Papavers bloeien blauw ...
Papavers bloeien blauw ...
Beste lezer,
Je zal je mondhoeken krullen, je wenkbrauwen optrekken, je voorhoofd rimpelen ...
Al naargelang de lichaamstaal die je spreekt. En ik zal je begrijpen.
Want jij denkt vanuit de armoede van je overvloed (*). De vanzelfsprekendheid.
Ik schrijf je vanuit de soberheid van het gemis en de rijkdom van het verlangen.
Een leeg kopje. Het blijft daar staan.
Zonder nut. Zonder reden. Voor een buitenstaander.
Voor een toevallige passant zelfs hinderlijk slordig. Een getuige van luiheid.
Misschien zelfs een bewijs van gebrek aan hygiëne.
Maar toch laat ik het daar onaangetast op tafel. Geledigd en gevuld.
Voor mij staat er meer dan een kopje.
Binnenin bruingedroogd als gebarsten aarde.
Buiten blank als een lelie. Ovaal als een krimpende maan.
Het bewaart geduldig een herinnering. Aan de avond voordien.
Als ik passeer dan zie ik iemand zitten. Een beeld.
Geraakt door vingers. Gekust door een mond.
Een vol kopje zonder koffie.
Pp
(*) Voetnoot.
Beste lezer, mijn woorden zijn geen vakbondsafgevaardigden van de Waarheid.
Lees hen bijgevolg nooit als een aanklacht, een bezetting of staking van gedachten.
Ik tracht alleen woorden als papavers te vinden. Ik durf ze zelfs geen klaprozen te noemen.
Ze staan daar gewoon langs de kant van mijn leven. Mooi te wezen.
Clochards de luxe. Tot iemand ze bekijkt ... en mee naar huis neemt...

