Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Woordenlijst Nr 23: Persoon – Soorten Nationaliteiten

Aaänguspoeëldn: tweede verblijver
Agturkomurtju: nakomertje
Ameeriekoön(dur): Amerikaan
Baakurmatu: bakermat
Bergbuweunur: bergbewoner
Bojeemur: zigeuner
Broeëru: broer
Bulastiengbutaalur: belastingbetaler
Burgur: burger
Burgurbuvoökiengu: burgerbevolking
Burgurieë: burgerij
Buroemteit: beroemdheid
Busjhermulienk: beschermeling
Buutulant: buitenland
Buutulandur: buitenlander
Buvoökiengu: bevolking
Buvoökiengssiefur: bevolkingscijfer
Dakloozun: dakloze
Drieëlienk: drieling
Du voentusmet en: aarden naar zijn peter of meter
Duuts: Duitser
Fraaänsman: Fransman
Grotmoeëdru of grooötmoeëdru: grootmoeder
Grotvoödru of grooötvoödru: grootvader
Ieleegaaln: illegale, die onwettig in ons land verblijft
Iengulsman: Engelsman
Ietaljoöndur: Italiaan
Indjoön: indiaan
Japanees: Japanner
Joeëns: kinderen
Joengn: jongen
Joenk: meisje
Joengkeit: jongeling, jongman
Joenkman: niet-getrouwde man
Kafeekenesu: iemand die men kent uit het café
Kakurnesju: de jongste van een reeks broers en/of zusters
Kalant: cliënt
Kamuroöt: kameraad
Kenesu: kennis
Kleeënzeunu: kleinzoon
Kniïkur(s): kind(eren)
Koekutieënu: lief, schatje, minnares
Komisjunoöries: boodschapper

Kozien: kozijn, neef
Lantloopru: landloper
Mamzil: mademoiselle, juffrouw
Manumeëns: mannelijk persoon
Meëns: mens
Metu: grootmoeder of meter
Metulap: meter tweede of derde keuze
Moeëdru: moeder
Moku: meisje/vriendin
Moöt: maat, kameraad
Mumee: oma
Nieëwulienk: nieuweling
Niepooörtunoöru: Nieuwpoortenaar
Noenklu: nonkel, oom
Noökomulienk: nakomeling
Oedur: ouder
Oedu doozu: oude vrouw       =>  u noedu doozu
Oedu vint: oude man
Oet wuuf: oude vrouw
Ofstamiengu: afstamming

Ofstamn: afstammen
Ofstamulienk: afstammeling
Olandur: Hollander
Oöfbroeëru: halfbroer
Oöfzustru: halfzuster
Oomoo: homosexueel
Oöngaar: Hongaar
Oosturiekur: Oostenrijker
Oovurgrotmoeëdru: overgrootmoeder
Oovurgrotvoödru: overgrootvader
Opkomurtju: opschieteling
Ostendunoaru: Oostendenaar
Petu: grootvader of peter
Poolu: Pool
Portuugees: Portugees
Preematuur: vroeggeborene
Pupee: opaPurnukul: klein mannetje/kindje
Rasiest: racist
Ruus: Rus
Sjhooönbroeëru: schoonbroer
Sjhooöndogtru: schoondochter
Sjhooönmoeëdru: schoonmoeder
Sjhooönvoödur: schoonvader
Sjhooönzeunu: schoonzoon
Sjhooönzustru: schoonzuster
Sjhreevu: grens tussen 2 landen
Sjienees: Chinees
Sjhot: Schot
Sjokoo: homoseksueel
Spanjoört: Spanjaard
Stiefdogtru: stiefdochter
Stiefmoeëdru: stiefmoeder
Stiefvoödru: stiefvader
Stiefzeunu: stiefzoon
Suultang: sultan
Toeriest: toerist
Tweeëlienk: tweeling
Upurooft: opperhoofd
Upshieëtulienk: opgroeiend kind
Vintju: manneke, troetelnaam voor echtgenoot
Vintn: venten
Vlaamienk: Vlaming
Vlieëgtuugpasazjieër: vliegtuigpassagier
Vlugtulienk: vluchteling
Voödru: vader
Vooörntrekn: voortrekken, bevoordeligen
Vooöroedur: voorouder
Vooörtzegn: verderzeggen
Vooörzitur: voorzitter
Vorstnpoör: vorstenpaar
Vrieëndinu: vriendin
Vrieënduluk: vriendelijk
Vrieënt: vriend

Vrieguzel: vrijgezel
Vrimdu: allochtonen of personen die hun vakantie aan de kust doorbrengen
Vrimdulienk: vreemdeling
Vromeëns: vrouw
Vrovoök: vrouwvolk
Vulwasn: volwassen
Vulwasunu: volwassene
Vurasiengu: verassing
Vurwuuft: verwijfd
Waalu: Waal
Weewoöru: weduwnaar
Weewu: weduwe
Weezu: wees
Wuuf: vrouw, wijf
Wuuvutju: vrouwtje
Wuuvn: vrouwen
Zeunu: zoon
Zustru: zus
Zweet: Zweed
Zwitsur: Zwitser

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 22: Natuur Hemellichamen Milieu Verschijnselen Weersomstandigheden

Aaguln: hagelen
Aagulsteeën: hagelstenen
Baagumesu: zeer slecht weer met storm; men zegt dat de paling dan aan de oppervlakte zwemt
Baromeetur: barometer
Bietndu koet: het is erg koud
Biet vieër oj koet et: bijt vuur als je koud hebt
Bloeëdeeët: bloedheet
Buutn: buiten
Buutn (du): buiten(de)
Buutntempurateuru: buitentemperatuur
Buvang: bevangen
Daglugt: daglicht
Diekdeurbraaku: dijkdoorbraak
Dooötvrieëzn: doodvriezen
Driefzant: drijfzand
Drogtu: droogte
Du zunu sjhienkt: de zon schijnt
Dundurn: donderen
Eemul: hemel   => du neemul: de hemel
Eërtbeeviengu: aardbeving
Eeët: heet
Eevunoöru: evenaar
Erfst: herfst
Erfstweeru: herfstweer
Ies: ijs
Ieskoet: ijskoud
Iezuln: ijzelen
Grooötu beër: grote beer
Kliemoöt: klimaat
Kliemoötvuranduriengu: klimaatverandering
Koet: koud
Leeëgwoötur: laagwater
Lentuweeru: lenteweer
Lentuwirtju: lenteweertje
Lugt: lucht
Meewient: wind van achter
Miljeuvrieënduluk: milieuvriendelijk
Moönsvurduusturiengu: maansverduistering
Moönu: maan
Moönusjhien: maneschijn
Molujoeng reegn: zeer hard regenen
Nateuru: natuur
Nooördn: noorden
Oavu moönu: halvemaan
Oenweeru: onweer
Omuwoöjn: omwaaien
Oogwoötur: hoogwater
Ooöstn: oosten
Oovurstroomiengu: overstroming
Oozonlaagu: ozonlaag
Orkoön: orkaan
Planeetu: planeet
Puupusteërtn: pijpenstelen (regen)
Reegn: regenen
Reegnvlaagu: regenvlaag
Riem: rijm
Rutuln van du koedu: bibberen van de kou
Salaavlaagsju: korte regenvlaag, juist voldoende om de salade de besproeien
Seejootweeuutstoot: CO2-uitstoot
Sjheemuriengu: schemering
Sjhien: schijnen
Sjhowtu: schaduw
Sjhooön weeru: mooi weer
Slagwoötur gieëtun: zeer hard regenen
Sligt weeru: slecht weer
Smooör: mist
Smuuk(n): motregen(en)
Sneeëw: sneeuw
Sneeëwstormu: sneeuwstorm
Sneeëwvint: sneeuwman
Sneeëwvlaagu: sneeuwvlaag
Sneeëwvlokn: sneeuwvlokken
Spriengtieë
Steekudoenkur: zeer donker
Steru: ster
Stikeeët: stikheet
Stormu: storm
Stormopzeeë: storm op zee
Tis kerumesu in delu: het regent maar de zon schijnt erdoor
Tis koet wi: het is koud, weet je
Tis twientug groön: het is twintig graden warm
Treegnt oedu wuuvn: het regent oude wijven
Trek: tocht  door de wind
Trekgat: waar het bijzonder erg tocht
Trekn: tochten
Trekt ier: het tocht hier
Trekt up: het (weer) klaart op
Tsjhilt u vestu: warmer of kouder dan voorheen
Tsoenaamie: tsunami
Tun uutkantu: op de buiten
Tuusvuul: het huisvuil
Tvoln van du bloörn: het vallen van de bladeren
Tvrieëst dat krakt: het vriest dat het kraakt
Tzunutju doet deugt: het zonnetje doet deugd
Upwarmiengu van deërdu: opwarming van de aarde
Uutzigtu: uitzicht
Vastuvrieëzn: vastvriezen
Vlaagu: vlaag
Vostsjhaa: vorstschade
Vrieëzn: vriezen
Vrieëskoedu: vrieskoude
Vulu moönu: volle maan
Vurdrienkn: verdrinken
Vurkoedn: kouder worden
Vurniengt: vergif
Vurstievn: verstijven
Vurwarmiengu: verwarming
Vuulkaru: vuilniswagen
Vuulkoön: vulkaan
Vuulugeit: vuiligheid
Waktu: vochtigheid
Weeru: weer
Weerlugt: bliksem
Wervulwient: wervelwind
Westn: westen
Wiendagtur: wind mee
Wiendup: wind op kop
Wiendagtur: rugwind
Wient: wind
Wientstootu: windstoot
Wientureuru: winteruur
Wienturmoönt: wintermaand
Wienturtiet: wintertijd
Wienturweeru: winterweer
Woöjn: waaien
Woöku: wolk
Zandstormu: zandstorm
Zeeëwient: zeewind
Zieduwient: zijwind
Zigtboörijt: zichtbaarheid
Zoomureuru: zomeruur
Zoomurtiet: zomertijd
Zoomurweeru: zomerweer
Zoomurwient: zomerwind
Zoomurwirtju: zomerweertje
Zunsvurduusturiengu: zonsverduistering
Zunu: zon
Zunubrant: zonnebrand
Zunubril: zonnebril
Zunusjherm: zonnescherm
Zuudn: zuiden

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 21: Politiek

Afiesjus plakn: affiches plakken
Anplakn: aanplakken
Aparenteeriengu: apparentering
Biezitru: bijzitter in kiesbureau
Binulant: binnenland
Blown: man blauwe, liberaal
Blowu: vrouw blauwe, liberalen
Brugpensioeën: brugpensioen
Bugrooötiengskontrolu: begrotingskontrole
Bugrooötiengu: begroting
Bulastiengvooördeeël: belastingvoordeel
Bulastiengvriesteliengu: belastingvrijstelling
Bulastiengvurlijgiengu: belastingverlaging
Bulastiengvuroogiengu: belastingverhoging
Buleitsbuslisiengu: beleidsbeslissing
Bunoemiengu: benoeming
Bunoemn: benoemen
Burgumeeëstru: burgemeester
Burgurluk: burgerlijk
Burgurregtn: burgerrechten
Butoogiengu: betoging
Buudjet: budget
Buutulantpolutiek: buitenlandpolitiek
Buvoegteit: bevoegdheid
Buvoökiengu: bevolking
Buvrieënt: bevriend
Buzetiengu: bezetting
Deepuutoösju: deputatie
Dilugoösju: afvaardiging        Fr délégation
Eeëstu mieniestru: eerste minister
Eeëtoflegiengu: eedaflegging
Erkieëziengu: herkiezing
Foertstemu: proteststem
Foldur: folder
Fraksju: fractie
Fraksjulijdur: fractieleider
Groeënu: Groenen
Groentwet: grondwet
Gumeeënturoöt: gemeenteraad
Kalootu: CD&V’er
Kaamur: kamer van volksvertegenwoordigers
Kabienit: cabinet
kartil: kartel
Kernkabienit: kerncabinet
Kieëzursliestu: kiezerslijst
Kieëziengu: verkiezingen
Komisju: commissie
Komuunootiïr: in verband met Vlaanderen - Wallonië         Fr communautair
Kordoön sanietiïr: cordon sanitaire
Kowaliesju: coalitie
Kuumuul: uitoefening meerdere functies tegelijk              Fr cumul
Liburaaln: liberalen
Liestutrekur: lijsttrekker
Liestuduuwur: lijstduwer
Liestustemn: lijststemmen
Mandatoöries: mandataris
Maniefistoösju: betoging                Fr manifestation
Meeërdureit: meerderheid
Mielietant: militant
Mieniestru: minister
Mieniestur-preeziedent: minister-president
Mieniestru van buutnlaansjhu zaakn: minister van buitenlandse zaken
Mieniestru van binulaansjhu zaakn: minister van binnenlandse zaken
Mieniestur van kuultuur: minister van cultuur
Mieniester van eekonoomiesjhu zaakn: minister van economische zaken
Mieniestur van eenirzjie: minister van energie
Mieniestru van fienaansjus: minister van financies
Mieniestru van juustiesie: minister van justitie
Mieniestru van laansvurdeediegiengu: minister van landsverdediging
Mieniestur van lantbow: minister van landbouwMieniestur van mobielietijt: minister van mobiliteit
Mieniestur van oendurwies: minister van onderwijs
Mieniester van oentwikuliengssaamunwerkiengu: minister van ontwikkelingssamenwerking
Mieniestur van oopnboaru werkn: minister van openbare werken
Mieniestur van pensjioeën: minister van pensioenen
Mieniestur van sosjaalu zaakn: minister van sociale zaken
Mieniestur van voöksguzoentijt: minister van volksgezondheid
Mieniestur van Vurkeeër: minister van verkeer
Mieniesturoöt: ministerraad

Mindurijtsrugeeëriengu: minderheidsregering
Oenafankuluk: onafhankelijk
Oeëngeldug stemn: ongeldig stemmen
Oendurvooörzitur: ondervoorzitter
Ofiesjil: officieel
Oftreedn: aftreden
Opoziesju: oppositie
Oovurijt: overheid
Oovurloopur: overloper, van ene partij naar andere
Parlument: parlement
Partieë: partij
Peniengmeeëstur: penningmeester
Pijliengu: peiling
Plakoöt: verkiezingsbord
Poliesjuroöt: politieraad
Proviïnsjuroöt: provincieraad
Roöt: raad (gemeente-, provincie-, …..)
Roötszitiengu: raadszitting
Roojn: rode, socialist
Rooju: rode, socialisten
Rugeeëringsformoösju: regeringsformatie
Rugeeëriengskowaliesju: regeringscoalitie
Rugeeëriengu: regering
Rugiïrakoort: regeeraccoord
Sikrutoöries van du partieë: secretaris van de partij
Sinatuür: senator
Sjheepun: schepen
Sjheepunkoleezju: schepencollege
Sjheurliestu: afspliting van een bestaande politieke partij, scheurlijst
Sjhorsiengu van du zitiengu: schorsing van de zitting
Sosjaliest: socialist
Sosun: socialisten
Spietsjhun: speechen
Spreekgustoeëltu: spreekgestoelte
Staakiengu van stemn: staking van stemmen
Stemiengu: stemming, verkiezingen
Stemn voer utwieën: voor iemand stemmen
Stempligt: stemplicht
Stoöt: staat
Sunoöt: senaat
Tjeevu: tjeef, scheldnaam voor iemand van de CD&V
Tjeevustreeku: tjevenstreek, verwijt voor politiek bedrog en woordbreuk van de christendemocraten
Uproepiengu: oproeping
Upvolgur: opvolger
Uuttreedundu rugeeëriengu: uittredende regering
Uutvoeërundu magt: uitvoerende macht
Veeturoön: veteraan
Viep: VIP Very Important Person
Viesu eeëstu mieniestru
Vijlugijtsroöt: veiligheidsraad
Vlams Bulang: Vlaams Belang
Vlamsjhu Roöt: Vlaamse Raad
Voödurlant: vaderland
Voödurlantslieëfdu: vaderlandsliefde
Voöksliet: volkslied
Voökspartieë: volkspartij
Voöksroötpleegiengu: volksraadpleging
Voöksteliengu: volkstelling
Voöksvurgoöriengu: volksvergadering
Voöksvurteegnwooördiegiengu: volksvertegenwoordiging
Vooörkeurstemu: voorkeurstem
Vooörzitur: voorzitter
Vorstunuus: vorstenhuis
Vraagnurtju: vragenuurtje
Vriezinug: vrijzinnig
Vulplakn: volplakken (borden met kiespropaganda)
Vurgoödurzaalu: vergaderzaal
Vurgoöriengu: vergadering
Vurgoörn: vergaderen
Vurkieëzieng: verkiezing(en)
Vurkoozun zien: verkozen zijn
Wetgeevundu magt: wetgevende macht
Wooörtvoeërdur: woordvoerder
Zeetul: zetel
Zeetuln: zetelen
Zitiengu: zitting
Zweepupartieë: zweeppartij

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 20: Religie

Aaänbidn: aanbidden
Aalmoezunieër: aalmoezenier
Aartsbisjhop: aartsbisschop
Abdieë: abdij
Absoluusju: absolutie
Adrilugun: Allerheiligen
Alurzieëln: Allerzielen
Asjhukruusju: assenkruisje (op Aswoensdag)
Asjhuwoeënsdag: Assenwoensdag
Avukoöt van du duuvul: advocaat van de duivel
Bazuliek: basiliek
Beeduvoört: bedevaart
Biebul: bijbel
Biegtu: biecht
Biegtukot: biechtstoel
Biegtustoeël: biechtstoel
Biegtvoödru: biechtvader
Bieguloof: bijgeloof
Bieguloovug: bijgelovig
Bloeëtprosesju: bloedprocessie
Boediest: aanhanger boeddhisme
Bruvier: brevier
Bugraaviengu: begrafenis
Bugraaviengsdieënst: begrafenisdienst
Buregtn: het H.Oliesel toedienen
Busjhermuliengu: beschermelinge
Daaguliksjhuzoendu: dagelijkse zonde
Delu: de hel
Doogmesu: de hoogmis
Dooökistu: doodkist
Dooökotju: huisje op kerkhof
Dooöstriet: doodstrijd
Dooötzoendu: doodzonde
Dooprugiestur: doopregister
Doopulienk: dopeling
Doopvoentu: doopvont
Dopsul: doopsel
Driekeuniengn: driekoningen
Eeëstu komuunju: eerste communie
Eemul: hemel
Eemulvoörtdag: Hemelvaartsdag
Elu: hel
Erfzoendu: erfzonde
Geuzu: ongelovige
Goeju vriedag: goede vrijdag
Goeju weeku: goede week
Gotsdieënst: godsdienst
Gudopt: gedoopt
Guloftu: gelofte
Guvormt: gevormd (Vormsel ontvangen)
Iengul: engel
Iengulbuwoördur: engelbewaarder
Ienguloör: engelhaar
Iesijliegun: ijsheiligen
Ijlug oliesul; heilig oliesel
Ijlugvurkloöriengu: heiligverklaring
Joodu: Jood
Ju kapu oovr daagu smietn: uit de kerk treden
Kalootu: katholiek
Kapelu: kapel
Kapu: kap (van een kloosterzuster)
Kanuuniek: kanunnik
Kapuloön: kapelaan
Kardienaal: kardinaal
Katukismuus: catechismus
Kazuuvul: kazuifel
Keësu: kaars
Keësuroeët: kaarsvet
Kerkof: kerkhof
Kerkudeurn: kerkdeuren
Kerkuluk: kerkelijk (gehuwd, begraven)
Kerkumuziek: kerkmuziek
Kerkutoru: kerktoren
Kesboom: kerstboom
Kestag: kerstdag
Kestumesu: mis in de kerstnacht
Klokn luwn: klokken luiden
Klooöstru: klooster
Klooösturordu: kloosterorde
Koönsukroösju: consecratie
Komuunju: communie
Kostru: koster
Kruusweg: kruisweg
Krieptu: crypte
Kruusju: kruisje
Kruusteeëkn: kruisteken
Kruusweg: kruisweg
Leezn: bidden
Luuwn: luiden (de klokken)
Martuldooöt: marteldood
Martulgank: martelgang
Martuln: martelen
Martuloöru: martelaar
Masuür: zuster                                  Fr ma soeur
Mesu: H.Mis
Mesudieëndur: misdienaar
Mieraakul: mirakel
Moönsinjuür: monseigneur
Mosliem: moslim
Mosliemikstreemiest: moslimextremist
Neemul (du): de hemel
Nunusjhoolu: zuster- of nonnenschool
Oendurpastru: onderpastoor
Oeënzu neeëru: onze heer
Oeënzu nirtju: Onze-Lieve-Heer
Oeënzu voödur: Onze Vader
Oeënzu vrowtju: Onze-Lieve-Vrouw
Ofrandu: offerande
Ofsjheurn: afscheuren (een geloof verlaten)
Ofurblok: offerblok
Oksaal: oksaal
Ooftdoek: hoofddoek
Ooftzoendu: hoofdzonde
Oöfvastn: halfvasten
Oogmesu: hoogmis
Ostie: hostie
Paapu: paap, rooms katholiek
Palmuzundag: Palmzondag
Paradies: paradijs
Parogju: parochie
Pastru: pastoor
Peenieteënsju: penitentie
Pieloörubietur: pilarenbijter, die veel in de kerk zit
Poösjhn: Pasen
Poöspligt: paasplicht
Poöturnostur: paternoster
Pows: paus
Preekn: prediken
Prikstoeël: preekgestoelte
Prosesju: processie
Protustant: protestant
Rilukwieë: relikwie
Roepiengu: roeping
Sakrament: sacrament
Sakriestieë: Sacristie
Seelieboöt: celibaat
Sienksjhn: Sinksen
Simunoörie: seminarie
Sintupieëtur: Sint-Pieter
Sirmoeën: sermoen
Sjhapuulier: schapulier
Sjhepiengu: schepping
Slotklooöstur: slotklooster
Slotnunu: slotzuster
Stoeëltjusgelt: wat voor een stoel in de kerk moet betaald worden
Tieën guboodun (du): de tien geboden
Tjeevu: iemand van de chtistelijke volkspartij (CD&V)
Trown voe du kerku: trouwplechtigheid in de kerk
Vaaguvieër: vagevuur
Vastun: vasten
Vastuntiet: vastentijd
Vatiekoön: vaticaan
Voentu: vont
Voentusmet: zegt men van iemand die zich gedraagt zoals zijn peter of meter
Vroegmesu: vroegmis
Vurgeeviengu: vergeving (van de zonden)
Vurgifunisu: vergiffenis
Vurlosiengu: verlossing
Vuriezn: verrijzen
Vursjhieniengu: verschijning (van OLV)
Werk van bermertugijt: werk van barmhartigheid
Wierook: wierook
Wiewoötru: wijwater
Wiewoöturvat: Vat voor gewijd water (aan ingang kerk)
Woendur: wonder
Zaalugvurkloöriengu: zaligverklaring
Zantju: bidprentje
Zet eur kapu oovur daagu gusmeetn: ze is uitgetreden als geestelijke
Zoendu: zonde
Zundagsmesu: mis op zondag
Zundagsrust: zondagsrust

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Tlatstu nieëws oovur Bertn en Juultn

Ju kent zu giedur nu stilutjusan we, zeekr, uuzu blowu Bertn en zu boeëzumvrieënt Juultn?
Zu kwaamn reegulmoötig tugoöru u pientju drienkn in undur stamkafee in Lombardieë, mo da ku nu nie mi. Worom? Wienu datur gubeurt is du veeërtieënstun oktoobru in Midulkerku e Bertn zodoönug gupakt aan zu nertu datun nie mie buutn komt. Datu blowu giengn vurlieëzun, dat aatn nog kun pijzun mo daan zu gieng vurpleturt wordun! Zu vrowu vurtelt datun bleeëk wiert en da zu pijsdu datun u nataksju gieng kriegn.
Juultn was nateurluk bliedu da zien kleur zooön klienkunt suukses kostu aaln, mo naat tog ook we kompasju me zu moöt Bertn. Net em tuus goön buzoekn voer em beetersjhap tu weënsjhun mo volguns dat sjhient wastur gin trooöstun an. Da KaaVeeOO ut nie goeët doet int foetbal en dat du triïnur nu zeëvu uut zu nijgn weggugoön is, da det em ook gin deugt gudoön.

Nis nu we tieduluk zu moöt kwiet, mo voe du restu lat Juultn du moeët nie zakn. Zien favorietn, du Liestu Dudekur en du kluub van Brugu doent alutweeë stief goeët, da toet em deugt.
Otn nog u ki not stamkafee goöt, zieët iedureeën da zu pientju em nie smakt lik andurs. Nu bluuft ook noojt nie langu mi. Nu mist zu moöt Bertn, dadis zeekr.
Nu werkt iïn zu nof of nu go me zu vieloo gon rieën. Nu go bievooörbeelt u ki gon kiekn oeveru dat stoöt me tvurlegun van du tram no du kustboönu. Gotn dadooöjt van zu leevun guwent wordn datur gin tram mi deur torp riet? Tgo roöru doeën, wi! Mo ja, nu pakt ie tog nooöjt du tram en ot moestu nooödug zien, kutn nog asan eeën van du veelu otobuuzn neemn die goön stopn in Momartru. Ju wit wel da Dekur, al zwaanzun zeekru, guzeit et datn van torpplingsju utwa gieng maakn lik du plas duu tirtru, tpling op u neuvultju in paries. Mo ja woö zoe ju al die sjhildurs moetn goön aaln en nu kut tog nie van iedur uus u kafeetju maakn wo dajook kut eetn. Ot mo guzelug is! Me veelu groeën en tog we tirasjus wo daju up ju gumak u pientju kut drienkn.

Ot du tram weg is got ut u pluzieër zien van eeën van de sjieku promunaadn tu gubruukn: du Zeeëloönu of de Niepooörtloönu. Voeëtgangurs en vieloos gon in dun eemul zien, toet in Niepooört nie me moeëtn uppasn voe du tram!

Mo nu wit ie ook da mu mo gon kun ooördeeëln odalus ofguwerkt is.

 

Vertaling

Jullie kennen ze nu stilaan wel, zeker, onze blauwe Bertn en zijn boezemvriend Juultn?
Ze kwamen regelmatig bijeen om een pint te drinken in hun stamcafé in Lombardsijde, maar dat kan nu niet meer. Waarom? Wat gebeurd is de veertiende oktober in Middelkerke heeft Bertn zodanig aangegrepen aan zijn hart en nu komt hij niet meer buiten. Dat de blauwe zouden verliezen dat had hij nog kunnen denken maar dat ze zouden verpletterd worden! Zijn vrouw vertelt dat hij bleek werd en dat ze dacht dat hij een aanval zou krijgen.
Juultn was natuurlijk blij dat zijn kleur zo’n klinkend succes kon behalen, maar hij had toch ook wel medelijden met zijn maat Bertn. Hij is hem thuis gaan bezoeken om hem beterschap te wensen maar naar het schijnt was er geen troosten aan. Dat KV Oostende het niet goed doet in de voetbal en dat de trainer nu zelf weggegaan is, dat heeft hem ook geen deugd gedaan.

Hij is nu wel tijdelijk zijn maat kwijt, maar toch laat Juultn de moed niet zakken. Zijn favorieten, de lijst Dedecker en de club van Brugge doen het allebei zeer goed, dat doet hem deugd. Als hij nog een keer naar het stamcafé gaat, ziet iedereen dat zijn pintje hem niet smaakt zoals gewoonlijk. Hij blijft ook nooit niet lang meer. Hij mist zijn maat Bertn, dat is zeker.
Hij werkt nu in zijn tuin of hij rijdt met de fiets. Hij gaat bijvoorbeeld eens kijken hoever het staat met het verleggen van de tram naar de kustbaan. Zal hij dat ooit van zijn leven gewoon worden dat er geen tram meer door het dorp rijdt? ’t Zal raar doen, hoor! Maar ja, hij pakt toch nooit de tram en mocht het nodig zijn, dan kan hij nog altijd één van de vele bussen nemen die zullen stoppen in Montmartre.
Je weet wel dat Dedecker, al zwanzen zeker, gezegd heeft dat hij van het dorpspleintje iets ging maken zoals ‘Place du Tertre’, het plein op de heuvel, in Parijs.
Maar ja, waar zouden ze al die schilders moeten halen en hij kan toch niet van ieder huis een cafétje maken waar je ook kunt eten. Als het maar gezellig is! Met veel groen en toch wel terrasjes waar je op je gemak een pintje kan drinken.

Als de tram weg is, zal het een plezier zijn om één van die chique promenades te gebruiken, de Zeelaan of de Nieuwpoortlaan. Voetgangers en fietsers zullen in de hemel zijn, tot in Nieuwpoort niet meer moeten opletten voor de tram.
Maar hij weet ook dat we maar kunnen oordelen als alles afgewerkt is.

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 19: Huisgerief Keukengerief Meubelen Slaapgerief

Aparoöt: apparaat
Bakn: bakken
Baskuulu: weegschaal
Basing: kuip
Batkuupu: badkuip
Bedu: bed
Bedugoeët: beddegoed
Bedulaakn: bedlaken
Beduspreeë: bedsprei
Beekur: beker
Beeltbuuzu: beeldbuis
Beezum: bezem
Benu: grote mand
Bleeëkn: bleken (de was)
Blikwoötru: bleekwater
Bloempot: bloempot
Boeëdulliestu: boedellijst
Boeëdulsjhidiengu: boedelscheiding
Boekukasu: boekenkast
Brieëvunbusu: brievenbus
Broomes: broodmes
Broön: braden  => ik broön, ik bradu, gubroön
Brooötmes: broodmes
Brooötplanku: broodplank
Brooötrooöstur: broodroosterBroöpanu: braadpan
Bumeubuln: bemeubelen
Bustek: bestek
Bustul: borstel
Buufetkasu: buffetkast
Buufetstoovu: kookfornuis
Buuroo: bureau       Fr bureau
Buuroolampu: bureellamp
Buuroostoeël: bureaustoel
Buuzustoovu: Leuvense stoof
Dampukapu: dampenkap
Deeëgrolu: deegrol
Dieëpvrieëzur: diepvries
Dievang: divan
Doeksju: doekje
Doesju: douche
Doozunoopundoeëndur: dozenopener
Draprieë: draperie, gordijn
Drienkbeekur: drinkbeker
Driswaar: opbergmeubel      Fr dressoir
Droogkasu: droogkast
Du vuulu wastu uutangn: de vuile was uithangen
Dwil: dweil
Eërt : haard
Feu kontienuu: kachel    Fr feu continu
Fluuwienu: kussensloop
Fotuj: zetel              Fr   fauteuil
Friegoo: ijskast
Frietpot: pot om frieten in te bakken
Fruutpersu : fruitpers
Fursjetu: vork           Fr fourchette
Gazetubak : gazettenbak
Goözu: gas
Goözukroönu: gaskraan
Goözuvieër: gasvuur
Gordien: gordijnen
Gordienu: gordijn
Greit gudoön: klaargemaakt (eten)
Grooötu kuustu: grote kuis
Ieskasu: ijskast
Kafjumeuln: koffiemolen
Kafjukanu: koffiekan
Kakstoeël: kinderstoeltje
Kanapee: slaapbank            Fr  canapé
Kasu: kast
Keënki: olielamp
Kiendurbedu: bedje voor een kind maar ook bed waarin een kind gebaard wordt
Kitu: kan, emmer
Kleeërkasu: keerkast
Kloksju: klokje
Kobujaagru: lange borstel
Koeviïrs: bestek                 Fr couverts
Kompjoeëtur: computer
Koödru: kader
Koödurs: kaders
Koolkitu: koolemmer
Korkutrekur: kurkentrekker
Kruuku: kruik
Kruumuldieëf: kruimeldief
Kuuswuuf: kuisvrouw
Lampadiïru: staande lamp                Fr lampadaire
Lampu: lamp
Lavaboo : lavabo
Leeplu: lepel
Luustur : luster
Matrasu: matras
Matu: mat
Meëkkanu: melkkan
Miekroogoöf: microgolf
Mooör: warmwaterketel
Mostoörtpot: mosterdpot
Munoözju: huishouden             Fr ménage
Neërt (u): een haard
Neutukraakur: notenkraker
Noofkusn (u): een hoofdkussen/kopkussen
Oentruumiengu: ontruiming
Ofruumn: afruimen
Ofwasmasjienu: afwasmachine
Oofkusn: hoofdkussen
Oopuneërt: open haard
Oörbustul: haarborstel
Oovurgordien: overgordijnen
Oovurgordienu: overgordijn
Orloozju: uurwerk     Fr horloge
Paksju: pakje
Paravang: kamerscherm                Fr paravent
Pasuviet: roerzeef               Fr passe vite
Patatumesju: aardappelmesje
Patatusjheldurtju: mes om aardappelen te schillen, aardappelmesje
Peepurvatju: pepervaatje
Pispot: oud gebruik om een kleine behoefte in de slaapkamer te doen
Sjoözju: deken
Stroojzak: strozak
Plantu: plant
Portretukoödru: kader voor foto’s
Posteuru: beeld(je)
Prieëzu: stopcontact       Fr prise de courant
Radiejateur : radiator, chauffageelement    Fr radiateur
Rolu: rol
Rusoorbak: waarop de matras gelegd wordt
Saladieru: slakom             Fr saladière
Salongtaaful ; salontafel
Sarzu: deken
Seulu: emmer
Sjhabu: legplank
Sjheurbustul: schuurborstel
Sjhild(u)rieë : schilderij
Sjhoeblienk: schoensmeer
Sjhoebustul: schoenborstel
Sjhoedoozu: schoenendoos
Sjhoetrekur: schoentrekker
Sjhof: lade
Sjhutuldoek: schotelvod
Sjhutulmasjienu: schotelmachinu
Sjhutuls wasjhun: afwassen
Sjhuumspoön: schuimspaan
Sjhuuvu: schuif
Sjofaazju: verwarming                                Fr chauffage
Sjofaazjukeetlu: chauffageketel
Sluünsu: vod
Speegul: spiegel
Spoeënsu: spons
Stoöndu kloku: staande klok
Stoeël: stoel
Stofsluünsu: stofdoek
Stofzuugur: stofzuiger
Stoovu: kachel
Stuutudoozu: boterhammendoos
Suüfurdoozu: stekjesdoos
Suüfurs: stekjes
Taaful: tafel
Taafulkleeët: tafelkleed
Taboeritu: krukje                       Fr tabouret
Talooöru: teljoor
Tapiet: tapijt
Tasu: tas
Tiluviezju: televisie
Toolu: tafelbedekking              Fr toile
Tregtur: trechter
Trekur: aftrekker
Tvuulblek en tzwientju: het vuilblik en het handborsteltje
Twalet: toilet
Upblienkn: opblinken
Upruumiengu: opruiming
Upruumn: opruimen
Upzet: opzet, schikking van gerief in huis
Uusoedn: huishouden
Vaagubustul: veegborstel
Vaksju: vakje
Vlieëguvangur: vliegenvanger
Voözu: vaas
Voeëtbanksju: voetbankje
Voeëtmatu: voetmat
Vurlotu broödpanu: braadpan met afgesleten email
Vurlugtiengu: verluchting
Vurziep: vergiet
Vuulbak: vuilbak
Vuulblek: vuilblik
Waafuliezur: wafelijzer
Waskeërn: wasmachine
Wasmasjienu: wasmachine
Wasspeln: wasspelden
Wasspelu: wasspeld
Wastu: was
Woöturbedu: waterbed
Woöturkroönu: waterkraan
Woötursteeën: aanrecht of pompbak
Zaksju: zakje
Zeetlu: zetel
Ziftu: zeef
Ziftn: zeven
Zipzop: zeepsop
Zoetvatju: zoutvaatje
Zwientju: handborsteltje

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 18: Fruit en groenten

Abriekoozn: abrikozen
Abriekoozu: abrikoos
Andievju: andijvie
Andjoeën: ajuin
Andjoeëns: ajuinen
Aplu: appel
Apuloöru: appelaar
Artiesjokn; artisjokken
Aspirzjus: asperges
Banan: bananen
Bananu: banaan
Bananuboom: bananenboom
Bananupeelu: bananenschil
Bananusjhelu: bananenschil
Beeëtu: biet
Bijur: bes
Blomkooln: bloemkolen
Blomkoolu: bloemkool
Booön: bonen
Booön in tomatusowsu: bonen in tomatensaus
Booönu: boon
Braambijurs: braambessen
Brokolie: broccoli
Daaduls: dadels
Ditn en datn: dadels
Druuvn: druiven
Druuvu: druif
Druuvutju: druifje
Erweetn: erwten
Erweetu: erwt
Fiegn: vijgen
Fiegn agtr poösjhn: vijgen na Pasen
Fiegu: vijg
Fiegublat: vijgenblad
Fieguboom: vijgenboom
Frambooözu: framboos
Freezn of friïzn: aardbeien
Fruut: fruit
Groëenu koolu: groene kool
Groeënsul(s): groente(n)
Jantju rut: worm in appel of peer
Kapurtjus: kappertjes
Keeëstu: pit (van een vrucht)
Keëzn: kersen
Keëzu: kers
Kiewie: kiwi
Kleemantien: clementines
Knolsildrieë: knolselder
Koerzjitu: courgette
Kokosneutu: kokosnoot
Kools: kolen
Koönservn: conserven
Komkomur(s): komkommer(s)
Krieëkn: krieken
Krop salaa: krop salade
Limoeën: limoen
Look: knoflook
Majies: maïs
Mandarienu: mandarijn
Muloeënu: meloen
Niktarienu: nectarine
Neutu: noot
Olievn: olijven
Olievu: olijf
Oguurkn: augurken
Oobirzjienu: aubergine
Padustoeln: paddestoelen
Paprieka: paprika
Patatn: aardappelen
Peërn: peren
Peëru: peer
Peëruloöru: perelaar
Pisjn: perziken
Pisju: perzik
Pompoeën: pompoenen
Pompoeënu: pompoen
Pompulmoeëzu: pompelmoes
Pret: prei
Pruumn: pruimen
Pruumu: pruim
Purselu: peterselie
Raapu: raap
Radiezu: radijs
Robarbu : rabarber
Roo beeëtn: rode bieten
Rooökoolu: rode kool
Rooökools: rode kolen
Rozienu: rozijn
Salaa: sla, salade
Savoojkoolu: savooikool
Seenapul: sinaasappel
Seenapulpeelu: sinaasappelschil
Seenapulzop: sinaasappelsap
Sietroeën : citroenen
Sietroeënu : citroen
Sietroeënuzop : citroensap
Sildrieë: selder
Sjalotu: sjalot
Sjampienjongs: champignons
Sjhorsuneeëln: schorseneren
Sjiekongs: witloof
Sniebooön: snijbonen
Sniebooönu : snijboon
Spienoözju: spinazie
Spruutn: spruiten
Steekubijur: stekelbes, kruisbes
Suüfurblomu: zwavelbloem
Tomatn: tomaten
Tomatu: tomaat
Tusjhunterwu: maïs
Tuutufruut: mengeling van gedroogde groenten
U staalu pret: een bundel prei
Venkul: venkel
Ves: vers
Vesjgeit: versheid
Witloof: witloof
Witu booön: witte bonen
Woöturkers: waterkers
Workul: wortel
Zjunievurs: jenevers
Zo plat lik u fiegu: zo plat als een vijg

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 17: Dranken Dronkenschap

Alkol: alcohol
Akolgubruuk: alcoholgebruik
Alkolmisbruuk: alcoholmisbruik
Alkolvrie: alcoholvrij
Alkolvurslaaviengu: alcoholverslaving
An du toog ang: aan de toog hangen
Avukoöt: advokaat (drank)
Baarkruku: barkruk
Bak bieër: bak bier
Busjwipst: lichtjes dronken
Biedong: bidon
Bieër: bier
Bieër uut du flesjhu : bier uit de fles
Bieër van tvat: bier getapt uit vat
Bieër van du streeku: streekbier
Bieërbuuk: bierbuik
Bieërflesjhu: bierfles
Bieërkroönu: tapkraan
Bieêrsjhuum: bierschuim
Bieërtunu: bierton
Bieërvurbruuk: bierverbruik
Bluuvnang: lang in een café blijven in plaats van huiswaarts te keren
Boemuln: boemelen, van het ene café naar het andere
Botul: fles
Botuln: bottelen, vullen van fles
Bronwoötur: bronwater
Buneevult: beneveld
Buturmeëk: botermelk
Buzoopn: bezopen
Deekanteern: rode wijn van bezinksel scheiden door overgieten in karaf    Fr décanter
Deur du neuzu zien: zat zijn
Deur du noeënu voln: blijven plakken over de middag
Diezjistief: spijsverteringsbevorderend drankje                 Fr digestif
Djien: gin
Drankgubruuk: drankgebruik
Drankmisbruuk: drankmisbruik
Dranksju: drankje
Drienkn: drinken
Drienk(u)busu: drinkbus
Drienkwoötur: drinkwater
Droenku: dronken, zat
Droenku guzijt is nugtur gupijst: dronken gezeid is nuchter gepeinsd
Du zoeëtu niïnvol: de zoete inval
Dust: dorst
Flambeern: ontbranden van sterke dranken voor afwerking van bepaalde gerechten     Fr flamber
Flasjhu of flesjhu: fles
Flesjhu wien (u): een fles wijn
Fluutjusbieër: bier van slechte kwaliteit
Fruutsap: fruitsap
Gesturt: gemorst
Gin dust: geen dorst
Gistiengu: gisting
Goerdu: drinkbus                Fr gourde
Groötu dust: grote dorst
Hopu: hop
I ju leëzu gieëtn: gulzig en veel drinken
Iestee: ijsthee
In du droöj zitn: aan het uitgaan zijn
Int zop zitn: bezig zijn met zich te bedrinken
Joegoert: yoghurt
Kafju: koffie
Kamielutee: kamillethee
Kantienu: kantine
Kloöru wien sjhienkun: klare wijn schenken, duidelijke taal spreken
Korksmaaku: kurksmaak (van wijn)
Kortndrank: sterke drank
Kriku: zwaar bedronken
Kroöntjuswoötur: kraantjeswater
Lampetn: zwaar drinken
Leeggoeët: leeggoed
Liekeuru: likeur
Liemonatju: limonadetje
Moeëtn bloözun: moeten blazen (bij alhocoholcontrole)
Nie mi weetn van wufur progju daj ziet: erg dronken zijn
Nie mir op ju beeën kun stoön: niet meer op zijn benen kunnen staan van dronkenschap
Nis bluuvn plakn: hij is (te) lang op café gebleven
Nis boovn zu teewoötru: hij is boven zijn theewater, hij heeft te veel gedronken
Oendur iïnvloeët: bewegingen en handelingen beïnvloed door drankgebruik
Oendrienkboör: ondrinkbaar
Pekur: iemand die graag lang in de cafés blijft hangen
Pekn: blijven hangen in café
Piels: pils
Pientu of Pientju: pint
Pilil: pale ale
Plat woötur: plat water, niet bruisend
Poepuloeëru: verschrikkelijk dronken
Poestur: cognac in een tas koffie
Portoo: porto
Promielu: promille (in het bloed)
Pulu: container voor drank
Rusepsju: receptie
Ruum: rum
Santee!: Gezondheid!                   Fr Santé
Sjambreern: op kamertemperatuur brengen van rode wijn     Fr chambrer
Sjampanju: champagne
Sjheel van du dust: scheel van de dorst
Sjhuum: schuim (op een pint)
Sjoklakafju: chocomelk
Sjoklameëk: chocolademelk
Sloksju: slokje
Soeboks: bierviltje
Sterku drank: drank met hoog alcoholgehalte
Stoet: stout (bier)
Streekbieër: streekbier
Stroentzat: zeer zat
Stroojn beeën en: strooien benen hebben, moeilijk op zijn benen kunnen staan (door de drank)
Sturtn: morsen
Taafulbieër: tafelbier
Taafulwien: tafelwijn
Tee: thee
Teusju sietru/woötru: een slokje limonade/water
Toernee: rondje
Toernee zjeeneeral: rondje voor iedereen in ’t café
Trapiest: trappist
Trekteern: een rondje geven
Tu dieëpu int glas kiekn: te diep in het glas kijken, te veel drinken
U botul wien: een fles wijn
U fleshu wien: een fles wijn
U koötur en: een kater hebben
U pientu tapn: een pint tappen
U pientju up en: een pint op hebben, iets gedronken hebben
U staptju in du weërelt zetn: eens goed uitgaan
U stik i ju klooötn: zat zijn
U stik i ju kraagen: zat zijn, een stuk in zijn kraag hebben
U vlamunt stik i ju voeëtn en: een vlammend stuk in je voeten hebben
U vliegu in ju noogn: te veel gedronken hebben
Utwieën oendur taaful drienkn: iemand onder tafel drinken, dronken voeren
Uutdrienkn: uitdrinken
Uutkriegn: uitkrijgen
Uutsjhienkn: uitschenken
Uutzuupn: uitzuipen
Votka: vodka
Vuldoeën: vol doen
Vulgietn: vol gieten
Vulsjhienkun: vol schenken
Vurfrisjhiengu: verfrissing
Vurgeevn van du dust: heel grote dorst
Wieskie: whisky
Woötur bie du wien doeën: water bij de wijn doen
Woöturtju: een glas water
Wien: wijn
Woö datu brouwur is, moet du bakur nie zien: iemand die drinkt moet niet eten
Zjatu kafju (u): een tas koffie
Zjunievur: jenever
Zo droenku lik u kanong: zo zat als een kanon
Zuupn: zuipen
Zuupn lik u tempulier: overmatig drinken

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 16: Relaties Verwijten tussen personen eventueel met geweld

Aaän zu flasjhu: hij heeft het zitten
Aaänveërtboör: aanvaardbaar
Aaänroön: aanraden
Aaänsluutiengu: aansluiting

Agtur tgat klapn: roddelen
Agturaaln: achterhalen
Akooört: akkoord
Akuwerie: ruzie
Al moestn du kroöjn tuutbriengn: de waarheid komt wel ooit aan het licht
Alu bitjus eëpn: hoe klein ook het voordeel, het helpt vooruit
Aleeënu: alleen
Altroösju: ontroering
Altugoöru: allemaal samen
Ambras zoekn: ruzie zoeken
Ambrasseerun: omhelzen
Ambuteerun: lastig vallen      Fr embêter
An du lisu loopn: aan de leiband lopen, niet zelfstandig een beslissing kunnen nemen, maar het laten afhangen van een ander
Andunoölsbrieng: kapot maken
Andrieng: aandringen
Anduudn: aanduiden
Aniemoösju: animatie
Antoedn: onthouden
Art teegn oeënzogtu: hard tegen hard
Babultju (u) sloan: een babbeltje slaan
Baturn: vechten
Beetur u goeju gubeur dan u veru vrieënd: beter een goeie buur dan een verre vriend
Bie du buk doeën: bedriegen
Bie du buk guzet wordn: bedrogen worden
Bie zu pietju pakn: beetnemen
Biedroöjn: bijdraaien
Biejeeënbrieng: bijeenbrengen
Biejeeëndrievn: bijeendrijven
Biejeeënoedn: bijeenhouden
Biejeeënraapn: bijeenrapen
Biejeeënkomn: bijeenkomen
Biejeeënzoekn: bijeenzoeken
Biekomn: bijkomen
Bielegn: bijleggen (een ruzie)
Biezien: bijzijn
Binloötn: binnenlaten
Blamot gusleegn: murw geslagen
Boeërubudrog: boerenbedrog
Boeëzumvrieënd: boezemvriend
Boent: bond
Boovnoörms: bovenarms (ruzie)
Boözug: bazig
Budroogn wordn datu doom uut ju nooörn komt: bedrogen worden dat de damp uit je oren komt
Bugleidn: begeleiden
Bugleidiengu: begeleiding
Bugoestn: goesting doen krijgen
Bugroeëtn: begroeten
Bukentmaakiengu: bekendmaking
Bukentunisu: bekentenis
Bukomn: bekomen (van een hevige emotie)
Bukrooöniengu: bekroning
Bukukuln: verwennen
Buloeërn: beloeren
Buloftu: belofte
Bulooöniengu: beloning
Buluusturn: beluisteren
Bumiduln: bemiddelen
Bumoejn: bemoeien
Bunoödeeëln: benadelen
Bunoödriengu: benadering
Bunoödurn: benaderen
Buooördeeëliengu: beoordeling
Buooördeeëln: beoordelen
Burispiengu: berisping
Busjheetn komisju: iets wat je niet graag doet maar waarvoor men je in ‘t gat gestoken heeft
Busjhermiengu: bescherming
Busjhutiengu: beschutting
Busluupn: besluipen
Bustriediengu: bestrijding
Butastiengu: betasting
Butoovriengu: betovering
Butrapn: betrappen
Bututuln: in de watten leggen, bederven
Buutnsluutn: buitensluiten
Buutnstoöndur: buitenstaander
Buveilugiengu: beveiliging
Buvolugeit: bevalligheid
Buvooördeeëliengu: bevoordeling
Buzoekeuru: bezoekuur
Buzoekreegliengu: bezoekregeling
Buzoektiet: bezoektijd
Buzwoör: bezwaar
Das bie toör gugreepn: dat is bij het haar gegrepen
Deuren: doorhebben
Deurusteekn: verwijten
Deuruvurteln: doorvertellen
Deuruvurbien: doorverbinden
Deurzieën: doorzien
Dinu doeën: flauw doen
Djok (u): een duw, stoot
Droef: stout
Du daavur up ju lief: de daver op het lijf, zeer bang zijn
Du kerku int midn oedn: de kerk in ’t midden houden, bemiddelen
Du nuul van tspil zien: tenslotte het slachtoffer zijn
Du zot oedn met utwieën: iemand voor de gek houden
Duts: slachtoffer, benadeelde
Dwieng: dwingen
Eekulen anutwieën: een hekel aan iemand hebben
Eëk zu goestu: elk zijn goesting
Eësnspoeëliengu: hersenspoeling
Ej gie da guglooft?: hebt gij dat geloofd?
Eën gie gulooft dadu? En gij gelooft dat?
Ertulik: hartelijkFarsu: grap
Feezln: vezelen, fluisteren
Fiegn agtur poösjhun: vijgen na Pasen, iets wat te laat komt
Flak in zu noönzigtu: vlak in zijn gezicht
Gin klooötn weërt zien: voor niets deugen
Go vors: ga weg
Got magt weetn: niemand zal het ooit weten
Gotvurmielu djuu: vloek
Greëtn: de zot houden, uitlachen, spotten
Guburtu: gebuurte
Gunaakn: aanraken
Guriengult: om de tuin geleid, geklopt in een rechtstreeks duel (vb bij voetbal)
Gutoesjeert: geraaktIn kwestju zien: ruzie hebben
In kenisu zien: vrijen, iemand leren kennen
In stokn komn: ruzie krijgen
In toendurstu sjhof lign: in de onderste lade liggen, zegt men van iemand die niet bemind/gerespecteerd wordt
In utwieën zu raapn gusjheetn en: iemand kwaad op jou gemaakt hebben
In zu raapn gusjheetn: een slechte beurt maken
Jeun: gunnenJu duumtju driïn vetn: leedvermaak hebben
Ju ka su kusun: je kunt mijn kl.... kussen
Ju manieërn oedn: je goed gedragen
Ju moet dovooörn van u peërd geetn en: je moet daar zot voor zijn
Ju moe froöj zien: je moet braaf zijn
Ju moe ju muulu oedn: je moet je mond houden
Ju noarienk brat nie: je haring braadt niet, je krijgt niet gedaan wat je wenst
Ju zie gie zeekru up ju kop gustuukt?: jij bent zeker gek geworden?
Kadoo en kadootju: geschenk en geschenkje
Kapootu: condoom
Katju mien, katju weeru: weervraak, oog om oog, tand om tand
Katjuporu: lichte duw of tik
Katenoent: kat en hond, die steeds ruzie maken
Kbraakn vaju: ik heb genoeg van je
Kbraakn vaju muulu tu zieën: ik wil je niet zo vaak meer zien
Kekgoöjn: giechelen, zotte praat verkopen
Ken dromu gudoön: ik heb het opzettelijk gedaan
Kendur nie omu gudoön: ik deed het niet opzettelijk
Kent a mu rekul: ik heb pech, het lot valt op mij
Keunuklooötn: klungelen, knoeien, prutsen, vitten
Klaagurs eën gin nooöt mo gift du bofurs u brooöt: klagers hebben geen nood maar geef de stoefers een brood
Klintjus zien nie gumakt om in du grooöte under gat tu kiekn: kleine mensen spelen ook een rol en zijn niet onderdanig
Klooötn: kloten, pesten, plagen
Kgloovn da nie: ik geloof dat niet
Kmeugn ier dooötvoln ot gi woar is: ik mag hier doodvallen als ik lieg
Knegtubraku: meisje dat zot is van de jongens
Koentukraafs: tegendraads
Koetnaaänsju: gesprek
Komeern: roddelen
Komeeruklaps: praat van een roddelaar(ster)
Kompanieë: gezelschap            Fr  compagnie
Kompasju en: medelijden hebben                       Fr compassion
Kompensoösju: tegenprestatie            Fr compensation
Kul: zever
Kust mu botn: kust mijn kl…. wat je doet of zegt interesseert me niet
Kwoöt spreekn: roddelen
Kzien da braakndu beu: ik ben dat erg beu
Let mor up datur nieëtnt teegn ju kop woöjt: pas maar op dat er niets tegen jouw hoofd waait, zegt men tegen iemand die te zot of
          uitbundig doet
Lieëgn dajt zeëvu glooft: zeer hard liegen
Litkoörtu: lidkaart
Lop no du moönu: loop naar de maan
Mangkieërn: ontbreken                              Fr manquer
Mangkument: wat ontbreekt                        Fr manquement
Medulankgat: tegen de zin
Meeluusturn: meeluisteren
Meemaakn: meemaken
Met du groovu bustul durdeuru goön: zeer grondig opkuisen
Met du poepurs zitn: angst hebben
Misjeun: misgunnen
Misvurstoön: misverstaan
Miszieën: miszien
Moeëdurtjusdag: moederdag
Moeëtn: moeten
Moötugun: matigen
Moptju: mop, grap

Mu nooörn eën gutuut: mijn oren hebben getuit, er werd over mij gesproken, meestal kwaad
Mukoör (me): met elkaar
Muulupeëru: muilpeer, oorveeg
Net em of eur iïnguzwoögn: hij loopt hoog op met hem of haar
Net u piek up mu: hij heeft iets tegen mij
Nie koentroörju zien: best meevallen                   Fr contraire
Nieëtn of nieks tu pieëpn en: niets te zeggen hebben
Nis/zis nie op zu/eur muulutju guvoln: hij of zij heeft altijd een antwoord klaar
Noar in du butur (u): een haar in de boterNondudjuu: vloek                                            Fr nom de dieu
Nu mieëk vaaän zu neuzu: hij reclameerde
Oedjantgas: houd je klaar, er komt iets op je af
Oedu ki ju klepu: houd eens je mond
Oedu ki ju kwebul: houd eens je mond
Oedu ki ju moent: hou eens je mond
Oedu ki ju muulu: hou eens je mond
Oedu koejn uut du gragt aaln: oude koeien uit de sloot halen
Oendurandlieng: onderhandelingen
Oenduroeënsju: onderonsje
Oengurstaakiengu: hongerstaking
Oentkopliengu: ontkoppeling
Oentmoeëtiengu: ontmoeting
Oentwiekn: ontwijken
Oet du zot me ju metu: spot met iemand anders
Ofdwieng: afdwingen
Ofgoön: afgaan, gezichtsverlies lijden
Ofluusturn: afluisteren
Ofmatn: afmatten
Oframuln: aframmelen
Ofreekn: afrekenen
Ofsjhrikn: afschrikken
Ofsloön: afslaan
Ofsnoepn: afsnoepen
Ofspreekn: afspreken
Oftroevn: aftroeven
Ofweërn: afweren
Ofzegn: afzeggen
Okoözjen van u twadu: ergens de kans toe krijgen                     Fr occasion
Omaaliengu: omhaling
Omugoön: omgaan
Oogagtiengu: hoogachting
Oogoedn: hooghouden
Oovurkomstu: bezoek
Op zu steru kriegn: op zijn kop krijgen
Opdriengn: opdringen
Ortn: luisteren
Ort u ki: hoor eens
Osjublieëf: alstublieft
Ovanduln: afhandelen
Ovreeënkomn: overeenkomen
Palufun: in de watten leggen, overdreven troosten, strelen, knuffelen
Peërduvroet: zeer kwaad
Peëruls smietn voe du zwieëns: goede raad geven aan mensen die daar evenwel niets van horen willen
Pies in du wient: beteuterd, bedrogen zonder resultaat
Proöt teegn du vaak: praat tegen de vaak
Ramuliengu: pak slaag, rammeling
Rasiesmu: racisme
Rienguln: beetnemen, ringeloren, de baas over spelen
Riesjhu: risico                         Fr risque
Riesjhieërn: proberen op het gevaar af
Riesjhieërluk: risicovol
Ripuutoösju: goede naam                Fr  réputation
Rukomandee: aangetekende zending               Fr recommandé
Ruloösju: relatie, verhouding
Rutuln: reclameren, van zijn neus maken
Rut(tu)liengu: schelding
Ruuzju maakn: ruziemaken
Saamnwerkiengu: samenwerking
Saluu: groet, gegroet                                         Fr salut
Saluuweerun: groeten                       Fr saluer
Siefa: slag in het gezicht
Sjhein van utwadu lik u noent van zu stroent: iets zorgeloos achterlaten
Sjheër ju weg: maak dat je wegkomt
Sjheëvu sjhatsu rieën: zijn partner bedriegen
Sjheur ju puustu: ga weg
Sjhop i ju nol (u): een trap in jouw achterste
Slag om sliengur: gevecht om elkaar om het even waar te raken
Sneuvu: steek onder water
Spaniengu: spanning
Spekujoodu: spekjood, jood die zich niet aan de Joodse regels houdt
Spuugn: spuwen
Stik stroent (u): misprijzende uitdrukking voor iemand die hooghartig is
Stopt u ki me zaagn: stop eens met zagen
Stribuln: tegenwerken
Tgat sjhooönen: zijn kans zien/hebben
Tgot a ju neuzu zien: reken er maar niet op dat je krijgt wat je wenst
Tietbomu: tijdbom
Tilufong: telefoon
Tis stilu woö dat nooöjt u ki woöjt: het is stil waar het nooit eens waait
Tis u vuul stik stroent: ’t is een hoovaardige
Tis weël bustit: verdiende loon
Tisof: ze zijn uit elkaar
Titsn: plagen
Tnie kun aaln: het niet kunnen halen, niet tegen iemand op kunnen
Toefuliengu: pak slaag
Toeloötiengu: toelating
Toetan: afblaffen
Toet nieët in: er is niets aan
Toopu: samen
Top zu buuk meugn sjhrievn: er niet meer op mogen rekenen
Trekn op utwieën: gelijken op iemand
Troeëtuliengu: rammeling
Trutsuln: treuzelen
Truukn van du fooöru: listen van de foor
Truut in paksjus: zever
Tstoön boomn in du weg: kinderen die niet mogen horen wat volwassenen vertellen
Tugoöru: samen
Tugoöru me mukoör: allemaal tezamen
Tugoörubluuvn: samenblijven
Tugoörudoeën: samendoen
Tugoörukomn: samenkomen
Twistriet: tweestrijd
Tzien klaps teegn du vaak: tevergeefs
Tzotjuutang: het zotje uithangen
U boeër zu kuünstn ofvraagn: uithoren
U breeë rik en: brede rug, veel kunnen verdragen
U keeml sjhieëtn: een fout begaan
U naap sjheërn: slecht varen bij een initiatief
U nertu van koekubrooöd: braaf mens
U niksju en teegn utwieën: iets hebben tegen iemand
U noedu naap muuln leeërn trekn (proberen): een ouder persoon van iets willen overtuigen
U noogsjhu flikn: een oogje trekken
U noör in du butur: er is onenigheid, ruzie
U snak en u beetu kriegn: afgesnauwd worden
U sneuvu geevn: een verdoken opmerking maken
U toengu van lintjus: die veel babbelt
U zaagsju span: zagen
U zwien in du beitn: een haar in de boter
Up u goe blatju stoön bie utwieën: bij iemand op een goed blaadje staan
Upboksun teegn utwieën: met iemand in aanvaring komen
Upitsn: ophitsen
Upsuüfrn: opsolferen, opdringen
Upvang: opvang
Utwadu upsuüfrn: iets opsolferen
Utwieën bie zu pietju en: er iemand inluizen, iemand liggen hebben
Utwieën deuren: iemands bedoelingen doorzien
Utwieën in tgat steekn: iemand doen opdraaien voor een vuile job
Utwieën nog van oör nog van pluumn ken: een persoon absoluut niet kennen
Utwieën roent ju viengur droöjn: iemand beïnvloeden, in je macht hebben
Utwieën teegn zu zjilee trekn: iemand omhelzen
Utwieën u droaj geevn: iemand een slag geven
Utwieën u keunubilu geevn: met je knie tegen zijn dij tikken, wat pijn doet
Utwieën u klooöt oftrekn: iemand bedriegen
Utwieën zu kop ofbietn: brutaal en luid tegen iemand spreken
Utwieën zu kop updroöjn: iemand opstoken
Utwieën zu toengu peeln: iemand uitvragen tot hij/zij alles vertelt
Utwoö gin keuru van en: ergens geen kans toe hebben
Uutbastiengu: uitbarsting
Uutlachn: uitlachen
Uutooörn: uithoren
Uutsjhieëtn: plots al scheldend reageren
Uutsjhietn: iemand uitmaken
Va ju neuzu maakn: reclameren
Vaagu: oorveeg, mep
Van koo guboörn: doen alsof je niets gehoord of gezien hebt
Van u sjheetu u dundurslag maakn: een kleinigheid opblazen tot iets ergs
Veesloörs zien leugnoörs: wie vezelt, liegt
Vegtpartieë: vechtpartij
Veelugooört: veelgehoord
Veeluguvraagt: veelgevraagd
Veugulvrie: vogelvrij
Vieëriengu: viering
Vloekn: vloeken
Voe wieën su nilugun: in wiens voordeel
Voetju lapn: pootje lappen
Voetsululpu: voedselhulp
Voetsulvorzieëniengu: voedselvoorziening
Volsjheit: valsheid
Voödurtjusdag: vaderdag
Voöksmoent: volksmond
Voöksuproeër: volksoproer
Vooörsmaksju: voorsmaakje
Vrieloötn: vrijlaten, vrijheid teruggeven
Vrieviengu: wrijving
Vrimdu goön: zijn partner bedriegen, seks bedrijven met een andere partner
Vuragtiengu: verachting
Vurdeediegiengu: verdediging
Vurdistruuweerun: kapot maken, vernietigen
Vureinugiengu: vereniging
Vurgeeviengu: vergeving
Vurgifunisu: vergiffenis
Vurgisiengu: vergissing
Vurgoödurzaalu: vergaderzaal
Vurgoöriengu: vergadering
Vurgoörn: bijeenkomen van personen
Vurjoördagsfeeësju: verjaardagsfeestje
Vurjoördagskadoo: verjaardagsgeschenk
Vurjoördagskoörtu: verjaardagskaart
Vurjoördagstoartu: verjaardagstaart
Vurjoörn: verjaren
Vurkent: herkend
Vurkriegn: verkrijgen
Vurmomiengu: vermomming
Vurnestuln: in de war brengen
Vurniengt: vergif
Vuroentsjhuldugieng: verontschuldigingen
Vurofgoodiengu: verafgoding
Vurooördeeëliengu: afkeuring
Vurpligtieng: verplichtingen
Vurpligtiengu: verplichting
Vursmooörn: moord door verdrinking
Vurstandug: verstandig
Vurstant: verstand
Vurstantoediengu: verstandhouding
Vurtrouwulienk: vertrouweling
Vurveeliengu: verveling
Vurvrimdn: vervreemden
Vurvrimdiengu: vervreemding
Vurweënsjhieng: verwensingen
Vurweënsjhun: verwensen
Vurwiet: verwijt
Vurwietn: verwijten
Vurwitugiengu: verwittiging
Vurwitugun: verwittigen
Vurwoörlooöziengu: verwaarlozing
Vurwoörlooözn: verwaarlozen
Vurzeurn: verzuren
Vurzoeën: verzoenen
Vurzoeëniengu: verzoening
Weëlbustit: verdiende loon
Weggujoogn: weggejaagd
Wieën draagtrier du broek: wie is er baas in dit gezin
Woötur en vieër: water en vuur: niet bij elkaar passende naturen
Zaagt u ki nie: zaag eens niet
Ze veelu kak an eur gat: ze is hoogmoedig
Zeëfvurdeediegiengu: zelfverdediging
Zeim an utwieën zu gat smeërn: zeem aan iemand’s gat smeren
Zet u muulu van lintjus: zij is een babbelkous
Zu kak inoedn: niets willen of durven doen of zeggen
Zu karu keërn: zijn houding wijzigen

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 15 Beweging Handelingen

Aänsjhuuvn: aanschuiven
Afuseern: goed vooruitgaan
Agtruut: achteruit
Agtruut goön: achteruit gaan
Agturdoeën: nadoen
Agtur(gu)loop: naloop, moeite nadien
Agturloopn: nalopen
Aguntur: naar daar
Ajaagn: haasten, opjagen
Aksju: actie
Ali voruut: allez vooruit
Anang: aanhangen
Anbrieng: aanbrengen
An du nols brieng: kapot maken
Ankomn: aankomen
Ankomstu: aankomst
Bagoözju: bagage
Bagoözjukluuzu: bagagekluis
Bieng: binden
Biesprieng: bijspringen
Binaaln: binnenhalen
Binbrieng: binnenbrengen
Binkomn: binnenkomen
Binoedn: binnenhouden
Binustubuutn: binnenste buiten
Boenkn: bonken
Boezjeern: bewegen
Booötreizu: bootreis
Boswanduliengu: boswandeling
Bresu: bres
Bugun: beginnen
Bukiekn: bekijken
Burietboör: berijdbaar
Burieën: berijden
Bustemiengu: bestemming
Bustemulienk: bestemmeling
Bustormiengu: bestorming
Buuklandiengu: buiklanding
Buutngoön: buitengaan
Buutnkomn: buitenkomen
Buutnzetn: buitenzetten
Buweegiengu: beweging
Buzetiengu: bezetting
Buzigtugiengu: bezichtuging
Buzieën: bekijken
Buzu geevn: versnellen, buitengewoon zijn best doen
Dadit gin brooöt: dat eet geen brood, dat is niet dringend
Deemaraazju: versnelling van een voortbewegingstempo      Fr démarrage
Deurkruusjhn: doorkruisen
Deurloopn: doorlopen
Deuru doeën: verdergaan, doorzetten
Deurubreekn: doorbreken
Deurudrievn: doordrijven
Deurudrieng: doordringen
Deurudroajn: doordraaien
Deurudrukn: doordrukken
Deurugeevn: doorgeven
Deurugoön: doorgaan
Deurujaagn: doorjagen
Deurujasn: doorspoelen
Deurukiekn: doorkijken
Deuruknipn: doorknippen
Deurukomn: doorkomen
Deurukriegn: doorkrijgen
Deurukruupn: doorkruipen
Deuruloötn: doorlaten
Deuruloopn: verder lopen
Deurureizn: doorreizen
Deururieën: doorrijden
Deurusnieën: doorsnijden
Deuruspoeëln: doorspoelen
Deurusteekn: doorsteken
Deurustootn: doorstoten
Deurutrekn: doortrekken
Deuruvoeërn: doorvoeren
Deuruvurwiezn: doorverwijzen
Deuruzetn: doorzetten
Deuruzoekn: verder zoeken
Deurzoekn: doorzoeken
Djokn of u djok geevn: duwen
Doeël: doel
Doeën: doen
Dretsn: doelloos rondlopen
Drievn: drijven
Driln: op stap gaan
Droöj: draai
Droöj mo ju karu: ga maar terug, keer maar om
Du pootn vanoendur ju gat loopn: zijn uiterste best doen
Du zulu platloopn: veel op de drempel van hetzelfde huis staan (om iets te bekomen)
Dur vanoendur trekn: weggaan of weglopen
Durnoörtoe: daarnaartoe
Eemul en eërdu vurzetn: alles doen wat mogelijk is
Eevoluusju: evolutie
Flisju: richtingspijl
Frotn: wrijven
Frutn: weglopen
Furuln: doelloos rondlopen
Gartuki: ga eens opzij
Gif mo buzu: ga er maar snel op los
Gif mo goözu: geef maar gas
Gif mo sjetu: ga er maar snel op los
Gïin zitunt gat en: altijd in beweging willen zijn
Gletsn: glijden
Goözu geevun: gas geven, er snel op los gaan
Guglotsn: gegleden
Gukruust: gekruist
Gustoopun: gebukt, gebogen
Gutoogt: getoond
Gugrogt: geraakt, aangekomen
Gupriseert zien: haastig zijn, haast hebben
Ieduln: ledigen, leegmaken
Iïn vieër eën vlamu: in vuur en vlam: erg enthousiast
Iïn vulu galoo ofkomn: in volle vaart
Ikuputjikn (lopen al) …: lopen al hinkend
In troendu: in het rond
Jogn: joggenJu karu droajn: terugkeren
Ju karu keeërn: terugkeren
Ju sjhupu ofkuusjhn: weggaan
Kemu guweërt: ik heb me gehaast, ik heb mijn best gedaan, ik heb goed weerstand geboden
Keeërt u ki weeru: kom eens terug
Kena bugost: ik ben al begonnen
Kgon no mu nest: ik ga slapen
Kloörspeeln: klaarspelen
Kloörstoön: klaarstaan
Komdu ki: kom eens
Komu kik: ik kom
Kruusjhn: kruisen
Kzien a bugun: ik ben al begonnen
Kzien vors: ik ben weg
Landiengu: landing
Lik u pielu uut u boogu: snel vertrekken
Meedrievn: meedrijven
Mee-eëpn: meehelpen
Meegoön: meegaan
Meekriegn: meekrijgen
Meeloopn: meelopen
Meeneemn: meenemen
Meereizn: meereizen
Meerieën: meerijden
Meesleepn: meeslepen
Meevlieëgn: meevliegen
Meewerkn: meewerken
Miegroösju: migratie
Mienguln: mengen
Moöjn: maaien
Moönuraketu: maanraket
Mu goön no verumetjus: we gaan naar niet meegedeelde bestemming
Mu goön u ki goön kiekn  … want mu kunt nie zieën va nieër: wij gaan eens kijken, want we kunnen het niet zien van hieruit
Mu zien sjhampavu: we zijn verdwenen
Noözn: dichterbij komen
Oöstju mo: haast je maar
Oöstug zien; haast hebben
Ofroln: afrollen
Ofsjheurn: afscheuren
Ofsloovn: afsloven
Ofsluutn: afsluiten
Ofsmietn: afwerpen
Ofsnieën: afsnijden
Ofspan: afspannen
Ofsprieng: afspringen
Ofspuitn: afspuiten
Oftrapn: aftrappen
Oftrekn: aftrekken
Ofvaagn: afvegen
Ofvoeërn: afvoeren
Ofzoekn: afzoeken
Ofzoendurn: afzonderen
Omubloözn: omblazen
Omuduwn: omduwen
Omoogusteekn: omhoogsteken

Omukantuln: omkantelen
Omukeeërn: omkeren
Omukloojn: omvervallen
Omurieën: omverrijden
Omutoeër: omweg
Omverurieën: omverrijden
Oopnsloön: openslaan
Oopnsnieën: opensnijden
Oovurbrieng: overbrengen
Oovurentweeru loopn: heen en weer lopen
Opduukn: opduiken
Paseern: voorbijkomen
Proboösju: poging
Regtu vo ju kiekn: recht voor je kijken
Regtudeuru: rechtdoor
Reizu: reis
Riebudubie: weg, vertrokken
Rigtiengu: richting
Robuln: rollen
Roentdeeëln: ronddelen
Roentdraagn: ronddrage
Roentdroöjn: ronddraaien
Roentfureln: doelloos rondlopen
Roentrieësturn: onrustig van het één naar het ander gaan of lopen
Roenttjooln: rondzwerven
Roentwareern: rondlopen
Saluu en du wiend vanagtru: trap het maar af
Sjetu geevn: snel vooruitgaan
Sjhampavu: verdwenen
Sjhartuln: krabben
Sjhievurn: glijden
Sliengurn: slingeren
Sluupn: sluipen
Smeetu: worp
Smietn: smijten
Snuusturn: snuisteren
Spakn: spakken, hinken
Spriengplanku: springplank
Steptju: stapje
Stepunoöf: met haastige tred
Stik mo ju bultu uut: begin maar te werken
Stoempn: duwen
Stoe
mpu: actie van het stoempen
Striewuln: strooien
Stuupn: zich bukken, buigen
Tendunoösum: buiten adem
Tert(u)n (op): trappen op
Tis goe jagt: het gaat vooruit
Tis ieër lik u duuvukot: komen en gaan
Tjakin tjakuut: in alle richtingen, chaotisch
Tjakuut tjakin: in alle richtingen, chaotisch
Tjooln: zwerven, ronddolen
Tleevn is voe du rapu: het leven is aan de durvers
Toepasiengu: toepassing
Toetan: tot aan
Toogn: tonen
Trot: tocht
Tu vieërklowu: rap
Tuusbluuvn: thuisblijven
U boeër zit zo langu nie up zu nofstee: het duurt te lang
U gat in du lugt spriengn: een gat in de lucht springen, enthousiast/blij zijn
U noek ofsteekn: een kortere weg nemen
U steptju in du weërult zetn: uitgaan (op café, ...)
U toertju doeën me ju vieloo: en toertje doen met de fiets
U vroenk dran geevn: omwringen
U wanduliengsju doeën: een wandelingetje doen
Up du karu spriengn: meedoen, deelnemen (aan een project)
Up du nuutkiek stoan: uitkijken
Up eeëtu kooln zitn: op hete kolen zitten, ongeduldig wachten
Up u loptju: haastig
Up zu dooju gumak: op zijn gemak
Upaaln: ophalen
Upbloözn: opblazen
Updrievn: opdrijven
Upplakn: opplakken
U tuksju doeën: een dutje doen
Uutbloözn: uitblazen
Uutdeeëln: uitdelen
Uutdoeën: uitdoen
Uutgank: uitgang
Uutguglotsn: uitgegleden
Uutgletsn: uitglijden
Uutgoön: uitgaan
Uutkipn: uitladen
Uutloötn: uitlaten
Uutoedn: uithouden
Uutspriengn: uitspringen
Uutvaagn: uitvegen
Uutwiezn: uitwijzen
Vaagn: vegen
Van kromu noös guboörn: doen alsof, niet reageren
Van Pieër no Pol guzon wordn: van het kastje naar de muur gezonden worden
Van u noözu gupoept zien: haastig zijn
Vastunaaguln: vastnagelen
Verdurgoön: verdergaan, vooruitgaan
Vietisupilu: pil om een beweging of een actie te doen versnellen
Voöksvuruuziengu: volksverhuizing
Voögn: volgen
Vooörndoeën: voordoen
Vooörngoön: voorgaan
Vooörnsteekn: voorsteken
Vorsdoeën: verder doen
Vorsgoön: weggaan, verdergaan
Voruut: vooruit
Voruutduwn: vooruitduwen
Voruutgank: vooruitgang
Voruutgoan: vooruitgaan
Voruutsteekn: vooruitsteken
Vruuzn: verhuizen
Vulpompn: volpompen
Vurbiegoan: voorbijgaan
Vurbiekomn: voorbijkomen
Vurbieloopn: voorbijlopen
Vurbiesteekn: voorbijsteken
Vurdapurn: sneller gaan
Vurdigtn: verdichten, naderen
Vurdooln verdwalen
Vurdwien: verdwijnen
Vurguniengu: vergunning
Vurkeniengu: verkenning
Vurkoop: verkoop
Vurloötn: verlaten
Vurplatsn: verplaatsen
Vursjhafn: verschaffen
Vursjhuuvn: verschuiven
Vursleepn: verslepen
Vursneliengu: versnelling
Vurtraagiengu: vertraging
Vurvoeër: vervoer
Vurvoeërn: vervoeren
Wandulienksju: wandelingetje
Wareern: weg en weer gaan, verblijven al spelend, …
Weërju mo: haast je maar, doe maar je best
Weerubrieng: terugbrengen 
Weerugubrogt: teruggebracht
Weeruguvoeng: teruggevonden
Weerukeeërn: terugkeren
Weerukomn: terugkeren
Weeruvieng: terugvinden
Weeruzieën: weerzien
Weg moeëtn: weg moeten, een verplichting hebben
Wegang: weghangen
Wegbloözn: wegblazen
Wegbluuvn: wegblijven
Wegbrieng: wegbrengen
Wegfrutn: weglopen
Wienkulieërn: verschillende winkels bezoeken
Woar istn gublon: waar is hij naartoe
Wupn: wippen
Zeeëru: snel, rap
Zeeëru afuseern: rap vooruitgaan

Zeëfbudieniengu: zelfbediening
Ze gin zitunt gat: ze kan niet blijven zitten
Zil zetn: haast maken
Zu sjhipu ofkuusjhun: zijn schop afkuisen, weggaan
Zuugiengu: zuiging
Zuugn: zuigenZwoajn: zwaaien

                                      


                                            

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten