
Er is niets aan de hand en ik voel me nog fris,
want ik ben zo gezond als maar mogelijk is;
t'Is alleen dat ik wat jicht in mijn knieen krijg,
en het praten gaat soms met een piepend gehijg.
Mijn pols is wat zwak,en wat dun wordt mijn bloed,
maar ik ben voor mijn leeftijd nog vreselijk goed.
Die steunzolen onder mijn voeten dat gaat,
anders zou ik niet best kunnen lopen op staat.
Soms wordt me de slaap nachtenlang niet gegund,
maar ik merk dat je ook wel eens zonder kunt.
Mijn geheugen wordt minder,soms duizelt mijn hoofd,
maar dat valt zo niet op,geen mens die 't geloofd.
Denk niet dat ik daar vaak in zorg over zit;
want ik ben voor mijn leeftijd nog werkelijk fit.
Ze zeggen dat je de oude dag
als de gouden leeftijd beschouwen mag.
Maar af en toe twijfel ik daar toch aan,
als ik s'avonds weer moe naar bed ben gegaan.
Met mijn oren in de la en mijn tanden in een glas,
en mijn ogen op de tafel als ik uitgelezen was.
En voordat ik inslaap bedenk ik me dan,
zit er nog iets los dat ik wegleggen kan?
Terwijl het met mij zo slecht nog niet zit,
want ik ben voor mijn leeftijd nog tamelijk fit.
Wat is van dit alles tot slot de moraal
die te leren valt uit dit goedmoedig verhaal?
Voor elk die het ouder zijn glimlachend draagt
als een ander je weer eens'hoe maak je het?vraagt
is het beter te zeggen dat het best met je gaat
dan die lui te vertellen hoe het echt met je gaat.