DE WAGENMAKERIJ. ( beroep uitgevoerd door Looienaars )
De " WAGENMAKERIJ "
Tot de helft van de jaren vijftig was dit beroep bijzonder actief. Voor die tijd was iedereen min of meer op de wagenmaker aangewezen. Er bestond geen huis of er was een "kruiwagen".
Aan een goede kruiwagen werden hoge eisen gesteld. Hij moest licht van gewicht zijn, maar toch stevig, en er moest " schot " inzitten, dit is " hij moest goed lopen " Bovendien moest hij handig zijn, d.w.z. hij mocht niet te zwaar in de hand liggen, en moest een goede laadruimte hebben- dit vooral wat de " BOERENKRUIWAGEN " betrof.
De " KRUIWAGEN DER METSERS " was iets anders; die werd vooral fabrieksmatig vervaardigd, en daar werd op geen kilo hout op de afwerking gekeken. Zij werden ook niet geverfd ( soms wel met carboline behandeld )
Veelal werden deze tuigen aan de vernieling prijsgegeven.
Mijn eerste schreden in de wagenmakerij zette ik reeds op tienjarige leeftijd. Sindsdien heb ik jarenlang iedere donderdag namiddag een kruiwagen moeten verven; de buitenkant groen, de binnenkant en het wiel rood, het beslag en het ijzerwerk zwart.

















