Internetcafe
In Accra schieten de internetcafés als paddestoelen uit de grond. Want bijna niemand, bedrijven uitgezonderd, heeft een pc of een eigen aansluiting. De aanschaf van een pc is voor de meeste Ghanezen onbetaalbaar. En internetverbindingen zijn dan wel redelijk goedkoop te regelen via het telefoonnet, maar buitenwijken van Accra zijn daar nog niet op aangesloten.
Er was een internetcafé in de wijk waar ik logeerde. De oppervlakte zal niet groter zijn geweest dan vier bij vier, zeg maar de afmetingen van een gemiddelde slaapkamer. Daarin stonden zes houten tafels met een houten schot in het midden. Achter elke tafel stonden twee, dus totaal twaalf, stoelen met kunststof zittingen. Er stonden twaalf pc’s. Dan was er ook nog ruimte voor een tafel met stoel voor de beheerder die beschikte over een pc en een printer. Bovendien stond er een kopieerapparaat. Kortom, je kon er je kont niet keren. Aan het plafond draaide een ventilator langzame rondjes.
Elke pc droeg de naam van een ander merk en was samengesteld uit de nog werkzame onderdelen van allerlei andere pc’s. Daarop was ook weer verschillende software geïnstalleerd, zodat het bij elke pc steeds even zoeken was om een internetverbinding tot stand te krijgen.
Ook de toetsenborden functioneerden bij elke pc anders. Soms lagen er wat toetsen los die je af en toe weer goed moest leggen. In het slechtste geval kwamen de tekens op de toetsen niet overeen met de letters die verschenen op het scherm. Je had dan eerst wat uit het hoofd te leren voordat je een e-mail had gecomponeerd dat voor de ontvanger leesbaar was.
In het begin kwam ik daar elke dag en het zat er vol, op elk tijdstip van de dag. Ik maakte me zo klein mogelijk om struikelend over stoelpoten tussen surfende lijven het mij toegewezen werkplekje te bereiken. Ik las er mijn post en verstuurde er mijn reacties, met de ellebogen stijf tegen het lijf om de buurman/-vrouw niet te raken. Maar de verbinding was er zo ontzettend traag dat ik soms een uur nodig had om twee e-mails op te halen. Koppensnellen op www.volkskrant.nl was echt een brug te ver. Ondertussen dreef ik weg op de kunststof stoelen. Toen ik er ook nog eens bijna ben opgevreten door de vlooien en me geen raad meer wist van de jeuk ben ik naar een andere mogelijkheid gaan uit zien.
Coolnet bevond zich op Spintex Road. Met de trotro was ik er in tien minuten. Bovendien sprak, na mijn vorige verhitte ervaringen, de naam me wel aan. Coolnet had wel vijftig werkplekken en elke werkplek was wat ruimer bemeten. Mozilla firefox was de naam van de software die op elke pc was geïnstalleerd voor een verbinding met het internet. Het was kennelijk software uit het een of andere Aziatische land, want eerst verschenen er allemaal onleesbare karakters op het scherm. EN was het enige dat leesbaar was. Je had geen bijzonder hoog IQ nodig om te kunnen veronderstellen dat de onleesbare karakters vertelden dat je de taal moest kiezen. En inderdaad, klikte je op EN dan verscheen er tekst die voor elke Afrikaan en Europeaan, die het Engels beheerste, te lezen was.
Overal in het internetcafé hingen briefjes met de tekst dat bellen en gebeld worden verboden was. Regelmatig klonk er muziek van een ringtone als er weer een gebruiker werd gebeld, die zich dan braaf naar buiten repte om zijn gesprek te kunnen voeren. Op een dag werd ik uit mijn concentratie gehaald door een zeer bekend melodietje. Omdat de eigenaar zijn mobieltje niet zo snel kon vinden begon het steeds luider te klinken. Totdat De vogeltjesdans op polonaise-volume door het internetcafé schalde.
Coolnet had ook airco. Ik ben er veertien dagen snipverkouden van geweest.

