Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Woordenlijst Nr 32 Geluid produceren door mensen Taal

Agturzegn: nazeggen
Aksent: accent
Art deur mukoör klapn: luid door elkaar praten
Babuliengsju: babbeltje
Babuliengu: gepraat, gebabbel
Babuln: praten
Babultju sloön: babbeltje slaan
Bieguluut: bijgeluid
Biejeeënroepn: bijeenroepen
Bijbie die bleët: huilende baby
Bijbie die sjhreeëmt: huilende baby
Bloözn: blazen
Boekubong: boekenbon
Boekulieëfebur: boekenliefhebber
Boekupries: boekenprijs
Boekuvurzaamuloöru: boekenverzamelaar
Boenkn: bonken op een deur bvb
Brieësjhn: luid zijn woede uiten
Broebuln: zeveren
Bruln: brullen
Bruusjhn: geluid van lopend water
Buuk ramult: buik rammelt
Buruln: brullen, luid roepen
Busjhaadugdu ooörn: beschadigde oren
Buusjhn: hard kloppen (op tafel of op deur)
Deesiebil: decibel, eenheid voor geluidsterkte
Dieskuuteern: discuteren
Druk vurkeeër: druk verkeer
Drupuln: het geluid van neervallende waterdruppels
Duuts: Duits
Fluusturn: stilletjes spreken
Fraäns medoör up: Frans met haar op, slecht Frans
Gaapn (luudu): luid gapen
Gieërundu ban van u noto die fringt: gierende banden van remmende auto
Grugtu: geluid, lawaai
Grugtu maakn: lawaai produceren
Guluut: lawaai
Guramul me sjhutuls: gerammel met afwas
Guroeëzumoeës up u rusepsju: geroezemoes op een receptie
Ienguls: Engels
Iezoomoo die krakt: krakende piepschuim
Ietaljoöns: Italiaans
Kient die kriest: kind dat weent
Klakubusu: toestel om geluid te maken
Klakn: applaudisseren
Klapn: spreken
Klapn en brijn: als je aan ‘t werken bent, dan mag je wel spreken maar je moet ondertussen verderwerken
Klapn zoendur vel up ju buuk: zeveren
Kloöru taalu spreekn: klare taal spreken
Klopn up meetaal: kloppen op metaal
Knapurugu tjieps: knapperige chips
Koetunaänsju: dialoog
Koetparlee: lange uitleg  Fr coup de parler
Kowgom known: kowgum knauwen
Kriesjhundu kiendurs: krijsende, wenende kinderen
Kuchun: kuchen
Lachun: lachen
Leevn: lawaai
Leevn maakn: geluid voortbrengen
Luudn of luujn: luiden (klok bvb)
Luudu klapn: luid praten
Luudu muuziek: luide muziek
Luutrugtug: luidruchtig
Meespreekn: meespreken
Misklapn: verspreken
Moeëdurtaalu: moedertaal
Moendulienk: mondeling
Moentvul: mondvol
Mooruln: schreeuwen als vermoord
Needurlaäns: Nederlands
Neuzu upaaln: neus ophalen
Oeëstun: hoesten
Oet zaagun: hout zagen
Ofroepn: afroepen
Omuroepn: omroepen
Oorn gutuut: gevoel als men over jou spreekt
Oovurdundurn: overdonderen
Oovurlast van du grugtu: geluidsoverlast
Parlasantn: rond de pot draaien, niet rechtdoor gaan
Plat vlams: dialect
Plat Westeëns: dialect van Westende
Ritsuln me papieër: ritselen met papier
Sieriïnu van du poliesju of van u nambuulaaänsu: sirene van de politie of van een ambulance
Sjheëfurn: schril geluid maken
Sjheetu: wind
Sjhuufletu: fluitje
Sjhuufuln: fluiten
Sjhruuwul: schreeuw
Sjhruuwuln: schreeuwen
Sleepunt guluut van slufurs oovr du groent: pantoffels die slepen over de grond
Slurpun: slurpen
Snikun: snikken
Snurkun: snurken
Speelundu luutrugtugu kiendurs: spelende luidruchtige kinderen
Spoöns: Spaans
Staamurn: stamelen
Stormwient: stormwind die huilt
Taalu nog teeëkn van utwieën vurneemn: taal noch teken van iemand vernemen (=niets van iemand horen/zien)
Teegnprutuln: tegenspreken
Tieërun: tieren
Tikn me ju viengurs up taaful: tikken met de vingers op tafel
Toeëturundu otoo(s): toeterende auto
Triliengu: trilling met snerpend geluid
Tromulvlieës: trommelvlies
U deuru art toesmietn: een deur hard dichtklappen
U loopundu kroönu: een lopende kraan (vooral druppel per druppel)
U potju klapn: een gesprek voeren, een beetje pratenU zaagsju span: zagen
Upgufoktu bromur: opgefokte brommer
Uutlangn: verklappen
Va ju latu geevn: snel en luid spreken
Van u sjheetu u dundurslag maakn: van een mug een olifant maken
Vieërwerk: vuurwerk
Viengurnaagul of stuk krijt die krasun up u bord: vingernagel of stuk krijt die krassen op een bord
Vlams klapn: Vlaams spreken
Vloekn en keturn: luid en hevig protesteren
Voeërtaalu: voertaal
Vurkloörn: verklaren
Vurstoönboör: verstaanbaar
Vurtelument: verhaal, vertelling
Vurteliengu: vertellingVurzwiegn: verzwijgen
Wient loötn: wind laten vliegen
Zwiegn: zwijgen
Zwoör oösumn: zwaar ademen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 31: Geschriften Berichten Mededelingen

Aaänmoöniengu: aanmaning
Aaänslagbieljet: aanslagbiljet
Aaänvraagu: aanvraag
Aaänvuliengu: aanvulling
Aänvlopu: envelop, omslag
Agenda: agenda
Aktu: akte
Antboek: handboek
Antlijdiengu: handleiding
Antsjhriftu: handschrift
Anteeëkuniengu: handtekening
Arsjief: archief
Atmieniestroösju: administratie
Atvurteënsju: advertentie
Bekup: veiligheidsafschrift      Eng: backup
Biedraagu: bijdrage (tekst aan krant of boek)
Biedrukn: bijdrukken
Bielaagu: bijlage
Blatvuliengu: bladvulling
Blatwiezur: bladwijzer
Blatziedu: bladzijde
Blindusjhrift: blindenschrift
Booötsjhap; boodschap
Brieëf: brief        =>    u brieëf sjhrievn: een brief schrijven
Brieëfpapieër: briefpapier
Brieëfwisuliengu: briefwisseling
Brosjeuru: brochure
Bustant: bestand
Bustek: bestek
Bustelbong: bestelbon
Buzwoörsjhriftu: bezwaarschrift
Calpingsju of Kalupingsju: zakboekje, notaboekje      Fr calepin
Dagboek: dagboek
Dagvoördiengu: dagvaarding
Databank: gegevensbank
Dateeriengu: datum op plaatsen
Deeveedee: DVD
Deurbloörn: doorbladeren
Deurslag: dubbel
Deurstreepn: doorstrepen
Diegietaal: digitaal
Dieja: diapositief beeld
Digtn zoendur ju gat up tu ligtn: iets zeggen wat op zich wel juist is, maar waar de ander niets aan heeft
Digtur: dichter, poëet
Dokuument: document
Dooöbrieëf: rouwbericht
Dosieër: dossier
Drukfowtn: drukfouten
Dubul: dubbel
Eetiekitu: etikette
Fakteuru: factuur
Fiïrpaar: aankondiging                    Fr faire-part
Foldur: folder
Formoöt: formaat
Formulieër: formulier
Gazetu: gazet, dagblad
Grafiek: grafiek
Iedentiefiekoösju: identificatie
Iemeel: e-mailbericht
Iïnformoötieka: informatica
Iïnformoösju: informatie
Iïnsjhrieviengu: inschrijving
Iïnsjhrievun: inschrijven
Iïnspeksju: inspectie
Iïnspriengn: inspringen
Iïnstruuksju: instructie
Iïnventoöries: inventaris
Inbuwoöriengeevieng: inbewaringgeving
Indiks: index
Inoet: inhoud
Joörvurslag: jaarverslag
Kalk: aftreksel       Fr calque
Karbongpapieër: doorschrijfpapier
Kartong: karton
Katalooguus: catalogus
Kestkartju: kerstkaartje
Kestkoörtu: kerstkaart
Klapur: klapper, inhoudstafel
Klat: klad
Klatpapieër: kladpapier
Koleksju: verzameling               Fr collection
Koörtsiestiïm: kaartsysteem
Koörtu: kaart
Kopie: copie
Krabuln: haastig noteren
Krijong: potlood
Leeziengu: lezing
Liestu: lijst
Lijowt: layout
Loötn weetn da: laten weten dat
Marzju: marge
Meeltju: kort e-mailbericht
Meldiengu: melding
Model: model
Naamkartju: naamkaartje
Naamliestu: naamlijst
Nuumuriengu: nummering
Oendurteeëkn: ondertekenen
Oendurteeëkniengu: ondertekening
Oendurzoek: onderzoek
Oenderzoekn: onderzoeken
Ofdruk: afdruk
Ofkortiengu: afkorting
Ofleevrieng: afleveringen
Ofleevriengu: aflevering
Ofsjhriftu: afschrift
Omslag: omslag
Ootuür: dader, schrijver                     Fr auteur
Papieër: papier
Paraf: paraaf
Parafeern: paraferen
Parlasanten: niet noodzakelijke, onnutige mededelingen
Paspoör: paspoort
Penutrek: pennetrek
Pisjudraagur: bode die berichten aan huis brengt/bracht      Fr dépêche
Plang: plan
Plangs: plannen
Poolies: polis
Post: post
Profiel: profiel
Program: programma
Projikt: project
Proseeduuru: procedure
Prosesvirbaal: proces-verbaal
Protukol: protocol
Puubliekoösju: publicatie
Pursooönsgugeevuns: persoonsgegevens
Pursooönsliestu: persoonslijst
Putiesju: verzoekschrift, petitie
Raamiengu: raming
Raport: rapport
Reekniengu: rekening
Riebuwies: rijbewijs
Riglument: reglement
Romang: roman
Roötpleegiengu: raadpleging
Roötpleegn: raadplegen
Rugiestur: register
Rukomandee: aangetekende brief        Fr recommandé
Ruproduuksju: reproductie
Ruubriek: rubriek
Sierkuuliïru: circulaire
Sirtiefiekoöt: certificaat    Fr certificat
Sjheema: schema
Sjhriefpapieër: schrijfpapier
Sjhrievn: schrijven
Sjhriftuluk: schriftelijk
Skan: scan
Speliengu: spelling
Statuut: statuut
Stempul: stempel
Stik: stuk (document)
Stoöt: staat (document)
Suleksju: selectie
Surieë: serie
Taalu: taal
Tabel: tabel
Teeëkniengu: tekening
Tembur: postzegel        Fr timbre
Tiepfowtu: tikfout
Tietsjhriftu: tijdschrift
Tietul: titel
Tilufong: telefoon
Tilugram: telegram
Tistament: testament
Upsjhriftu: opschrift
Uutdrukiengu: uitdrukking
Uutgeevurieë: uitgeverij
Uutsjhrievn: uitschrijven
Uuttreksul: uittreksel
Uutvuln: uitvullen
Versju: versie
Volshijt in gusjhriftu: valsheid in geschrift
Vormu: vorm
Vulmagt: volmacht
Vulsjhrievn: volschrijven
Vurguniengu: vergunning
Vurjoördagskartju: verjaardagskaartje
Vurjoördagskoörtu: verjaardagskaart
Vurkloöriengu: verklaring
Vurmeldiengu: vermelding
Vurslag: verslag
Vurslaggeeviengu: verslaggeving
Vurtaaliengu: vertaling
Vurzeeguliengu: verzegeling
Vurzeekriengu: verzekering
Vurzen: verzenden
Vurzoeksjhrift: verzoekschrif
Wagtliestu: wachtlijst
Wareern: de ronde doen (een bericht, een ziekte)
Weëns: wens
Weënsjun: wensen
Wepsaajt: website
Wooört: woord
Woöturmerk: watermerk
Zakboeksju: zakboekje
Zantju: prentje
Zinu: zin

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 30: Geestesgesteldheid Verstand

Agturluk: geestelijk gehandicapt
Beeltvormiengu: beeldvorming
Biebliejooteeku: bibliotheek
Bieleeërn: bijleren
Bloemleeziengu: bloemlezing
Boeëruvurstant: zonder scholing toch slim zijn
Boovunkaamur: bovenkamer, hersenen
Brijn: brein
Bugriepuluk: begrijpelijk
Bugriepn: begrijpen
Bukwaamijt: bekwaamheid
Bukwaamu: bekwaam
Bunul: benul
Busef: besef
Busiefurn: becijferen
Busjhaaft: beschaafd
Busjhaaviengu: beschaving
Busjhrieviengu: beschrijving
Busjhrievn: beschrijven
Buslisiengu: beslissing
Busluutn: besluiten
Buspreekiengu: bespreking
Bustuudeern: bestuderen
Buteeëkunisu: betekenis
Butuugiengu: betuiging
Butwiefuln: betwijfelen
Butwistboör: betwistbaar
Buvestugiengu: bevestiging
Buvlieëgiengu: bevlieging
Buwies: bewijs
Buwiesvoeëriengu: bewijsvoering
Buwiezn: bewijzen
Buwustzien: bewustzijn
Buzieëliengu: bezieling
Buzienkn: bezinken
Dooötdoeëndur: dooddoener, argument van weinig waarde
Du nuul van tspil zien: de dupe zijn
Du slimn uutang: de slimste willen zijn
Duur du komprunuur: lang nodig hebben om iets te verstaan
Dwaaliengu: dwaling
Eësuns: hersenen
Ervoöriengu: ervaring
Fraäns klapn medoör up: slecht Frans spreken
Geeëst: geest
Goeët pijzun: diep nadenken
Guvroeng zitn met utwa: geen oplossing vinden voor een probleem
Kenesu: kennis
Koönfureënsju: conferentie         Fr  conférence
Koöngres: congres
Koönsentroösju: concentratie
Meeëniengu: menin
Meënsjhukenesu: mensenkennis
Misu: vergissing
Nes/zes zu nie alumalu mi: hij/zij is niet meer bij zijn/haar volle verstand
Net/zet u meemoorie van u gernoöru: slecht geheugen
Net u slag van du meuln get: hij kreeg een slag van de molen, hij is zijn verstand kwijt
Net u viezu los: hij heeft niet al zijn zinnen
Net ur gin koös van geetn: hij heeft er geen kaas van gegeten, hij kent er niets of niet veel van
Nis gin klooötn weërt: hij is niets waard
Nis gin sjieku tuubak weërt: hij is niets waard
Nis/zis zo dom lik tagturstu van u koeë: hij/zij is zeer dom
Oenbugriepuluk onbegrijpelijk
Oendurviendiengu: ondervinding
Oendurzoek: onderzoek
Oentleediengu: ontleding
Oovurleg: overleg
Oovurpeizn: overpeinzen
Raamiengu: raming
Ratsul: raadsel
Reeduvoeëriengu: redevoering
Roendu: dom
Roön: raden
Rudunoösju: redenering
Spreuku: spreuk
Steliengu: thesis, bewering
Suleksju: selectie
Tis u stievu slimn: het is een zeer slimme
Toogu wooört voeërn: het hoge woord voeren
Tu dom voer ooi teetn: zeer dom
Tvurstant komt met du joörn: het verstand komt met de jaren
Twieful: twijfel
Twiefuln: twijfelen
Upfrisjhiengu: opfrissing
Uplosiengu: oplossing
Upvatiengu: opvatting
Upzoekiengu: opzoeking
Uutreekn: uitrekenen
Uutvien(g): uitvinden
U grooötu lanteërn met u kleeën lugtju: een grote lantaarn met een klein lichtje
U keeml sjhieëtn: een vergissing begaan
U misu bugoön: een vergissing begaan
U slag van sliengurs meuln en: niet goed bij zijn verstand zijn
Utwadu an utwieën zu vurstand brieng: iets aan iemand zijn verstand brngen
Utwoö vurstant van en: ergens verstand van hebben
Van lotju gutikt zien: van lotje getikt zijn, gek zijn
Van toetn nog bloözun weetn: van toeten noch blazen weten
Van utwa vurstant en: verstand hebben van iets
Veijlugeitsoovurweegieng: veiligheidsoverwegingen
Vieërtaalug: viertalig
Vooörbureidieng: voorbereidingen
Vooörgusjhieëdunisu: voorgeschiedenis
Vooörnleezn: voorlezen
Vooöroentwerp: voorontwerp
Vooörnzegn: voorzeggen
Vooörstudie: voorstudie
Vooörwoördu: voorwaarde
Voruutkiekn: vooruitkijken
Voruutzieëndu: vooruitziende
Voruutzigtu: vooruitzicht
Vorzieën: voorzien
Vraagteeëkn: vraagteken
Vurmiedn: vermijden
Vurvoegiengu: vervoeging
Wiesijt: wijsheid
Zjeenie: genie
Zu vurstant gubruukn: zijn verstand gebruiken

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 29 Leger Oorlog Wapens

Aaänsjieën: oudgediende           Fr ancien
Aaänsteliengu: aanstelling
Aaänvoln: aanvallen
Aaänvolsplang: aanvalsplan
Aakunkruus: hakenkruis
Aalftrak: halfrupsvoertuig                      Eng half-track
Aalmoeëzunieër: aalmoezenier
Afuut: affuit
Agturoedu: achterhoede
Ambuulaansu: ziekenwagen                               Fr ambulance
Antgrunoötu: handgranaat
Antiepursoonsmienu: antipersoonsmijn
Antietankkanong: antitankkanon
Antietankmienu: antitankmijn
Antietankwaapn: antitankwapen
Artielurieë: artillerie
Artieluriesjhoolu: artillerieschool
Artieluriest: artillerist
Artielurievier: artillerievuur
Artieluriewoörneemr: artilleriewaarnemer
Atmieniestroösju: administratie
Atmieraal: admiraal
Atoombomu: atoombom
Bajonetu: bajonet
Bakboört: linkse kant van schip
Baliestiek: balistiek
Baretu: baret
Bataljong: bataljon
Batrieë: batterij
Bazoeka: bazouka, antitankwapen
Bem: stafbrevethouder                                                 Fr breveté d'état-major
Bievak: bivak
Binudieënst: binnendienst
Bleëndiesieëdu: blindicide, antitankwapen
Boebietrap: valsstrik                                      Eng boobytrap
Bombardument: bombardement
Bomu: bom
Botien: bottines
Briegadieër: brigadier
Briegaadu: brigade
Brugunooft: bruggenhoofd
Buleeguriengu: belegering
Bumaniengu (van vliegtuig of tank)
Bunoemn: benoemen
Burgurdieënst: burgerdienst (in plaats van militaire dienst)
Burgurleevn: burgerleven
Busjhieëtiengu: beschieting
Busluupn: besluipen
Bustormiengu: bestorming
Butaalmeeëstur: betaalmeester
Buunkur: bunker
Buvelebur: bevelhebber
Buwaapniengu: bewapening
Buwient: bewind
Dagmarsj: dagmars
Deefielee: défilé
Deefieleern: defileren
Deezirsju: desertie
Deezirtuür: deserteur
Dekofiesier: dekofficier, officier bij de zeemacht
Dieënstiet: diensttijd, periode militaire dienst
Dievieszju: divisie
Dragt van u waapn: dracht, reikwijdte van een wapen
Drienkubusu: drinkbus
Droon: drone         Eng: drone
Eeënijt: eenheid
Eeëru buwiezun: eer bewijzen
Eeëruteeëkn: ereteken
Eepolitn: schouderstukken    Fr épaulettes
Eesjulong: echelon
Flankaaänvol: flankaanval
Flankdekiengu: flankdekking
Foerieër: foerier belast met ravitaillering (eten, kledij, uitrusting)
Froent: front
Fusulieër: fusilier
Galauunieformu: galauniform
Gamilu: gamel, eetketeltje
Garniezoeën: garnizoen
Geeneeraal: generaal
Geeneeraalu staf: generale staf
Granoötu: granaat
Groeëtn: groeten
Groöt: graad
Grunadier(s): Grenadier(s)
Gulit: gelid
Gupakt guwist van du goözu: gepakt geweest van het gas
Guvegt: gevecht
Guweëru: geweer
Guweërukooglu: geweerkogel
Iïnfanturiest: infanterist
Indurlaagu: hinderlaag
Iskadrong: escadron
Jieëp: jeep
Ju dieënst doeën: je militaire dienst doen
Kaamurwagt: kamerwacht
Kaazumatu: gewelfde kamer voor beschermde opslag, accomodatie, eventueel met kijkgat
Kaliebur: kaliber
Kamiejong: camion
Kamjonitu: camionette
Kamoefleern: camoufleren             Fr camoufler
Kanong: kanon
Kanongboeër: misprijzende naam voor een artillerist
Kanongvieër: kanonvuur
Kanonieër: kanonnier
Kapieting: kapitein
Karabienu: karabijn
Karabienieër: karabienier
Karjiïru: loopbaan     Fr carrière
Kartoesju: huls            Fr cartouche
Kasjot: cachot
Kasku: helm             Fr casque
Kavalurieë: cavalerie
Kavaluriest: cavalerist
Kazeërn: kazerne
Keepie: kepi
Kolonel: kolonel
Kolonu: kolonne
Komandant: commandant
Komandeern: commanderen, bevelen
Komietee: jury die beslist over bevorderingen van hoofdofficieren
Kompanieë: compagnieKooglu: kogel
Koönzjee: verlof        Fr congé
Korvee: karwei              Fr corvée
Kriegsguvang: krijgsgevangenen
Kriegsguvangunu: krijgsgevangene
Kriegsroöt: krijgsraad
Kruusraketu: kruisraket
Ku Im: QM, bevoorrader
Kwartieërmeeëstur: kwartiermeester
Leegurdieënst: legerdienst
Leegurkoör: legerkorps, grote eenheid
Leeguroefuniengu: legeroefening
Leegurstok: legerstock
Leegurtentu: legertent
Logiestiekur: van de logistieke dienst
Loop van u kanong: loop van een kanon
Luutnant: luitenant
Manuüvurs: maneuvers
Marien: marinetroepen, zeemacht
Marsj: mars
Marsjeern: marcheren
Masjienuguweëru: machinegeweer
Matrooözu: matroos
Mazjor: majoor
Mieliesju: militie
Mienu: mijn
Mienujaagur: mijnenjager
Mienuvaagur: mijnenvager
Mienuvelt: mijnenveld
Mietrajeuzu: mitrailleuse
Mietrajitu: mitraillette
Mikn up u doeël: mikken naar een doel
Mis: lokaal of gebouw waar officieren de maaltijden nemen          Eng mess
Mobieliezoösju: mobilisatie
Mortieër: mortier
Munoözju: huishouding    Fr ménage
Muuniesju: munitie
Muuniesjudiepoo: munitiedepot
Muutoösju: mutatie, verandering van garnizoen, eenheid
Na
gtvurguniengu: nachtvergunning
Neerusjhieëtn: neerschieten
Obuus: obus
Oedstriedur: oudstrijder
Oefnmuuniesju: oefenmunitie
Oendurluutnant: onderluitenant
Oendurofusier: Onder-Officier
Oentplofiengu: ontploffing
Ofdeeëlieng: afdelingen
Ofdeeëliengu: afdeling
Ofeënsief: offensief
Ofsjhieëtn: afvuren
Ofusier: officier
Ofzwoöjn: afzwaaien
Omsienguln: omsingelen
Ooörlogvoeëriengu: oorlogsvoering
Ooörlogstiet: oorlogstijd
Ooörlogsvurkloöriengu: oorlogsverklaring
Ooörloogu: oorlog
Opuroösju: operatie
Owitsur: houwitser
Parasjuutu: valscherm      Fr parachute
Paroödu: parade
Patroeju: patrouille
Patroejusjhip: klein marineschip ontworpen voor kustdefensie
Patrooön: patroon, kogel
Pieket: piket
Pielooöt: piloot, vliegtuigbestuurder
Piestoolu: pistool
Pijuür: betaalmeester           Fr payeur
Pit e staaku: verdediging tegen paras en lichte vliegtuigen (bvb op het strand)
Plantong: planton
Platgusmeetun: platgesmeten (gebouwen)
Poliesjukaamur: politiekamer, straf 's nachts in cachot doorbrengen
Preesenteern: presenteren
Pulutong: peloton
Raketu: raket
Ravietajeerun: bevoorraden       Fr ravitailler
Reezjiement: regiment 
Riebruvet: rijbrevet
Riesjhoolu: rijschool
Riglument: reglement
Rigtn: richten (met een wapen)
Rukruut: rekruut
Rumorku: aanhangwagen                             Fr remorque
Rupsu: rups, tankwiel
Ruvolvur: revolver
Salueern: groeten               Fr saluer
Sijnpiestoolu: seinpistool
Seksju: sectie
Siebul: doelschijf op schietstand
Sjhieëtn: schieten
Sjhieëtstant: schietstand
Sjieneesjhu vriewilugur: Chinese vrijwilliger, aangeduid voor vervelende karwie
Sjhot: schot
Sjhrapnilu: schrapnel
Slagvelt: slagveld
Sneuvuln: sneuvelen
Soldoöt: soldaat
Soldu: soldij
Standoört: standaard, vaandel van een eenheid
Stekurdroöt: prikkeldraad
Stoöt van buleg: staat van beleg
Strafu: straf
Stuurbooört: rechtse deel van schip
Surzjant: sergeant
Tankiest: iemand die ingelijfd is bij een pantsereenheid
Teegunaaänvol: tegenaanval
Tentu: tent
Traaänsjees: loopgraven    Fr tranchées
U nantgrunoötu: een handgrenaat
U noogukop vant leegur: een militair met een hoge graad
Ulzu: huls van een patroon
Uunieformu: uniform
Up kamp goön: op kamp gaan
Up wagt stoön: op wacht staan
Upbloözn: opblazen, doen ontploffen
Updragt: opdracht
Upguroopn: opgeroepen (voor de dienst)
Vaandrieg: vaandrig, officier bij de zeemacht
Veltkeukn: veldkeuken
Vestiengu: vesting
Vieër: vuur
Vieërlienu: vuurlijn
Vlagugroeët: vlaggegroet
Vlamuwerpur: vlammenwerper
Vleuguladjuudant: vleugeladjudant
Vooöroedu: voorhoede
Vooörpost: voorpost
Vrie van dieënst: vrij van dienst
Vriesteliengu: vrijstelling
Vurdeediegiengu: verdediging
Vurguniengu: vergunning
Vurkeniengu: verkenning
Vurnieëliengu: vernieling
Vuroovuriengu: verovering
Vursloön: verslaan
Waapnmagazien: wapenmagazijn
Wagtmeeëstur: wachtmeester (bij artillerie en tanks)
Wagtukotju: wachthuisje
Zantstuuvur: infanterist
Zieëkuwaagun: ziekenwagen
Zjeenie: genie
Zjeeniejak: ingelijfd bij een Genie-eenheid

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 28: Bloemen, planten, bomen, gewassen, tuin, grond

Aagusjhoöru: haagschaar
Alukaru: aaltkar, mestkar
Anjur: anjer
Astur: aster, herfstbloem
Baloo strooöj: baal stro
Bedupisur of Beduzeeëkur: paardenbloem
Beeëtn: bieten
Berku: berk
Bieslook: bieslook
Bloeëjn: bloeien
Bloejtiet: bloeitijd
Blomu: bloem
Blomumart: bloemenmarkt
Bloörn: bladeren
Boekee: boeket
Bonzaaj: bonsai
Boomsjhorsu: boomschors
Boomstroenku: boomstronk
Boomtju (u): een boompje
Bubosiengu: bebossing
Budeëvn: bedelven
Bugieëtn: begieten
Bugoonieja: begonia
Bugroejt: begroeid
Bumestiengu: bemesting
Buplantn: beplanten
Buplantiengu: beplanting
Busjhn: bossen
Busproejn: besproeien
Busproejiengu: besproeing
Buturblomu: boterbloem
Buuksuus: buxus
Buzoöjn: bezaaien
Daalieja: dahlia
Dasjhn: dorsen
Distul: distel
Djeeëzumien: jasmijnen
Du nof: de tuin
Eedulwijs: edelweiss
Fiekuus: ficus
Foeksieja: fuchsia
Forsietja: forsythia
Gas: gras
Gas ofmojn: gras afmaaien
Gas ofrieën: gras maaien
Gasmasjienu: grasmaaier
Gasperk: grasperk

Gaspling: grasplein
Gassprieëtu: grasspriet
Gasvodu: graszode
Gaszoöt: graszaad
Gazong: gazon
Gladiejoolu: gladiool
Groent: grond
Groön: graan
Hiejasintu: hyacint
Hulst: hulst
Kangkurblomu: papaver
Katusteërt: onkruidplant in droge grond of staart van de kat
Klaavur: klaver
Klaprooözu: klaproos
Klietu: klei
Klimop: klimop
Koejumest: koeienmest
Kompost: kompost
Koniefeerun: coniferen
Kortuwaagun: kruiwagen
Kriezantu: chrysant
Laaänsu: tuinslang
Lavendul: lavendel
Leelie: lelie
Leevunsboom: levensboom (haag)
Lieguustur: liguster
Logtienk: tuin
Lootuus: lotus
Lowrieru: laurier
Madulieftjus: madeliefjes
Magrietun: margrieten
Majies: maïs
Mesienk of Meszoötu: mesthoop
Meststofu: meststof
Mijkloksju: meiklokje
Naagu (u): een haag
Narsiesun: narcissen
Netul(s): brandnetel(s)
Oenkruut: onkruid
Oenkruutvurdelgur: onkruidverdelger
Ofmoöjn: afmaaien
Ofrieën: afrijden (het gras)
Ofsnieën: afsnijden
Omijniengu: omheining
Omuspitn: omspitten
Ooj: hooi
Orchiedeejun: orchideeën
Ortaansu: hortensia
Papaavur: papaver
Patatuloof: aardappelloof
Peërdubloemu: paardenbloem
Peërdumest: paardenmest
Pisublomu: paardenbloem
Pooötn: poten
Populiëeru: populier
Raapn: rapen
Radiezu: radijs
Riebus: ribes
Roodoodendron: rhododendron
Rooözun: rozen
Salvieja: salvia
Sanseeveerieja: sanseveria
Sjhaaduw: schaduw
Sjheutu: scheut
Sjhorsu: schors
Sjiekongs: witloof
Sliek: slijk
Snoeëjn: snoeien
Stienkurs: afrikaantjes, tagetes
Stienkurtju: tagetes
Strooj: stro
Struuksju: struikje
Struuku: struik
Taksju: kleine tak
Terwu: tarwe
Tuinujsju: tuinhuisje
Tulpn: tulpen
Tusjhnterwu: maïs
Ulst: hulst
Uutgudroogt: uitgedroogd
Uutspitn: uitspitten
Viejooltju: viooltje
Vulgroejt: volgroeid
Vurniengt: vergif
Vumu: hooimijt
Vurplantn: verplanten
Vurplantiengu: verplanting
Vurslookurn: verflensen
Vurtakiengu: vertakking
Wienturart: winterhard
Wisu: wilgentak
Zeëvugukwikt: zelfgekweekt
Zjeeraaniejoms: geraniums
Zoöjn: zaaien
Zoöt: zaad
Zunubloemu: zonnebloem

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 27: Kinderen Verzorging Speelgoed

Agturkomurtju: geboren vele jaren na broers of zusters
Adopsju: adoptie
Baarmoeëdur/-moeëdru: baarmoeder
Bavetu: bavet
Bijbie: baby
Bijbieklirtjus: babykleertjes
Bijbiesietn: babysitten
Bijbiesietur: babysit
Bijbievoeëdiengu: babyvoeding
Blokdoozu: blokkendoos
Bolu: bal
Booörlienk: boorling
Bostvoeëdiengu: borstvoeding
Broekvintju: klein kind (dat nog de korte broek draagt)
Bubbel: klein kind
Budorvun: bedorven
Buutnegtluk kient: buitenechtelijk kind
Buvoliengu: bevalling
Dooödgubooörn: doodgeboren
Drieëlienk: drieling
Driewieëlur: driewieler
Du bost geevn: borstvoeding geven
Duuvulskiend: duivelskind
Eeënandug: eenhandig
Futeuru: kinderwagen
Futu: fopspeen
Iïn slaapu wieëgn: in slaap wiegen
Joeëns: kinderen
Joeënsnaamu: jongensnaam
Juutukako: schommel
Kadee: kleine
Kakstoeël: kinderstoel
Kakurnesju: kakkernestje, jongste kind
Kepukient: dat door iemand het liefst gezien wordt
Ketn: knikkers 
Ketu: knikker
Keuntju: konijntje
Kiendurbedu: kinderbed
Kiendurbieslag: kinderbijslag
Kiendurfuteuru: kinderwagen
Kiendurjoörn: kinderjaren
Kiendurspeelgoeët: kinderspeelgoed
Kiendurziektu: kinderziekte
Kient: kind
Kient in uus zien: kind in huis zijn
Kient nog kroöjen: op niemand meer kunnen rekenen, alleen op zichzelf
Kient van du reekniengu zien: kind van de rekening zijn
Kijzursnee: keizersnede
Kleurboek: kleurboek
Kleutur: kleuter
Kleuturjinu: kleuteronderwijzeres
Kleutursjhoolu: kleuterschool
Knuful: knuffel
Koeveuzu: broedmachine     Fr couveuse
Kriesjhun: krijsen, wenen
Krisju: kinderkribbe, opvang     Fr crèche
Kwielubabu: slabbetje
Leeërn loopn: leren lopen
Leeftiet: leeftijd
Leegoo: lego
Meisjusnaamu: meisjesnaam
Mindurjoörug: minderjarig
Moeëdurmeëk: moedermelk
Moeëdursjhooöt: moederschoot
Moeëdurskientju: volwassen maar nog steeds verwend kind
Moeëduruus: moederhuis
Moeëtn is dwang en bleëtn is kiendurguzang: het wel willen doen maar niet als het verplicht wordt
Moeëtuwerk: moeten trouwen omdat je zwanger bent
Muziekdoozu: muziekdoos
Nog kient nog kroöjen: geen kinderen hebben
Oogapul: oogappel
Ot kient mor u naamet: als het kind maar een naam heeft
Otootju: autootje
Pampur: pamper
Papflesjhu: papfles
Papkient: papkind, bedorven
Pekln: bikkelen
Peutur: peuter
Piejaanoo: piano
Pleegguzin: pleeggezin
Pleegmoeëdru: pleegmoeder
Pleegoedurs: pleegouders
Pleegvoödur: pleegvader
Plijmobiel: playmobil
Poepunolutju: achterwerk van een kind
Potju: pis- en kakpot voor kinderen
Poziesju: toestand van zwangerschap
Prentuboek: prentenboek
Pupu: pop
Pupukasu: poppenkast
Puuzul; puzzel
Ramuloöru: rammelaar
Rotbudorvn: rotbedorven
Seultju: emmertje
Siendroom van Down: Mongool
Siendroom van Toerit: syndroom van Tourette
Sjaritu: kinderwagen
Sjheptju: schepje
Sjhooltiet: schooltijd
Sjhreeëm: wenen
Slierboönu: glijbaan
Snotneuzu: klein kind
Speelgoeët: speelgoed
Speelpleku: speelplaats in een school
Spoörpotju: spaarpot
Staapulblokn: stapelblokken
Step: autoped
Taafulfoetbal: tafelvoetbal
Teërlienk: teerling
Tkient bie du naamu noemn: het kind bij de naam noemen, zeggen waar het op staat
Tkient van du reekniengu: het kind van de rekening, enige die schade lijdt
Tkient wegsmietn met tbatwoötur: het kind weggooien met het badwater, samen met het slechte ook het goede weggooien
Toetur: schommel
Trampolienu: trampoline
Tring: trein
Tromul: trommel
Trontienitu: autoped       Fr trotinette
Tweeëlienk: tweeling
U boertju: een puf vóór het slapengaan
U budorvn stroent: een bedorven kind
U kiendurant is gow guvult: een kinderhand is rap gevuld
U kient koopn: een kind krijgen/baren
U polutju geevn: een handje geven
U zundagskient: een zondagskind, iemand die altijd veel geluk heeft
Up zu potju goön: op zijn potje gaan
Upvang: opvang
Upvoeëdiengu: opvoeding
Uut du kleeënu kindurs zien: de kinderen zijn groot/volwassen/uit het huis
Van kientsbeeën of: van kindsbeen af
Vielootju: fietsje
Vieërlienk: vierling
Voendulienk: vondeling
Voogdieë: voogdij
Vooörkient: voorkind
Vooörligtiengu: voorlichting
Vroetvrowu: vroedvrouw
Vroeggubooörtu: vroeggeboorte
Vroegriepu: vroegrijp
Vulgroejt: volgroeid
Vurtroeëtuln: vertroetelen
Vurwagtiengu: verwachting
Vuuflienk: vijfling
Weezu: wees
Weezukient: weeskind
Weezuus: wezenhuis
Wieëgu: wieg
Wieëgulietju: wiegenlied
Wupplanku: schommel, wipplank
Zu keelu oopnzetn: zijn keel openzetten, hard schreeuwen
Zundagskient: zondagskind (dat altijd veel geluk heeft)
Zuuglienk: zuigeling

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Tjestug joôr gutrowt

Du vuftieënstn juunie was Juultn tjestug joör gutrowt me zu Madliïnu. U geeël endu, ee?
Du drie kiendurs, die nie in du streeku weun, woörn ton ook van plang om dur u grooötu feeëstu van tu maakn.
Zu moestn eeëst en voral u neetabliesument viengn, lieëfst nie tu veru weg, wo daan zu zeevun kaamurs kostn voorbugoedn, wo daanzu goeët kostnn eetn e wo daan zu u natraksju kostnn upvoeërn en wo daan zu u daansju kostn plaseern. E ja, nie tu vurgeetn, du twi joendn van eeën van du kiendurs moestn toeguloötn wordn.
Nie gumakuluk, wi, kgon meër zegn, oenmeugluk i Midulkerku. I Niepooört gieng ta wel, gulukug.
Tkomtropan vandrop tiet bie tu zien, ee?
Zaan ziedur nateurluk du noöstu famielju uutgunooödugt mor ook u poör gubeurs wo daan zu goeët mee ovreeënkom e wo daan zaltiet kun up reekn. Bertn e Marie woörn dur ook nateurluk. Altugoöru woörn zu me dertug man.

Zen tog zuku sjhooönu kartjus get met weënshn lik ‘goeju guzoentijt verdru’ of ‘nog u naantal guzoendu joörn tugoöru’ mor ook omdat du feeëstu goeët zoe slaagn. Juultn e Madliïnu wierdn ook nog gulooft voer undur ‘goeju ijgunsjhapn’ e voer oendurtprosent ofgusjhildurt as vooörbeeldn voer undur noökomuliengn.
Da dijt undur egt veelu deugt. Zadnt vurdieënt!
Madliïnu die nie beetur wist, vurshoot nog gin bitju oön zu tilugram kreegn van du keunienk. Zu vroegdaan Juultn: ‘Ken ju gie em misjhieën goeët?’

Ook du burgumeeëstur en du sjheepns weënstn undur veelu guluk. Moestn zu guldugt wordn int gumeeëntuus of bie undur tuus, wieërt undur guvraagt. Zadn tlatstu gukoozn en zu zaatn fieër lik twi giëters in undur zeetlu met dotorietijtn roent undur, voe du fotoo in du gazetu, Madliïnu met eur boekee blomn en neevns undur u kadoo van du gumeeëntu, u sjhooönu voözu.
Nateurlik droenkun zu ton u gloözutju up 'doedu’ trowurs en iedreeën was gulukug.
Du feeëstu was guslaagt en tzij zeëfs utwieën “Up no du vuuvuntjestug!’



Vertaling

Jules is zestig jaar getrouwd.

De vijftiende juni was Jules zestig jaar getrouwd met zijn Madeleine. Een lange tijd, hé.
De drie kinderen, die in de streek wonen, waren dan ook van plan om er een groot feest van te maken.
Ze moesten eerst een instelling vinden, liefst niet te ver weg, waar ze zeven kamers konden voorbehouden, waar ze lekker konden eten en waar ze een attractie konden opvoeren en waar ze eens dansje konden doen. En niet te vergeten, de twee honden van één van de kinderen moesten ook toegelaten worden.
Niet eenvoudig, hoor, ik zal zelfs meer zeggen, onmogelijk in Middelkerke. In Nieuwpoort kon dat wel, gelukkig maar.
Het komt erop aan er op tijd bij te zijn, hé?
Zij hadden natuurlijk de naaste familie uitgenodigd maar ook een paar buren waar ze goed mee overeenkomen en waar ze altijd kunnen op rekenen. Albert en Marie waren er ook natuurlijk. Alles samen waren ze met dertig personen.
Wat hebben ze toch mooie kaartjes gekregen met wensen zoals ‘goeie gezondheid verder’ of ‘nog een aantal gezonde jaren samen’ maar ook opdat het feest goed zou slagen. Jules en Madeleine werden ook nog geloofd voor hun ‘goede eigenschappen’ en voor honderd percent afgeschilderd als ‘voorbeelden voor hun nakomelingen’.
Dat deed hen echt veel deugd. Ze hadden het verdiend!
Madeleine die niet beter wist, verschoot nog geen beetje toen ze een telegram kregen van de koning. Ze vroeg aan Jules ‘Ken jij hem misschien goed?”
Ook de burgemeester en de schepenen wensten hen veel geluk. Moesten ze gehuldigd worden in het gemeentehuis of bij hen thuis, werd hen gevraagd. Ze hadden voor het laatste gekozen en ze zaten fier gelijk twee gieters in hun zetel met de autoriteiten rond hen, voor de foto in de krant. Natuurlijk dronken ze dan een glaasje op de ‘oude’ trouwers en iedereen was gelukkig.
Het feest was geslaagd en er zei zelfs iemand ‘Op naar de vijfenzestig!’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 11:18 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 26: Gereedschap Materialen Bouw Allerlei

Aamur: hamer
Aksju: haakje
Alaam: gereedschap
Alumienjom: alluminium
Arduun: arduin
Asjhun: as
Baksju: bakje
Bakuliet: bakeliet
Bakursoovn: bakkersoven
Bakploötu: bakplaat
Bakvormu: bakvorm
Balaaänsu: balans
Baladeuzu: looplamp
Baskuulu: bascule
Basing: grote kuip
Bazasu: rugzak
Beezum: bezem
Biedong: beton
Bielu: bijl
Blek: blik
Blekndoozu: blikken doos
Bloksju: blokje
Boöku: balk
Bobienu: bobijn
Boeërukaru: boerenkar
Booöru: boor
Bowkroönu: bouwkraan
Brantslangu: brandslang
Bratpanu: braadpan
Briekuljong: steenafval
Briekurieë: steenbakkeij
Brijnaaldu: breinaald
Brikiezur: breekijzer
Buuldoozur: bulldozer
Buuzu: buis
Dermu: slang
Dieng: dingen
Dienk: ding
Drendul: lange draad
Droöt: draad
Eetaazju: verdieping    Fr étage
Ekn: hekken
Gasmasjien(u): grasmachine
Gasmoöjur: grasmaaier
Gassjhoöru: grasschaar
Gravee: grind
Iezur: ijzer
Iezurdroöt: ijzerdraad
Iezurzaagu: ijzerzaag
Kaavu: schoorsteen
Kajoetjoedermu: rubberen darm
Katjoe: caoutchou
Karbongpapier: carbonpapier
Kartong: karton
Kartongdoozu: kartonnen doos
Kasiesteeën: kasseisteen
Katukop: meervoudig stopcontact
Keësu: kaars
Keetn: ketting
Kobujaagur: ragebol
Koerang: stroom    Fr  courant
Koesju: laag (verf)   Fr couche
Koevoeët: koevoet
Kolu: lijm     Fr colle
Kontrolulamtju: controlelampje
Kork: kurk
Kortuwaagn: kruiwagen
Kripu: crèpe
Kroönu: kraan
Lakvervu: lakverf
Lanteërn: lantaarn
Latu: latLeeëru: ladder
Liem: lijm
Masjienu: machine
Moeëru: moer
Moenteuru: monture
Nulu (u): deksel
Nulutju (u): een dekseltje
Oetunaamur: houten hamer
Oetuwerk: houtwerk
Oogspaniengu: hoogspanning
Oolievervu: olieverf
Ooparluür: luidspreker                            Fr haut parleur
Otomoöt: automaat
Piejosju: pikhouweel                   Fr pioche
Pielampu: zaklamp
Pielu: batterijtje                      Fr pile
Poönu: fluweel
Posturtju: beeldje op schouw of tafeltje
Pulu: bidon
Puuneisu: duimspijker                       Fr punaise
Rekul: elastiek
Roendilu: rond metaaltje om vijzen vaster te helpen aanspannen
Rusor: veer                               Fr ressort
Santuboetiek: rommel, allerlei gerief
Seulu: emmer
Sjetu: breigaren
Sjhaavu: schaaf
Sjheurpapieër: scheurpapier
Sjhievu: schijf
Sjhoöru: schaar
Sjhoeblienk: schoensmeer
Sjhroevu: schroef
Sjhutuldoek: schoteldoek
Sleutur: sleutel
Slootur: sleutel
Sluutspelu: veiligheidsspeld, toespeld
Spaa: spade
Staaku: staak
Staksju: staakje
Stekurdroöt: prikkeldraad
Stofoösju: materiaal
Stofzuugur: stofzuiger
Stoksju: stokje
Stoovoet: stoofhout
Supapu: ventiel                                    Fr soupape
Toernavies: schroevendraaier                    Fr tournevis
Toespelu: sluitspeld
Trekiezur: magneet
Trektuür: tractor                        Fr tracteur
Trekur: aftrekker
Up travoo: op de werf                         Fr travaux
Vakboent: vakbond
Veiliengu: veiling
Verukiekur: verrekijker
Vervu: verf
Vervubustul: verfborstel
Veugulkooöju: vogelkooi
Vielu: vijl
Vienguroeët: vingerhoed
Viezu: vijs
Vintielatuür: ventilator        Fr ventilateur
Visbenu: vismand
Visjhurieë: visserij
Viskaru: viskar
Vismart: vismarkt
Visristorang: visrestaurant
Visvangstu: visvangst
Viswienkul: viswinkel
Vlieëguvangur: vliegenvanger
Vulpenu: vulpen
Vurnis: beschermende stof als bovenlaag    Fr vernis
Vurnisjhun: vernissen
Vuulblek: vuilblik
Vuulkaru: vuilkar
Wasspelu: wasspeld
Wiezur: wijzer
Wulu: wol
Zaagu: zaag
Zeisu: zeis
Zikul: sikkel
Zil: zeil
Zwientju: handveegborstel

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 25: Afmetingen Hoeveelheden Tekeningen Vormen Getallen en Cijfers

Aaänsvul: handvol
Aal bie mukoör: alles bijeen
Aaltoopu: allemaal samen
Akuvietju: kleinigheidje
Aludrieë: alledrie
Alumalu: allemaal
Aluvieëru: alle vier
Alutweeë: alletwee
Aluzessu: alle zes
Anutjusnest (geil dun): alles
Bataklang (geil du): alles
Boogsjheutu: boogscheut
Booörduvul: boordevol
Booört: boord
Breeët: breed
Breuku: breuk
Bridur: breder
Britu: breedte
Budeeëliengu: bedeling
Bunoödriengu: benadering
Buperkiengu: beperking
Busiefurn: becijferen
Buutnmoötu: buitenmate
Deeëlboör: deelbaar
Deeëliengu: deling
Deëëln: delen
Dieëpu: diep
Dinu: dun
Dogtu: de hoogte
Driejoek: driehoek
Duust (1000), twiduust (2000), vuufduust (5000), twientugduust (20.000), oendurtduust (100.000)
Eëlt: helft
Eeën (1), tweeë (2), drieë (3), vieëru (4), vuuvu (5), zesu (6), agtu (8)
Eevun: evenErteëln: hertellen
Geeëlu noop (u): een hele hoop
Geeëlugaaäns: helemaal
Grodur: groter
Grotu: grootte
Gudoeftu: iets log, zeer groot
Ienkul: enkel
Ikstra: extra
In dogtu: in de hoogte.
In du dieëpn: in de diepte

In du langdu: in de lengte
In du vertu: in de verte
Inoet: inhoud
Kart: kwartier, kwart
Kieloomeetur: kilometer
Klieku: kliek
Klindur: kleiner
Langdu: lengte
Lank: lang
Leeëgu: laag
Leksju: likje, laagje (verf bvb)
Letur: weinig
Ligiengu: ligging
Meeër e meeër: steeds meer
Midulienu: middellijn
Midulmoötu: middelmaat
Mieljaar: miljard
Mieljoeën: miljoen
Mielu: mijl
Moötu: maat
Naänsvul (u): een handvol
Neëlt (du of u): de helft
Nieks: niks, niets
Nieëmundalu: niets
Nievoo: peil, hoogte
Noövn (u): een halve
Nuumuroo: nummer
Oendurt (100), twijoendurt (200), driejoendurt (300), vuuvoendurt (500)
Oendurtuust: honderdduizend
Oendurvurdeeëliengu: onderverdeling
Oeneevun: oneven
Oenpoör: onpaar
Oentsiefurn: ontcijferen
Oeveelu keeërs: hoeveel keer
Ofguroent: afgerond
Ofmeetn: afmeten
Ofneemn: afnemen
Ofroendn: afronden
Oftrekn: aftrekken
Ofsplitsn: afsplitsen
Ogtu: hoogte
Olugoöru of Oltugoöru: allemaal samen
Oöf e noöf: half en half, fifty-fifty
Oöfleeg: halfleeg
Oöfvul: halfvol
Oörbritu: haarbreedte
Oovren: overhebben
Oovurvloeët: overvloed
Potlooöt: potlood
Promielu: per duizend
Pursies: precies
Reeku: rij
Rijong: gebied
Rijzu (met): op gelijke hoogte van, gelijklopend met
Rjeën du knots: niemendal     Fr rien
Roendu: rond, toer
Roenduut: ronduit
Santuboetiek: alles wat er samen ligt of samen staat
Siefur: cijfer
Sjharding: kleinigheid
Stief: zee
Stief veelu: zeer veel
Stik: stuk
Stiksju: stukje
Strieëpu: streep
Surieë: reeks
Teeëkniengu: tekening
Teeën en tandur: het een en het ander
Tieënu (10), Eëvu (11), twoavu (12), veeërtieënu (14), vuftieënu (15), zestieënu (16), zeevuntieënu (17), ….
Tis mor u sjhortu grooöt: het is niet groot
Tjokuvul: bomvol
Tsjhildu gi noör: het scheelde geen haar
Tsjhildu moör u sjharding: het scheelde maar een kleinigheid
Tsjhildu mo letur: het scheelde maar weinig
Tseëfstu: hetzelfde
Tunuptelu: met klein overschot, om af te ronden
Tweeënoöf: twee en half
Twoöfnoöf: twaalf en half
Twi man en u peërdukop: weinig volk
Twientug (20), veeërtug (40), fuftug (50), tjestug (60), tjeevntug (70), tachuntug (80), tneegntug (90)
Upteln: optellen
Upteliengu: optelling
Upurvlaktu: oppervlakte
Utsukluts: alles bijeen
Uutdin: uitdunnen
Uutdroöjn: uitdraaien
Uutsjhuuvn: uitschuiven
Vaneënsteëns: over de gehele lijn
Veelvowt: veelvoud
Veugulvlugt: vogelvlucht
Vieërdubl: vierdubbel
Vieërkant: vierkant
Vieëroek: vierhoek
Vooörlatstn: voorlaatste
Vormugeevn: vormgeven
Vormugeeviengu: vormgeving
Vul: vol
Vulang: volhangen
Vulloön: volladen
Vurdeeëliengu: verdeling
Vurdubliengu: verdubbeling
Vurgrooötglas: vergrootglas
Vurgrooötiengu: vergroting
Vurgrooötn: vergroten
Vurmeenugvuldiegiengu: vermenigvuldiging
Vurmindriengu: vermindering
Vuroediengu: verhouding (breuk)
Vuroogn: verhogen
Vuroogiengu: verhoging
Vurvormiengu: vervorming
Vurvormn: vervormen
Vurwiediengu: verwijding
Vurwiedn: verwijden
Vuuvoek: vijfhoek
Wienkulaak: winkelhaak
Winug(u): weinig(e)
Zantju: prentje

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 24: Toestanden

A mukoör ang met aakn e noogn: aan elkaar hangen met haken en ogen
Agturgroent: achtergrond
Agturstu: achterste
Akuwerie: bedoening (een hele)
Ambjaaänsu: stemming
An du noöls brieng: kapot maken
An du noöls komn: kapot aan het gaan
Avaaänsu: vooruitgang
Bataklang: alles wat erbij hoort (negatief)
Biebluuvn: bijblijven
Biejoedn: bijhouden
Binustu: binnenste
Blekn: blinken
Bluuvn: blijven
Boendug: bondig
Boovustu: bovenste
Budekiengu: bedekking
Busjhikboör: beschikbaar
Busjhikiengu: beschikking
Bustoön: bestaan
Buutnguweunu: buitengewoon
Buutnkaaänsu: buitenkans
Buutnstoön: buitenstaan
Buutukant: buitenkant
Buutuleevn: buitenleven
Buutustu: buitenste
Buwoöriengu: bewaring
Da zieëtur lieëf uut: dat ziet er niet goed uit
Dade gi naamu: dat heeft geen naam, dat is ongehoord
Dekiengu: dekking
Derdu ki goe ki: derde keer goeie keer
Deurwikt: doorweekt
Doenkur: donker
Du veugul is goön vlieëgn: de dader is er vandoor
Duustur: duister
Elusteekudoenkur: zeer donker
Flutsu: mislukking, flop
Geeël tanutjusnest: iedereen
Gledug: glad
Groendug: grondig
Gruus: stofferig overblijfsel
Gupateilt zien: er slecht uitzien na ongeval of vechtpartij
Guvinugt: bedorven
Guweunu: gewoon
In du foelu van tvoök: in de massa       Fr foule
In du miezeerju zitn: problemen hebbenIn du naap gulogeert zien: in de aap gelogeerd zijn, slecht af zijn
Ju botn dran vaagn: er je voeten aan vegen
Ju vastoedn antgas: op je weerhouden zijn
Keemul: vergissing
Koentukraafs: ondersteboven
Krempn: krimpen
Krotu en kompajieë: armoede

Kurumul: kruimels, zaagmeel
Lienksju: linkse
Lik oörieng in u tunu: als haringen in een ton, erg dicht op elkaar
Nanutjusnest (u) : een vervelende toestand
Natugeit: nattigheid
Ne nog kient nog kroöju: geen kinderen hebben
Nie mi weetn van wufur oet pieln maakn: geen uitweg meer kennen uit de armoede
Nieëwugeit: nieuwigheid
No du klooötn goan: kapotgaan
O ju ju gat vurbrant moejop du bloörn zitn: wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten
Oenbuwakt: onbewaakt
Oentknoopiengu: ontknoping
Ofbieng: afbinden
Ofbluuvn: afblijven
Ofsjhafn: afschaffen
Ofwagtn: afwachten
Ofwiekn: afwijken
Ofwisuln: afwisselen
Oenkruut vurgoö nie: onkruid vergaat niet
Oeënvurdieënt: onverdiend
Oeënvurmieduluk: onvermijdelijk
Oeënvurmietboör: onvermijdbaar
Oendurstu: onderste
Omuwisuln: omwisselen
Oöfdooöt: halfdood
Oopunboör: openbaar
Oörmoeë: armoede
Oovrendu: overhoop
Oovroop: overhoop
Oovurbluuvn: overblijven
Oovurdrievn: overdrijven
Oovurgank: overgang
Oovurleeviengu: overleving
Oovursjhaakuln: overschakelen
Oovursloön: overslaan
Oovurwientriengu: overwintering
Optju: hoopje
Ovrendu (aal): overhoop
Rampu: ramp
Regsju: rechtste
Riemram: nutteloze aanvullingen
Sietuuwoösju: toestand           Fr situation
Sleetu: slijtage
Sligt: slecht
Smeeërboeël: smeerboel
Soöj: saai
Spilument: zaak
Stampunduvul: stampvol
Steeg: stijf, niet glad
Stekudoenkur: stikdonkerien
Stienkn van u neuru veru: van ver reeds een slechte geur afgeven
Stooöriengu: storing
Straaliengu: straling
Tagsturstu: het achterste
Tbinustu: het binnenste
Tboovustu: het bovenste
Tbuutustu: het buitenste
Tgot do gin oönu no kroöjn: daar zal geen haan achtur/naar kraaien, niemand interesseert zich daarvoor
Tis aatunt tseëfstu: het is altijd hetzelfde
Tis an/voe du wup: het is verloren, kapot
Tis gin avaaänsu: het brengt niets op
Tis gin vetn: het betekent niet veel
Tis in du sakosj: het is geregeld
Tlienksju: het linkse
Tligdaal oovrendu; ales ligt overhoop
Toedoeën: toedoen
Toeë: toe
Toendurstu: het onderste
Toet nieëtn in: het houdt niets in
Toopangn met aakn en oogn: aan elkaar hangen met haken en ogen
Topoovurklooötn: rommelig
Tradiesju: traditie
Tregsju: het rechtste
Tshjildu mor u noör: het scheelde maar een haar
Tsjhildu mor u sjharding: het kwam maar op een kleinigheid aanTweëns deuru: dwars door
Tvooörstu: het voorste
Tzieë zwart van tvoök: het ziet zwart van het volk
U busjheetn komisju: een netelige kwestie
U sjheetu in u netzak: een storm in een glas water
Up u vrimdu: weg van zijn land, van thuis
Utsukluts: boeltje
Vastugroejn: vastgroeien
Veruguvordurt: vergevorderd
Veruguzogt: vergezocht
Veuzun: smeulen
Vieng: vinden
Vogtugeit: vochtigheid
Voldoeëndu: voldoende
Vooörnen: voorhebben, gebeuren
Vooörnvoln: voorvallen
Vooörstu: voorste
Vooörtbrieng: voortbrengen
Vorsbustoön: blijven bestaan
Vorsdeurn: voortduren
Vulweërdug: volwaardig
Vurandriengu: verandering
Vurasiengu: verrassing
Vurdin: verdunnen
Vurduustriengu: verduistering
Vurfrisjhiengu: verfrissing
Vurfient: verfijnd
Vurkeeërt: verkeerd
Vurlooörn: verloren
Vurmoeëduluk: vermoedelijk
Vurnestult: verstrikt
Vurnieëwiengu: vernieuwing
Vurnowiengu: vernauwing
Vursjherpn: verscherpen
Vursjhien: verschijnen
Vursjhoepurt: verschroeid
Vurslapiengu: verslapping
Vursnipuriengu: versnippering
Vursoepliengu: versoepeling
Vursperiengu: versperring
Vurspreidiengu: verspreiding
Vursterkiengu: versterking
Vurvangiengu: vervanging
Vurvesjhiengu: verversing
Vurwagtiengu: verwachting
Vurwariengu: verwarring
Vurwarmiengu: verwarming
Vurwisuliengu: verwisseling
Vurwisuln: verwisselen
Vurzaamuliengu: verzameling
Vurzaamuln: verzamelen
Vurzaamulplatsu: verzamelplaats
Vurzetn: verzetten
Vurzogtn: verzachten
Vurzwakiengu: verzwakking
Vurzwoöriengu: zwaarder maken
Woendur: wonder
Zwienuboeël: chaos

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten