friettent

Jan staat met zijn friettent recht tegen over een bank
.De zaken gaan goed
en hij verdient er een schone euro aan.
Kees,zijn vriend die altijd geld te kort heeft,
vraagt hem om 50 euro te lenen.
't Is niet dat ik niet wil, Kees,maar ik mag niet
want ik heb een overeenkomst
met de bank van hier recht tegenover.
Ik mag geen geld lenen,
en zij mogen geen friet verkopen




















