Naar de inhoud

vlaaikens

pittig en vinnig
akke.beakke.be
(kortverhalen voor +16 uit eigen bundel "Als Eros lacht",niet gepubliceerd)

GETUIGE TEN LASTE

DIE hete zaterdagmiddag in augustus had ik in café "'t Kruispunt" amper de eerste slok fris bier door mijn uitgedroogde keel laten glijden,of buiten weerklonk het onmiskenbaar geluid van twee wagens,die op elkaar inreden. Geen oorverdovende knal,nee,een holle,doffe slag als van een trommelstok op een te slap gespannen vel,in sourdine zo te zeggen.
 
Ik wou buiten gaan kijken,maar de gebeurtenissen in het café waren me te vlug af.
 
In drie tellen waren de plafondlampjes gedoofd,de gordijnen dichtgetrokken,het bordje OPEN aan de deur omgekeerd,zodat er nu GESLOTEN stond,de sleutel omgedraaid in het slot,en de muziek het zwijgen opgelegd. Ramen en deuren,die op de tuin uitgaven,bleven open. Het was er dus nog voldoende licht om me toe te laten verbijsterd rond te kijken,naar de waard,die na de beëindiging van de zojuist vermelde activiteiten gewoon doorging met glazen spoelen,en naar de andere gasten,die gewoon doorgingen met praten,zij het dan op gedempte toon.
 
De zware man in het witte polo-shirt,die naast me zat,merkte mijn verbazing,en zei rustig : "Niks om je druk over te maken,makker. Gewoon maar blikschade,dat kon je horen. Sla maar eens flink in mijn maag,dan hoor je ook zo'n plof". En hij ging staan en spande zijn buikspieren. Ik sloeg toch maar liever niet,hij haalde bijna twee meter en minstens honderd kilo.
 
-"Maar waarom gooien ze alles dicht ?",vroeg ik.
 
-"Geen getuigen hier",zei hij.-"Ze zullen hier geen getuigen vinden. Dat mag je nooit doen,vertellen dat je iets gezien of ook maar gehoord hebt. Je haalt je er de grootste ellende mee op de nek. Vraag het maar eens aan Piet,ginder". Hij wees naar een oud kereltje met een strohoed op,dat zelfs bij de heersende hitte een keurig jasje droeg en een wijnrood vlinderdasje.-"Piet",ging mijn buur verder," heeft er bijna alles mee verloren".
 
-"Met te getuigen ?",vroeg ik verbaasd.
 
-"Voor de rechtbank",knikte hij.-"Het ging wel niet om een aanrijding,maar toch". En de man haalde zijn pijp te voorschijn,stopte ze,stak er de brand is,en keek schuin naar zijn glas waar nog een bodempje bier in zat. Ik snapte het probleem,wenkte de waard en stak twee vingers omhoog. De geluidloze bestelling werd uitgevoerd.
 
                                       --------------------------------------------------
 
-"Piet is drukker geweest",begon de man in de witte polo,"in een provinciestadje niet ver van hier. Zelfstandig drukker,hoor,zijn eigen baas. Had zelfs twee gasten,geloof ik. Een kleine drukkerij ,naamkaartjes ,rouwbrieven,noem maar op,alles wat de burgerij in zo'n stadje nodig heeft. En Piet werkte hard. Hij heeft ons verteld dat hij,toen hij als jonge drukker voor eigen rekening begon,zijn klanten vooral hier in de grote stad moest zoeken,want in een provincienest vertrouwen ze nieuwkomers niet zo dadelijk. In die tijd kwam hij twee keer per week naar de stad,te voet,hoor ! Drie uur heen en drie uur terug. Eén keer om de bestellingen op te nemen,de tweede keer om te leveren en zijn centen op te halen. En dat allemaal om een treinticket uit te sparen. Zo waren de mensen toen. Je moet dat aan die bazen van nu maar eens vragen,je gaat wat horen.
 
Afijn,Piet kreeg geleidelijk klanten in eigen stadje,en met die voetreizen was het toen gedaan. Hij trouwde,kreeg vijf kinderen,en bleef dus hard werken. En weet je wat zijn enige ontspanning was ? De gemeenteraadsverkiezingen.
 
Nee,nee,versta me niet verkeerd,Piet deed niet aan politiek. Dat kon hij zich als handelaar in zo'n stadje niet veroorloven,je moet van alleman leven,niet ? Maar Piet interesseerde zich,behalve voor zijn drukkerij en zijn familie,slechts voor één ding : de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. Alle zes jaar,kun je je dat voorstellen,alle zés jaar ging hij één keer op café. Op die zondagavond in october als het gemeenteraadsverkiezingen geweest waren. Dan trok hij naar een café,telkens een ander,omdat ze overal wel affiches van verkopingen hangen hadden waar zijn naam onder stond omdat hij ze gedrukt had. En daar betaalde hij dan één rondje. Om de zés jaar,en telkens deed het hem nog een beetje pijn. Dat komt er van als je er zo hard voor hebt moeten werken. En als hij hoorde dat de katholieken gewonnen hadden,en ze wonnen daar altijd,ging hij tevreden naar huis,maar hij liet dat niet merken. Hij was een goeie katholiek,ja,maar in zaken kan je niet voorzichtig genoeg zijn,je moet van alleman...ja.
 
En dan kwam de televisie,en bij de eerste gemeenteraadsverkiezingen,waarvan de uitslagen ook op het scherm gingen komen,in '58 geloof ik,besloot Piet dat hij die keer ook wel eens wat zien wou. En iets zien dééd hij. Want laat nu juist in dàt café,waar Piet zijn affiches én een TV vond Rosse Roos binnenkomen. Als Piet beter thuis geweest was in het uitgaanswereldje van zijn stadje zou hij wellicht Rosse Roos gekend hebben,en had hij het café op staande voet verlaten en een ànder met TV en met zijn affiches opgezocht. Maar hij kende Rosse Roos niet. En dus bleef hij zitten kijken tot de uitslag van zijn stadje op het scherm zou komen. Maar hij kreeg iets heel anders.
 
Rosse Roos was,hoewel zwaar gebouwd,waarschijnlijk het lichtste meisje van de stad. Om je een voorbeeld te geven : Roos was in haar jonge jaren eens aangerand geweest door een kerel,die haar slipje stuk scheurde en ze overweldigde. En Roos vond dat heel jammer,want het was een mooi slipje geweest. Dus droeg ze er nooit weer een. Het moet trouwens de dorpsidioot geweest zijn,die haar dat geflikt heeft. Hij had het gewoon kunnen vragen. Maar ja,ieder diertje zijn pleziertje,natuurlijk.
 
Roos had prachtige,lange haren met de kleur van rood koper,maar onder die weelde had ze een erg bleke snoet.Want haar tweede gebrek,na haar volkomen gemis aan kuisheid,was de drank. Met permissie,meneer,maar ze zóóp. En geen pils zoals u en ik,maar kort nat. Jenever,whisky,cognac,noem maar op,Roos goot het allemaal haar keelgat in. Zoiets laat natuurlijk zijn sporen na. Ze had dan ook mettertijd twee rode oogjes gekregen,die ze nooit helemaal droog kreeg. Kortom,de naam Rosse Roos was volkomen op zijn plaats,vooral als ze op haar kop stond.
 
Want dat zou ik nog vergeten te vertellen,'s jonge,ik word zo stilaan ook een ouwe sufferd. Wel,al dat zuipen kostte natuurlijk geld,en dat had Roos niet. Ze had vroeger gewerkt,maar door de drank,en door dat andere,ja,kon ze nergens een baantje houden. De mannelijke collega's waren niet veilig als Roos in de buurt was. Ze werd er overal uitgegooid,en kwam tenslotte op de zwarte lijst terecht. Wat daarom Roos niet belette van verder te drinken als een tempelier,want ze had er iets op gevonden. Ze was een sterke meid,Roos,heb ik je al gezegd. En atletisch ook. Daar sloeg ze munt uit als ze op café ging. Voor een fles jenever of cognac,geeft niet wat als het maar sterk was,zwierde Roos fluks haar benen de lucht in,en wandelde ze op haar handen rond het biljart. En als je dan bedenkt dat ze nooit een slipje droeg,nu ja. Het wàs Rosse Roos,zoveel was duidelijk.
 
En ik zei het al,laat ze nu juist die avond van de verkiezingen het café uitpikken waar Piet zat TV te kijken. Ik ben er zeker van dat de arme kerel niet wist wat hem overkwam toen Roos met een klant een zaakje afsloot en onderste boven ging. En tot overmaat van ramp ,net op dàt ogenblik viel de politie binnen,greep ze bij haar...". De man in de witte polo merkte dat ik schrok.-"Nee,nee",zei hij sussend,-"ze hebben ze eerst terug op haar benen gezet,grepen ze toen bij de kraag,en voerden ze af naar het bureau,maar niet zonder eerst de namen van de aanwezigen genoteerd te hebben als getuigen,Piet incluis,ja.
 
Tja,het is voor de man een martelgang geweest. Om te beginnen verliet hij natuurlijk op staande voet het café,en moest hij tot de volgende dag wachten eer hij wist of de katrholieken gewonnen hadden,wat,het weze hem een troost,inderdaad het geval was. Dan,een paar dagen later,werd hij vriendelijk op het politiebureau ontboden om zijn verklaring af te leggen. Hij,die nog nooit zo'n bureau van binnen gezien had. Bovendien bleken de agenten in de veronderstelling te verkeren dat Piet geweten had welke attractie hem te wachten stond toen hij het bewuste café binnenstapte,want de andere bezoekers hadden het bijna allemaal ook geweten. Het heeft hem heel wat zweet,ja bijna tranen,gekost om hen te overtuigen dat hij nooit eerder in dat café geweest was,dat hij alleen in een café kwam als het gemeenteraadsverkiezingen waren geweest,eens om de zes jaar. En dat hij helemaal niet had bijgelegd voor de fles cognac,die Roos beloofd was voor haar gunsten,ik bedoel kunsten. Uiteindelijk hebben de agenten waarschijnlijk begrepen dat ze met een uniek fenomeen te doen hadden,en hebben ze maar alles genoteerd wat Piet verklaarde. En hij heeft dat nog ondertekend ook.
 
Al bij al kwam Piet er nog goed van af,geloofde hij tenminste. Tot hij een paar maand later,wéér van de politie,een bevelschrift ontving "tot verschijning voor de correctionele rechtbank,als getuige ten laste,in de zaak Openbaar Ministerie tegen Rosalie Van Pippeldonck,beticht van openbare zedenschennis bij herhaling. Verschijning verplicht".
 
Slapeloze nachten heeft het Piet gekost,en met lood in de schoenen is hij op de dag van de zitting naar de rechtbank getrokken. Hij heeft zijn beurt afgewacht,en omdat het zo lang duurde werd hij tenslotte kalmer,zodat hij zijn zenuwen de baas was toen de zaalwachter hem binnen riep,en de voorzitter hem zijn naam vroeg en hem de eed liet afleggen. Toen vroeg de magistraat hem wat hij gezien had op die zondagavond in oktober.
 
Piet herhaalde wat hij op het politiebureau verklaard had,en misschien zou alles nog goed afgelopen zijn als de voorzitter niet gemerkt had dat hij een ernstig man tegenover zich had,die hij een bijkomende vraag wou stellen.-"Getuige",zei hij"wat is uw mening over de moraliteit van de beklaagde ?".
 
Piet : "Over wàt,meneer de voorzitter ?".
 
Voorzitter (goed articulerend) :"Over de mo-ra-li-teit van de beklaagde".
 
Piet : "Meneer de voorzitter,ik heb u nog niet verstaan,zulle".
 
Voorzitter (wrevelig) :"Getuige,u hebt gezworen de volledige waarheid te zeggen,draai dus niet langer rond de pot. Ik vraag u kort en goed : wat is uw mening over de moraliteit ven de beklaagde".
 
Piet : "Wel,meneer de voorzitter,die was gelijk hare kop,hé,zo wat aan de rosse kant".
 
                                 --------------------------------------------
 
 
De man in het witte polo-shirt dronk zijn glas leeg. Ik stak twee vingers omhoog,en de voorraad werd aangevuld.
-"Arme Piet",zuchtte hij.-"Als hij dat moeilijke woordje nu maar gekend had,het zou een getuigenis als een ander geweest zijn,er zou wellicht geen haan over gekraaid hebben. Nu deed het verhaal de ronde in het hele stadje. Hoe de rechtbank op slag veranderd was in een circus. Hoe ze de voorzitter met een glas water hebben moeten bijbrengen. Hoe ze,temidden van de algemene leute,Rosse Roos hebben moeten tegenhouden,want die wou Piet's getuigenis illustreren met een handstandje. En hoe de voorzitter tenslotte de zitting heeft moeten schorsen tot de orde hersteld was. Het hele stadje lachte Piet zowat onder de grond. Maar de gevolgen waren niet om te lachen. Piet kreeg zowaar het etiket van Vrolijke Frans opgekleefd,hij die ééns om de zes jaar...ja. En zoals dat gaat in zo'n stadje,de klanten bleven weg. Die durfden zich bij Piet niet meer te vertonen,hun goede naam stond op 't spel. En Piet heeft zijn drukkerij moeten sluiten. Hij heeft ze overgebracht naar hier,naar de grote stad,en hij heeft ze van de grond af terug opgebouwd. En het is hem goddank gelukt. Nu is hij met pensioen. Doe me nu een plezier,meneer,ga hem niet vragen wat de moraal is van deze geschiedenis,hij is de tachtig voorbij,het zou hem geen goed doen. Ik zal ze je ten andere vertellen,de moraal : geen getuigen hier,voor niks en voor niemand,er mag gebeuren wat wil".
 
Op dat ogenblik piepte een der verbruikers door een spleet in het gordijn,en riep dat de kust veilig was. En de gordijnen gingen open,de plafondlichtjes aan,de deur werd ontsloten en het bordje op OPEN gezet. En de muziek begon weer te spelen.
 
Ik wenkte de baas,en betaalde mijn schuld,een pintje voor Piet inbegrepen. Ik nam afscheid van de witte polo. Toen ik bij de deur was keerde ik me om. Daar zat hij met zijn jasje en zijn vlinderdasje,en hij hield zijn glas omhoog om te klinken op mijn gezondheid.-"Proost,Piet",dacht ik,"en hou het moreel maar hoog".
 
Van de aanrijding heb ik niks meer gezien,nee.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door bosman om 00:00 Stuur door Reageer op dit bericht

4 reacties op dit bericht

jacqueline30 november 2008 om 17:15

Ben terug

gekomen om wat te lezen...man man, wat kun jij vertellen..
Ik heb er van echt van genoten. You made my day en hij begint nog maar...
Groetjes uit Mérida

Jacqueline
jacqueline24 november 2008 om 17:59

Bosman

ik moet je bewonderen. Heb nu geen tijd maar kom zeker terug om je verhalen e lezen.
Hoe ouder we worden hoe meer verhalen we te vertellen hebben he.
Groetjes van het Andersdangewoon blog vanuit Merida.

Jacqueline
bosman15 november 2008 om 17:32

wens

Fietserke,dankjewel voor je reactie : nu heb ik toch al 1 lezer gehad...Ook fijn week-end voor u ! Je hebt een fijne blog,die mijn technisch kunnen ver te boven gaat om maar te zwijgen van mijn prestaties op de fiets,die de 10 km niet te boven gaan,maar ja,ik ben ook al stilaan een ouwe pee....groetjes
Fietserke15 november 2008 om 16:04

Op het verkeerde moment op de verkeerde plaats...

Foto
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Meer van vlaaikens

↑ Terug naar de berichten