MUISJE PIEP
DE OUDE MAN,die schuin over mij op het terras van het Vlaams cafeetje
zat,had blijkbaar geen last van het oorverdovende geknal van vuurwerk,dat ook
het kleinste dorp in Catalonië zich op het feest van Sint Jan veroorlooft. Hij
had tenminste duidelijk verstaan dat ik aan het dienstertje een cerveza bestelde,trok verbaasd de
wenkbrauwen op,en zei luid : “Een pint !”.
Toen bekeek hij me van top tot teen,wat op zichzelf al een hele prestatie is
als het voorwerp van je aandacht achter een tafeltje zit,en vroeg streng :
“Español ?”. Waarop ik hem moest bekennen dat ik een Vlaming
was.-“ Spreek dan Vlaams,bij God”,zei hij kregelig.-“We zijn
hier toch onder ons. En Carmen”-hij wees naar het dienstertje-“Carmen
verdorie,kom eens hier. Zeg eens aan die meneer van waar je bent !”. En
Carmen zei bedeesd : “Ik ben ekik van Gheint,meniere “.-“Zie
je”,hernam de oude man,”haar naam is Spaans en ze is zo donker als
Pietje Pek,maar de mannen van Alva hebben ook in Gent gezeten,hoor !”. Hij
keek echt verstoord en ontdooide pas toen ik voor hem ook een pint bestelde. In
het Vlaams.
Kortom,het was het begin van de Grote Babbel waar alle in Spanje wonende Vlaamse gepensioneerden reikhalzend naar uitkijken als ze iemand uit het verre vaderland aan de haak kunnen slaan. Maar zijn verhaal was heel apart,ik moest maar eens goed luisteren.
-“Toen ik een jaar of vijf was”,begon de man,”woonde ik in Schoonbeek,dat kleine stadje dat ze wel eens de poort van de Kempen noemen. En zoals alle kinderen in die tijd speelden we van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat op straat. Toen kon je de auto’s die er op een dag passeerden nog op vijf vingers tellen. En in onze straat woonde een meisje,ook een jaar of vijf oud,dat de trotse eigenares was van een driewielertje. Ik kan je verzekeren : dat was toen wat de belastingen nu een uitwendig teken van rijkdom noemen. En het was dus zeker geen uitwendig teken van armoede dat het kind nooit een slipje droeg,en ons dus op haar driewielertje onbewust een heel andere kijk gaf op het leven. Aanschouwelijke voorlichting noemen ze dat nu. Tja,we werden er destijds natuurlijk nog niet wild van,maar het gevolg laat zich raden. Het meisje werd al gauw door alle kinderen van de buurt “Muisje Piep” genoemd,en ze is dat haar hele jeugd blijven meedragen,ach,je weet hoe wreed kinderen kunnen zijn.
Want men blééf haar Muisje Piep noemen,ook toen de oorzaak van de ellende al lang niet meer in onbedekte toestand vertoefde,zoals we duidelijk konden merken als de mooie,opgeschoten meid op haar eveneens volwassen fiets door de straat peddelde. En als je zestien,zeventien bent is zo’n bijnaam niet om te lachen,geloof me. Je weet hoe het er in zo’n klein provinciestadje aan toe gaat. Overal waar Muisje Piep zich vertoonde werd er gefluisterd en gelachen,met rode koppen en verstolen blikken in haar richting. Ze probeerde wel te doen of ze niets merkte,maar feit was dat ze altijd alleen was,ook al was ze nog zo knap en aantrekkelijk. Ja,getrouwde lappen kwamen er wél op af,wellicht aangetrokken door de stille belofte die de bijnaam scheen in te houden. Maar eerlijk is eerlijk,die lieten Muisje Piep koud. Doch jongens van haar leeftijd meden haar als de pest,en je zou voor minder. Je kon haar nog geen goeie dag zeggen of de dag nadien wist heel de buurt dat je achter Muisje Piep aan zat. En dat wilde geen enkele jonge kerel gezegd hebben.
Hebben haar ouders de nood van hun dochter gemerkt ? Ik weet het niet,maar toen ze bijna twintig was zijn ze verhuisd naar degrote stad. Niet evenwel zonder dat Muisje Piep wraak nam. Ik zal het nooit vergeten. Toen de verhuiswagen al volgeladen was,en alleen haar fiets nog op de stoep stond,stapte ze plots op de pedalen en reed nog één keer heen en weer door de straat. En zo waar als ik hier zit,het was wéér als vijftien jaar terug. Ze maakte haar bijnaam wààr. Man,wat een sensatie ! Iedereen stond met de mond open. Maar wie goed keek,en niet alleen naar het zadel,merkte dat ze tranen in de ogen had en dat het mooie gezichtje verbeten stond als dat van een wrekende engel,als je in dit geval van engel kunt spreken,natuurlijk.
Daarmee was de geschiedenis van Muisje Piep ten einde,dacht ik toch. We werden allemaal ouder,trouwden, en werkten een leven lang. En een jaar of tien geleden ben ik op brugpensioen gegaan. En omdat we geen kinderen hadden en mijn vrouw aan rheuma leed zijn we naar hier komen wonen. Zes jaar geleden heb ik dan mijn vrouw verloren. Het was een slag,jongeman,ik heb er twee jaar heel erg onder geleden. Ik dacht er zelfs aan om maar terug naar Vlaanderen te gaan. Ik ben toch maar gebleven. Als je kind noch kraai hebt is het al eender waar je zit. En uiteindelijk is die beslissing mijn geluk geweest.
Want een jaar of vier geleden,op Sint Jan,net als vandaag,besluit ik er toch eens op uit te gaan en een pintje te komen drinken met de oude bekenden hier in het cafeetje,Allemaal Vlamingen,zoals je nu al wel zult gezien hebben,zeker ? En precies op dezelfde stoel,waar jij nu op zit,komt er een dame zitten,lang,slank en grijs natuurlijk,zoals ikzelf,wat wil je,de tijd verslindt de steden,niet ? Ik had ze nog nooit hier gezien,maar ja,ik was twee jaar uit omloop geweest,zeg nu zelf. En het bleek natuurlijk een Vlaamse ! We gingen aan ’t babbelen,het gaat hier altijd zo,iedereen kent iedereen of leert iedereen kennen. En zo na verloop van tijd zegt ze ineens :”Ben jij Bert niet,Bert uit Schoonbeek ?”.Ik zat paf,moest toegeven dat ik Bert uit Schoonbeek was. Of ik ze dan niet herkende ? Nee,ik herkende ze niet. Moest dat dan ? Ja,feitelijk wel,we waren jeugdvriendjes geweest.
Afijn,we praatten nog een tijdje door,terwijl ik me suf zat te piekeren wie de dame wel kon zijn. En dan kwam het onvermijdelijk ogenblik waarop alle dames,zoals de Engelsen zeggen,hun neus moeten gaan poederen.
Terwijl ze weg was vraag ik Sofietje of ze die dame kende. Sofietje was toen het dienstertje hier. Nee,Sofietje kende ze niet echt. De dame was pas voor de tweede keer of zo in het café,ze zal hier nog niet lang wonen,zeker.
En dan komt mijn tafelgenote terug,en als ze gaat zitten kruist ze de benen net iets te hoog,en wat zal ik zeggen,in een flits herkende ik ze allebei ! Muisje Piep ! –“Anneke”,zeg ik,want zo heette ze feitelijk,”Anneke,ben jij het ?”. En Anneke,een vreemd vlammetje in de ogen,knikt van ja,met een eigenaardig lachje,weemoedig en toch opgewekt. Dus dààrom was ze naar achter geweest ! Om me,nu ja,een tip te geven,de beste die ze bedenken kon.
Wel,dat was me een schok,jongeman. Een dubbele nog wel. Want van de weeromstuit werd de oude leeuw in mij wakker,als je begrijpt wat ik bedoel. En dat was een tijdje geleden,ja.
Wel,de rest kan kort zijn. We zijn samen een stukje gaan eten,hebben een dansje gedaan. Ze was ook weduwe. Er stond dus niets in de weg. Letterlijk ook niet,nee. En van het een komt het ander. We zijn nu bijna vier jaar getrouwd. En elk jaar vieren we Sint Jan. Ze is nu boodschappen gaan doen,daar heb ik een hekel aan. Slipjes kopen en zo. Maar ze komt me direct hier ophalen,en dan gaan we weer eens eten en dansen. Gelukkig zijn we hier niet in Schoonbeek,je zou wat horen !”
De oude man knipoogde en zweeg. En even later kwam er een auto langs en stopte. Achter het stuur een deftige dame,met spierwitte haren en een streng brilletje op de neus. Ik keek een beetje ongelovig toe.
De man dronk zijn glas leeg,knikte vriendelijk,liep naar de wagen en stapte in. Toen draaide hij het raampje open.
-“Ik weet wat je nu denkt,jongeman”,riep hij me toe.-“Maar al wat ik je verteld heb is de waarheid hoor ! De naakte waarheid!”.

