Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
fair trade


chalet bij de brug
vaak een gedaante en je weet
niet of het om een foto gaat
van later, of een gebouw, een weg
ontstond uit een verhaal
zoals dat chalet op hoge poten
bij de oude brug, het leek op
een pagode met een houten
wandelgang als kraag
we zaten buiten aan het water
boten lagen als vogels te broeden
op een tocht – vader dronk,
moeder verzamelde haar zomerse
sproeten, de hemel bolde op
als een eindeloos zeil
de wereld draaide om de spil
van een notelaar, om het gezeefde
licht dat tintelde boven een
kinderwagen – meer geschiedde
niet, geen opschudding dan een
trage aak, de snik van een meerkoet,
het klotsen van een donkere golf
een gedaante op een afgebleekte
foto, nauwelijks sepia, het silhouet
van een pagode: zo exotisch
dit binnenland aan de boord
van een rivier, in de schemer
lampions aan lange draden:
we schoven op een cruiseschip
door de ruimte en de ruimte
was diep, er ruiste een stilte
rondom voelbaar als een
gaasdoek waarop een koekoek
zijn purperen roep borduurde
de cigarillo van vader, moeder
haar vermout – vaag een balustrade,
een kraaiennest: iemand bleef
op post voor later wanneer
de beelden zijn opgelost
echtscheiding
Wat zouden de resultaten zijn mocht men een gelijkaardig onderzoek uitvoeren bij veertigers van wie tijdens hun kinderjaren een van de ouders is overleden; of bij wie thuis de sfeer het tegendeel was van geborgenheid? Omdat hun ouders meer bezig waren met hun carrière dan met nestwarmte, of eerder uit berekening bij elkaar bleven dan uit liefde?
Dan zou men bijvoorbeeld kunnen vaststellen dat kinderen van gescheiden ouders vaker zelfstandiger zijn dan andere, kortom : het beeld zou veel genuanceerder zijn.
Mijn probleem is altijd: hoe meet je zoiets, 'gelukkig zijn'? Hoe vaak krijg je op je vraag: 'hoe gaat het?' als antwoord 'goed' terwijl je aan de lichaamstaal kan merken dat de persoon in kwestie zich helemaal niet goed voelt.
Mij overtuigt evenmin het argument dat mensen met een hoger inkomen over het algemeen gelukkiger zouden zijn dan mensen met een lager.
Als het gaat om een te laag inkomen waardoor men elementaire zaken niet meer kan betalen zoals de studiekosten van de kinderen, dan lijkt het me evident. Maar observatie leert dat welstellende mensen net zo goed depressief kunnen zijn, gekweld door allerlei zorgen, onder andere omdat heel onze maatschappij aanstuurt op 'meer': hoeveel mensen vinden dat zij genoeg hebben? Wie deze houding van tevredenheid wil volhouden, die moet zich min of meer isoleren van de consumptiemaatschappij met haar voortdurende aansporingen om naar meer te streven. Als we geen sticker op onze brievenbus kleven, puilt die uit van de reclamebladen en de allesoverheersende boodschap van dit drukwerk is: 'consumeren zult gij'.
Geluk heeft te maken met een innerlijke vrede en die bereik je niet door mee te doen aan deze competitie van altijd maar meer: verdere reizen, het nieuwste apparaat, een snellere wagen etc
Mensen die tijdens de zomer niet verder reizen dan hun eigen tuin, worden als abnormalen bekeken. Nochtans is daar de vrede te vinden: in de schaduw van een boom, bij de rimpeling van een vijver, in de geur van bloemen.
sloop
vader zou garages bouwen
we moesten aan de sloop:
een hangar waar je de stenen
uit de muur kon pulken
als suikerklontjes uit een doos
taaier was het rijhuisje
naast ons van tante Alice
onze oudste verloren zoon
werd weer in huis genomen
om het gebinte te kraken
hoeveel weken in die zomermaanden
zat je te bikken met het kapmes
bijna een halve eeuw later
kom je voorbij opwolkend stof
waar een krot wordt verpulverd
weerom ruik je de wakke
mortel, de bijtende kalk
die aan je huid en kleren
kleefde, je neus en keel
dichtsnoerde met de smaak
en geur van graven
vader zou garages bouwen
want chinchilla’s kweken
bleek een ramp: er moest
wat worden bijgeschreven
op een rekening in het rood
de eerste huur kwam na zijn dood
en nog steeds zie je wanneer
een huis wordt uitgekleed
die trappen naar de leegte
hoe het levend wordt gevild
en geen omstaander de kreten
hoort, de geesten die zich weg
haasten voor wind en licht
verhalen die men van de wanden
schraapt zoals men gouden
tanden uit een dode haalt
terwijl geen hoofd zich
afwendt van schaamte
Dopingsaga
Zaterdag in De Morgen:7 bladzijden over doping, ongeveer een viertal over maatschappelijke problemen zoals vermoedelijke discriminatie op de arbeidsmarkt en de behandeling van asielzoekers.
En dan steekt De Morgen nog duidelijk uit boven de concurrentie: in de populaire of populistische kranten is de aandacht voor sociaal onrecht meestal een lachertje.
Waarom blijf ik mij hierover opwinden?
1. Doping is een probleem maar wordt steeds geïsoleerd benaderd. Het misbruik van farmaceutica zit verweven in heel in onze maatschappij. Lees er de statistieken maar op na over de overconsumptie van antidepressiva, tranquillizers, slaapmiddelen, angstremmers, pepmiddelen en dies meer. Bijna altijd gebeurt dit misbruik om te kunnen presteren, om te slagen in slecht voorbereide examens, om mee te kunnen blijven draaien in de mallemolen van onze economie of om een stresserend beroep te kunnen combineren met een gezinsleven of ontspanningsleven, of gewoon om zichzelf te overtreffen.
Kortom, de sport bevindt zich wat deze ontspoorde consumptie betreft niet op een eiland.
2. De repressie is een voortdurende schending van het gelijkheidsbeginsel uit onze grondwet en vaak van elementaire mensenrechten. Kan iemand het zich inbeelden dat in de strijd tegen de sociale en fiscale fraude (zwartwerk en belastingontduiking) mogelijke fraudeurs maanden van te voren moeten opgeven waar ze zich zullen bevinden zodat zij van 6 uur ’s morgens tot 22 uur ’s avonds kunnen worden gecontroleerd? Hoe vaak krijgt een fiscale fraudeur twee jaren beroepsverbod? Verdachten , zelfs in moordzaken, worden in de media aangeduid met initialen: als het gaat om sportlui worden die onmiddellijk met naam en toenaam aan de schandpaal genageld. Toen Marino Keulen Vlaams minister van sport was, stonden de veroordeelde dopingzondaars zelfs op het internet. Wanneer zoiets gebeurt met veroordeelde pedofielen, dan spreekt men van een schending van de privacy.
Traditionele juridische principes zoals het ‘non bis in idem’ gelden niet voor sportlui: zij kunnen zowel door hun sportbond als door de gewone rechtbank worden gestraft voor eenzelfde inbreuk.
Mij komt het dikwijls voor dat onze democratische rechtstaat ophoudt, waar de (top)sport begint: de juridische bescherming die voor ons allemaal van kracht is, telt blijkbaar niet meer voor de atleten.
3. In de discussie over de schadelijkheid van doping ontbreekt bijna altijd het wetenschappelijk gefundeerd tegensprekelijk debat. Lees er Humo van vorige week op na: niet alle wetenschappers zijn zo overtuigd van de nadelen van een medisch gecontroleerd epogebruik.
4.
Mensen uit het welzijnswerk en al wie zich bekommert om de mensenrechten , om de bestrijding van de armoede, kunnen er alleen maar van dromen dat de media een even intense en doorlopende aandacht zouden willen opbrengen voor essentiële tekortkomingen in onze maatschappij. Het is mijn vaste overtuiging dat onze politici met name de strijd tegen de armoede – die voor dit rijke Vlaanderen een regelrechte schande is – heel wat kordater zouden aanpakken mocht de pers hen week na week daarover aan de tand voelen.
5.
Waarom gebeurt dit laatste niet? Omdat armoede en onrecht zolang er geen doden vallen niet zo spectaculair zijn, en als er geen kinderen bij betrokken zijn maken ze minder emoties los.
De onophoudelijke dopingsaga zorgt voor verhitte bekvechterij aan de cafétoog, maar laten de dopingdominees zich geen illusies maken: de sportfanaten die vandaag hun gal uitspuwen of de spot drijven met de dopingfraudeurs, zijn morgen weer present op de volgende wedstrijd.
Naar mijn mening is de heisa omtrent doping weinig meer dan een onderdeel van de allesomvattende massahysterie die de sport teweeg brengt en die door de sportjournalistiek wordt aangewakkerd.
Waar ik voor pleit is de redelijkheid en het relativerend overzicht: zie het dopingprobleem in een ruimer verband en maak er geen ‘war on drugs’ van die net zoals de ‘war on terror’ een ideaal - in dat geval: een zuivere sport – pretendeert na te streven, maar intussen elementaire regels schendt en alle prioriteiten overhoop gooit. Verontwaardiging is een energie maar zoals elke energie niet onuitputtelijk: wie ze besteedt aan secundaire problemen, houdt geen energie meer over om de ware schandalen van deze tijd aan te pakken, in het bijzonder het vermijdbare lijden dat blijft voortbestaan dankzij onze onverschilligheid. En ‘dankzij’ is inderdaad cynisch bedoeld.
beco que cantei, adeus – Manuel Bandeira
afscheid zal je nemen
wanneer het sneeuwt in je
hoofd en het beeld uitvalt
niet eerder, het straatje
zonder einde, de wegel naar
het veld: je komt er met
de ogen van een vogel,
gehurkt in de buidel
van een engel zonder
ruis noch gewicht
weinig bijzonder: een stroeve
veldwachter die van elders
kwam, een kaartvriend die
champetter was, naar elders
verhuisde: voorbij de bonnen
voor de kermis, het gratis
graaien naar de flos
geen kind ontvoerd, geen vrouw
geschonden behalve dagelijks
door staalwol en schuim
geschramd, een beetje gegrift
en gegriefd door de eksterstem
van klappeien en wie was
geen vogel van die soort
zij schuurden hun bijgang
en soms een ziel, eens de mannen
verdwenen: lege schimmen
in de schaduw van twee gevels
in de nevel die een nat laken
tussen de wilgen hing
hun rode handen hadden
de ransel gevuld, het brood
gesmeerd, de koffie overgeheveld
in de pul met beugel
geen tijd voor zo’n flauwiteit
als een groet: een kuch, gehum,
een zwaai van een houterig
been, het krakende zadel
afscheid van de weiden
een zakdoek als doelpaal
de haag waar een voorwiel
in boorde toen je remde
met een schoenzool: ach,
je eerste menierode
jongensfiets zonder banden
straatje zonder einde, wegel
naar het veld langs de haag
die pootjes kreeg in de blauwe
schemer en een weerwolf werd
beelden waar je afscheid van
neemt, ooit, wanneer het sneeuwt
in je hoofd terwijl de bloesem
valt uit al de kerselaren
reusje
reusje
tal van ogen zijn nodig
om de man in de reus te zien
de tederheid van twee
kolenschoppen, de ferme
in de bevende stem,
de denker in de zwijger
tal van oren om te verstaan
wanneer een hart kraakt
als een bed: het verliefde
of het slapeloze hijgen
tal van haren om aan
te trekken omdat je niet
zag noch hoorde
tal van handen om
die haren lang te strelen
wanneer de stem beeft
en de ferme schopt in kolen
aan een reus valt te wennen
niet aan een man, die moet
zijn dagen rijgen aan het
hijgen van de nacht
wanneer de kamer te veel
ogen heeft, te weinig
lippen om te zwijgen


hovering
- to Marcus, Amida's poet -
listen to this single line:
a bird’s cry over
moors and marshes
why
you see that former paper
soldier, falling from
his cross: the tumbling
curse like a rock
on anonymous graves
meanwhile the bird
soars praying over
moors and marshes
why
some rivers gain
eternal life, curling
like a golden braid
risen from an ancient tomb
wonder what her sighs
have been, her whispering,
her ultimate cry hovering
over flesh and bone
over moors and marshes
a lonesome bird
the river marking
a single why
(photoshop by Ludwig)
anima mea
anima mea, als in een brandende braambos
zo, en zo vergeefs
ben je bezig: boetseren
woorden afwegen
als klodders klei
je voegt toe, strijkt weer af
tot zij op zou rijzen
gedragen door de roze schelp
van die ene regel
voltooid en onverbeterlijk
je weet dat ze aanwezig is
sedert eeuwen
op een vermolmd paneel
dat zich staande houdt
aan lagen pleister en probeersel
misbaksels
over een vergeten meester
de enige die het deed :
haar maken
zoals het zaad de bomen maakt
en de goden hun dromen
toevertrouwen aan het vlees
voeg niet toe
veeg weg
krab woord van woord
schaaf beeld van beeld
en zie, voel en proef
na de genade van die ene flits
het poeder
haar zien
is de moeder van de verpulvering
dokter Cosyns
dokter Cosyns
In De Morgen van vandaag licht dokter Cosyns de bedoeling van zijn actie toe: hij wil elke vorm van stervensbegeleiding op een gelijkwaardige manier behandeld zien.
In een kort commentaar zegt CD&V-senator Hugo Vandenberghe dat dit jurisch niet kan: euthanasie kan niet worden opgenomen in de wet op de patiëntenrechten omdat zoiets zou betekenen dat een arts kan verplicht worden om euthanasie uit te voeren.
Hier begrijp ik niets van: is een dokter soms verplicht om mij anti-biotica te geven als ik daarom vraag? Bij mijn weten houden de patiëntenrechten alleen in dat men recht heeft op goede zorgen, maar niet dat een dokter een behandeling moet verlenen waar hij in eer en geweten niet mee akkoord kan gaan.
Iets anders is de plicht om de patiënt eventueel te verwijzen naar een collega.
Ik stel vast dat de tegenstanders van euthanasie zich nog altijd blijven kronkelen in het zelfde wijwater; zij wringen zich in allerlei juridische bochten terwijl zij in feite maar één argument hebben: mijn geloof is er tegen.
Met open visier strijden betekent nog niet dat je gelijk hebt, maar je hebt dan tenminste toch de verdienste van de eerlijkheid.
Ronde


Ronde van Frijk
opeens sprint een peuter
uit je weg, hemelsblauw
zijn driewieler, zijn baan
het tuinpad van je vader
’t Folk uitslag
Ronde van Frijk
op de hartvorm van de houten
zitplank: oude kranten - nijgend
over haag en tuindraad: Delphine,
de vrouw van Leon de Sjampetter
hoe geduldig moet die zijn geweest,
zij bleef dat gebaar herhalen:
een krant in ruil voor een karamel,
een steentje, een stopsel van een fles
namen onthield de peuter niet, alleen
dat vreemde landschap waar sterke
mannen schoven langs een bergrand:
zwarte schimmen voorbij de sneeuw
namen niet of toch een paar:
Stanneken Ockers, Fred de Bruyne,
en liefst van al nog Charly Gaul
de Ronde van Frijk
moeder stond er op te kijken, ze
straalde verlegen om de verbeelding
van zoon en buurvrouw
de peuter trapte, sprintte,
klom – het tuinpad speelde
zijn eigen rol van velodroom
en besneeuwde col
hemelsblauw het houten
zitje, de ogen van moeder,
de beertjes op je pofmouw:
de Ronde van Frijk
die oude kranten maakten
ons in één maand rijk
Frank VDB
Het is met de nodige schroom dat ik schrijf over degevallen god Frank Vandenbroucke.
Vandaag staat in De Morgen dat hij zich eerst vrijwillig ging melden bij een psychiatrische instelling en daarna wegens dreigementen moest worden gecolloqueerd.
Men kan deze zoveelste aflevering van het psychodrama toeschrijven aan jaren van dopingmisbruik en andere verslavingen. Mij voldoet deze verklaring niet.
Nog meer dan Tom Boonen was de jonge F VDB de glamourboy van de Belgische wielersport. Zijn typerende uitspraak: 'ik kan elke vrouw van de wereld krijgen.'
Deze hybris toont aan dat hij geloofde in zijn eigen mythe van godenkind. Maar die werd door anderen geweven: door zijn supporters en door de media. En laten we wel wezen: de grootste zedenpredikers in de sportjournalistiek zijn vaak de ergste mythologen. Denk aan: 'Tommeke, Tommeke, wat doet ge nu?'
Afgezien van Hollywood vind je nergens zo'n massahysterie als rond de topsport, en bij ons is dat vooral de wielersport omdat we nu eenmaal vaker renners hadden van wereldniveau dan voetballers of basketters.
Trouwens, voor supporters en regionale journalisten, is een winnaar rond de kerktoren nogal gauw een afgod.
Wielerjournalisten in het bijzonder zijn er verslaafd aan om goden te maken en te kraken zoals verwende kinderen die krijsen om speelgoed en het daarna in een woedeaanval vertrappelen.
Je moet als jong wielertalent bijzonder sterk in je schoenen staan om hieraan weerstand te bieden. Een geschikte partner kan helpen, maar niet iedere jonge renner vindt een Nini zoals Rik van Looy.
Wat mij zal blijven verontwaardigen is de lichtzinnigheid waarmee het sportjournaille - van wie de meesten toch lang genoeg naar school zijn geweest - aan deze kermis der ijdelheden deelnemen en achteraf hun handen wassen in onschuld.
Het ziet ernaar uit dat F VDB wel eens de Belgische Pantani zou kunnen worden - waar hij zelf al meer dan eens op heeft gezinspeeld.
Misschien wordt hier dan het zelfde hypocriete eerbetoon achteraf opgevoerd als in Italië.
Mij lijkt het dringend nodig dat sportjournalisten die hun vak ernstig willen nemen, zich eens bezinnen over hun verantwoordelijkheid. Het zelfde geldt uiteraard voor iedereen die een jong talent moet begeleiden: de ontsporing begint al te dikwijls bij ouders die hun eigen frustraties willen overcompenseren door de prestaties van hun kinderen.
vervolg euthanasie
de goede dood en wat erger is
De dood is met de geboorte het meest ingrijpende gebeuren in dit leven, maar niet het ergste.
Zonder onze geboorte waren we hier niet geweest en na onze dood zijn we hier niet meer.
Maar er zijn levenssituaties die heel wat erger zijn in de beleving. Zelfs de meest bloederige dood is erger voor de toeschouwer als voor het slachtoffer zelf die er nauwelijks wat van merkt gezien de dood vrijwel onmiddellijk intreedt.
Daarnaast is er het uitzichtloos lijden, fysiek of psychisch. Denk aan de vrouw die in het VTM-programma kwam smeken om te mogen sterven omdat zij haar aanslepende depressies niet meer aankon. Enige tijd later wordt terloops meegedeeld - ik ben vergeten in welk medium precies - dat zij toch uit het leven is gestapt en op een nogal gruwelijke manier.
Als je bewogen wordt door mededogen, dan zoek je in gelijkaardige gevallen toch naar een meer humane oplossing?
Het lijkt me al te comfortabel zich te verschuilen achter hoogdravende woorden als 'de heiligheid van het leven' als men zelf weinig doet om dat leven tot iets waardevols te maken, bijvoorbeeld door gevallen van totale vereenzaming op te sporen en te bezoeken.
En het kan niet genoeg worden herhaald dat de moraal veel stricter is als het gaat om particuliere en intieme beslissingen dan wanneer er een hele bevolking mee gemoeid is. Denk aan Bush die liefst abortus en euthanasie zou verbieden in de VS, maar geen enkel gewetensprobleem heeft met het vermoorden van tienduizenden weerloze burgers. En de naam Bush is slechts een 'pars pro toto': hij staat voor miljoenen die denken zoals hij.
Onlangs werd de toekomstige katholiek Blair, de 'brother in arms' van Bush, met open armen ontvangen in het vatikaan; politici die ijveren voor de legalisering van euthanasie worden afgedreigd met excommunicatie.
Ik zie maar twee verklaringen: het taboe rondom de eigen dood en ten tweede het streven naar macht. Het zelfbeschikkingsrecht van het individu betekent het einde van de bevoogding door de godsdiensten en de kerken, en die macht willen zij ten allen prijze behouden.
En in deze op allerlei gebieden zo vrijgevochten tijd blijft de eigen dood het grootste taboe omdat die de negatie is van de mythe van de eeuwige jeugd die vandaag meer dan ooit tevoren wordt gekoesterd. Als er iets is waar de moderne mens het moeilijk mee heeft, dan wel met de aftakeling van zijn fysieke en intellectuele vermogens. Helemaal nieuw is dit niet: het bijbelse verhaal over de Tuin van Eden leert ons dat hybris de eerste zonde was, en deze hybris kwam neer op het gelijk willen zijn aan het goddelijke: de paradijselijke mens wou proeven van de boom van kennis en van de levensboom. De eerste zou hem een goddelijke macht verschaffen, de tweede een godgelijke onsterfelijkheid.
Dit verhaal dateert van ongeveer 3000 jaar geleden en het is nog altijd brandend actueel, al zijn de goden vandaag meestal vervangen door filmsterren en andere iconen van aardse perfectie.
asielaanvraag Iraki's
Een Brusselse rechter oordeelde begin deze maand dat de Dienst Vreemdelingenzaken ongrondwettelijk handelde door een Iraaks echtpaar op te sluiten in een gesloten centrum en hun asielaanvraag te weigeren. Hij vond dat de Belgische overheid zich moest schamen.
Sommige rechters beschikken dus wel over wijsheid en emotionele intelligentie.
Het blijft toch op z'n zachtst gezegd schizofreen: deze regering gaat er terecht trots op dat zij niet heeft meegedaan aan de oorlog in Irak, maar als de slachtoffers van deze rotzooi dan naar ons land komen worden zij geweigerd. Verglijk dit met de Iraanse vluchtelingen die hun mond moesten dichtnaaien om gehoord te worden.
Keer op keer zie je hetzelfde: de regering neemt in buitenlandse zaken standpunten in waarvan ze de consequenties in de binnelandse politiek weigert te dragen.
Tegenover de komst van vluchtelingen uit oorlogsgebieden en dictaturen bestaat geen enkel moreel bezwaar, integendeel: het behoort tot onze christelijke of humanistische plicht ze op te vangen.
Het enige bezwaar is van praktische aard: België kan niet al deze vluchtelingen opvangen want hun aantal wordt werldwijd geschat op tien miljoen.
Maar wat we nog altijd niet zien is enig overleg op Europees niveau: wat kan de EU aan inzake opvang en in welke mate draagt de EU bij tot de oplossing van conflicten?
Intussen is het zo dat onze Dienst Vreemdelingenzaken steeds sterker doet denken aan een soort Gestapo. Wat we vooral niet mogen vergeten is dat de meeste nazi's en de meeste collaborateurs er rotsvast van overtuigd waren dat zij alleen maar hun plicht vervulden. Wet is wet, Befehl ist Befehl.
het goede sterven
In zijn reactie op het pleidooi van Marc Cosyns schrijft professor Nys: 'Nu heeft de patiënt enkel het recht om euthanasie aan te vragen. Dat is nog iets heel anders dan een recht op euthanasie. Dat laatste is in strijd met internationale wetgeving, met het recht op leven.'
Voordien stelde hij zelf vast dat dit in de praktijk niet gebeurt, namelijk bij sedatie (opvoeren van de verdoving of pijnstilling) en bij 'versterven' (het laten uithongeren of verdorsten van patiënten)
Te vrezen valt dat het alweer genees-heren en commissies zullen zijn die beslissen over het hoofd van de patiënt heen.
Geen enkel vrijzinnige vraagt dat dokters zouden verplicht worden tot een handeling die indruist tegen hun overtuiging. Maar de patiënt heeft dan wel recht op eerlijke informatie vooraf en op eventuele doorverwijzing. Het is die blijvende onzekerheid die heel wat mensen angst aanjaagt: wie zal uiteindelijk over mijn levenseinde beslissen?
Wat is de waarde van verder te leven als een plant: als je daar vooraf voor gekozen hebt, tot daaraan toe, maar mag een wetgever of een dokter een mens tot zo'n bestaan veroordelen?
De ultieme vraag blijft: 'who's life is it anyway?'
Over wiens leven denken die dames en heren te mogen beslissen?
En tenslotte: steeds weer valt het op hoe delicaat de discussie is over het particuliere levenseinde, als het gaat om de massale dood door een oorlogsverklaring dan heersen er veel minder taboes.
Ivan van Mol
Vandaag drie bladzijden in De Standaard over doping in de wielersport, twee over dokter van Mol. Hoeveel zouden het er zijn in de populaire kranten?
In de tekst staat dan wel dat de feiten mochten ze waar zijn, al lang zijn verjaard, maar toch vindt de redactie het nodig een reputatie te beschadigen. (Tussen haakjes: een verdachte van een moord wordt met initialen vermeld, een dopingverdachte met naam en toenaam: zegt dit iets over de graad van belangrijkheid?
Wat opvalt is een enerzijds-anderzijds oordeel van een jonge journalist: enerzijds noemt hij het verstrekken van verboden middelen een misdaad, anderzijds zegt hij het te begrijpen dat een dokter misbruik wil in toom houden.
De journalist noemt dit laatste evenwel: 'moreel verwerpelijk'.
Ik dacht dat heel wat geneeskunde en wetgeving juist gericht is op het onder controle houden van misbruiken.
Denk aan de wet op de beteugeling van de dronkenschap: alcohol wordt niet verboden, maar wel wordt de verkoop door de overheid gestuurd.
In heel wat drugscentra wordt methadon verstrekt om de patiënten te helpen afkicken. En in het algemeen: wat betekent het verstrekken van geneesmiddelen met mogelijke nadelige effecten uitsluitend op doktersvoorschrift anders dan misbruik onder controle houden?
Daarnaast heb je de interviews in Humo deze week waar verscheidene specialisten verklaren dat een gecontroleerd epogebruik eerder gunstig is voor het lichaam dan nadelig.
Maar dat heb je met moraliserende sportjournalisten: de wetenschap interesseert hen niet, zij benaderen de feiten liever op een dogmatische manier.
En nogmaals: we kunnen er alleen maar van dromen dat de echte maatschappelijke problemen, zoals de armoede in ons rijke Vlaanderen, evenveel aandacht zouden krijgen als het zoveelste feuilleton van geruchten en verdachtmakingen in de wielersport.
Spuitende en slikkende renners zijn wel degelijk een probleem, maar die armoede is een schande. Blijkbaar richten we onze verontwaardiging liever op het bijkomstige dan het essentiële te moeten onder ogen zien.
familieman
vader was een familieman
het leek erop dat over heel
het dorp een net spande
van onverwoestbare draden
met Nieuwjaar zat een oudtante
naast gloeiende spiralen
boven een etalage met
kamizolen en korsetten
een schemerig rijhuisje in de
Biezenstraat, de snuifdoos
op tafel: ome Wannes die
een chauffeurspet droeg,
tante Rachel die zo graag
vertelde, mij deed hikken
van haar zoete kalissesap
wit gepleisterd het bakkerijtje
in de Kapellestraat, de rijzige
bakker onder het meel, een lieve
Sint zonder baard met steeds
een handvol rozijnen op de toog
en ‘pas op voor de treden’
je ging daar aan boord van een sloep
zij zwaaiden ons uit met:
‘tot in den draai’
‘als ’t God belieft’
ja, inch’ Allah: familievaders
laten vandaag hun schoenen
bij de stoep, de moeders
dralen bij kistjes fruit en noten
zij dragen een deelteken
in hun naam: Özgün, Aïsja
er spannen draden door het dorp
de netten hebben geleden
onder een vertraagde storm
Rolf Falter
Noot
Je staat ervan versteld hoe een krant met de pretentie van De Standaard nu al maandenlang aan propaganda doet, hun vroegere slogan AVV/VVK getrouw.
En als je dan het lezersforum van Het Laatste Nieuws bezoekt en de reacties leest op het interview met Jef Tavernier, dan begin je beter de verkiezingsuitslagen te begrijpen. Het gaat hier immers om de meest gelezen krant van Vlaanderen en als dit forum de stem van ons volk vertolkt dan is het niet verwonderlijk dat de populisten zo hoog scoren.
In feite staan we even ver als in de tijd van de profeet Jeremias: die moest zijn volksgenoten ook voortdurend afdreigen met allerlei rampen om ze tot inkeer te brengen en veel succes hadden hij en zijn opvolgers daarmee niet.
De massa gedraagt zich als een klein kind dat eerst zijn vingers moet branden om in te zien dat bepaalde dingen wel gevaarlijk zijn.Het droevigste is echter dat zelfs een zogenaamde kwaliteitskrant een gelijkaardige eenzijdigheid vertoont en in het algemeen dat er wiggen gedreven worden in het weefsel van de samenleving: als iereen alleen de eigen krant leest en de eigen tv-zender bekijkt, hoeveel raakpunten blijven er dan nog over?
Hoe kan om het even welke regeringsploeg nog goed doen voor iedereen of iedereen doen inzien dat er naast eigenbelang nog zoiets bestaat als gemeenschappelijke belangen?
Het mantra 'goed bestuur voor de mensen' - dat zo vaag is dat elk er het zijne van kan denken - heeft Leterme 800 000 voorkeurstemmen opgeleverd, eens zien wat daar van overblijft bij een volgende verkiezing.
eerste en laatste oordeel
geen dag begint of
die dreun slaat aan:
keur mij, keur mij goed
zeg dat ook deze mens
het recht heeft te bestaan
je moet met handen in
de aarde graven, van
onder verborgen lagen
komt die stem
lippen moet je aan een
kaaksbeen kleven, een tong
bewegen in een schedelgat
die zal voorwaar van een
woedende vader zijn, een droeve
moeder kan - een echo kreunt
van ’s morgens vroeg: zeg
voor één keer, het is wel niet
helemaal maar toch al
goed genoeg
(Psychoanalytisch gezegd: de Wrekende God, het Oog dat alles ziet en niets vergeeft, is de gestorven vader die in je leeft. Elk streven naar succes is een verlangen naar goedkeuring vanwege die archetypische vader.)

