weg zonder te zijn gegaan.


je bent weg,
zonder te zijn gegaan.
niet meer in mijn zicht,
je voeten op een ander pad gezet.
je bent gegaan,
maar in mij nooit weg.
vaak vaar ik op mijn idealen
naar de tijd waarin
jij was.
mijn verlangens naar daar.
verlangens naar ooit en ergens.
alles samen delend.
met jou geen angst, voor soms en
nergens.
je bent weg.
gegaan zonder afscheid.
je zei, laat het maar zoals het is.
alsof ik iets te laten heb, te minnen
of te haten heb.










