Kloosterhotel
Kloosterhotel
Smalle steeg. Eeuwen prevelen hier nog stilte.
Het Klooster hangt gebogen over de straat. Uitzicht op de wereld.
God was een briljante bouwheer. Verkavelde groen en rust tot gebed.De tijd heroverde de plek. Omringde ze met stad.
Gebeden omgeven met gelovigen.
Nonnetjes verzorgden beaat de portefeuille van hun Bruidegom.
Kaarsen, hosties, wierook en andere parafernalia spijsden ze tot goddelijke rijkdom.Maar God was geen goede belegger. De markt stortte in elkaar.
Aandelen in aflaten, ze kalfden af tot onverkoopbare waarden.
Zijn options en futures, de hemel op lange termijn, belandden in een baisse.De kerken kwamen leeg te staan. En werden een theater.
En Hij die ooit de 'marchanten' de tempel uitjaagde
verkocht z'n klooster aan de meest biedende betaler.Zakenlui en dure toeristen klikklakken nu door de gangen.
Waar habijten vroeger de stappen dempten van zalige zusters
op weg naar hun Huis van gebed.
Een sober klooster is nu een sjiek hotel.
Zonder de God van gebed. Zonder nonnetjes als zingende zonnetjes.
Maar met als Baas de god van het Geld. En blondjes in bed.
uvi
.



