The guard
Beter gesitueerden in Accra wonen in grote huizen. Er zijn héél erg veel van die huizen, tot kapitale villa’s toe. Maar er zijn nóg meer hutjes van drie keer niks en massa’s mensen die op straat leven. Kortom, het verschil tussen rijk en arm is beangstigend groot. Vanzelfsprekend heeft dit grote gevolgen voor de criminaliteit. Armed robberies komen nogal eens voor. Vandaar de muren om de dure huizen, soms afgezet met prikkeldraad of punten van glasscherven. Zelfs buitendeuren binnen de ommuring zijn voorzien van hekwerk dat achter de deur wordt geschoven als de deur op slot gaat. En alle ramen zijn van binnen voorzien van tralies.
Tussen de ommuringen en de poort is vaak een huisje geplaatst voor de bewaking. Het huisje is zo’n twee bij twee meter met ramen voor uitzicht op zowel de buitenkant als de binnenkant van de poort. De deur is gericht naar het mainhouse dat meestal uit één of twee verdiepingen bestaat. Achter het mainhouse liggen de houseboyquarters, waar het personeel verblijft dat daar kan slapen, douchen en koken.
Ik heb een aantal maanden in zo’n huis gelogeerd. De Ghanese eigenaresse verbleef in België en ik kon over haar huis beschikken. Omdat het mainhouse nog niet was ingericht nam ik mijn intrek in de houseboyquarters: twee slaapkamers, twee badkamers, een grote keuken met alle faciliteiten, een woonkamer en een terras. Het kan beroerder. Soms wandelde ik wel eens door het lege mainhouse van twee verdiepingen met talloze slaapkamers en badkamers met jacuzzi en grote terrassen.
Het geheel werd dag en nacht bewaakt door Samuel, die was aangesteld als security guard en die zijn status ontleende aan het feit dat er nog nooit een dief het erf had betreden. Maar eigenlijk was dit niet zozeer de verdienste van Samuel. Want zo spookte het er niet, in deze keurige wijk met ook nog eens constant politiebewaking, waar je rustig midden in de nacht doorheen kon wandelen.
Samuel’s voornaamste capaciteiten waren eigenlijk gelegen in het vermogen om de hele dag niets te doen. Hij liet mijn bezoekers binnen, kondigde ze aan en bracht ze dan naar het terras waarop ik kantoor hield. Dat gebeurde gemiddeld zo’n vier keer per week. Verder deed hij de poort voor me open als ik weg ging, waarbij hij me soms waarschuwde.
“Let nobody catch you”.
Ik verzekerde hem dan dat ik me door niemand zou laten pakken. Hij deed de poort voor me open als ik thuis kwam.
“Welcome, welcome, welcome, my sister.”
Hij nam mijn tassen over - nadat ik er in de hitte soms kilometers mee had gesjouwd - en zette die in de keuken op het aanrecht. En verder liep hij ’s nachts enkele keren een rondje om alle gebouwen binnen de ommuring.
Hij verdiende er € 40,00 per maand mee, exclusief kost en inwoning. Baden deed Samuel in een van de vele badkamers in het mainhouse. De housemaid kookte voor hem. Zijn matras lag op een van de veranda’s van het mainhouse, op een plek die verschoof, naargelang de stand van de zon, naar een koele plek met een stevige bries. Sliep hij als ik weg ging, dan maakte ik hem niet wakker. De poort openen en achter me weer sluiten kon ik gemakkelijk zelf. Achteraf vroeg hij me dan verontwaardigd waarom hij me niet had gezien toen ik weg ging.
“Because you were asleep.”
Hij keek dan verongelijkt.
“You know…..all night….I walk and walk around the house......Many times. During daytime.....sometimes I feel very sleepy.”
Ik knikte dan begrijpend.
Het was een man van een jaar of vijftig met grijzend kroeshaar dat door de housemaid werd zwart geverfd. Dat gebeurde heel eenvoudig. De housemaid had daarvoor een potje met zwart spul dat op schoenpoets leek en dat ze met een kam door het haar van Samuel haalde. Na elke wasbeurt werd de schoenpoets er weer in gekamd zodat hij nooit last had van uitgroei. Hij miste twee voortanden, wat nogal opviel omdat hij vaak lachte. Hij was uitermate correct, sprak redelijk Engels en straalde uit dat hij iedereen het allerbeste wenste.
Ik had geen idee of Samuel wist wat de reden was van mijn verblijf in dit huis. Maar ook al zou niemand hem iets hebben verteld, dan zouden het bezoek van makelaars die hij binnen liet en de gesprekken die hij af en toe zal hebben opgevangen hem gaandeweg wel duidelijkheid hebben verschaft.
Op een dag schuifelde hij de woonkamer binnen, waar hij zich zelden liet zien. Hij ging naast me op de bank zitten.
“Madam…..you and I.....we have to talk.”
Ik keek hem vragend aan.
“Madam……here in Ghana,…...........you have to know,…..some people are good…......some are bad…….Some are good..........some are bad...............You have to know this.........If you are here,............ to buy property,……........keep it to your heart.”
Daarbij legde hij zijn hand op zijn hart.
“Don’t tell ànybody” en hij schudde zijn hoofd.
“Keep it to your heart..........keep it into your head” en hij tikte met zijn vinger tegen zijn hoofd.
“But dont’t tell ànybody……..Keep it to your heart”.

