MacD

MacD
Parasolletjes.
Is het bijna klaar?

Er wordt naarstig (een ouderwets woord, ik weet het , maar ook een mooi woord dat precies weergeeft wat ik bedoel, dus het moet maar) doorgewerkt, en neen, klaar zijn we nog lang niet met het project. De architect blijft geloven dat we de deadline van 1 oktober 2009 zullen halen. We gooien er elke maand Rp 200.000 aan offertjes tegenaan, dus daar kan het niet aan liggen. Op de bovenste foto: volgend jaar wonen we dus hier. Om bang van te worden. Op de onderste foto: we beginnen aan de verdieping van het gastenverblijf.
Passiflora edulis forma flavicarpa
Het was weer een leerzame en vruchtbare ;-) dag.
Een koninklijke crematie
Inpakstrategie
Een Balinees rijbewijs
Bali traffic.
Voor de bestuurder staat kind1 dat zich aan het stuur vasthoudt. Tussen vader en moeder in zit kind3, meestal een baby. Achter mama zit kind2. Vaak zijn zowel kind2 als kind3 aan de moeder vastgebonden met een sarong of een reep stof. De filosofie hierachter was me eerst niet erg duidelijk. Nu ik mensen heb zien slapen op de meest onmogelijke plaatsen en in de meest onmogelijke houdingen, begrijp ik dat het vastbinden een anti-inslaap beveiliging is, eerder dan een veiligheidsgordel. Welk traject moeder, verbonden met kind2+3 , aflegt ingeval van een aanrijding is me ook niet duidelijk. Is de gecombineerde schade groter bij één projectiel met een grotere massa of bij 3 aparte projectielen? De praktijk heeft ongetwijfeld uitgewezen dat het vastbinden een toegevoegde waarde biedt. Er zijn natuurlijk allerhande variaties mogelijk op het thema zoals mag blijken uit de foto hiernaast. Wat wel opvalt is het verschil in benadering van een verkeerssituatie door een Balinees en een Westerling. Een Balinese bromfietser, die net wat gegeten heeft bij een bakso-car (mobiel restaurantje), komt zonder uit te kijken de weg op, in de overtuiging dat de andere weggebruikers hem wel hebben gezien en hun snelheid aan hem zullen aanpassen. Niemand wordt agressief door dit soort weggedrag. Je hoort geen claxons, je ziet geen opgestoken middelvingers. Iedereen vindt dit normaal. Vaak dragen enkel de volwassenen een helm, de kinderen niet. Krijgen enkel de volwassenen een boete bij het niet-dragen van een helm? Vermoedelijk wel. Het heeft voor de Balinezen weinig te maken met veiligheid denk ik. Eerder met de angst voor het boekje van pak polisi. Een ander fenomeen in het straatbeeld zijn de krantenverkopers aan het stoplicht. Ze gaan de stilstaande auto's langs en proberen, vooral aan buitenlanders hun krantje te slijten. Een taxichauffeur, die wist dat we uit België kwamen, gaf ons ooit te raad op de vraag "Where are you from?" altijd in alle eerlijklheid te antwoorden: "from Belgium". Ofwel wist die krantenverkoper dan niet waar België lag en liet hij je met rust, ofwel wist hij het wel en had hij geen Belgische krant. Liet hij je ook met rust. Groot was dan ook onze verbazing toen na ons routine antwoord: "...from Belgium" , de krantenverkoper niet tereurgesteld afdroop, maar na enig zoeken een exemplaar van 'Le Soir' en één van 'Het Nieuwsblad' tevoorschijn toverde. Alleen al daarvoor hadden we die twee kranten moeten kopen. We waren echter zo van onze à propos dat het licht op groen sprong en de taxi vertrok voor we konden reageren. Ik zweer bij deze dat, wanneer dit zich nog eens mocht voordoen, ik de twee kranten koop. En zonder tawarren (afdingen).
I Made Swastika
Zou U in een taxi stappen wanneer de chauffeur trots een visitekaartje had gegeven waarop stond:
'I Made Swastika" - English speaking driver"?
In Bali, gewoon doen. Waarom? Dat is een enigszins ingewikkeld verhaal. Hier komt het. 'I' schrijf je in Bali voor de naam van een man, 'Ni' voor de naam van een vrouw. Waarom deze aanduiding? Omdat mannen en vrouwen dezelfde voornamen hebben en de 'I' en 'Ni' aangeven of het om een vrouw dan wel een man gaat. Tot hiertoe is het simpel nietwaar? 'I Made' is dus een man of jongen die 'Made' (spreek uit ma-dé) heet. Zoals in India heb je ook hier een kastensysteem. Er zijn 4 kasten, waarvan je de leden kunt herkennen aan hun naam:
de Brahmana, priesters
de Ksatria, vorsten en krijgers
deze kaste heeft vaak de volgende tweede namen:
de Wesia, kooplieden en ambtenaren
de Sudra, de laagste kaste, 90-95% van de bevolking 1. Wayan, Putu, Gede voor het eerst geboren, mannelijk kind Wayan, Putu, Iluh voor het eerstgeboren, vrouwelijk kind 2. Made, Kadek voor het als tweede geboren, mannelijk kind Made, Kadek, Nengah voor het als tweede geboren, vrouwelijk kind 3. Nyoman, Komang voor het als derde geboren kind 4. Ketut voor het als vierde geboren kind Het als vijfde geboren kind krijgt opnieuw de naam Wayan, Putu, Gede of Iluh.
Er zijn dus heel veel Wayans en Mades in Bali. Onze chauffeur is dus een man uit de Sudra kaste, het tweede kind in het gezin. Swastika kan in dit geval de familienaam zijn of een gekozen naam. De swastika is een symbool dat al lang gebruikt werd in het Hindoeïsme. Het heeft niets te maken met het de Nazisymbool.
I Made Swastika ben ik niet nog tegengekomen. Zijn oudere broer wel.
Crematie
Komang, de tuinman, liet ons weten dat hij het hele weekend zou werken omdat hij de week erna Upacara (ceremonie) had en dan graag een dag vrij wilde. Die ene dag werden er in de praktijk twee maar dat doet er nu niet toe. Via Made, de huishoudster, vernamen we dat de ceremonie in kwestie de crematie was van Komang's grootvader, 87 jaar en de week ervoor overleden. Ik vroeg Komang of we de crematie mochten bijwonen en dat was geen probleem, in tegendeel, we waren welkom.
Voor ons, buitenlanders, zijn er geen specifieke kledingsvoorschriften. De Balinezen dragen een sarong, zowel de mannen als de vrouwen. We huurden een auto en gingen om elf uur richting Blahbatuh, het dorp waar de crematie zou plaatsvinden. We = Saar, Willy, Made en ik. Made voor de gelegenheid in traditionele klederdracht. Bij een zijstraat met een tijdelijk verkeersbord: "Hati hati, ada Upacara" ("Voorzichtig, we hebben een ceremonie"), stopte de chauffeur. We zagen al op een afstand een kleurig bouwsel, verderop in de straat. Onze delegatie ging richting bouwsel waar een groot aantal mensen was verzameld. Komang, ook in traditionele kledij, stond ons al op te wachten. Hij leidde ons door een gangetje naar het huis van zijn grootvader. Er werden onmiddellijk stoelen aangedragen en we kregen een flesje Sprite en een stukje brood. Zoals alle Balinese huizen bestond ook dit huis uit een aantal aparte gebouwen en balés. In één van die balés lag het lichaam van de overledene in een kist met een wit doek erover en omringd door allerlei offergaven. Op mijn vraag hoe het lichaam in de warmte zo lang thuis kon blijven kreeg ik het korte antwoord: "Formol".
Op enige afstand zaten een man en een vrouw, voor mijn oren, op een verschrikkelijke manier te zingen en te declameren, de vrouw zong, de man declameerde. Het klonk griezelig en dreigend. Op de Balinezen maakte het geen enkele indruk. Ze liepen door elkaar, groetten links of rechts iemand, maakten een grapje of rookten een sigaret. Het leek eerder een receptie dan een begrafenis. Na drie kwartier stopte het gezang en begon men de balustrade van de balé waarin de overledene lag af te breken.De mensen stroomden toe en kregen takken met bloemen of offergaven uit de balé, waarna ze weer naar buiten gingen en zich , als een processie, voor de kleurige toren opstelden. Het was een bizar defilé, zowel kleine kinderen als ouderlingen met een wandelstok, die voorbijliepen met bloemen, gevlochten mandjes, een gebraden speenvarken of eend, aan een stok geregen, iets wat leek op een rituele speer of een tros bananen. Op het laatst werd de kist op de schouders getild en naar buiten gedragen. De muziek van het gamelanorkest werd alsmaar luider. De kist werd met man en macht helemaal bovenin de toren gehesen en daar, zo goed als mogelijk, vastgemaakt met witte repen stof. De priester en een aantal mannen bleven bovenop de toren, zo'n vijf meter boven de grond. Dan zette de stoet zich in beweging, mobiel gamelanorkest incluis. De overledene bracht een laatste bezoek aan zijn dorp. Op de kruispunten werd de toren een aantal malen rondgedraaid met alle gevolgen van dien voor het verkeer. Zo hoopt men de geest van de overledene in verwarring te brengen zodat hij de weg naar huis niet meer terug kan vinden. De Balinezen blijven daar rustig onder; je hoort geen enkele auto claxonneren.
Morgen is het misschien jouw Upacara. We sloten als laatsten aan bij de stoet die richting kerkhof ging. We passeerden kleurig versierde zerken met Chinese opschriften. In tegenstelling tot de Hindoes worden de Chinezen gewoon begraven. Op de plaats van crematie aangekomen zagen we een groot beeld van een zwarte stier op een staketsel van bamboe. De bovenzijde van de rug was een deksel dat kon opengemaakt worden. Met man en macht werd de kist uit de toren gehaald en naar de stier gebracht. Het lichaam pastte in de buikholte van de stier en het deksel ging er opnieuw op. Intussen werd de versierde toren in brand gestoken. De rouwkransen, gemaakt van papieren bloemen belandden ook op de brandstapel.
Het fikte flink en ik verwachtte dat de stier boven het vuur zou worden getild. Dat was niet zo. Ik rilde, ondanks de warmte ,heel even toen ik de gasflessen in het oog kreeg, een eindje van de stier, half verborgen tussen de struiken. Van onder de struiken liepen bruine slangen naar iets wat leek op twee gigantische hogedrukreinigers. De muziek zwol weer aan toen de hogedrukreinigers vuur spuwden en de stier in brand staken. Het bleken vlammenwerpers te zijn. Ook in Bali heeft de tijd niet stil gestaan en is de klassieke brandstapel vervangen door tuigen die mij, orang bulé (witte man), onwillekeurig doen denken aan stervende mensen in bunkers aan de Atlantische kust of naakte mannen met baarden in Auschwitz. Tien jaar geleden duurde een crematie drie tot vier uur. Nu is de klus geklaard in een uurtje. Het zal wel een vooruitgang zijn zeker? Want tijd is geld? Ik vond het macaber. De stier was in een mum van tijd verdwenen. De kleur van de rookwolken veranderde haast onophoudelijk. Na enkele minuten bleef enkel nog de basis over. Die bestond uit dikke, groene bananenboomstammen, evenwijdig naast elkaar met een ruimte ertussen van ongeveer zeventig centimeter. Daartussen vielen de botten van de verbrande overledene, de zwart geblakerde schedel duidelijk zichtbaar .
Willy heeft van het hele gebeuren niets gezien; ze zat op de grond, veilig verscholen achter de ruggen van de toeschouwers. Te rillen vermoed ik. De 'begrafenisondernemers', in dit geval twee jonge mannen met een doek om het hoofd gebonden tegen de hitte, legden een stuk golfplaat op de stammen zodat een oven ontstond, open aan de beide uiteinden. Er werd regelmatig in gepookt met lange bamboestokken en met een zekere regelmaat tilde één van hen de golfplaat een eindje op en gluurde naar binnen, de hand als een dakje boven de ogen. Over wat hij precies controleerde denk ik liever niet na.
Lombok
Het hotel waar we logeerden is eigendom van de 'Bluebird'-groep, dé taximaatschappij van Indonesië en ligt op een halfuurtje van de luchthaven, net voorbij Senggigi. 's Avonds kregen we het bezoek van familie die een vakantiehuis hebben in Senggigi en naar ons hotel kwamen voor een gezellig diner met het geluid van de golven op de achtergrond.
Er was de avond van ons bezoek een grote modeshow gepland en het was er een drukte van belang: diskjockeys, modellen, decorbouwers en bloemisten liepen er door elkaar. Joost leidde ons rond op het terrein van 8000m² met 24 villa's, een spa en restaurant. Erg mooi allemaal. Een mix van moderne architectuur met lokale invloeden en materialen. Genoeg inspiratie voor ons eigen projectje. (foto links: bad gehakt uit één rots)
Na dit werkbezoek volgde een tegenvisite aan de familie in Senggigi. Er stond een lekkere rijsttafel voor ons klaar en na afloop homemade Irish Coffee. Op doktersbevel hielden we onze vochthuishouding op peil middels enkele frisse Bintangs. Gezondheid is immers het allerbelangrijkste. In dit warme klimaat kun je niet voorzichtig genoeg zijn.
Protestantse kerk
TOTO en Dirty Duck
Protestantse kerk
Vorige zondag hoorde ik in de verte gezangen die me merkwaardig bekend voorkwamen. Saar en Willy werden erbij geroepen. Na enkele tellen kwam er een glimlach op Willy's gezicht. "Kerkliederen!" zei ze.
Toch enigszins in verwarring door deze religieuze uittocht en de stilte die erop volgde heb ik onze (katholieke?) kerkhaan diep in de ogen gekeken en hebben we ons samen voor het huisaltaartje geïnstalleerd, wachtend op een moment van verlichting.
Swimming in the pool
InpakstrategieNa een lange reis ben je blij dat je koffers allemaal op de lopende band liggen in de luchthaven van bestemming. Je denkt dat je alle hindernissen met verve hebt genomen en dat alleen nog het vinden van een taxi als uitdaging overblijft. Think again!
Je hobbelt met het volgeladen karretje richting 'Exit' en dan denk je 'Shit, ik moet nog voorbij de douane!'. Vaak hangen er dan groen of rood oplichtende bordjes met respectievelijk 'Nothing to declare' en 'Goods to declare' en kies je als brave toerist voor het groene bordje. Heb je niet te veel koffers en zie je er een beetje betrouwbaar uit dan kan je zo richting taxi's.
In Denpasar zijn de rode en groene bordjes nergens te bespeuren. In de plaats daarvan een legertje geüniformeerde en streng kijkende ambtenaren die jou en je karretje bekijken met dollartekens in de hebzuchtige ogen. Of je niets hebt aan te geven: voedingsprodukten, alcohol, sigaretten, ...? 'Neen hoor, alleen personal stuff' zeg je dan, toch een beetje onzeker want je weet maar nooit wat in dit land allemaal mag en niet mag. Toch willen ze dan dat je een koffer openmaakt om er dan naar hartelust en met merkbaar genoegen in te kunnen graaien. Alles wat er schoon uitziet beschouwen ze automatisch als nieuw en dus in aanmerking komend voor gepeperde invoerrechten. Je mag dan weer palaveren en zoeken naar krasjes of tekenen van gebruik om de douanier ervan te overtuigen dat je die haardroger echt al jaren hebt.
Om in Indonesië, en waarschijnlijk in heel wat van de omliggende landen, dit stresserend intermezzo zo snel mogelijk achter de rug te hebben volstaat een eenvoudige strategie. Ten minste als er een vrouwelijke medereiziger aanwezig is.
Primo: Laat haar het woord voeren bij de inspectie van de koffers.
Secundo: Zorg er bij het inpakken van de koffers voor dat er bovenaan steeds een heleboel lingerie ligt. Gooi daarom nooit oude slipjes en bh's weg. Bewaar die, speciaal voor dit soort gelegenheden.
Tertio: Zodra de koffer opengaat zorg je er, als woordvoerster voor niet te dicht in de buurt van de koffer te staan en negeer je straal elke hint om de inhoud van de koffer te beroeren. Je kijkt de beambte ook zo direct mogelijk aan. Je zal merken dat zijn enthousiasme om in de koffer te graaien tot dichtbij het nulpunt daalt op het moment dat hij de bh's en slipjes in het oog krijgt. Die werken als zovele stopborden en gevarendriehoeken op 's mans schaamtegevoel dat hij de koffer nog nauwelijks een blik waardig keurt, zeker niet wanneer de vermoedelijke eigenares van die niemendalletjes hem diep in de ogen blijft kijken.
Je zal merken dat het werkt.
p.s. Reis je als man alleen, vervang dan in de boven beschreven strategie enkele details:- ga juist heel dicht bij de beambte staan. - vervang de niemendalletjes door een laag, schijnbaar ongewassen, want verkreukte, onderbroeken.
Terug in Ubud
Upacara en meer
'Upacara' betekent 'Ceremonie'. Elk half jaar zijn er grote feestelijkheden in de tempels over heel Bali. De voorbereidingen worden volop getroffen en je ziet veel mooi geklede dames met allerhande interessants op het hoofd in het straatbeeld. Ik vermoed dat je hier geen status ontleent aan de cilinderinhoud van je auto, maar aan de hoogte van de toren met offergaven die je vrouw, op het hoofd, naar de tempel draagt.
en. Na een bezoek aan de Bintang supermarkt en Bali Buddha voor lekker brood, vroegen we de chauffeur de resterende tijd te besteden aan sightseeing in de buurt van Ubud. Hij bracht ons naar het dorpje Tegenungan om een waterval te bekijken.
Engelse les
Vaak heeft ze één of andere smoes om het begin van de les uit te stellen. Ze moet dan nodig afwassen of strijken of ze wilde net douchen.
Het leven zoals het is: Ubud
Het regenseizoen was aangebroken en we werden in de vroege ochtend gewekt door een bulderende donderslag en daarna een tropische stortbui. Gezellig slapen is dat en het geeft bovendien groene rijstvelden en mooie wolkenluchten.

Hij bleek dat niet te kunnen wat hem op een meewarig lachje van Willy trakteerde. In Allang kunnen alle jongens dat namelijk. Komang dus naar de buren om de hulp in te roepen van zijn vriend die daar tuinman is. Die bleek dat wel te kunnen. Kost: 10.000 Rupiah. Voor die prijs haalde hij dan wel al de noten uit de boom. Hoewel de vraagprijs €0.77 is en zo'n boom een metertje of tien hoog, vond Willy dat schandalig duur. Bovendien kan je kelapa muda maar één dag bewaren en hadden we geen zin om elk 5 kokosnoten te eten
. De deal ging dus niet door. Saar's oog viel toen op de kleine bananenplantage die achter de muur is ontstaan, op het stuk grond waar we voor onszelf gaan bouwen. Ze vroeg aan Komang of hij een tros rijpe bananen wilde gaan halen. Dat bleek onmogelijk. De rijpe trossen waren meegenomen door onbekenden, gestolen dus. Het zou gebeurd zijn voor wij in de villa aankwamen. Potverdorie! En dan maar offertjes brengen en ceremonies bijwonen. Telkens ik vanaf nu een trotse Balinese zal zien lopen met een stapel offers op haar hoofd zal ik aan onze bananen moeten denken. Potverdorie nog 's an toe zeg!