huizen, wie kon
ontvluchtte het dorp
toen zag men zijn norse
kop: ‘een beitelwerk
van steene’ - die zei:
als niemand het doet
met gade en kruiwagen
trok hij door de verlaten
straten: droegen ze een doek
voor de mond, wasten ze
hun verweerde handen?
ze reden van herenhuis
naar krot, hieven
de geschonden dochter
uit doorweekte lakens
een verteerde moeder hier
een geraamte daar
dat grootvader was
een zuigeling met nog
zog op de mond
het voorwiel kraste
over pestwegel en kasseien
alsof een vingernagel vocht
met een deksel, men hoorde
de schreeuw uit de benauwenis
van spijkers en hout
vanonder de aarde
Kromme Peet en zijn Mene
zij deden het, ze vonden:
‘als niemand
anders het doet’
men zag hem zowat een halve
eeuw later uit het oudemannen-
huis komen: onder zijn
eeuwige pet een kop gebeiteld
door schaduw en woede
hij zweeg, men zweeg of groette
behoedzaam: als dieren
ging men een geur uit de weg
wet pussy


wet pussy
hijgen, zei ze,
gaat van oh naar ah
haar hoofd sloeg om
als een enkel
gedruis in haar bloed
alsof een geweldige vis
haar droeg, meenam
onder water terwijl
huizen van golven
neersloegen op haar huid
en haar hoofd sloeg om
als een enkel: het leek
te ontkennen wat haar
overkwam, bonkte tegen
ledikant en muren
boeien moesten breken
haar hoofd voelde als
een deksel op een gistende
bokaal, hoe ze ook schroefde
ze kreeg het niet los
later moest het op zijn
hondjes, ze keek over
haar schouder, riep hem
van ‘zo’ naar ‘ja’
en haar hoofd sloeg om
als een enkel: een beeld dat
wankelde op een zuil, met gedruis
kwam het neer, bedolven
onder een hele kathedraal
gruwelbeelden
gruwel
Dat de kleinhandel zijn overgebleven voorraad sigaretten zonder schrikbeelden niet meer mag verkopen, onderstreept het fanatisme van de gezondheidsfundamentalisten. Dit is het ergste schrikbeeld: intellectuele verkramping. Eén idee overheerst, alle andere reflecties doven uit. De redelijkheid verdwijnt als men nog slechts één reden heeft.
‘het genoegen van de nederlaag’ – Choderlos de Laclos
het is een vertrouwd gebaar
ze is voor hem gebouwd
alsof de maat werd genomen
van arm en schouder:
die helling, die holte
waarin zij steunen moet
alsof hij zelf de snaren koos
uit de nek van zeldzame paarden
en de vioolbrug uitsneed
zoals eeuwen selecteren
de randen bepalen van een blad
alsof zijn zweet de welving
lakte, zijn speeksel
de naden lijmde
alsof alleen hij weet
hoe ze splijten zal
en net niet
en het is de ruimte dan
die haar adem vult
de verpakking van de aarde
die zij openscheurt
alsof iets wonderlijks
voor het eerst gebeurt
wanneer zij in de welving steunt
tussen hoofd en schouder
en haar weerstand kreunt
van genoegen met de nederlaag
en hij dan opzwelt
als een veroveraar
de paarden ziet
die losbreken uit hun kraal
liaison pornografique


une liaison pornographique – Fonteyne
nog één keer en hevig
alsof het leven schokt
uit een doorgesneden keel
dan de hoteldeur op slot
de sleutel in het rooster
het is te zeer
van een wrekende god
te zuiver nog
voor de leugen
voor het beleefde inschenken
van koffie in het opgeheven kopje
terwijl het hoofd nog natuit
van dromen die zijn verdrongen
voor het kauwen
op het succulente vlees
terwijl men staart
naar een lachende mond
aan een andere tafel
wij hebben elkaar gevierd
als het feest
van weerloze kleden
ik zal mezelf niet ruiken
zonder jouw zweet
over je huid verdwalen
was een bedwelmend vinden
nog één keer en heviger nog
de tijd verslinden
een heilige olie
in alle poorten van de huid
een beetje alsof we elkaar beminden
foutje
Op het proces tegen de Rwandese majoor Ntuyahaga kwam premier Verhofstadt getuigen dat hij vandaag dezelfde 'foute beslissing' zou nemen als de regering Dehaene in 1994.
Ontroerend toch, die solidariteit over de partijgrenzen heen.
De argumentatie van de Belgische politieke leiders komt in feite hierop neer: als heel de wereld, in casu de UNO, zich laf gedroeg, waarom moesten wij Belgen ons dan anders gedragen?
Deze overweging hebben we nooit gehoord telkens onze para's erop uit werden gestuurd om in Congo een opstand tegen de Moboetoedictatuur te helpen onderdrukken.
Eén verschil: in Congo hadden de para's ook Belgische belangen te verdedigen, in Rwanda niet.
Het verschil is nooit zo verschillend: opportunisme blijft de opperste politieke deugd, zeker in het buitenlandse beleid waar de publieke opinie pas van wakker ligt als er Belgische slachtoffers (dreigen te) vallen. En dit opportunisme is geen Belgisch monopolie, alle landen met een mogelijke interventiemacht voeren hetzelfde theaterstuk op. Daarom volgde op Rwanda de massamoord in Oost-Congo, het drama van Darfour, ad infinitum en ad nauseam. Wie schreef alweer: 'Ich kann nie so viel fressen wie ich kotzen möchte'?
belastingen hoger/lager
In De Standaard woedt nu al een hele week een welles-nietesspelletje of onder paars de belastingen zijn verlaagd of niet.
Tot mijn gewetensrust lees ik dat een rookverslaafde minstens 350 euro per jaar méér afdokt en in globo bij elk pakje sigaretten er drie bij betaalt aan de fiscus. Zet die rokers dus maar op een piedestal in plaats van ze als pestlijders te verketteren.
Mij interesseren echter twee andere vragen: zijn belastingen billijk volgens het principe 'de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen' en worden ze eerlijk geïnd of maakt men van de jacht op fraudeurs een klucht: overal streng voor de kleintjes, hier en daar blind voor de groten?
En mijn stokpaardje hinnikt zijn bekende geluid: belastingfraude is nog altijd iets belangrijker dan doping in de wielersport.
Ik zie nog niet direct een bedrijfsleider staan huilen voor de tv-camera's als hij moet toegeven dat hij miljoenen euro's aan belastingen heeft verduisterd. Erik Zabel doet dat wel, omdat hij spijt heeft van zijn misstap. Een echte fraudeur heeft van maar één zaak spijt, namelijk van het feit dat hij betrapt is, zie de norse Fred Nolf in Antwerpen.
En tenslotte, als aan de vorige voorwaarden is voldaan - een billijke en eerlijk geïnde belasting - , wat gebeurt er dan met de opbrengst: dient die om de ongelijkheid iets minder ongelijk te maken, leidt die tot duurzame projecten, komen die investeringen iedereen ten goede met inbegrip van de komende generaties????
Die vragen houden mij meer bezig dan de accijnzen op mijn dagelijks pakje sigaretten.
kamperfoelie


van dijk naar dorp en terug
- voor Erik en Paula –
methaangas, het murwe
van scheerlink en dove netel
en toch, de notelaars
je vermijdt het straatje
waar je speelde, het stompje
dat in de velden stak
zoals een pompende werkman
in een geeuwende buurvrouw
vlieren, toefjes goedkoop
parfum in een hals
en toch, de notelaars
zomer in mei, een stolp
over het land, bedompt
spreekt het met beslagen
tong een meerkoet uit
taal van ons volk, het ketst
als mussen, als messen
op steen, slikt weerom
de kauwgom van zijn
woorden in, de gestolde
geschraapt van een steen
naar amandelen geuren
de kamperfoelies van een vriend
de gele linten open gebogen
gulzige meisjes van eeuwig zestien
één visserssloep verzonk, één
draagt een keukenstoel alsof
een sultane zetelt op een kemelrug
toch kom je thuis, in je geboorte-
huis: de notelaars zijn terug
klei


klei, een fresco
soms jaag je haar de stuipen
op het lijf, de vitusdans
waarmee ze uit haar lichaam glijdt
en opvliegt: een kleurenfeest
over een stil veld van geuren
en je voelt je een god
tot in het verste van je vingertop
en alle goden zijn zondige vogels
die zich dronken komen vreten
aan het vlees
en je huift over haar
als een schaduw waarin
de zalige vogels schuifelen
van de droom
dan slaapt ze al
gelijk een mens die is aangeraakt
en zich weer oprolt tot klei
ons huis


bij een schilderij in Ons Huis
- Juan-Fernandezzaal, Vrijdagmarkt, Gent -
alles was uit balans:
loon, arbeid; zorg, verzorging
dag en nacht, leute en leed
alleen een schilder vindt
een volmaakt evenwicht
de symmetrie
van fresco’s en retabels
iets moet worden gezegend
iemand zalig verklaard
een kist tegenover een kist
zoals witte vingers liggen
gevouwen op een borst
een patina van vrede
zoals op bronzen beelden
men de fiere spieren ziet
van een mijnwerker
en waar is de pijn in zijn pezen
was dit hun leven:
verstild, een patina
van vrede
er zit iets zaligs in
en waar is de woede
telt zelfs de dood zijn schreden?
zelfs de dood: op zijn hoede
citeetjes van Gent


citeetjes van Gent
- met de stem van Kareltje Waeri -
zouden ze hem durven slopen
de gordel van Gent
waar het werkvolk opeen zat gekropen
een gezicht waar een fatsoenlijk
mens niet aan went
zijn fatsoen zag een centiem opslag
als een etter als fijt: iets dat ge eruit snijdt
desnoods met de sabel van een sjampetter
pas op voor uwe kop
wie hier naar binnen wil
val niet over de koolbak
of in het gemak met zijn verrotte bril
ze zullen hem wel slopen
de gordel van Gent
de Turken zitten daar ’t hope
met een zat wijf zonder vent
of het nu mag of nie zou meugen
en ook daarbij: zo’n cité
ziet ge in kleur op uw tv
uit Manilla of die kanten
het fatsoen slaat graag een gat
in zijn geheugen
maar het herkent nog altijd zijn klanten
staking bij De Post
In zijn absolute meesterwerk Modern Times toonde de geniale Chaplin aan hoe een arbeider compleet krankjorum kan worden door het werk aan de lopende band. Dit is 70 jaren geleden en nog altijd actueel.
Het gaat om het verschil tussen arbeid op mensenmaat en robottisering: arbeid bepaald door chronometers of computers.
Men kan niet blijven herhalen dat mensen langer zullen moeten werken en tegelijk de citroen dagelijks verder uitpersen, om een populair beeld te gebruiken.
De zogenaamde georoute werd bij de Post ingevoerd om zich voor te bereiden op de onafwendbare liberalisering die door Europa wordt opgelegd. 'Liberaliseren zult gij' is intussen het elfde van de Tien Geboden geworden.
Zowel voor commentatoren als voor politici zou dit dogma of mantra een uitdaging moeten zijn om zich te bezinnen over de voor- en nadelen.
Wellicht verhoogt de liberalisering de productiviteit en zorgt ze voor meer economische groei, maar tegen welke prijs? Zou het niet kunnen dat wat men wint op het puur economische niveau helemaal verloren gaat op het sociale: aan gezondheidszorg, overlast door gedrag dat veroorzaakt wordt door overmatige stress?
Wij Belgen zijn koplopers inzake de consumptie van kalmeer- en slaapmiddelen en anti-depressiva: heeft dit te maken met de organisatie van onze economie en met de invloed van onze economie op het geheel van de maatschappij?
Zowel politici als zaakvoerders en beleggers streven naar winstoptimalisatie: alleen staat de winst van de tweeden te lezen op een bankrekening (al dan niet in een belastingenparadijs) en de winst van de eersten op het gezicht van de mensen, om het heel romantisch uit te drukken.
Politici moeten er niet naar streven de mensen gelukkig te maken, dat kunnen ze toch niet, daar zijn andere krachten in het spel; maar zij kunnen wel de voorwaarden helpen creëren waarbinnen de burger zelf naar zijn eigen levensvervulling op zoek kan gaan.
Mensen laten dansen op de maat van een chronometer is pervers: een mens is geen ritmebox die men nu eens kan laten doorrazen als een storm en dan weer laten wiegen als weilanden aan zee.
Liberalisering betekent vrijmaking, maar wie wordt er vrij van: dat is de meest essentiële vraag.
bloemenweide


bloemenweide
noem het strand een bloemenweide
van pluiskleine kleuren
en pluisjes stuiven in je ogen
er is een vlieger die niet opgaat
mooie liedjes tuimelen uit hun toon
maar geen bloem die zich omdraait
of ze vindt voor haar vallen heel gewoon
je weet het van je dokter
met al die losse pollen
zou je beter binnen blijven
hoor maar, je longen – je loopt
als een strandhond
achter een vlinder
kijk hem van woede bijten
in de pluisjes van zijn staart
van hoofddoek en schaamdoek - aanvulling
Nu we het toch over lezersbrieven hebben: in De Morgen vraagt een sympathisante van Groen! zich af waarom een progressieve partij het dragen van een conservatief symbool verdedigt.
Dit is een pertinente vraag want enige schizofrenie is er zeker mee gemoeid - om te beginnen al in mijn eigen hoofd.
Er zijn twee goeie redenen. Ten eerste treft een verbod op 'zichtbare' symbolen alleen de uitheemse - gewone christelijke gelovigen dragen uitsluitend onopvallende tekenen. Daarom is het verbod zoals het staat geformuleerd de facto discriminerend.
Ten tweede wordt progressiviteit bijzonder onverdraagzaam en totalitair wanneer de progressieven ervan uitgaan dat iedereen zich progressief dient te gedragen.
Dit is verlicht despotisme. Als je pleit voor een veelkleurig Vlaanderen moet je ook kunnen aanvaarden dat een aantal landgenoten er opvattingen en gedragingen op nahoudt die verschillen van de jouwe.
De grens ligt zoals altijd bij reële overlast en belemmering voor de anderen: conservatieven en progressieven zullen wellicht nooit dikke vrienden worden, maar ze kunnen wel als goeie buren naast elkaar wonen en elkaar helpen wanneer daar nood aan is of ze kunnen als collega's samenwerken om een gemeenschappelijk doel te realiseren.
Kortom, wie eraan mocht twijfelen dat zindelijk denken moeilijk is, moet dit hoofddoekendebat maar eens op de voet volgen. En liefst ook de eigen argumenten tegen het licht houden: niemand zal hier uitkomen als triomfator omdat niemand het gelijk helemaal aan zijn kant heeft.
hoofddoekendebat vervolg
Vandaag staan in De Standaard twee lezersbrieven met een tegengesteld oordeel. De eerste noemt het debat hypocriet want 'kentekenen van een politieke en godsdienstige ideologie zijn al jaren verboden bij de openbare diensten, met name in het onderwijs'; de tweede vergelijkt het verbod met de 'pre-emptive strike' van Bush: aanvallen nog vóór er iets verkeerds is gebeurd. De eerste briefschrijver heet Jan, de tweede Fouad.
Laten we eens kijken naar de feiten. Onze buurlanden Engeland (diversiteit) en Frankrijk (laicité) leveren duidelijk tegengestelde voorbeelden: is de dienstverlening in Engeland slechter omdat ze daar kan geleverd worden door een personeelslid of ambtenaar met tulband of hoofddoek? Bij ons vindt de stad Gent zo'n verbodsbepaling niet nodig, Antwerpen wel. Beide steden bevinden zich nochtans in een gelijkaardige situatie: een diverse bevolking, de aanwezigheid van een racistische partij, samenlevingsproblemen.
Gisterenavond tijdens een debat op de VRT zei de diva van het VB, Marie-Rose Morel, dat iedereen zich kleedt zoals die wil, 'maar ze moeten dan ook niet verbaasd zijn dat ze anders worden bekeken.'
Mocht het daarbij blijven dan heeft ze gelijk: maar het gaat om meer dan 'anders bekijken', de blik drukt een oordeel uit die zich verder zet in een praktijk van discriminatie.
Een beschaafd mens wil tegelijk een einde maken aan deze discriminatie en de integratie bevorderen - en zoals Patrick Dewael terecht opmerkte: integratie is geen assimilatie, Vlaanderen is veelkleurig en zal veelkleurig blijven.
Er zijn redenen om te zeggen dat we in een zieke tijd leven - in de illusie dat vroegere tijden gezonder waren: enerzijds zijn er allerlei vormen van ontspoord gedrag, anderzijds een toegenomen onverdraagzaamheid. Dit laatste betreft niet alleen de nieuwe Belgen, maar net zo goed spelende kinderen.
Het eerste slaat je soms met verstomming. Deze week verneem ik van een verantwoordelijke in een cultuurcentrum dat er in hun fuifzaal altijd 'security' aanwezig moet zijn: bewakers van een privé-maatschappij; anders wordt de zaal, en de omgeving, het voorwerp van vandalisme: zelfs bij fuiven georganiseerddoor een jeugdbeweging. Wij, oude rakkers, merkten op dat in onze tijd (de jaren 1960) 1 onderpastoor (de proost) voldoende was om ons onder controle te houden: vandaag heeft men vier veiligheidsagenten nodig.
Hoe is dit gestoorde gedrag te verklaren? Heeft het te maken met 'het onbehagen in de cultuur'(dixit Freud): zit een groot deel van onze jeugd zo ongemakkelijk in z'n vel dat zij moeten vernietigen of vechten? Net zoals een aantal chauffeurs zich agressief moet gedragen in het verkeer?
Wat zijn dan de oorzaken van dit onbehagen, van deze sluimerende agressie en vernielzucht die geregeld tot explosie komt?
Het hoofddoekenverbod is alleen al daarom dwaas: het dragen van een hoofddoek bezorgt niemand overlast (tenzij de racist misschien) maar het verbod kan wel aangegrepen worden door jonge macho's om te zeggen: zie je wel, ze aanvaarden ons niet, we zijn in hun ogen 'racaille' (denk aan Sarkozy in de Parijse banlieus) , dus zullen wij ons als 'racaille' gedragen.
Dit ontspoorde denkproces is niet nieuw of uitheems: ook de vroegere nozems reageerden zo. Stigmatisatie lost geen enkel probleem op, het verergert de situatie alleen maar.
De overheid heeft al meer dan werk genoeg met het aan banden leggen van gedragingen die echt de samenleving bedreigen: meisjes en vrouwen met een hoofddoek bezorgen zichzelf misschien overlast, maar niemand anders.
Bart de Wever en meer
Nu is het wel zo dat het aandeel van mannen en vrouwen in de seksuele repressie niet altijd eenduidig is. Denk aan de meest extreme vorm: de genitale verminking van meisjes in bepaalde Noord-Oostafrikaanse culturen vooral. Iedereen die het wil zien heeft die beelden in het hoofd. We mogen aannemen dat deze misdadige praktijk bedacht is door mannen, maar het ritueel wordt meestal door vrouwen uitgevoerd en het zijn in het bijzonder de volwassen vrouwen die erop aandringen dat het ook bij hun dochters gebeurd. De verklaring is wellicht economisch: de verminking garandeert de maagdelijkheid en voor maagden wordt een bruidsschat betaald die voor de familie van levensbelang is. Al is er ook die dwaze familie-eer mee gemoeid want de praktijk komt ook voor bij in Europa wonende moslims en Afrikanen. In die zin hoort deze verminking bij de even weerzinwekkende eermoorden: broers en andere mannelijke familieleden achten het hun plicht om een meisje te vermoorden dat hun familie te schande heeft gemaakt door in opspraak te komen of haar maagdelijkheid te verliezen.
Dit toont aan hoe sterk seksualiteit en agressie met elkaar verweven zijn, hoe zwaarder het taboe, hoe gewelddadiger de toepassingen van de moraal.
En die toepassingen zijn vrijwel altijd hypocriet: de mannen doen hun zin, de meisjes en de vrouwen worden aan banden gelegd.
staar en gebaar


staar en gebaar
roep of beter: gebaar
in stilte, verhef je armen
wijdend en de pantserwagen
stopt zoals op hol geslagen paarden
verstijven voor het wapperen van een jas
stap uit de pas
schreeuw of beter: verbuig
je mond in de grimas van de schreeuw
zoals men krampen ontspant
door het opspannen van een spier
tier, maak tumult
met al wat rammelt en ratelt
hou de vadsigen uit hun slaap
haal ze uit hun zelfvoldane zetel
licht de oplichters op
ontbloot hun schaamte
toon het geraamte
onder de bolle wangen
de holle ogen
achter het glanzende glas
was je handen in het bloed
van gewijde dieren
merk de vergulde gevels
met het teken van de vloek
zoek de namen op
roep ze uit hun roes en sluimer
of beter: gebaar
laat de stilte haar huif en huiver
kijk het aan, kijk ze aan en staar
debutant


debutant
iedere dag een debuut
je verwacht die ene regel die
binnenloopt als een mailboot:
zwaai naar de Schone
aan de reling, haar hoepelrok
je bent nergens, een lege
steiger aan een rivier
zonder naam, een veer
op geen stafkaart vermeld
alleen de zoemlens van een
jongensoog vergroot een roeiboot
tot vrachtschip, tovert een
meertouw om in verboden lading:
godenbeelden van een verdwenen
beschaving, kruiden, parfums,
weefsel dat getuigt
van een hemelse nacht
iedere dag debuteer je:
gordijnen schuiven open
als gebladerte in de wind
waar is je tekst, je gebaar:
een hand als een bleke vogel
tegen een mateloos zwart
iedere morgen schuift
de schemering open alsof
men van jou wat verwacht

