Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Mia miauwt
euthanatos
Der Tod ist ein Meister – naar P. Célan
om te benijden:
de ogen die glazig
in een verte staarden,
de adem die vertraagde
zo, zei een meester
in het vak, dit is het:
zo’n verglijden
ons viel te beurt
de vrede van verraders
die vriendschap offeren
voor een hoger doel:
de pijnloze staat
een sluitspier ging open
als een grenspost:
het laatste bewijs
dat men achterlaat
wij dachten, ingewijd,
uitgenodigd: ooit komt
een lieve verrader
en onze adem vertraagt
we glijden in een staat
van vrede, een meester
beweert: zo moet het
zijn, een golfstroom
ondertekent het afscheid
op een uitgespreid doek
de weg naar mekka
Een feministische partij durft het thema abortus niet aan te snijden uit schrik voor represailles.
In Italië en Spanje doet de roomse kerk er alles aan om een legalisering van euthanasie tegen te houden. In het oerkatholieke Ierland moeten vrouwen voor een abortus uitwijken naar het buitenland.
Friedrich N
folge Friedrich nach
toen kon het nog:
meisjes hingen hun kleren
als gordijnen voor de wereld
en alle geweld en gruwel
werd een beet, een beetje
kleverig van perziklippen
en ademnood een tijdverdrijf
van gonzende hormonen,
zweet dat gomde over de tijd
nu hangen je kleren
als getuigen van vermiste
lijven, dansen
in de wind
meisjes zijn feiten van
een vermoeid verleden
beelden die de wereld verzint
om voor te buigen:
al de dingen en hun aard
na het scheuren der gordijnen
er staat wel ergens nog een paard
als je in een omhelzing wil verdwijnen
llanto por el C


vamonos a Vallegrande
- llanto por el C. –
na dertig jaar bleven
de botten herkenbaar
aan oogkas, voorhoofd,
polsgewrichten waaraan
de handen ontbraken
(waarom dacht je aan
een asbak waarin een
sigarenpeuk smeult?)
de doos van een speelgoed-
trein onder driehoek, ster
en strepen gedragen door
jongens in ganzenpas
bleven over in shops, bazaars
en kraampjes: de posters,
T-shirts, stickers op
rugzak en pet
zeefdruk, silhouet
op omheining, blinde gevel
baret en baard, en gericht op heel
de wereld: die ogen herkenbaar
aan oogkas en voorhoofd
Ja WADA
bloeddiamant


bloeddiamant
dagelijks zift je woorden
en hoe weinig schittert
op het raster, hoe vaak
hoor je het gerammel van
lege kannen op een melkkar
zo troosten ze: onvermoed
loop je weer door het straatje
over het grindpad, naast
het geklepper van paarden-
hoeven op kasseien
groter rumoer bestond
toen niet, tenzij op zondag:
de donderpreek, de loeiende
steekvlam uit de muil
van duivels
buiten vloek en verdoeming
begon het veld en donkere koeien
in nevel: loeien was een woord
om mee te leven, het geluid
van roerig bloed en drogend
speeksel, soms een groet
van een mollige buurvrouw,
meestal alleen de sonore
verre hoorn van een boot:
er moest een haven zijn, om
een volgende bocht, een onder-
komen in een later jaar,
een lichaam even warm, even
veelzijdig als een woord,
de bloeddiamant op een lip,
de lange lettergrepen van
gestamel, de bevende
syllabe: o
het kortste woord en geen
ander kon zo duren
akelig vlaanderen
net gemist
jeugdgevangenissen
Het kan pretentieus klinken, maar ik heb de voorbije jaren al herhaaldelijk geschreven dat de eenzijdige berichtgeving in onze massamedia, in het bijzonder in de tv-journaals, met hun overbeklemtonen van negatieve sensaties onvermijdelijk schadelijke gevolgen moet hebben op de psychologie van onze bevolking - en niet alleen bij ons uiteraard.
Noot:
Wat mij al jaren opvalt is dat de Vlaamse liberalen de stoerste zijn van alle zogenaamd democratische partijen als het over repressie gaat: meer blauw op straat, strenger asielbeleid, en nu jeugdgevagenissen. Naar het schijnt zijn de liberalen humanisten. Kan iemand mij uitleggen waar het humanisme te vinden is in deze repressieve mentaliteit? Het adjectief 'Open' bij VLd lijkt alleen te slaan op de achterdeur waarlangs steeds meer VLD-leden wegsluipen naar Lijst Dedecker: stoer, stoerder, stoerst. En dat allemaal ter ere van de bange blanke man en vrouw.
Bart De Wever in De Morgen
vrede


give peace a chance – J.L.
vrede komt met open plooien
van een verkrampte hand
leg ze op tafel, beweeg
de vingers een voor een
en zie de waterlelie
drijvend op het zwarte water
vrede komt met stromen,
behagen ruist door ader
en huid: het doet er even
niet toe, vandaag moet
niets zonodig – je hebt
vrijaf genomen, de loden bol
glijdt van schouder en nek:
de aarde draait wel zonder
jouw duwen, stoten, persen
neem je hand als de hand
van een vreemde, zeg:
aangenaam, al zo vaak
over jou gehoord of
ken ik jou uit een vorig
leven, ongetwijfeld, toen
de dieren spraken en wij
elkaar volmaakt begrepen
vrede komt met open
vingers: ze leerden voor
even het grijpen af, liggen
klaar om op te vangen,
louter de gave van het licht
Linde


Linde, telkens weer
daarmee moet je het doen :
een zachtmoedig licht
op wang en voorhoofd
haar ogen een vlasveld
wanneer de hemel zich opent
na de hagel
niets om handen
op te leggen
geen vinger op een mond
op al de kreten van ongeduld
en honger naar het mondvol
dat voltooit en afmaakt
eens en nooit
meer
voorlopig dit ongenadig licht
en goedmoedig buigen
naar al wat groeit
en wind en wateren groet
als getuigen ten laste
van ooit en weer:
zie dit meisje, ze maakt
al het oude nieuw, de bliksem
achter je ogen, de donder
in je bloed en dan het
blauwe van hemel en vlas
Rutger Kopland
lezend in Rutger K
van de wind kun je niet schrijven
praat jezelf gevoelens aan
een heimwee naar een god
naar het huis waar je wakker lag
omdat straks vader kwam
een schaduw met matrak
bekijk de tijd, hij staat met zijn rug
naar je toe gedraaid
roert door het achterbakse water
dat steeds meer grond tot afgrond maakt
met de dag heb je minder voeten op aarde
bekijk jezelf tussen een glazen plaat
een gaasdraadje dat kronkelt
van toen naar ooit, een pootje
en de kever is verdwenen
het is van de wind dat je moet rijmen
van de ijlte in je hoofd:
waar je ook tast, vind je
een steilte rondom
de zalige zwaarte
van een zwart gestifte mond
Rose


Rose, o reiner Wiederspruch – Rilke
wat verklapt de klaproos:
laat me aan het open veld
of ik verwaai, dwarrel blad
na blad naar het zand en je
houdt een vinger over, behaard
en wijzend naar het niets
wat verhaalt het boek
van rode zijde en velijn:
hou mijn mond gesloten,
droom het geluid dat ik
verzwijg, vinken in een
appelboom, in diepere
schaduw een hijgende tijger
het komt op kijken en reizen
aan, de verbeelding houdt je
zonder leiband aan het lijntje:
breek de betovering niet open,
het verzegeld slot, scheur
geen voorhang van een tempel
ga verder op golven van adem
sta ademloos op een brug, voel
de zeilen hun laatste klap, dan
de barst en mateloos zal je
drijven over een water zonder
oever tot aan de rots die je
schedel breekt als een rijpe noot
racist of zieke
Concreet: hoe kun je nu aan 'heropvoeding' doen met mensen die als haringen in een ton zitten opgesloten of met personeel dat alleen als bewaker is aangeworven, zonder enige bekwaamheid inzake opvoeding?
migratie migraine
links in Vlaanderen
juffrouw Stefanie
juffrouw Stefanie
bijna zestig en onvoorspelbaar
het naspel in je hoofd: vanmorgen
terwijl je wacht op de percolator
een kleuterstem of dertig
Ave, Ave, Ave Ma-rie-ja
geen kring in kleermakerszit
nog steeds die houten banken -
daarboven, daarachter een bleek
gezicht, donker de gestalte,
een wrong in het haar, zwarte
ogen, ochi ciorni
de juf van het eerste kleuter, onze
Zwarte Piet wanneer de strenge
zuster Amanda van het derde
jou in de jutebaal wil gestopt
Hoort wie klopt daar kinderen
’t is een vreemde zeker die
verdwaald is zeker:
Sint-Nie-ko-laas, Sint-Ste-fa-nie
leg mij op uw knie
zoveel zomers op een stoel
naast de winkel van Marja Boel, zij
bad de rozenkrans voor: moeder,
buurvrouwen bromden, gonsden
mee en jij op het voetpad
staande buiten de kring
moeder voelde zich verplicht:
je ziet een hoge toog in een
enge bedoening, de rijzige dame
reikt je een ding aan van
bruin ribfluweel, een koperen
ster boven de klep: nooit
zal je het dragen, een rode
vore in je voorhoofd
één zomer schoof je mee
de berg op van Elversele
achter het baldakijn met
pastoor en monstrans, haar
stem hoger dan een vogel bad
een rozenkrans of dertig
op beeweg naar de kapel
van Zeven Smarten, het mooiste
de ommegang, graven en bomen
een laatste beeld: je kwam
naar het schooltje van Pieterbos
je broertje halen: bijna
onderwijzer, juffrouw, ja,
juffrouw, altijd onderscheiding
hoor je kinderen, zo flink
een kind of dertig
in een kring zowaar:
Ave, Ave, zie daar een meester
in verwording, puisten en
bril, en zij voor eeuwig
een streng, een knot, ogen
die fonkelen in het zwart
Ave, Ave, Ste-fa-nie-ja

