Die ene zin ...
Die ene zin ...
De meeste schrijvers dromen van een meesterwerk.
Hun magnum opus. Het ultieme boek.
Als dat geschreven is kunnen ze zich met een geruste ziel
neerleggen in het graf van de literatuurgeschiedenis.
Om de eeuwen te overleven.
Helaas, meestel sterven deze meesters een stille dood.
Vergeeld papier tussen het begin en het einde van een boek.
Begraven onder vergeten stof.
Zonder handen om de kaft te koesteren.
Zonder ogen om letters te lezen.
Zonder vingers om bladzijden te verfomfaaien.
En wie is er om het leeslint te draperen?
Ik luister naar Gulliver. Zondagse literatuur op Radio 1.
Merk je het?
Too dark to dream, zingt een zanger tussendoor.
Ja, het is duister maar ik blijf dromen van -die ene zin-.
Inderdaad, zelf ben ik al tevreden met een kruimel van het woord.
Een zin gevallen naast het bord van Claus.
Och, het mag gerust een Mortier wezen.
Zou de Muze me ooit genadig zijn? Het mag zelfs op een doordeweekse dag.
Ik doe nu iets wat ik nog nooit gedaan heb.
Schrijven terwijl ik naar de radio luister.
Ik kan zelfs geen dagblad lezen als de radio aanstaat.
Of neuzen in een boek op de trein.
Muisstil moet het zijn. Ze mogen zelfs niet knagen of trippelen.
Of ik word afgeleid.
En nu hoor ik woorden voorlezen. Dichtbij. Onder mijn handen op pc.
En toch komen ze van ver. Precies uit een ver verleden.
Mijn eigen zinnen primeren. Zetten zich op de voorgrond in mijn hoofd.
Mijn vingers tikken. De toetsen volgen als een schaduw.
Ooit schrijf ik die ene zin...
Pp

