
Het testament ...
In het Kerkarchief Vlaams-Brabant te Leuven bevindt zich een kopie van het testament van de bewoners van de Heerlijkheid Lelle, Maximilliaen Hinckaert en Joanna Van (der) Dilft van 20 januari 1646.
Maar helaas, geen woord in dit document over het kunstwerk.
Het middeleeuwse notarisgeschrift is ook niet zo gemakkelijk te ontcijferen en gelukkig, toeval of niet, onverwacht kregen we de helpende hand van David Van Stappen die ons de transcriptie van het testament bezorgde, waarvoor onze welgemeende dank.
Hierdoor kunnen wij nu ook als primeur dit testament via internet openbaar maken.
(Maximilliaen en Joanna zouden zoiets nooit hebben durven of kunnen denken).
In het testament is sprake van “eenen loffelijcken serck” waarmee waarschijnlijk de gedenkplaten bedoeld werden, afkomstig uit de Sint-Lambertuskapel en die zich nu vooraan links in de Sint-Servatiuskerk bevinden (zie ook de foto’s in deze weblog).
Veel leesgenot met het testament……
![]() |
Inden naeme ons Heeren amen, alsoo daer niet helderder en is dan de doodt ende niet onhelderder dan de vredes heefft, soo hebben wij ondergeteeckent willen disponeren van ons tijdelijcke goederen ons bij Godt almachtich op deser werelt verleent, bevelende heeft onse spelen (alswanneer die uuyt deser werelt spelen commen te scheyden) aen Godt almachtich onsen schepper ende salichmaecker [en] Maria sijne lieve en gebenedijde moeder, ende allen den hemelschen geselachappe, ende onse lichaemen der gewijden aerden der plaetse onse begraeffenisse inde prochie der heerlijckheydt van Bergen ten waere tselve met gevoeglijcken coste geschied ende ter discretie ende dispositie der lest afflijviger off lancstlevende, als mede de uuytryckinghe der Aelmoessen als lesen der missen voor onse zielen, dan off bij gevalle ick testateur voor aff Kerst geraeckte afflijvigh te worden, sal mijne naer te latene parture gehouden sijn te doen leggen eenen loffelijcken serck, als te stelle een Epitasche inden muer tersijden inden hoogen … naer advenant mijne qualiteyt hetselve is verheysschende, als oock daer houderen een jaerlijcke jaergetyde met uuytreyckinge van een viertel terwe, te weten in broode der selven voorden armen.
Ende commende ter dispositie van onse erffelijcke goederen, willen ende begeren datte lancstlevende van ons beyden sal hebben alle onse concquesten off geconcquesteerde goederen hoedanich die sijn in onsen houwelijcken staet tsaemen vercregen ende gecocht in vollen erffdom, om daer mede te doen sijnen vrijen ende eygen wille tsij die te versetten, vercoopen off belasten off anderssints naer dat hem goetduncken ende gelieven sal, insgelijck oock alle de haeffelijcke goederen in erffdom niettegenstaende anders off contraerie aen onse houwelijcssche voorwaerde off contract antenuptiael is gestatueert die wij mids desen sijn derogerende, nominerende ende instituerende in tgene voorschreven is, d’een eer anderen indifferentelijck erffgenaem midts desen, uuytgenomen de heerlijckheyt van Bergen ende de goederen aldaer off daerontrent gelegen alreede geconquesteert off bij ons ter saemender handt gecocht die weder sullen keeren naer de doodt van ons beyden ter sijden de testateurs vrienden off tot sijnder voorder dispositie ende goetduncken.
Maer vande stock goederen wesende conquesten sal alleen de lanctslevende van ons beyden daeraen hebben de rechte ende naer de doodt wederomme keeren ter seyden van hunnen vrienden off naester erffgenaemen, behoudelijck dat alsulcken goederen gelegen inde prochie van (L)eerbeeck off daer ontrent in manieren off voegen als de selve mij testatrice sijn toebehoorende, die hebbe ick gege ende gene midts de formeteyden van dit te mogen veranderen ende minderen ende meerderen, soo dickwils ons tselve goetduncken ende gelieven sal, ende tot meerder bevestinghe hebben wij testateuren dit met ons eygen handt geteeckent desen twintichsten januari vanden jaere sesthienhondert ende sessenveertich, ende was onderteeckent M. Hinckaert ende Jeane vander Dilft.
De superscriptie is als volght:
Op heden den twintichsten januari vanden jaere sesthienhondert ende seesenveertich comparerende voor mij Charles de Mol als openbaer notaris tot Brussele residerenden ende inde presentie van getuygen naergenoempt mr. Maximiliaan Hinckaert heere van Bergen etc. ende vrouwe Johanne vander Dilft sijne wettige huysvrouwe, dese weecke hebben verclaert dit toegesloten cohier bij hun doen schrijven ende bij hunlieden onderteeckent ende gecachetteert met het lachet des heere Kersten comparants in acht diversche plaetsen te behelsen hun testament ende uuyttersten wille, begerende dat tselve naer hun overleyden effect sal sorteren, sonder eenighe formaliteyt van rechten, die sij tot effecte van dien midts desen sijn derogerende, ende tot meerder confirmatie hebben deselve testateuren des onderteeckent met hunnen gewoonelijcke signaturen beneffens mrs. Christoffel (G)eerts ende Martinus (G)roesins, oock beyde notarissen als respective getuygen ter presentie van mij notaris die dese insgelijck met mijne gewoonelijcke signature hebbe onderteeckent, ende de testateurs mette getuygen bij mij notaris gevraeght sijnde off sij connen schrijven, hebben verclaert jae ende was onderteeckent M. Hinckaert, Jenne vander Dilft, C. (G)eerts en M. (G)roesins ondertondt Quod Attester ende was ondeteeckent Ch. De Mol notaris publicus.
Onder op de voet stondt als volght:
Op den derthienden septembris sesthienhondert sevenenvijftich hebbe ick, Joannes vander .chte als openbaer notaris dit voorseiden testament geopent ende voorgelesen aende voorseiden vrouwe testatrice ende juffrouwe Elizabeth Hinckaert, sustere vanden voorseiden heer maximiliaan Hinckaert, ter presentie van Hendrick Schuermans ende William Verbist, schepenen als getuygen, Quod Attester, ende was onderteeckent J. van .chte notaris publicus.
Accordant het voorschreven testament met sekere copye autentiq vant testament ende acte van openinge onderschreven P. Verbist als greffier quod attestor.
![]() |















