racist of zieke
Concreet: hoe kun je nu aan 'heropvoeding' doen met mensen die als haringen in een ton zitten opgesloten of met personeel dat alleen als bewaker is aangeworven, zonder enige bekwaamheid inzake opvoeding?
racist of zieke
migratie migraine
links in Vlaanderen
juffrouw Stefaniejuffrouw Stefanie
bijna zestig en onvoorspelbaar
het naspel in je hoofd: vanmorgen
terwijl je wacht op de percolator
een kleuterstem of dertig
Ave, Ave, Ave Ma-rie-ja
geen kring in kleermakerszit
nog steeds die houten banken -
daarboven, daarachter een bleek
gezicht, donker de gestalte,
een wrong in het haar, zwarte
ogen, ochi ciorni
de juf van het eerste kleuter, onze
Zwarte Piet wanneer de strenge
zuster Amanda van het derde
jou in de jutebaal wil gestopt
Hoort wie klopt daar kinderen
’t is een vreemde zeker die
verdwaald is zeker:
Sint-Nie-ko-laas, Sint-Ste-fa-nie
leg mij op uw knie
zoveel zomers op een stoel
naast de winkel van Marja Boel, zij
bad de rozenkrans voor: moeder,
buurvrouwen bromden, gonsden
mee en jij op het voetpad
staande buiten de kring
moeder voelde zich verplicht:
je ziet een hoge toog in een
enge bedoening, de rijzige dame
reikt je een ding aan van
bruin ribfluweel, een koperen
ster boven de klep: nooit
zal je het dragen, een rode
vore in je voorhoofd
één zomer schoof je mee
de berg op van Elversele
achter het baldakijn met
pastoor en monstrans, haar
stem hoger dan een vogel bad
een rozenkrans of dertig
op beeweg naar de kapel
van Zeven Smarten, het mooiste
de ommegang, graven en bomen
een laatste beeld: je kwam
naar het schooltje van Pieterbos
je broertje halen: bijna
onderwijzer, juffrouw, ja,
juffrouw, altijd onderscheiding
hoor je kinderen, zo flink
een kind of dertig
in een kring zowaar:
Ave, Ave, zie daar een meester
in verwording, puisten en
bril, en zij voor eeuwig
een streng, een knot, ogen
die fonkelen in het zwart
Ave, Ave, Ste-fa-nie-ja
oproep o-zonVOORAF: gelieve deze mail door te sturen naar leerkrachten uit het basisonderwijs en naar leerkrachten wiskunde uit het secundair onderwijs – waarvoor dank.
In het kader van een wetenschappelijk onderzoek probeer ik via deze mail zoveel mogelijk meetbare informatie te verzamelen over de evolutie van de basiskennis wiskunde in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs (eerste, tweede & derde graad).
Gaat – volgens u – deze basiskennis wiskunde erop vooruit, gaat ze erop achteruit of stagneert ze? En kunt u uw bewering aantonen vanuit toetsen, examens, ...?
Enkele voorbeelden vanuit mijn eigen lessen informatica (ASO & TSO). Steeds vaker komt het voor dat leerlingen geen 6% van 100 (!) kunnen berekenen (soms krijg ik als antwoord 94 want 100 - 6 = 94). Steeds vaker komt het voor dat (in een excelles) de leerlingen niet meer weten hoe ze de omtrek/oppervlakte van een vierkant moeten berekenen. En vorig schooljaar raakte een stagiair (tweede jaar!) hopeloos in de knoei bij de berekening van omtrek en oppervlakte van een rechthoek.
Dergelijke voorbeelden worden vaak weggelachen als anekdotisch. En deze voorbeelden zijn inderdaad anekdoten, maar helaas zijn ze anekdoten die een schrijnende realiteit verbergen.
Heel wat minder anekdotisch zijn de resultaten van de meting naar het behalen van de eindtermen (uitgevoerd in opdracht van het ministerie van onderwijs - Roger Standaert is de verantwoordelijke uitgever) waaruit blijkt dat bij bepaalde proeven TSO-leerlingen 27% en 34% behalen. Dat betekent dat 73% en 66% van de geteste leerlingen de eindtermen niet haalt. Dat is pas dramatisch.
Reageren kan via marc.hullebus@o-zon.be
Alvast dank bij voorbaat voor uw gewaardeerde medewerking.
Vriendelijke groeten,
Hullebus Marc (namens o-zon) ((=onderwijs zonder ontscholing))
it seems so long

it seems so long ago – Leonard Cohen
zo lang al dat hij schrijdt
en stremt ter plekke:
een stramme koning
met een vracht stenen
op zijn sleep
fraaie stenen geslepen
door een helder water
wie ze aanraakt
hoort het geklater nog
van hun meisjeslach
en scherpe stenen
gebrokkeld uit de wond-
korst van de aarde
ze schrammen en kerven
enten hun gestold bederf
zo lang al sinds hij schreed
en zweefde over de loper
naar de troon waar haar
lichaam zingt en zetelt
helder als smeltend water
en glanzend als beademd
door goden en opgewreven
door de vingers van de droom
haar jonge lichaam heersend
want onaangeraakt
door de staatsgreep van de schade
het tergend onterven
dat een vrouw kerft uit het meisje
en koningen verlamt ontmant
tot spotbeelden van zichzelf
zo lang al
sinds hij leefde
racist of psychopaat
Julian Barnes

bij een wijsheid van Julian Barnes
niet om ze te besmeuren of te kreuken :
om lakens te vouwen
moet je met z’n tweeën zijn
en als het verhaal ook waar is
van gods oog dat alles ziet
moet hij van de soort der vliegen zijn
heersend met de onooglijkheid
van ontelbare facetten
falend daar hij niet eveneens
ontelbare harige pootjes heeft
waaraan alles haakt en kleeft
hij merkt in alles wat weerspiegelt
zijn minzame minachting
alsof hij zijn eigen schoolfrik is
die schrijft en bijt :
‘god kan beter’
hij was maar beter met z’n tweeën geweest
om lakens te vouwen
te dromen van kreuken en besmeuren
want er komt geen droom van dromen
die ons van de daad geneest
radio 1
het proces
Belgisch voetbal
citaat
sport in Gent
aan Marcus

kattebel aan Marcus
doe zo voort jongen, zeggen
wijze vaders, lieve moeders:
blijf bezig met je frasen,
jouw frulletjes van taal
wie weet laat je een spoortje
na, een duimafdruk, een ezelsoor
in het Grote Boek der Eeuwen
de vele stemmen in je hoofd
spreken uit één mond, één pen
en de andere overdonderen
elk geluid, gekerm, gefluister
beluister de berichten, ze roeren
de oorlogstrom – wie beroert
nog het bevende lichaam, wie
ontroert het weerloos oor?
zeker, we blijven bezig, het zit
in onze genen, als geen ander
smeden we onze oorhangers
van taal, een talisman van
lettergrepen afgeteld, gewogen
op de bevingenschaal van
mene mene tekel ufarsin
spreek je stemmen uit; vul
de leegte in die de donder
heeft gelaten; raak het zwijgen
aan, het wachten in de sferen
tussen twee slagen op de trom
bom bom
aan een ezelsoor in het Boek
der Eeuwen kom je nooit
zonder levenslang te balken
Dubai
Coetzeebij Coetzee's Dagboek van een slecht jaar
In het filosofisch gedeelte van zijn nieuwste roman vraagt Coetzee zich af of het economische model van competitie en concurrentie geen economische vertaling is van het oorlogsmodel. En net zoals men de oorlog kan afwijzen en voor vrede kiezen, kan men de keuze maken voor samenwerking in plaats van elkaar de duvel aan te doen.
Is het niet contradictorisch dat we nu al jaren leven in een Europese economische unie en nog altijd moeten horen dat onze bedrijven competitief moeten zijn tegenover de buurlanden? Als de EU inderdaad een unie is, hoe kan men deze rivaliteit door middel van fiscale voordelen en verhoogde productiviteit dan blijven verantwoorden?
Heeft het zin dat in Vlaanderen de haven van Antwerpen concurreert met die van Zeebrugge? Is het niet veel logischer om de taken te verdelen en elk zijn specialisatie te laten ontwikkelen zodat ze complementair worden?
Ruimer gezien: waarom zou een Vlaams farmaceutisch of automobielbedrijf moeten in de clinch gaan met een Duits, Frans of Zweeds?
En nog ruimer, op wereldschaal gezien: waartoe kan het huidige onaantastbaar gewaande conflictmodel leiden dan tot sociale afbraak, verspilling van grondstoffen en energie, en tot geregeld een militair conflict in een voor ons marginaal gebied? Alleen al dat 'marginale' begint steeds duidelijker centraal te liggen: een oorlog in het Midden-Oosten tast niet alleen onze economie aan, maar dringt zich in onze samenlevingen binnen in de vorm van een permanente dreiging met aanslagen.
Hoe gaan we de vluchtelingenstromen uit Afrika, Oost-Europa en verder afgelegen conflictgebieden buiten de deur kunnen houden als we ons blijven fixeren op het kortzichtige marktmechanisme dat niets anders is dan economisch darwinisme: het recht van de sterkste dat wij uitoefenen in de waan dat wij voor eeuwig en drie dagen de sterkste zullen blijven.
Een waangedachte inderdaad want nu al komen de Chinezen, de Indiërs en andere nieuwe 'economische tijgers'. En laten we ons geen illusies maken: de Chinezen evenaren ons weldra niet alleen in vindingrijkheid, zij overtroeven ons nu al inzake cynisme: zie hun neokolonialisme in Afrika.
Kortom, het conflictmodel voert ons als lemmingen naar de afgrond en de lemmingen klemmen zich vast aan hun beleggingsfonds, hun aandelenportefeuille die de moderne variant is van de amulet, van de heiligenscapulier waarop alle kogels zullen afketsen.
De idee van Coetzee is slechts een heropvissen van wat Feuerbach al onmiddellijk opmerkte na de lancering van Darwins meesterwerk: naast de zelfzuchtige 'struggle for life for the survival of the fittest' merk je in het dierenrijk voldoende voorbeelden van de overleving van de best georganiseerden, de meest coöperatieve: ook de mens is net zo goed een altruïstisch wezen als een egocentrisch.
Waar het uiteindelijk op aankomt is de keuze waartoe we ons laten dwingen of toe willen laten verleiden: de bestendiging van het conflict of de coöperatie?
Onze officieel geproclameerde ethische codes zijn duidelijk: zowel de christenlijke naastenliefde als de socialistische solidariteit als het humanistisch respect voor de mensenrechten laten maar één keuze over.
Er zijn dus andere machten, binnen en buiten ons, die aansturen op het tegenovergestelde: de eeuwige competitie waarvan het aantal eeuwen wel eens geteld zou kunnen zijn.
fleur du mal
je staat op het koertje
onder de roetige waslijn
jij draagt mijn zwarte jekker
en mijn sjaal daaronder
want ik had jou alles
laten uittrekken behalve
het witte van je wang en keel
die wollen sjaal
en leren jekker
je rookt en je lacht
je hoofd schuin
alsof je luistert
naar de vogels van de stad
de schijtduiven van Gent
iets waaraan ik al jaren leerde wenen
het kreunen van een trein
die afremt bij een Dampoort
een woord met tandpijn
de witte verf bladdert van de natte baksteen
gelijk een spie in je rug loopt de goot
verstopt door afgevallen bladeren
(de tuin van de buren is een weelderig park)
lig ik tussen dit pulp
van brons en rood koper
je tipt je sigaret af
een schroeiplek warmte
sist een roep om hulp
met die foto op mijn schoot
in een hoek bij een haard
voel ik de bladeren de rode wijn
gemorst door mijn oude handen
Merckx en Stuttgart
Ahmadinejad in New York
James Bond