Naar de inhoud

Wablieft

Wondere wereld
akke.beakke.be
Niks wereldschokkend, niks belangrijks en alles met een dikke korrel zout te nemen

Archief

Frietkot

 

Weet je nog. Ik kan het mij alleszins nog herinneren alsof het gisteren was. Het frietkot. Het onvolprezen, gezellig, oervlaams frietkot. Veel zijn er niet meer. Ze moeten systematisch verdwijnen. Officieel door het gebrek aan hygiëne en door alsmaar nieuwe regeltjes van stad- en stedebouw. Pestregeltjes, zeg maar. Want ik heb nooit geweten dat er iemand ziek geworden is van het eten. Maar toch moeten ze verdwijnen. Ik heb de tijd nog gekend dat er in elke stad, dorp en gehucht duidelijk herkenbare frietkoten stonden. Ze waren zo verschillend en toch zo herkenbaar. Sommigen waren van hout, simpele bouwsels die net voldoende plaats hadden om de frietmaker toe te laten om de frieten te bakken. Anderen waren dan weer iets groter. Soms zelfs met plaats om binnen de frietjes op te eten. Dat was gemakkelijk bij regen. Weer anderen waren omgebouwde bussen. Of een ingerichte laadbak van een vrachtwagen. Allemaal heel verschillend getuigden ze van de enorme fantasie van de eigenaar. En veel keuze bij de frieten was er niet in die jaren. Er was natuurlijk mayonaise. Van die vettige. Meestal was dat al voldoende. Een puntzak friet met een kwak mayonaise. Meer moest het niet zijn. Een volwaardige maaltijd was dat op een uitgaansavond. Al kon je in de meeste frietkoten ook een hardgekookt ei nuttigen. Of een lekkere cervela. Maar dat was het zowat. Later zijn daar allerlei sausen en brokjes bijgekomen. Tot het wel volwaardige restaurants leken. Maar ze verdwijnen uit het landschap. En degene die overblijven moeten verstopt zijn. In gewone handelszaken. Als je in een stad of dorp komt moet je ze zoeken. Je moet echt weten waar er nog fatsoenlijke friet te koop is. Geen duidelijk herkenbaar frietkot meer aan de kerk. Geen caravan of stilstaande bus waar de reuk je naartoe lokt. De zo aanlokkelijke geur van verse frietjes. Een blinde kon elk frietkot kilometers in de buurt moeiteloos vinden. Maar dat mag niet meer. Ze moeten in een handelspand uitgebaat worden. En aan een resem hygiënische en brandveilige voorschriften voldoen. Frietkoten moeten een filter hebben zodat er geen geurhinder is voor de buren. Blijkbaar tast de geur van vers gebakken frieten de gezondheid van de omgeving aan. En de friturist moet een gediplomeerd boekhouder zijn. Want zo heet tegenwoordig een frietenbakker, een friturist. Zelfs het frietkot heeft een andere naam gekregen. Dat heet een friterie. En mij lijkt het dat de smaak ook niet meer is wat het geweest is. Al zal dat wel een idee van mij zijn. Ach, het zijn allemaal herinneringen. Uit ver vervlogen tijden. Maar toch kan ik soms niet aan de verleiding weerstaan. Dan ga ik naar de friterie en bestel bij de friturist een bakje frieten. Met mayonaise. En een cervela. Heerlijk is dat.

En nu ga ik jullie enkele dagen gerust laten. Geen gezaag of andere blogvervuiling van mijnentwege. Morgen pak ik mijn valiezen en vertrek op verlof. Het zal waarschijnlijk enkele dagen duren voor ik daar tijd heb om nog iets te verzinnen. En ik ga niet naar één of andere exotische bestemming. Maar naar onze onvolprezen Belgische kust. Daar hebben ze tenminste duvel en lekker geurende, krokante, goudgele frieten.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Fredje om 11:25 1 reactie Reageer op dit bericht

Luizen

 

Heel lang geleden. Een computermuis bestond nog niet. Dat was nog een dinosaurus. Zo lang geleden is het. En geloof het of niet, maar ik ben nog voorzitter geweest van het oudercomité. Niet dat ik een pedagogische achtergrond had of heb. Zeker niet. En eigenlijk vraag ik mij nu nog af waar ik dat voorzitterschap aan te danken had. Het was meer een samenloop van omstandigheden denk ik. Want het oudercomité was een beetje verdeeld. Er waren een aantal leden die het helemaal niet eens was met de gang van zaken. Kan gebeuren. Mensen verschillen nu éénmaal van mening. Maar als er regelrechte tegenwerking is dan vind ik dat toch een beetje overdreven. Toen ook al. Ik kon er dus niet mee akkoord gaan dat het oudercomité leerkrachten voor schut zette en niet aarzelden om alle leerkrachten als profiteurs en onkundigen te bestempelen. Er zijn grenzen. Zelf was ik meer de mening toegedaan dat een samenwerking beter was dan elkaar voortdurend het bloed vanonder de nagels te halen. En op één of andere manier kreeg mijn mening een meerderheid van stemmen, zodat ik op een goede dag de verantwoordelijkheid kreeg om op te treden als een soort van bemiddelaar. En meteen ook maar tot voorzitter gebombardeerd werd. Het was nieuw voor mij. En op een totaal onbekend terrein. In eerste instantie viel het mee. En na een paar maanden begon er al een soort van vrede tussen leerkrachten en oudercomité te groeien. Geen gewapende meer. Eerder een soort van respect. De kankeraars hielden zich in. Maar dat een geschil in een klein hoekje kan liggen mocht ik algauw ondervinden. Op een dag kreeg ik een telefoontje van de directeur. Er waren enkele gevallen van hoofdluis vastgesteld. Als kersverse voorzitter vroeg hij mijn mening omtrent eventuele maatregelen. Mijn voorganger had er blijkbaar steevast voor gekozen dat zoiets in alle stilte afgehandeld werd. Kwestie van het imago van de school niet te schaden. Voor mij was het imago van de school ondergeschikt aan het welzijn van de kinderen. Een luizenplaag is wel niet levensbedreigend maar toch leek het mij nuttig om alle ouders op de hoogte te stellen. Hetgeen dan ook gebeurde. Tot de eerstvolgende vergadering van het oudercomité. Van een aantal kankeraars kreeg ik de volle lading. Waarom ik het imago van de school te grabbel gegooid had? De concurrentie zou die informatie maar al te graag misbruiken. Imago? Concurrentie? Ik had geen idee waar ze het over hadden. Maar de concurrentie bleek de naburige vrije school te zijn. En daar was nog nooit melding gemaakt van een luizenplaag. “Onze” school zou de reputatie krijgen van een ongezonde en vuile school. En dat was allemaal mijn schuld. Mijn argumenten dat kinderen en eerlijkheid meer waard waren dan imago deed niks ter zake. En ik stond niet alleen. Er waren ook leden die mij volledig gelijk gaven. Maar toch liep de situatie uit de hand. De discussies laaiden op. Er moest een oplossing komen. En dan schoot me een idee te binnen dat politiekers vaak gebruiken. Een werkgroep oprichten. Die zouden beslissen wat er bij een toekomstige luizenplaag moest gebeuren. Ik ben nog jaren voorzitter gebleven en elk luizenprobleem werd op mijn manier opgelost. En die luizenwerkgroep? Nooit meer van gehoord.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Fredje om 15:39 1 reactie Reageer op dit bericht

Koe

 

In Zwitserland hebben koeien wandelaars aangevallen. Gevaarlijke beestjes in Zwitserland. Gewone simpele koeien die in normale omstandigheden geen vlieg kwaad doen. Behalve dan de vliegen die op hun kont komen zitten. Die jagen ze weg met hun staart. Maar wandelaars zijn niet veilig voor die beesten. Dan stel ik mij toch vragen. Zou het niet kunnen dat die wandelaars iets te intiem wilden zijn? Want als ik het artikel verder lees dan staat er bij dat die beesten jonge kalfjes hadden. En dat is iets dat ik al uit mijn eigen jeugd weet. Een moeder met jongskes laat je met rust. Elke moeder met jongen. Zelfs de kleinste of onschuldigste kunnen redelijk kwaadaardig worden. Ooit heb ik het meegemaakt dat er een vogelmama in een vriend zijn haren vloog. Gewoon omdat die te dicht bij het nest kwam. Een normale situatie dacht ik zo. Maar als je dan als stadsmens een klein kalfje ziet staan is de verleiding groot om een soort van familiefoto te maken. Als domme kalveren onder elkaar zeg maar. Dat je dan te maken krijgt met moeder koe die niet begrijpt wat die rare snuiters bij haar jong komt doen is normaal. Wanneer gaan die mensen eens begrijpen dat je die beesten met rust moet laten. Ook al zijn het ogenschijnlijk onschuldige koeien. Per slot van rekening weegt zo'n dier al gauw enkele honderden kilo's. Als dat beest gewoon haar gewicht gebruikt heb je daar als simpele regime doende mens niks tegen in te brengen. Dat is zoiets als David tegen Goliath maar dan zonder een slimme David. En zonder slinger. Want laat ons eerlijk zijn. Als die toeristen de wei in trekken om een kalfje te knuffelen getuigt dat niet van veel verstand. Maar in feite is het niet slecht dat zoiets in het nieuws komt. Dat zal veel mensen twee keer laten nadenken voor ze nog domme stoten uithalen. Want ik blijf erbij dat je die beesten met rust moet laten. Zeker als er kalfjes in de buurt lopen. En eigenlijk doet het me ook wel een beetje plezier dat dergelijke zaken gebeuren. Er zijn geen doden of gewonden gevallen. Alleen een beetje paniek bij de onderontwikkelde toeristen die denken dat ze zich alles kunnen permitteren. Je zou het niet zeggen hé, maar die biefstuk op uw bord kan soms raar uit de hoek komen.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Fredje om 16:58 Reageer op dit bericht

Column

 

Hoe schrijf je een goed column? Het was een vraag die zomaar bij me opkwam. Niet dat ik de pretentie heb om er ooit eentje te gaan schrijven. Ik weet dat ik veel fouten maak als ik een poging doe om iets op papier, of in dit elektronisch tijdperk, op een scherm te zetten. Vooral dt fouten dan. Maar het was zomaar een idee. Gewoon nieuwsgierigheid. Na enig opzoekwerk op internet begon mij één en ander duidelijk te worden. Een column schrijven is zowat het moeilijkste dat er is. Op gebied van schrijven althans. Want iedereen kan woorden na elkaar op een scherm tikken, maar er een fatsoenlijk allegaartje van maken is iets totaal anders. Volgens mensen die het kunnen weten moet een goed column beginnen met een interessante openingszin. Niet zomaar eentje. Het moet een openingszin zijn die de nieuwsgierigheid van lezers opwekt. Er moet ook structuur in zitten. En niet afwijken van het onderwerp. Vooral ook een eigen mening verkondigen. Hoe eigenzinnig dat ook mag zijn. Het mag zeker een heel persoonlijke kijk op een zaak zijn. Geen probleem. Integendeel. Dat is zelfs aangeraden. Maar dan moeten er wel argumenten aangehaald worden om die mening te staven. En er mag al eens overdreven worden. Sterk overdreven zelfs. Dat maakt een column de moeite van het lezen. Want dat is wel het bijzonderste, de lezer boeien. En daar zijn alle middelen goed voor. Gebruik dus ook korte zinnen. Behalve als er lange nodig zijn. En liefst korte en lange zinnen door elkaar want anders geeft de tekst de indruk van gejaagd te zijn en dat mag niet gebeuren vermits de lezer dan ook gestrest zou kunnen worden omdat korte zinnen nu éénmaal aangeven dat de schrijver zich er zo gauw mogelijk wil vanaf maken door almaar punten na zowat elk woord te plaatsen die er per slot van rekening niet toe doen omdat die punten alleen maar aangeven dat de schrijver er zich vanaf wil maken door.... Enfin. Het is maar dat je het weet. Ook belangrijk in een goed column is al op voorhand anticiperen op eventuele tegenspraak. Elke mogelijke vorm van oppositie op voorhand de kop indrukken dus. Dat lijkt mij wel een cursus dictatuur. Maar goed. De auteur moet op het einde ook een doelpunt scoren. Er een verrassend slot van maken. De lezer op het verkeerde been zetten heet dat. Een soort plotwending die elke schrijver van detectiveromans groen van jaloezie laat worden. Of met een simpel zinnetje alles wat ervoor geschreven is relativeren. Het is duidelijk niet simpel om een column te schrijven. Als ik dat zo allemaal lees dan begin ik er beter niet aan. Want mijn stukjes zijn helemaal niet zoals je van een goede column zou kunnen verwachten. Al wat nodig is om iets fatsoenlijk te schrijven is niet terug te vinden in mijn stukjes. Al heb ik een troost. Bij alle raadgevingen voor een goed column wordt met geen woord gerept over dt fouten. Dat mag dus.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Fredje om 16:25 Reageer op dit bericht

Brandweer

 

Jaren geleden. We woonden nog in een huurhuis. Op een dag bleek de afloop verstopt. Nadat ik de kijkgaten onderzocht had stond er afvalwater in het laatste kijkgat. Het probleem zat dus ergens onder de openbare weg. En wat doet een mens dan zoal. Een rioolrat had ik niet tot mijn beschikking. Er zelf doorkruipen vond ik geen optie. En in die tijd beschikte de gemeentediensten ook niet over het nodige materiaal om doeltreffend tussenbeide te komen. Maar er was een oplossing. De brandweer. Toendertijd was dat nog een vrijwillige brandweer. Mensen die, ook tijdens hun dagelijkse bezigheden, paraat stonden om te helpen indien nodig. Het materiaal had de gemeente ter beschikking gesteld. Daar was ook een rioolrat bij. Bovendien wist iedere inwoner dat de vrijwillige brandweer elke woensdagavond een training had. Kwestie van hun materiaal en hun eigen beschikbaarheid een beetje op peil te houden. En niet in het minst om de kameraadschappelijke banden te verstevigen. Met enkel flinke pinten bier. Na de training. Dat was hun manier om aan teambuilding te doen. Dat lukte wonderwel in die dagen. Daar was geen teambuilding manager voor nodig. Iedereen wist ook dat de vrijwillige brandweer altijd wel te vinden was voor één of ander geintje. En dat kon ik al snel ondervinden. Op de eerstvolgende woensdagavond ging ik dus naar de brandweerkazerne om een gunst te vragen. Of het niet mogelijk was om met hun materiaal eventjes te komen ontstoppen. Dat bleek geen probleem. De brandweercommandant had maar één vraag. Staat er een bak bier klaar? Ook dat was geen probleem. Het zou dus in orde komen volgens de commandant. Ik dan ook terug naar huis. Een tiental minuten later hoorde ik de sirenes van de brandweer in de verte. Eventjes dacht ik nog dat mijn probleem zou moeten wachten omdat ze blijkbaar elders dringend nodig waren. Maar niks van. Met zwaailicht en luide sirenes kwam de brandweer met drie volwassen brandweerwagens de straat ingereden. De straat werd afgesloten en een stoere brandweerman sprong uit de eerste wagen. Hij begon onmiddellijk met de organisatie. Met als eerste vraag: waar staat het bier? Nadat het allerbelangrijkste klaar stond kon de ontstopping beginnen. Uiteraard ontstond er onrust in de hele buurt. Iedereen had de sirenes gehoord en kwam een kijkje nemen om eventueel een handje toe te steken. Het bleek allemaal loos alarm. De buren dronken dus maar een pintje mee. Een tweede bak werd bovengehaald. Het probleem was in geen tijd opgelost en het bier moest natuurlijk tot de laatste fles opgedronken worden. De training van de brandweer was weer goed verlopen. En de contacten met de buren waren ook geoptimaliseerd. Dat ging zo in die dagen. En dan zijn er mensen die mij vragen of dat geen omkoping of vriendjespolitiek was. Nee hoor. Dat was gewoon de juiste persoon op de juiste plaats kennen. En dan kan er heel veel in dit landje.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Fredje om 15:26 Reageer op dit bericht

Gevaarlijk

 

Het is blijkbaar gevaarlijk om te stoppen met drinken. Volgens de vader van de onlangs overleden Amy Winehouse is zijn dochter niet gestorven aan alcoholverslaving. Maar wel aan het feit dat ze gestopt was met drinken. Volgens de dokters is dat best mogelijk. Wie immers stopt met drinken kan een delirium tremens krijgen. En dat is in één op de vijf gevallen dodelijk. Maar volgens de dokters is het niet alleen het delirium. Bij stoppen met drinken kan er meer gebeuren. Zoals geïrriteerdheid, stress, overgevoeligheid en zelfs hallucinaties, hartritmestoornissen, hoge koorts, hartkrampen en beroertes. Als ik dat allemaal hoor uit de mond van dokters begin ik toch te twijfelen. Niet aan hun oordeel. Wel aan mijn voornemens. Ik was namelijk van plan om te stoppen met drinken. Eventjes een pauze inlassen. Recupereren van gedane inspanningen. Oftewel een sabbatjaar in te lassen. Al was ik niet van plan om daar een jaar van te maken. Meer een sabbatdag. Of een sabbatuur. Maar ik zal het beter niet doen. Als ik moet wennen aan de nuchterheid riskeer ik mijn leven. Of toch tenminste enkele serieuze verwikkelingen. Want zeg nu zelf, beroertes en hartritmestoornissen zijn geen zaken die erg bevorderlijk zijn voor de gezondheid. Trouwens, met dat nuchter zijn moet een mens ook oppassen. Ik zou de werkelijkheid onder ogen kunnen zien. En het was een goede vriend die mij waarschuwde. Volgens hem is de werkelijkheid een illusie, die ontstaat door een gebrek aan alcohol. Dat klinkt logisch. Vandaar die hallucinaties natuurlijk. Ik moet dus echt gaan oppassen. En eens goed nadenken voordat ik een beslissing neem. Wil ik echt die risico's lopen? Want als puntje bij paaltje komt is er eigenlijk geen verschil tussen een dagelijkse portie alcohol en geheelonthouding. Als je drinkt sterf je, als je niet drinkt krijg je allerlei rare kwaaltjes en sterf je ook. Doodgaan moet een mens toch. Dan sterf ik liever aan een gezonde dosis alcohol.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Fredje om 18:19 1 reactie Reageer op dit bericht

Lekker

 

De Amerikaanse TV zender CNN heeft een lijstje gemaakt van de lekkerste gerechten ter wereld. Een raar lijstje, als je het mij vraagt. Er staan allerlei dingen op waar ik nog nooit van gehoord heb. Laat staan dat ik ze ooit zal eten. Want ik zie mij nog niet naar Thailand gaan om een portie massaman curry. Dat is volgens CNN het lekkerste gerecht ter wereld. Al kan het zijn dat de afhaal-Thai hier om de hoek het ook verkoopt. Maar dan nog zie ik het niet zitten om dat op te eten. Er staat namelijk een foto bij van het gerecht. Het is iets waar rijst in te herkennen is. Maar dat is het dan ook zowat. De rest ziet eruit alsof het rechtstreeks uit de afvalcontainer komt. Een beetje straathond haalt er zijn neus voor op. Op nr 7 staat penang assam laksa uit Maleisië. En van welk beest dat gemaakt is blijft een geheim. Er staat wel bij dat het pikant is. En bij voorkeur zonder vork of stokjes te eten. Gewoon met de vingers het zooitje uit de kom vissen en onder je neus steken. Moet kunnen in een land waar de vork nog moet uitgevonden worden. Op nr 8 nog een gerecht waarvan de naam alleen al niet veel goeds beloofd, tom yum goong uit Thailand. Wat het ook mag zijn, het zal mijn maag nooit verontreinigen. Maar er staat ook voeding bij dat in onze streken beter bekent is. Zoals op nr 3. Chocolade. En wie lust er niet een lekker stukje chocolade. Maar opgelet. Het is een Amerikaans lijstje. Het gaat dus niet over Belgische chocolade, wel over Mexicaanse chocolade. Nu kan ik mij niet herinneren dat ik ooit Mexicaanse chocolade geproefd heb maar de Belgische chocolade heeft toch wereldfaam. Maar daar hebben de Amerikanen blijkbaar nog nooit van gehoord. Wat de Amerikanen dan weer wel lekker vinden is de Duitse hamburger, als zesde op de lijst. Dat zal wel te maken hebben met hun verneukte smaakpapillen. Want ook de donut staat op het lijstje. Op nr 14. Zelfs Amerikaanse geboterde popcorn staat op het lijstje. Weliswaar op de vijftigste en laatste plaats maar voor een Amerikaan kan het natuurlijk niet vettig genoeg zijn. Zelfs hun eigenste ketchup heeft een respectabele 39e plaats. Voor de rest staat er nog allerlei rotzooi bij dat zelfs een uitgehongerde wolf links zal laten liggen. Van Belgische lekkernijen is geen sprake op het lijstje. Geen steak met friet, geen Gentse waterzooi, zelfs geen mosselen met friet. Van friet is er trouwens geen spoor te bekennen. Het Belgische eten blijft voor een Amerikaan een goed bewaard geheim. Houden zo. We kunnen afvalvreters missen. Want België mag dan wel een nat land zijn. Eten en drinken is hier wereldtop. Zowat elk fatsoenlijk eethuis kan hier een gerecht voorschotelen waar de beste sterrenrestaurants in Amerika of Azië niet eens kunnen aan tippen. En dan zwijg ik nog over de dranken.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Fredje om 09:53 Reageer op dit bericht

Wi-fi

 

In een weekblad kreeg ik een lezersbrief onder ogen. Van een zagevent. Je kent ze wel. Mensen die over alles en nog wat te klagen hebben. In normale omstandigheden kan ik er eens mee glimlachen. Bij deze ook wel maar toch trok het mijn aandacht omdat ik zelf wel eens gebruik maak van de diensten van de aangeklaagde feiten. Het ging over een firma die draadloos internet aanbied aan onze kust. Ik ga de naam hier niet vernoemen. Dat is reclame en onbetaalde reclame komt niet op mijn blog. Dat weet iedereen die wel eens een stukje komt lezen. En zolang citymesh mij niet betaalt zal ik ze dus ook niet vermelden. De klacht ging over het feit dat die firma sinds het begin van dit seizoen strandkabines geplaatst heeft met daarin antennes voor een betere internetontvangst voor hun klanten. De antennes storen dus geenszins het zicht van de strandbezoekers. Ze staan gewoon in enkele van de vele kabines. Onzichtbaar. Maar het signaal zou stukken beter zijn dan voorgaande jaren. En van die dienst maak ik elk jaar gebruik omdat we elk jaar ons welverdiend verlof in Blankenberge doorbrengen. Uit ondervinding weet ik dus ook dat de ontvangst van het draadloos internet niet altijd optimaal was. En daar wou die firma dus iets aan doen door via antennes in strandkabines voor een betere verbinding te zorgen. Maar de zagevent had zo zijn bezwaren. De straling zou gevaarlijk zijn voor de strandgasten, de wandelaars op de dijk en voor de vele toeristen in heel de stad. Heel gevaarlijk zelfs. Heel gevaarlijke ziektes zouden de mensen krijgen. De hersenen van de onschuldige kindjes zouden smelten. Iedereen die ook maar in de buurt van Blankenberge kwam zou kanker krijgen. En nog zo van die zaken. Het leek mij op het eerste zicht wel wat overdreven. Het deed me denken aan heel lang geleden. Toen waren er klachten van boeren. Die hadden angst dat hun koeien geen melk meer zouden geven doordat er stoomtreinen door het landschap reden. Het was loos alarm. Maar deze klager vond dat die antennes per direct moesten verwijderd worden. Hij kreeg weerwerk. Een week later stond er een andere lezersbrief van een elektrotechnische wetenschapper. Volgens die man wezen metingen uit dat het gevaarlijker was om een lezersbrief op een pc te schrijven dan een maand aan het strand te zitten. Wat de waarheid is weet ik ook niet. Ik zal er zeker niet van wakker liggen. Maar toch. Ik zal zelf eens metingen doen. En daar heb ik zo mijn eigen methode voor. Een eenvoudig systeem. Zoals mijnwerkers vroeger een kanariepietje mee naar beneden namen. Als het vogeltje van zijn stokje viel was het ogenblik gekomen om weg te lopen. Zo heb ik ook een eenvoudig systeem bedacht om straling te meten. Ik laat me een duvel brengen en zolang het schuim niet verdwijnt voordat ik hem leeggedronken heb is alles dik in orde. Dit jaar ga ik dan ook persoonlijk de straling opmeten in Blankenberge. Op verschillende meetpunten. Drie maal per dag.


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Fredje om 13:02 1 reactie Reageer op dit bericht

Honger

 

Het is weer kassa. De hulporganisaties draaien op volle toeren. Ze hebben in Afrika plaatsen ontdekt waar mensen verhongeren. En daar gaan ze hun eens mee bemoeien. Vooreerst veel geld uitgeven aan een reclamecampagne. Om geld in te zamelen. Met dat ingezamelde geld gaan ze dan eerst en vooral de campagne betalen. Dan hun eigen zakken vullen. Vervolgens de vele firma's betalen die moeten tussenkomen om voedsel te kopen en ter plaatse te brengen. Om dan een groot deel van het voedsel te laten “stelen”. Om te verkopen op de zwarte markt. De restjes delen ze uit aan hongerige mensjes. Onder het oog van de internationale pers natuurlijk. Hun imago moet hoog gehouden worden. En het is alvast reclame voor de volgende campagne. Ben ik cynisch als ik zoiets beweer? Ben ik nu een grote egoïst die liever mensen laat kreperen van honger in plaats van een kleinigheidje te geven? Een kleinigheidje dat mijn luxe leven geen enkele schade zal berokkenen. Geen duvel minder zal ik drinken als ik, pakweg, honderd euro weggeef aan het zogenaamde “goede doel”. En toch vertik ik het. Geen eurocent krijgen ze van mij. Want als er van mijn honderd euro vijf euro ter plaatse komt zal het veel zijn. Een druppel op een hete plaat heet dat. Maar elke druppel telt, zegt u. Elke druppel kan een mensenleven redden. Kan zijn. En toch vind ik dat het geen enkel nut heeft. Er is in die landen meer nood aan andere zaken. Wat baat het om eten uit te delen aan sukkelaars als er machthebbers zijn die met het grote geld aan de haal gaan. Machthebbers die hun eigen bevolking laten verhongeren. Die profiteren van de armoede van de bevolking. Om er zelf nog rijker van te worden. Machthebbers die helemaal niks gedaan hebben om dergelijke toestanden te vermijden. Want daar zit het probleem. De droogte is een steeds wederkerend fenomeen in die landen. En daar kan wel iets aan gedaan worden. Maar daar is helaas niks aan te verdienen. Er is niet veel te verdienen aan het uitbouwen van een fatsoenlijk irrigatiesysteem zodat mensen voor zichzelf kunnen zorgen. Ook niet aan het onderwijzen van kinderen. Zodat die met enige kennis van zaken hun eigen lot in handen kunnen nemen. Net zomin als aan de aanleg van een behoorlijke infrastructuur in het algemeen. De plaatselijke economie zou immers opleven. De bevolking zou zichzelf kunnen bedruipen. En hun verstand gebruiken. Er zou protest kunnen volgen tegen de zakkenvullerij van de machthebbers. En dat laatste mag vooral niet gebeuren. Want dat zou weleens het einde van de uitbuiting kunnen betekenen. Het devies van de plaatselijke machthebbers is immers om de bevolking dom te houden. Zodat maximaal geprofiteerd kan worden van de sukkels. Want ze willen rustig kunnen doorgaan met het uitmoorden en folteren van de bevolking. En met het uitgespaarde geld kunnen ze wapens kopen om nog meer te moorden en te plunderen. Maar dat zien die hulporganisaties niet. Of willen het niet zien. Daar zit de hypocrisie van het systeem. Westerse zogenaamde humanitaire hulporganisaties werken moedwillig mee aan het uitbuiten van de plaatselijke bevolking. En dat is mijn bezwaar. Dat is de reden dat ik weiger om ook maar iets te geven. Dat is mijn vorm van protest. Als er ooit een organisatie moest komen dat de werkelijke noden van die mensen erkent en er daadwerkelijk iets aan wil doen krijgen ze mijn volle medewerking. Daar wil ik zelfs een paar duvels minder voor drinken.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Fredje om 10:57 2 reacties Reageer op dit bericht

Deskundige

 

Woorden kunnen nogal eens veranderen in de loop der tijden. En tegenwoordig is er nogal veel Engels in onze taal geslopen. Internationalisering heet zoiets. Dat zal wel normaal zijn zeker. Maar toch willen mijn weinige overgebleven hersencellen af en toe een vraagske stellen. Zo zijn er nogal wat “specialisten”. Het woord “specialisten” komt oorspronkelijk uit het Engels. Lang geleden weliswaar. Zo lang geleden dat het tegenwoordig algemeen aanvaard wordt als zijnde Nederlands. Maar oorspronkelijk is dat een Engels woord . Dat ook ooit eens vertaalt is als “deskundigen”. Dat zijn dan mensen die zogezegd verstand hebben van iets. En dat is de moeite om dat eens te analyseren. Een taaldeskundige is bijvoorbeeld iemand die veel verstand zou moeten hebben van taal. Daar kan ik nog veel van leren dus. Want mijn taaltje is niet altijd wat het zou moeten zijn. Maar wat ik mij dan afvraag is, waar halen die deskundigen al hun wijsheid vandaan? Het zal wel iets te maken hebben met studie natuurlijk. Maar wie geeft die lessen? Ook deskundigen of specialisten. De kennis wordt dus van generatie op generatie doorgegeven. Lijkt mij logisch. Daarvoor zijn er nu éénmaal scholen. Alleen, er is de laatste jaren zoveel nieuw bijgekomen waar die leraars-deskundigen nog niks konden over weten. Wegens onbestaand. Dus blijft de vraag; waar halen de huidige deskundigen hun wijsheid en kennis vandaan? Uit ervaring misschien? Zou kunnen. Al weet ik dat nog zo direct niet. Als ik zie dat, bijvoorbeeld, een antiekdeskundige het toch hoofdzakelijk moet hebben van de vorige generatie deskundigen. Er zijn dan wel nieuwe technieken waarmee meer en accuratere resultaten kunnen bereikt worden. Maar toch. Al die antiekdeskundigen zijn geen 600 jaar oud. Die hebben de jaren 14-1500 niet zelf meegemaakt. Die moeten het weten dank zij studie. Dat kan ik dus begrijpen. Maar wat dan met een computerdeskundige? Die kan zijn kennis toch niet hebben van studie alleen. Want in de tijd dat een computerdskundige naar school ging bestonden er nog geen gesofistikeerde computers. Die moet dat toch verkregen hebben door eigen ervaring. Maar waar haalt hij die ervaring dan? Uit eigen werk? Dat lijkt me sterk. Want een deskundige is alleen maar deskundig. Een deskundige doet het eigenlijke werk meestal niet. Die is er alleen maar om raad te geven aan anderen. Maar toch moet er iets zijn. En dan bedenk ik iets. Als we het woord “deskundige” eens gaan ontleden. Misschien komen we dan tot een oplossing. Het woord “deskundig” bestaat eigenlijk uit twee woorden. “Desk” en “kundig”. En dat heb ik eens opgezocht. Een “kundige” blijkt een kenner te zijn. Een specialist. Een expert. En een “desk” is gewoon een toog. Een deskundige is dus een toogkenner. Een toogspecialist. Of in gewone omgangstaal, een tooghanger. Nu weet ik dus waar die deskundigen hun kennis en wijsheid vandaan halen. Aan den toog. Ik denk dat ik mij ga omscholen tot deskundige.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Fredje om 04:05 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Wablieft

↑ Terug naar de berichten