Die ene zin ... De meeste schrijvers dromen van een meesterwerk. Hun magnum opus. Het ultieme boek. Als dat geschreven is kunnen ze zich met…
Die ene zin ...
De meeste schrijvers dromen van een meesterwerk.
Hun magnum opus. Het ultieme boek.
Als dat geschreven is kunnen ze zich met een geruste ziel
neerleggen in het graf van de literatuurgeschiedenis.
Om de eeuwen te overleven.
Helaas, meestel sterven deze meesters een stille dood.
Vergeeld papier tussen het begin en het einde van een boek.
Begraven onder vergeten stof.
Zonder handen om de kaft te koesteren.
Zonder ogen om letters te lezen.
Zonder vingers om bladzijden te verfomfaaien.
En wie is er om het leeslint te draperen?
Ik luister naar Gulliver. Zondagse literatuur op Radio 1.
Merk je het?
Too dark to dream, zingt een zanger tussendoor.
Ja, het is duister maar ik blijf dromen van -die ene zin-.
Inderdaad, zelf ben ik al tevreden met een kruimel van het woord.
Een zin gevallen naast het bord van Claus.
Och, het mag gerust een Mortier wezen.
Zou de Muze me ooit genadig zijn? Het mag zelfs op een doordeweekse dag.
Ik doe nu iets wat ik nog nooit gedaan heb.
Schrijven terwijl ik naar de radio luister.
Ik kan zelfs geen dagblad lezen als de radio aanstaat.
Of neuzen in een boek op de trein.
Muisstil moet het zijn. Ze mogen zelfs niet knagen of trippelen.
Of ik word afgeleid.
En nu hoor ik woorden voorlezen. Dichtbij. Onder mijn handen op pc.
En toch komen ze van ver. Precies uit een ver verleden.
Mijn eigen zinnen primeren. Zetten zich op de voorgrond in mijn hoofd.
Mijn vingers tikken. De toetsen volgen als een schaduw.
Ooit schrijf ik die ene zin...
Pp
Woensdag 23 november 2005
Wat en hoe ... De ochtend is weer grandioos. Het licht ademt flou artistique. De daken berijmd. De auto's aangevroren. Ik moet niet krab…
| Wat en hoe ... |
|
De ochtend is weer grandioos. Het licht ademt flou artistique. De daken berijmd. De auto's aangevroren. Ik moet niet krabben.
De buurvrouw studeert piano. Geen ochtend zonder noten.
In mijn brievenbus zit een mailtje. Mijn geliefde sloot de nacht af met woorden. Machines en mensen. Zij hield ze in leven. Nu mag ze slapen in de armen van de ochtend.
Terwijl ik ronddwaal in woorden. La vie en rose, een exuberant sjiek tijdschrift. Een interview met Ellen Vogel, grote dame, Nederlandse actrice. Monsieur Hawarden. Is ze nog altijd een beetje. Soms wordt een actrice een rol.
Ik citeer : "De oude Grieken zijn voor mij absoluut de kenners van de menselijke ziel, ze schrapen over de bodem ervan. Men zegt dan maar die rare goden. Ik zeg die goden zijn de waan van de dag, dat moet je vertalen in wat de mensen doen, dàt zijn de goden. Vorm is de passie én de beheersing van die passie."
Hier voel ik me thuis. In het eeuwige dilemma: vorm en inhoud. Ik kies voor de vorm. Het "hoe". Want het "wat" is onveranderlijk hetzelfde.
Het is de vorm die het "wat" uniek en eigentijds maakt. En vertaalt naar vandaag. Verstaanbaar.
Waarin verschillen jij en ik?
Leven en dood. Alpha en omega. En het "wat" ligt daartussen. Enkel het "hoe" begrijpen we.
Ruusbroec en Beatrijs. Ook zij schreven over "dood en liefde". Mystiek of werelds. In en taal die we zelfs niet meer kunnen lezen.
Mijn buurvrouw vertrekt. Zonder te krabben. Ze is te laat, vrees ik. Zij oefende te lang het "wat" op de piano. Want het "hoe" wil ze perfectioneren.
|