Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
ansichten 2
3.
De demagogie in het debat over internationale politiek bestaat er onder andere in de geschiedenis op een willekeurig moment te laten beginnen. De voorgeschiedenis zou immers de eigen verantwoordelijkheid kunnen blootleggen en de eigen leugens.
4.
Er zijn evenveel redenen om voort te leven als om eruit te stapen, meestal zijn het dezelfde.
5.
Een bepaalde kromming in een ruglijn maakt ze betoverend, iets meer of minder en je haalt er je neus voor op.
6.
Pedofielen hebben de zuiverste smaak, zolang ze lief zijn.(en hun ogen de kost geven en hun handen toevertrouwen aan de kunst)
8.
Over seks kan je blijven lullen ; met je hersenen kom je er toch nooit bij.
8.
Wie nooit over zelfdoding heeft nagedacht, heeft nooit nagedacht.
ansichten
Dit wordt een doorlopende rubriek, genummerd zoals de 'Ideën' van de geniale Multatuli.
1.
Naaktloperij heeft weinig om het lijf.
2.
Iedere gave is tegelijk een opgave.
een dag zonder


een dag zonder
een dag zonder jou
ik bespring mijn tralies
en ruik niet eens
het vlees hier op de vloer
ik dacht ik val als een kauw
in haar schoorsteen en zij
met zichzelf in het reine
vindt mijn kraakbeen in de
kramp van dwaas verdromen
een oog van glas een snavel
als een kroontjespen krast
vergeefse kreten in wat muffigheid
ik dacht vergeefs
te vallen bewaard te worden
op een schoorsteenmantel
een relikwie als zelfportret
een spotprent van mezelf
een dag zonder jou
ik rook
als een kauw in je schoorsteen
maar morgen overmorgen
je borstelt mijn gebeente
met je fijnste wimpers
op het witte marmer
van je schouder ben ik
de uitverkoren dode
je windt mij op
tot de verrijzenis toe
drie heren van stand - aanvulling
De enthousiaste analyse van zondag moet achteraf worden gecorrigeerd met de bedenking dat er een groot verschil op te merken is tussen een politicus in functie en iemand die terug blikt.
De Gucht zei ook dat hij geen standpunt wil innemen wie er in het Israëlisch-Palestijns conflict nu gelijk heeft en wie niet. Toch is het voor iedereen duidelijk dat de moord op meer dan 1 200 weerloze burgers en het uitstrooien van honderdduizenden clusterbommen onmogelijk een redelijke vergelding kan genoemd worden van de moord op en ontvoering van een paar soldaten.
Het doet denken aan de uitspraken van Dries van Agt in het onvolprezen Zomergasten van de VPRO: tijdens zijn premierschap had deze christen-democraat altijd de kaart van Israël getrokken, achteraf is hij een aantal keren op bezoek geweest in de Palestijnse gebieden en heeft hij een bocht van 180 ° genomen, zijn standpunt is nu dat de sterkste partij ook de zwaarste verantwoordelijkheid draagt en zelfbeheersing moet tonen.
Omgekeerd, de hooggestemde Karel van Miert is als Europees commissaris altijd een fervent verdediger van het concurrentiebeginsel geweest, het in Europa tot dogma verheven vrije marktprincipe, en van een socialist zou men toch mogen verwachten dat hij pleit voor sociale (en ecologische) correcties bij de vrije markt.
Voor beide heren van stand geldt dus overduidelijk dat de geest helderder functioneert als men de handen vrij heeft.
flora en fauna


flora en fauna van schorren en slikken
de uiterwaarden en hun ruigtekruid:
het harig wilgenroosje, de spindotter
een gouden dekmantel, een sliepuit
over de dodelijke ernst van grauwe schorren
in het riet schuilt het geluid
van karekiet en blauwborst
de lisdodde in zijn schik
trapt lachend op een puit
op het slik en zijn gebroken korst
soms duikt een wielewaal
uit de dichte netels of praalt
een fazant die plots gaat
rennen voor zijn leven
gele lis en kattenstaart staan
stram buigend op de uitkijk
je weet uit een verleden
wat ze zien en volgen:
de stekelbaars, de goudgerande
torren onder en boven de wolken
en er is de fijne wimperborstel
die al het andere uitveegt
al je woede en geworstel
als een betraande tekening op een lei
de morgen bij de meersen is meer
dan goud waard: de populier die in je droom
bewoog, staat nu en hier te ritselen in een rij
ruist als de adem van een goede geest
een vreedzame met het geduld van
een moeder, een zachte meester
afgedamd


afgedamd
foto’s van de verstilde rivier
bochten uit hun loop
geknipt zoals geleerden
knippen in een kronkel genen
wat is de erfenis
die jou werd toebedeeld:
een closer beeld van het naakte baden
in een luwe zomeravond
libellen boven je hoofd
het grote oog van een herkauwer
meisjes bij het modderstrand nog niet
overwoekerd door netel en distel
hoe ze ‘s middags languit glimden
in hun zwarte badpak met ogen
die gaten brandden in je huid
een vermoeden van vissen
om vermolmde sloepen
op het water ’s avonds
futen in de weerspiegeling
van riet en populieren, een wak
van glans in de deemstering
de echo van een lied


the face that lynched a thousand
je kijkt voor je uit
als een mausoleum van bloederige
tsaren, hun dood is toegejuicht
als een zegening
ja, je bent bekleed met roze marmer
een man vergaapt zich aan het fresco
in je koepel wanneer zijn blote voeten
lopen over mozaïeken als over een bed
van witte bloemen in een paarsblauw licht
op hol slaat zijn stem die bidt
als een gebalde vuist op arduin
en zijn smeken waanzinnig zangvogel
tuimelt in je schemer, breekt
tegen je geschater zijn nek
en in een hoek van de gouden kroonlijst
trilt het spinrag van je ziel
trilt: ik ben zo vreselijk
ik ben zo vreselijk alleen
Journalisten maken soms correcte analyses maar die op zichzelf toepassen is weer een andere zaak. Bijvoorbeeld, het wij-zijdenken wordt terecht de belangrijkste hinderpaal genoemd om tot een vreedzame coëxistentie te komen, doch wat zagen en hoorden we gisteren alweer in het vrt-journaal? Over het Midden-Oosten werd gezegd dat Israël een 80 miljoen dollar of euro heeft vrijgemaakt voor de Palestijnen, alleen in het journaal van 19 uur werd hieraan toegevoegd dat het eigenlijk om Palestijns belastingengeld gaat dat door Israël wederrechtelijk werd geblokkeerd. Uit de USA kwam een minutenlange reportage over de ‘flat daddies’, soldaten van bordkarton die door hun familieleden worden uitgesneden om hun afwezigheid draaglijker te maken. Telkens ging het om bezorgde ouders die verklaarden aanvankelijk achter de oorlog gestaan te hebben en nu pas zijn beginnen twijfelen. En steeds weer wordt dat cliché herhaald: ‘he is doing his duty’. Wat we vrijwel nooit te zien krijgen zijn beelden en getuigenissen van Irakese of Libanese gezinnen, of Afghaanse: de slachtoffers blijven voor ons in hoofdzaak cijfers, eventueel bloederige ledematen zonder identiteit en van de rouwenden of treurenden zien we af en toe een hysterische massa, zelden een mens met een eigen gezicht, een eigen naam en geschiedenis. Onze nieuwsfabrikanten zorgen ervoor dat wij inderdaad tot de Westerse hemisfeer behoren en als wij onszelf met het Westerse kamp identificeren, hoe kunnen we dan verwachten dat de heethoofden aan de overkant dat niet doen? In het bijzonder: waarom zou een mudjahedin het onderscheid maken tussen Europese tegenstanders of critici van de oorlogen in hun deel van de wereld en de sympathisanten of collaborateurs? Krijgen zij via onze eigen media een ander beeld van onze opinies en betrokkenheid dan via hun Arabische zenders, gradueel allicht wel, maar fundamenteel? Wie in het Westen woont, wordt, of hij/zij dat nu wil of niet, door onze media tot een namaak-Amerikaan gemodelleerd, via filmkeuze, overgenomen spelletjes, berichtgeving, kortom: onze cultuur wordt door onze tv-zenders in het bijzonder (maar niet uitsluitend) ingelijfd bij de Amerikaanse, wij zijn onderdeel van Mac World en niet omgekeerd
lenigheid
Deze lenige jongedame onder het weidelandschap is een oefening in het bijsnijden, van foto's dan wel.
asielenpoten?
- refusons la Refuge -
ze komen
gesmokkeld door bendes
verbrokkelde korrels
van een bedorven zaad
opgezwollen spoelen ze aan
worden geborgen, of op de valreep
overboord gesprongen en opnieuw
verzonden naar hun overkant
ze komen het land in onderkoeld
uit het ankerhuis van schepen
die de vruchten aanvoeren van hun bodem
worden opgesloten in een vesting
wat onze wet dan noemt een beveiligd huis
een centrum, een Refuge
ze blijven komen
stikkend in een laadbak of buiten adem
wachtend op de verklikker, op de handhavers
van onze beschaafde orde – want onze zeden
heeft het stempel lief
in het exacte vak, de etiquette aan tafel
voor de honden en hun bazen
wij hebben de zegels lief over de lading
en zij komen als ongenode gasten
op onze feestmalen en verstoord
bevelen we de wachters aan onze poort:
gooi wat brokken naar de honden, want
we hebben de vrede lief in onze ingewanden
ze komen bedorven door een blik uit de verte
op onze spijskaart, als een echo
van onze boerende kelen spreken zij ons aan
dringen doorheen de verschansing
van onze chemische vrede: zij zijn
de chimaeren wanneer wij gelukzalig
dromen van hun stranden
of we nu slapen of wakende dwalen door onze
bewapende woning: ze blijven komen
een stuk of wat
gedichten 1973-2005
Staf de Wilde
- ‘is dit genoeg een stuk of wat gedichten voor de rechtvaardiging
van een bestaan’. Jacques Bloem -
uit Tsja (1973)
je handen
je handen vertellen sprookjes
aan mijn huid
van hoge winden
van diepe vissen
ik heb je handen niet gehoord
je handen niet gezien
geroken, doorsidderd
ik heb je lief
ik heb je handen lief
je handen vertellen sprookjes
aan mijn huid
feeën aan mijn wangen
dwergen in mijn zijden
zo heeft elke tuin zijn lusten
elke vinger zijn verrukking
verrukkelijk zijn je handen
over mijn huid, de poriën zijn
luisterend en fluisteren
ik heb je handen lief
ik heb je lief
hou mij in je handen
evasio
een raaf zetelt aan de Schelde
vervaarlijk gekrijs
ben je bang liefste
zoek dan de schelp van
een schouder aan de Schelde
genoegzaam rent een gnuiven
over je rug, een vluchtende Bunt
vervaarlijk langs de Schelde
een bek krijst, de schicht in een oog
gelijk het bot van een arm grijpt
naar de avond
over de Schelde hollen de lijken
benemen de adem
van de dijk
wanneer het grint kriept
krijst de raaf en vlucht
aan de Schelde zetelt de vlucht
danse macabre
je grote ogen liefje
zullen grote gaten zijn
wanneer je huid lang al is vergeten
en in je haren larven dromen
van vermetel mooie vlinders
je zachte dijen liefje
zullen poreuze knoken zijn
wanneer mollen rennen door je ribben
en in je bekken de ratten paren
ik zal je schedelnaad weer lijmen
je onderkaak aanroepen
als een goede huisfee
wanneer je huid lang al is vergeten
en over je verkrampte hand
de slakken kruipen
sluipmoord 1
ik ging in je meren baden
je kikkers kwaakten me aan
ik gaf ze een hand
een tikje op de stuit
dankbaar hebben ze mij
gedeeld van hun watervlooien
en kwaakten me aan
ik waadde uit je meren
droogde me met de haren van
de maan - kwaakten je kikkers
me na, je kikkers kwaakten me na
op hun rug lag groen vuur
het verdampte je ogen in
het water, in de nevel hoorde ik
je kikkers zachtjes
als vissen gillen
toen al baadde ik
in het spinrag van nevel
en op mijn vijvers dreven
de schubben van een doodzieke vis
epitaaf voor de familie God
rust zacht
lieve doden
gij
die de bomen hebt gegeven
en het luchtbederf
die het manna liet regenen
soms ook wel stront
gij hebt u kras gehouden
door de eeuwen
ik vergeet u niet
gij
die woord waart
en woorden hebt verwekt
uit zwavel en salpeter
die man werd uit een maagd
ik zal u niet vergeten
gij
die in me woont id est
in een onbewoonbaar verklaarde tempel
die door me wiekt met radde beelden
en mijn klokken klepelt
geplukt verteerd zijn uw pluimen
en uw streken
gij minder vos dan wezel
ik vergeet u niet
rust zacht
lieve doden
gij zult in mij verblijven zoals malse
mollen in een proper lijk
twee november
wanneer ik moet gaan
wens ik te vertrekken als de zon
in vele kleuren
misschien zullen enkele dennen
ruisen en wil een lijster schuifelen
het zou enig zijn
zelfs Beethoven is niet zo
ten grave gedragen
wanneer ik moet gaan
wens ik allen ver van mij
zeker gij mijn tere mijn teder
geliefde, sta ergens op een dijk
en kijk in het westen hoe mijn ogen
bloeddoorlopen worden dichtgedrukt
door de duimen van de nacht
het zou enig zijn
wanneer ik moet gaan
mijn liefste
geef u over aan de nacht
uw klaar lichaam een landerig
vers in het licht van de Schelde
het zou enig zijn
wanneer de maan mijn blauwe
lippen kust en van nevel een traan
valt op mijn voorhoofd
zal het enig zijn
zo wens ik te sterven
praat tegen de eeuwige vaak
praat met mij
mijn liefste
wanneer ik zal begraven zijn
praat met mij
wanneer ik op de rand van je bed
zal zitten en naar je lach
praat met mij
telkens je mijn wolkige wangen streelt
en de holten van mijn ogen spreken
praat met mij en vraag mij
al die rare dingen
die men enkel aan schimmen
vragen durft en kan
ik zal wanneer ik ben begraven
komen, en met jou praten
mijn bloot gebeente zal niet weerom
met zijn bek vol tanden staan
man/vrouw van het jaar
Wie heeft zo’n geheugen dat hij/zij kan zeggen: dit was de man/vrouw van het jaar?
demonen
demonen
noem ze maar, spreek ze aan
noem je demonen bij hun naam:
het eerste glas, de laatste nimf
de blauwe en de zwarte engel die
gestadig wisselen van plaats
vergeet de goden niet die slapen
in je schaduw, de hogere die hun
onderkomen vonden in de gaten
van de hemel, de jonge die dansen
om de kring van je leeslamp,
de slapeloze die sluipen door de
regen, hoor ze duizelen tegen je raam
noem ze bij hun verboden naam
laat ze sluimeren in je zetel, schrijven
met je kroontjespen, zwierige tekens
die rijmen op nacht en nevel, resoneren
in de droom van een dier dat snikt
noem ze, hou ze lenig als een naam
eer ze langzaam met water en
blaadjes, met geborrel alsof
een dwaalgast al is aangekomen
en gorgelt vóór het spreken
noem hem, heet haar welkom
laat hen wonen in een naam
morgen en mist


morgen en mist
nevel, nog week en wazig, een woord
zonder kracht en toch: hij kleeft
als een schimmel aan je ogen, zijn
kille poten zoeken in je vlees
je verstuift wat bladeren, zand hangt
aan je zolen als een herinnering
er is het zwijgen, een bange vogel
een ritseling die wil samen zijn
de bomen dragen hun koude zweet
lijken zwarter dan hun voorbije
schaduw, een tak breekt als een
bot, een keten in een kerker
denk er de honger bij, het deksel
dat niet meer wordt opgelicht,
de stappen steeds holler daarboven
nevel en de wereld verwijdert zich
je loopt alleen met een schijn
van leegte, weet dat nu bloedwarme
wezens beluisteren hoe de bladeren
schuiven aan je voet, het zand dat
grijpt nog als een dode hand
to a White Ladies’ man…
- … known as Marcus Cumberlege –
I went through your fine manifesto
and we were walking on the
pavements of Bruges, those blurred
eyes of mine ‘like a long legged fly
upon the water’ dancing about
a long legged dame , you smiling
almost like Amida, one who
has seen it before and knows
how smiles return with their tide
things had to be done, the small
ones, people were to be answered
neighbours and strangers and
who could tell the difference
we crossed our bridge of silence
when swans of memory came
swimming by and beyond the shore
of language lived some unknown
beauty waiting to awake
your manifesto says: don’t take
the serious too seriously, listen
how the pavement shouts hello
to faces that are about to fly
voldaan
voldaan
voldoening als het is volbracht
het schokken van haar lichaam
zoals een gehangene naschokt
stil hangt nog alleen bewogen
door een felle luchtverplaatsing
de geluiden uit neus en mond
méér wil je niet horen dan deze
goedkeuring van je bestaan
vaardig ben je geweest met
onbeholpen delen: hoe bot
zijn vingers als men naar
het schone grijpt, het weefsel
van glans dat een huid bekleedt
en er niet is dan in de blik
voldaan schuift adem in
adem alsof de teksten
van twee striphelden
worden ingeruild en luister
maar wat zij verzwijgt nu
met jouw stem, de klankloze
haar lichaam ligt weer als
een veld en de zaaier loopt
met zijn ogen over de voren
ziet de halmen al, hoort de
leeuwerik boven het ruisen
holebi's en Bodifée
Saeftinghe
Saeftinghe
de klok in de toren nog
schuin in haar schommeling
het slib over het dorp
je waadt door de kreken
zoekt naar asters op de
schorren, verliest een schoen
wanneer opeens de vloed
door de slikken spoelt
je hoort de toren onder
de zuigende muil, de klok
die schommelen zal droom
na droom en jij op zoek
alsof een gezicht verdween
uit een spiegel, je ziet het
blanke been, de kaken
gesperd: hoe lagen ze
toen de golven kwamen
de klok in de toren
klepte als een vogel
in een slagnet, welk geluid
maakt een dorp onder
je slorpende stap
welk geluid uit een huis
onder asfalt, van een speelplein
onder een snelweg, naar welke
stem keer je terug en elke stap
een echo, elke lettergreep
wat een gelui
wat voor geluid

