Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Woordenlijst Nr 14: Kledij Juwelen Maquillage

Aakn e noogn: haken en ogen
Aaänguklit: aangekleed
Aaängutjootult: raar of slecht aangekleed
Aaänsjhoeë: handschoen
Aaänsjhoen: handschoenen
Agturbeuzu: achterzak
Alpingsju: muts
Alsbant: halsband
Andoeën: aandoen
Ang mo ju paaltoo an du portumaantoo: hang maar je mantel aan de kapstok
Angurtju: hangertje
Anklein: aankleden
Anen: aanhebben
Anpasn: aanpassen
Antasu: handtas
Baretu: baret
Batkostuumu: badpak
Batmutsu: badmuts
Bazasu: rugzak
Biekienie: bikini
Bievakmutsu: bivakmuts
Bijbiedol: babydoll, nachtkleding voor de vrouw, sexy lingerie
Bijbieklirtjus: babykleertjes
Binubeuzu: binnenzak
Binuzak: binnenzak
Blienk: schoensmeer
Bloeëzu: bloes
Bloezong: korte jas       Fr blouson
Boerka: kledingstuk gedragen door Islamitische vrouwen; bedekt heel het lichaam, inclusief gezicht
Boerkienie: boerkini; zwemoutfit dat enkel handen, voeten en gezicht vrijlaat
Boksaaänsjhoeën: bokshandschoenen
Boloeët: bolhoed
Boöj: trui
Botien: hoge schoenen

Botienu: hoge schoen                   Fr  bottine
Braaänzulee of Braaänzjulee: armband
Brijn: breien
Broekbeuzu: zak van de broek
Broeksju: broekje
Broekspuupu: broekspijp
Brosju: speld                      Fr broche
Burgurkleeërn: burgerkleren
Deekoltee: laag uitgesneden halsopening       Fr décolleté
Djieëns: jeans
Djirsee: jersey, katoen of wollen machionaal gefabriceerde stof
Duukpak: duikerspak
Emdu: hemd    =>  u nemdu: een hemd
Falaar: sluier, hoofddoek                Fr foulard
Flieës: fleece, vacht, gebreide en geruwde stofsoort
Frak: jas
Gabardjinu: regenjas in lichte stof    Fr gabardienne
Getn: beenstukken (vroeger van militairen)       Fr guetrons
Goedn ketienk: gouden ketting
Goedn orloozju: gouden uurwerk
Goeduwerk: juwelen, sieraden, goud
Guzigtsmasjhur: gezichtsmasker
Kajuutn: rubberen pantoffels waarin de voeten geweldig zweetten, wat tot zweetvoeten leidde
Kanadjinu: overjas                 Fr canadienne
Kapootu: mantel met kap              Fr capote
Kapu: kap
Kapuusjong: kap vastgemaakt aan de jas        Fr capuchon
Katoeën: katoen
Kazuuvul: kazuifel, mouwloos opperkleed gedragen door de priester als hij de mis opdraagt
Ketienk: ketting
Kiemonoo: kimono; Japans kledingstuk. Losse mantel of japon met wijde mouwen die met een ceintuur wordt dichtgebonden
Kiendurkleeërn: kinderkleding
Klaksju: klakje
Klaku: klak, pet
Kleeën medu laptju: met welke kledij ook, er goed uitzien
Kleeërbustul: kleerborstel
Kleeërn: kleren, kledij
Kleeërn voe du vijlugijt: veiligheidskleding
Kleeërn voe tu feeëstn: feestkleding
Kleeërn voe tu werkn: werkkleing
Kleeërn voer in du vrieju tiet: vrijetijdskleding
Kleeërn voer int guvegt: gevechtskleding
Kleeërn voer uut tu goön; uitgangskleding
Kleeërn voet snagts: nachtkleding
Kloefn: klompen
Knoptju: knoopje
Koentukletsur: pitteleer, lange jas bij feestelijkheden
Koesn: kousen
Koesn die slookurn: kousen die afzakken
Kokmutsu: koksmuts
Kolaän: kousbroek     Fr  collant
Komuuniezong: onderjurk             Fr combinaison
Kopspelu: kopspeld
Korsee: keurslijf                       Fr   corset
Kostuumu: pak
Kotieln broek: fluwelen broek
Kroontju: kroontje
Krosjteern: haken met een haakpen           Fr crochete
Kultun: kleren
Leëzn: laarzen
Linun: linnen
Maaänsjetu: manchet                     Fr manchette
Maaänsjetuknoop: manchetknop
Masjhur: masker
Mieniekienie: minikini
Moentmasjhur: mondmasker
Monokul: oogglas       Fr  monocle
Monookienie: monokini, bikini zonder bovenstuk
Mutsu: muts
Naaldu: naald
Nagtemdu: nachthemd
Neegliezjee: gemakkelijk ochtendgewaad            Fr négligé
Niekam: nikam
Nielong: nylon
Nielongs: nylonkousen
Noeërujaagurtju (u): strikdas, vlinderdasje
Noöt: naad
Noöjmasjien(u): naaimachine
Noöjn: naaien
Nunukleeërn: religieuze kleding van een non
Oarmbant: armband
Oeët: hoed     => Noeët (u): een hoed
Oeëwu zieëju gie doö nu aangutjootult?:Hoe ben jij nu aangekleed?

Oendurbroek: onderbroek
Oendurgoeët: ondergoed
Oendurlief: onderhemd
Oeërujaagurtju: strikje
Oendurlievutju: onderhemdje
Oogsjhaduw: oogschaduw
Ooörbelu: oorbel
Ooörrieng: oorbellen
Ooörrienk: oorbel
Oovral: overall
Oovurgoojur: overgooier, wijde mouwloze jurk zonder taille die over het hoofd wordt aangetrokken
Orlogu: uurwerk
Orloozjubantju: uurwerkbandje
Paltoo: mantel, overjas                     Fr paletot
Pardusuu: mantel                      Fr pardessus
Pasturkleeërn : religieuze kleding van priester
Peërul : parel
Pelsun frak: pelsmantel
Piekubestu  => up zu piekubestu guklit zien: piekfijn gekleed zijn
Piewantn: wanten
Pinwaar: ochtendjas meestal gedragen bij het opstaan en vóór het slapengaan       Fr  peignoir
Pirmanaäntu: haargolf blijvend     Fr   permanent
Plastrong: das                    Fr plastron
Ponsjoo: poncho, van origine Zuid-Amerikaans kledingstuk, rechthoekige doek met in het midden een gat om het hoofd door te steken
Poönu: fluweel
Pulumutsu: puntmuts
Reegnkaptju: regenkapje
Reegnmantul: regenmantel
Rieëmtju: riempje
Rieëmu: riem
Riekooördu: schoenveter
Rieleëzun: rijlaarzen
Rowkleeërn: rouwkleding
Sandaaln: sandalen
Sandaalu: sandaal
Satien: satijn
Savatn: pantoffels
Senteuru: riem             Fr ceinture
Sjakosju: handtas            Fr sacoche
Sjarpu: sjerp                                  Fr écharpe
Sjetu: sajette, wol
Sjhabu: schort
Sjhortu: schort
Sjort: short
Slepu: hemd     =>    in zu slepn roentloopn: rondlopen zonder broek, in zijn hemd
Sletsn of Slufurs: pantoffels
Sliep: onderbroek
Slieptju: slipje
Smookieng: smoking
Snelzeikr: open vrouwenbroek
Soetjeën: bustenhouder         Fr soutien
Soetoönu: soutane, onderdeel priesterkleding
Stofu: stof
Streksju: strikje
Striekiezur: strijkijzer
Striekn: strijken
Strieng: string, soort onderbroek of zwembroekje dat schaamstreek bedekt en verder bestaat uit een touwtje of smal stukje stof om het middel en door de bilspleet
Taal a ju gat ang: al je geld uitgeven aan kledij
Talongs: hoge hakken                       Fr talon
Tanga : tanga, damesslip
Tieritu: rits                   Fr tirette
Toepet: haarstukje    Fr toupet
Tooga : toga, kledij van de rechter
Turnslufurs: turnpantoffels
Tuulu: mazenweefsel (doorzichtig)
U boöj brijn: een trui breien
Upgutietumatoojt: opgemaakt/opgezet
Uunieformu: uniform
Uutloötn: uitlaten, vergroten of verlengen van kleding
Uutrustiengu: uitrusting
Uutstriekn: uitstrijken
Veln mantul: bontjas
Vestubeuzu: zak van de jas
Viengurrienk: vingerring
Vlindurdasju: vlinderdasje, hoerenjagertje
Vrowukleeërn: vrouwenkleren
Vuliengu: (op)vulsel
Vurklindurn: verkleinen, inpakken
Vursjhooön: verschonen, verversen (baby)
Wienturkleeërn: winterkleren
Wulu: wol
Wuuvukleeërn: vrouwenkleren
Zeulu: zool  (van u sjhoeë: van een schoen)
Ziedu: zijde
Zilvurn ketienk: zilveren ketting
Zilvurn orloozju: zilveren uurwerk
Zjartiln: jarretellen, onderdeel van het damesondergoed ter voorkoming van het afzakken van de kous
Zjielee: vest                        Fr  gilet
Zokn: sokken
Zoksju: sokje
Zoomurkleeërn: zomerkleren
Zunuklaksju: zonnepetje
Zuutwestur: zuidwester, hoofddeksel gedragen door zeevaarders


Lipustiftu: lippenstift
Makiejoözju: make-up                                Fr  maquillage
Misaaänplie:
Oogsjhaaduw: oogschaduw
Pirmanaantu:

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 13: Geld Financies

Aalmoeëzu: aalmoes
Aksjus: acties, aandelen
Al slaapundu rieku wordn: al slapend rijk worden, er niets moeten voor doen
Andeeëln: aandelen
Andeeëloedur: aandeelhouder
Bankbieljet: bankbiljet
Bankbrieftju: bankbriefje
Bankgugeim: bankgeheim
Bankkluuzu: bankkluis
Bankkoörtu: bankkaart
Bankleeëniengu: banklening
Bankofsjhriftu: bankafschrift
Bankreekniengu: bankrekening
Bankroeët: bankroet
Banktugoeët: banktegoed
Batju: koopje
Beeteewee: BTW belasting op de toegevoegde waarde
Bendug: zuinig
Beuzu: beurs (instelling en zak)
Biebutaaliengu: bijbetaling
Biedraagu: bijdrage
Bielegn: bijleggen
Biepasn: bijpassen
Bievurdieën: bijverdienen
Bievurdieënstu: bijverdienste
Binbrieng: binnenbrengen (als bijdrage aan gezinskosten, bvb)
Boekoediengu: boekhouding
Boekoedn: boekhouden
Borgsteliengu: borgstelling
Brantkasu: brandkast
Brieftju: briefje (van twintig euro bvb)
Budervn: bederven
Budriefsbulastiengu: bedrijfsbelasting
Bukostugiengu: bekostiging
Bukostugun: bekostigen
Bulastboör: belastbaar
Bulastieng: belastingen
Bulastieng oentduukn: belastingen ontduiken
Bulastiengaängiftu: belastingsaangifte
Bulastiengefiengu: belastingsheffing
Bulastiengoftrek: belastingsaftrek
Bulastiengsjhievu: belastingsschijf
Bulastingsiestiïm: belastingssysteem
Bulastiengvrie: belastingsvrij
Bulegiengu: belegging
Bulegur: belegger
Bulooniengu: beloning
Bumiduln: bemiddelen
Buslaglegiengu: beslaglegging
Buspoöriengu: besparing
Busteediengu: besteding
Butaalboör: betaalbaar
Butaaliengu: betaling
Butaalkoörtu: betaalkaart
Butaaln: betalen
Buzitieng: bezittingen
Buzoldiegiengu: bezoldiging
Dadis giïn gelt: dat is goedkoop
Dieëru: duur
Dieëzn: duurder worden
Dran toesteekn: geld verliezen op een door jou betaalde zaak
Drienkgelt: drinkgeld
Dur gelt uutsloön: winst maken
Dur warmtjus iïn zitn: er warmpjes inzitten, veel geld hebben
Erfunisu: erfenis
Ervn: erven
Fajiet(u): bankroet
Fortuunu: fortuin
Garaaänsju: waarborg
Gasboeëtu: gasboete, opgelegd door de gemeente
Gelt moe roln: geld moet rollen
Gelt rieëkn: geld ruiken, voelen dat er iets te verdienen is
Gelt uut utwieën zu zak klopn: iemand te veel doen betalen
Gelt vurdieën lik sliek: op gemakkelijk manier veel geld verdienen
Gelt vurdoeën: geld uitgeven
Geltzak: rijke
Gin rostu kluutu en: niets bezitten
Gupast gelt: gepast geld
Ienkulgelt: muntstukken, kleingeld
Iepoteeku: hypotheek
Infloösju: inflatieInt zwart werkn: in het zwart werken
Ju gelt plaseern: je geld vastzetten op termijn
Ju gelt vastu zetn: je geld vastzetten
Ju ku gin kei vloön: je kunt niets ontnemen aan iemand die niets heeft
Ju mag ut up ju buuk sjhrievn: je zult nooit betaald worden
Kapietaal: kapitaal
Kasu: kassa
Kiendurgelt: kindergeld
Kluturgelt: kleingeld
Kluutu: tien centiem oud Belgisch geld
Kluuzu: kluis in de bank
Kortiengu: korting, afslagKoruupt zien: korrupt zijn
Krebu bietn: armoe, hongerlijden
Kroozn (va ju gelt): rente
KrotEnKompanjieë: grote armoede
KrotEnOörmoeë: grote armoede
Krotu: armoede
Lamurn: geld geven
Leeëniengu: lening
Leeflooön: leefloon
Leevun van du dis: onderhouden worden door het OCMW
Leevun van zu rentn: leven van de opbrengst van zijn geld
Meeërweërdu: meerwaarde
Met u fursjetu sjhrievn: te veel aanrekenen
Ne gi naagul voe zu gat tu krabuln: hij bezit niets en hij heeft geen geld
Nis me zu gat in du butur guvoln: hij is in een rijke familieterechtgekomen
Nu biet u frang in tweeën: het is een gierigaard
Nu zoet u frang in tweeën bietn: hij is erg gierig
Nu zit op zu geld: hij is gierig
Ofbieën: afbieden
Obliegoösju: obligatie
Oenkostn: onkosten
Ofbutaaln: afbetalen
Ofgusleegn: prijs is verminderd
Ofkortn: een schuld afbetalen
Ofslag: korting
Oftrekn van ju bulastieng: aftrekken van je belastiengen (gedane onkosten, forfait)
Oftrogln: aftroggelen
Ofpriezn: afprijzen
Ofslag: afslag
Oörmoeë: armoede
Oörmoeë troef: daar heerst armoede
Oovursjhot: overschot
Oovursjhrieviengu: overschrijving
Otomoöt: geldautomaat
Parkeerboeëtu: parkeerboete
Parkeergelt: parkeergeld
Poenku: spaargeld (verdoken)
Portufuju: portefeuille
Portumonee: geldbeugel        Fr portemonnaie
Pronostiekn: een pronogstiek invullen
Reeguulariezoösju: regularisatie
Riekdom: rijkdom
Rieku stienkur: rijke stinker/man
Rinuweern: ruineren
Rusuu: ontvangstbewijs        Fr  reçu     
Rutu: blut
Senteuru doeën: de riem toehalen om te besparen                    Fr ceinture
Sentn: centen
Sjhaavurgoeëdiengu: schadevergoeding
Sjhatbuwoördur: schatbewaarder
Sjhatkistu: schatkist
Sjhatrieku: schatrijk
Sjhuldn: schulden
Sjhuldn maakn: schulden maken
Sjhuldn ofbutaaln: schulden afbetalen
Sjik: cheque
Sjikboek: chequeboek
Sliek van deërdu: geld   
Smooörrieku: zeer rijk
Speelsjhuldn: speelschulden
Spoörboeksju: spaarboekje
Spoörgelt: spaargeld
Spoörkasu: spaarkas
Spoörn: sparen
Spoörn voe ju noedun dag: sparen voor de oude dag
Spoörreekniengu: spaarrekening
Sponsurn: sponsteren, steunen met geld
Steeg: stijf
Steeg van ofgoön: gierig zijn
Steeënrieku: steenrijk, zeer rijk
Stortiengu: storting
Suukurtantu: suikertante, rijke tante zonder kinderen
Teëru doeën: verteren, geld uitgeven
Tgelt deur deurun en viïnsturs smietn: geld door deuren en vensters gooien
Tgelt dur deuru jaagn: veel en snel geld uitgeven
Tgelt groejt nie up mu rik: het geld groeit niet op mijn rug, ik ben spaarzaam want ik moet er hard voor werken
Tis eeën me kluutn: één met kluiten, een rijke
Toar zoet deur ju klaku groejn: je geld zou ervan op geraken
Tu nieëtu goön van tgelt: waardevermindering van het geld
Tvolt va nie oogu: het is niet duur
Tzoet up ju patatn nie vurdieën: heel weinig verdienen
U fluutu van u sent: een kleinigheid
U kleeën peënsjoeëntju: een klein pensioen
U kostlik batju: een dure aangelegenheid
U lotju koopn: een lot kopen
U neuroo: een euro
U neezul en die geld sjhiet: over onuitputtelijke geldbron beschikken
U nomaaliengu doeën: geld inzamelen
U zak gelt en: rijk zijn
Up du poef koopn: kopen op afbetaling
Up gin frang/euroo kiekn: het komt niet op een frank/euro
Up ju geld zitn: gierig zijn
Up zwart zoöt zitn: op zwart zaad zitten, geen financiële mogelijkheden meer hebben
Upbrieng: opbrengen
Upbriengstu vaju gelt: opbrengst, rente
Upslag: opslag
Uutspoörn: uitsparen
Vakaaänsugelt: vakantiegeld
Van zu gelt klapn lik u boer van zu kleeënu patatjus: van zijn geld spreken zoals een boer van zijn kleine aardappelen
Voe gin gelt van du weeërult: voor geen geld van de wereld, wat je ook mag bieden
Voe tzeëfstu gelt: voor hetzelfde geld
Vraagn kost giïn gelt: vragen kost geen geld, toch vragen als er weinig kans op slagen is
Vraagpries: vraagprijs
Vrie van taks: vrij van belastingen
Vurdieën: verdienen
Vurdieënstu: verdienste
Vureurn: verhuren
Voöksupvoeëdiengu: volksopvoeding
Voe nietn: gratis, kosteloos
Voer u napul en u nei: zeer goedkoop
Vooördeeël: voordeel
Vooördeeëlug: voordelig
Vooörnsjhieëtn: voorschieten
Vooörsjhot: voorschot
Vurdoeën: uitgegeven => aal zu gelt vurdoëen aaän snoep
Vurgoeëdiengu: vergoeding
Vurkoopupbriengstu: verkoopopbrengst
Vurkwistiengu: verkwisting
Vurlieës: verlies
Vurlieëzn: verliezen
Vurigtiengu: verrichting (op bankrekening)
Vuriekn: verrijken
Vurspiliengu: verspilling
Wediengu: wedding
Wedn: wedden
Witwasjhun: witwassen
Woekurn: te veel geld vragen
Woekurpries: veel te hoge prijs
Woekurwiïnstu: woekerwinst, te veel verschil tussen waarde en gevraagde prijs
Woörborgu: waarborg
Zo rieku of datu zeeë diepu is: zo rijk als de zee diep is, zeer rijk
Zo woörmu lik djop: zo arm als job, zeer arm
Zoöjn no du zak: de tering naar de nering zetten
Zu broek draän sjheurn: zijn broek eraan scheuren, verlies lijden
Zu gelt dur deurujasn: snel veel geld uitgeven
Zu gelt plaseerun: zijn geld vastzetten, investeren, plaatsen
Zu gelt zit in u koesu: hij heeft geen vertrouwen in de banken
Zu slepn draan sjheurn: verlies lijden bij een zaak
Zwart geld: niet aangegeven geld
Zwem int gelt: rijk zijn

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 12: Gemoedstoestand Gevoelens

Aänjaagn: zich fel haasten
Agturdogtug: achterdochtig
Agturloop: veel moeite
Alturoösju: ontroering
Ambjaaänsu: stemming                        Fr ambiance
Andagtug: aandachtig
Ankurn: hevig verlangen
Barmertug: barmhartig
Bendig: nieuwgierig, hevig naar iets uitkijkend
Beu lik koedu pap: iets zeer beu zijn
Biebudoeëliengu: bijbedoeling
Bleëtn: wenen
Bliedu of blieë: blij
Blietsjhap: blijdschap
Bliekboör: blijkbaar
Bloeëtstolunt: bloedstollend
Braavu zien: braaf zijn
Brimstug: geil, bronstig
Budoeëliengu: bedoeling
Budoeëln: bedoelen
Budwieng: bedwingen
Bugoeftu: behoefte
Bukn: koppig zijn
Bukomuriengu: bekommering
Bukooöriengu: bekoring
Bukrompn: bekrompen
Bulachuluk: belachelijk
Bulang: belang
Bulangsteliengu: belangstelling
Buleedugt: beledigd
Buleeëriengu: belering
Bulemuriengu: belemmering
Buletsul: beletsel
Bumoeëdurn: bemoederen
Bunowt zien: bang zijn
Buproeviengu: beproeving
Burustiengu: berusting
Busjhaamt zien: beschaamd zijn
Busjhijdun: bescheiden
Busjhowiengu: beschouwing
Buwoöjt: scheel van de goesting (naar eten)
Da werkt op mu zilmus: dat werkt op mijn zenuwen
Dankboör: dankbaar
Deegoe: afkeer          Fr dégoût
Deeliekoöt: delikaat             Fr délicat
Dinu doeën: er niet goed van zijn
Dragtur kun sjhuufuln: erachter mogen fluiten, iets niet krijgen
Droomweirult: droomwereld
Drukdoeëndurieë: drukdoenderij
Du kituls en: gevoelig voor kriebels
Du krul kriegn: zeer hard op de zenuwen gewerkt
Dul zien: kwaad zijn
Dur geërn bie zien: er graag bij zijn
Dur me ju klaku noö sloön: op goed geluk polsen of raden
Dur nie goeët vaän zien: er niet goed van zijn
Dur tertu van iïnzien: er het hart van in zijn
Durbie kwieëln: erbij kwijlen
Durvan braakn of spuugn: er genoeg van hebben
Eeënzaam: eenzaam
Eëk weërt em: iedereen doet zijn best
Eëk zu goestu: ieder zijn wil, zijn goesting
Eemulstuvroet: zeer kwaad
Eeërlik zien: eerlijk zijn
Enuvleis: kippenvel (rilling van ontroering, van ‘t verschieten)
Ertulik: hartelijk
Espres: opzettelijk                    Fr exprès
Foeëln: voelen
Froöj zien: braaf zijn
Gamuuzeert: geamuseerd
Gintriseert: geïnteresseerd
Goestu: goesting     
Goestu en: goesting hebben
Groeën van zjaloezieë: groen van jaloezie
Guboöriengu: doen alsof, iets gebaren, veinzen
Guboejt: geboeid
Gubrookn: gebroken
Gukwetst: gekwetst
Gulukug zien: gelukkig zijn
Guneërn: amuseren
Guwoöru wordn: gewaarworden
I ju gat gubeetn zien: verbolgen zijn over iets
In du duuk: stiekem
In u vroedu koleeru sjhieëtn: koleriek reageren
In zu broek doeën: bang zijn
Intoesjast: enthousiast
Jankn: huilen als een hond
Jeun: genieten
Ju juünstu toogn: tonen dat je iets wil doen
Ju karu keeërn: van mening veranderen
Ju kasu upfretn: zich vervelen, ongeduldig zijn
Ju kazaku droöjn: van gedacht veranderen, overlopen
Ju kluts kwiet zien: van niets meer weten
Kaan al bunowt da: ik was al bang dat
Kajietn: uitschreeuwen van de pijn
Kalmtu: kalmte
Kalmu: kalm
Kanuguluk: geluk dat er voor jou nog wat overgebleven is
Ken dur gunoeg van: ik heb er genoeg van
Ken dur mu klaku vaan vul: ik heb er genoeg van
Ken dur mu kot in: ik geniet ervan
Kgo no mu kip: ik ga slapen
Koeroözju: moed          Fr courage
Kompasju: medelijden
Kontent zien: tevreden zijn                     Fr content
Kontentument: tevredenheid, voldoening           Fr contentement
Koönfjeënsju: vertrouwen   Fr confiance
Koönfort: comfort                    Fr confort
Kopug: koppig
Kriegn dur kieëkuvel van: ik krijg er kippenvel van
Kriesjhn: wenen
Ksien dul: ik ben kwaad
Kurjeus: nieuwsgierig              Fr curieux
Kurjeuzuneuzn en vraagsteërtn: nieuwsgierig zijn
Kurjeuzuteit: nieuwsgierigheid
Kutent: content, tevreden
Kuumn: niets zeggen
Kvoeëln muniegoeët: ik voel me niet goed
Kwetsboör: kwetsbaar
Kwieln: kwijlen
Kwitzoendur of: ik ben benieuwd of
Kwoöt zien: kwaad zijn
Kzien kuük: ik ben pompaf
Kzien murwu: ik ben murw geslagen
Kzien tertu of: ik kan niet meer
Kzient zo moewu lik aaängubrandu pap: ik ben het heel erg moe
Lachun: lachen
Lank gat (met u): tegen de goesting iets doen
Leeg: lui
Leegoört: luiaard
Liebur: vrij                      Fr libre
Lieburtijt: vrijheid              Fr liberté
Lieën: lijden
Lujugeit: luiheid
Malsjaaänsu en: ongeluk hebben     Fr malchance
Me ju pies in du wient stoön: verslagen, geen raad meer weten
Meegoöndu: gewillig, sympathiek
Meeleevn: meeleven
Meënsjhuluk: menselijk
Meefoeln: meevoelen
Meevoln: meevallen
Meewiln: meewillen
Meezitn: meezitten
Me tu poepurs zitn: bang zijn
Met u kleeën ertju: met een klein hartje, beschroomd
Met u lank gat: met tegenzin
Mien bobienu is of: in ben doodop
Moeë: moe
Moeëduloos: moedeloos
Moeëdurertu: moederhart
Moeëdurlieëfdu: moederliefde
Moentzieënt: we zien er tegenop
Mu zoendur kloör upstoön: het zou niet goed zijn als we dat deden
Nie va wantn weetn: nergens iets van afweten
Nis dul, zisdul: hij is kwaad, zij is kwaad
Nis/zis goeët vanertu wi: hij/zij heeft een goed hart, hoor
Nooötgudwoeng: noodgedwongen
Oedjan tgas: bereid je er maar op voor
Nu jeunt em doö: hij voelt zich daar goed
Oenaaängunaam: onaangenaam
Oenduvroet zien: heel erg boos zijn
Oeëngudult: ongeduld
Oeënguduldug: ongeduldig
Oeënguluk: ongeluk
Oeëngulukug: ongelukkig
Oeëngurust: ongerust
Oeënpusjentug: ongeduldig           Fr impatient
Oeënsjaänsu: ongeluk, tegenvallend
Oeënvrieënduluk: onvriendelijk
Oeënzeekru: onzeker
Oeërusjaänsu: veel geluk
Oentmoeëdugt: ontmoedigd
Oentroeëriengu: ontroering
Oentroeërt: ontroerd
Ofvraagn: afvragen
Ooörndul: geschift, getikt
Oovurguvoeëlug: overgevoelig
Op zu sjieku bietn: zich inhouden
Peizn: peinzen, denken  => kpeizn: ik denk
Pieëpn: schreeuwen
Pienluk: pijnlijk
Poepurs: schrik 
Poeër: pit
Preus: fier
Preus lik veeërtug: zeer fier
Pusjeënsju: geduld         Fr patience
Pusjentug: geduldig             Fr patient
Riliengu: rilling
Roesputeern: misnoegen uiten         Fr rouspéter
Rooj: last
Rooöt van sjhamtu: rood van schaamte
Roözunt van koleeru: razend van woede
Ruksju: reukje
Rutuln: misnoegdheid uiten
Seënsoösju: sensatie
Simpatiek: sympathiek
Sjaänsu: geluk, meeval                Fr chance
Sjhieë: bevlieging
Sjhien: schijn
Sjhietur: bangerik
Sjhiln: schelen
Sjhreimn: wenen
Sjhruwuln: zeer luid schreeuwen
Spietug: spijtig
Stilu: stil
Surjeus: ernstig                        Fr sérieux
Tertu durvan iïn zien: er het hart van in zijn
Tienkt mien da: me dunkt dat
Tis mo daj twit: als je het maar weet
Tis mu juustu gliek: het is mij om het even
Tis voe bie tu bleëtn: je zou erdoor wenen
Tka mu nie sjhiln: het kan me niet schelen
Toed an du rebn: het is straffe kost
Trow zien: trouw zijn
Tsloeg (d)a mu nertu: ik verschoot mu rot
Tspek a ju klooötn en: het zitten hebben, het slachtoffer zijn
Twerkt up mu zilmus: het werkt op mijn zenuwen
U noent zoet rieëkn: het was te verwachten
U sjheetu lachn: plezier hebben
U vroedu koleeru: erg kwaad zijn
Ulpuloos: hulpeloos
Up ju kinu meugun klopn: op je kin mogen kloppen, niet krijgen wat je verwacht
Up ju peërt zitn: kwaad zijn
Up ju weeroedn zien: afwachten en voorzichtig zijn
Upgulugt: opgelucht
Upguwekt: opgewekt
Upjaagn: opjagen, aanzetten tot grotere haast
Upoedn: ophouden
Upregt zien: oprecht zijn
Utwa doeën met u lank gat: iets doen tegen zijn goesting
Utwa geeëstug vieng: iets leuk vinden
Utwa meeën: iets ernstig menen
Utwieën geërn zieën: van iemand houden
Utwoö dinu van zien: ergens niet goed van zijn, ontgoocheld zijn
Uutbundug: uitbundig
Uutguloötn: uitgelaten
Uutoedn: uithouden
Uutpluuzn: uitpluizen
Uutgupluust: uitgeplozen
Van u noözu gupoept zien: haast hebben, haastig zijn
Veelu pusjeënsen: veel geduld hebben         Fr patience
Vijandug: vijandig
Voeëlboör: voelbaar
Voeëliengu: voeling
Vooörguvoeël: voorgevoel
Vooörkeuru: voorkeur
Vooörlieëfdu: voorliefde
Vooörooördeeël: vooroordeel
Vooörproevutju: voorproefje
Vooörsmaksju: voorsmaakje
Vorspelboör: voorspelbaar
Vorspeliengu: voorspelling
Vraagteeëkn: vraagteken
Vreeësuluk: vreselijk
Vriedom: vrijheid
Vrieënduluk: vriendelijk
Vriegeevug: vrijgevig
Vriejijt: vrijheid
Vriejuut: vrijuit
Vriewilug: vrijwillig
Vroegiengu: wroeging
Vroet: kwaad
Vrowunertu: vrouwenhart
Vuldoön: voldaan
Vurboöziengu: verbazing
Vurdrieët en: verdrietig zijn
Vurdwoöst: verdwaasd
Vurlang: verlangen
Vurlijdiengu: verleiding
Vuroendursteliengu: veronderstelling
Vurasiengu: verrassing
Vurneedriengu: vernedering
Vurneedurt: vernederd
Vursjhieëtagtug: die gemakkelijk schrikt of verschiet
Vursjhrikt zien: verschrikt, zeer bang
Vursmagtn: verstikken
Vurstievn: verstijven (van angst bv)
Vurvuliengu: vervulling (wens)
Vurwerkiengu: verwerking (van een tegenslag)
Vurwoendriengu: verwondering
Vurwoendurn: verwonderen
Vurwoendurt: verwonderd
Wa sjhiltur: Wat scheelt er
Walgiengu: walging
Wanoopug: wanhopig
Weënsjhn: wensen
Wijgur zien oovr utwa: zorg dragen over iets
Wit van koleeru: wit van woede
Zis nie zindlik: ze kijkt niet nauw, ze is niet kieskeurig
Zjaloeës zien: jaloers zijn
Zjaloezieë: jaloezie
Zoendu: zonde
Zu booöntjus tu weeëku legn: azen op iets
Zu gat sjhuufult: hij is zenuwachtig, op zijn ongemak
Zu jeun undur doö: ze voelen zich daar goed
Zu jeunt eur doö: ze voelt zich daar goed
Zu lipu loötn ang: ongelukkig, verdrietig zijn
Zu toopu sloön: bang zijn
Zu zit met du poepurs/sjhieturs: ze is bang

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 11: Liefde Huwelijk of andere relatie

Aaängutrowt: aangetrouwd
Aavunturtju: avontuurtje, korte vlucht uit de relatie
Afeëru: buitenechtelijke relatie            Fr affaire
Agtur utwieën zu gat loopn: altijd bij iemand willen zijn, ook als die dat niet wil
Aliementoösju: voorziening     Fr alimentation
Amang: aanhouder, lover      Fr amant
Anbidur: aanbidder
Ankurn agtur utwieën: niet zonder iemand kunnen
Anoedur: minnaar maar ook iemand die blijft aandringen => dun anoedur wint
Asan ruuzju maakn: altijd ruzie maken
Bieslaap: bijslaap
Biezit: bijzit
Broek vul goestiengu (of goestu): geil zijn
Bruuloft: bruiloft
Buturbrieftju: boterbriefje, bewijs dat men getrouwd is
Dijtn: daten, afspreken
Eereksju: erectie
Ertrown: hertrouwen
Flikur: flikker, homo
Flirtn: flirten
Fuftug joör gutrowt: vijftig jaar getrouwd, gouden bruiloft
Geërn zieën: houden van        => van utwieën, van utwadu
Goeët int bedu: goed in bed
Guluk int spil, oeënguluk in du lieëfdu: geluk in het spel, ongeluk in de liefde
Gusjhit: gescheiden
Gusjhit van taaflenbedu: gescheiden van tafel en bed
Gutrowt zien voe tgelt: niet getrouwd zijn uit liefde maar omdat de partner rijk is
I roetu zien met utwieën: een relatie hebben met iemand
Ju vint/wuuf budrieëgun: je man/vrouw bedriegen
Kapootu: condoom
Kenisun: een relatie aangegaan hebben, vrijen
Kiendurloos: relatie zonder kinderen
Kiendurweëns: kinderwens
Kloarkomn: klaarkomen, orgasme krijgen
Knufuln: knuffelen
Koedan warmu lieëfdu: koude handen, warme liefde
Kopul: koppel
Kozien: kozijn    Fr cousin 
Leeërn rieën up u noedu vielo: door een oudere (getrouwde) vrouw ingewijd worden in de liefde
Leevn lik kat e noent: slecht overeenkomen
Lekn: kussen
Lieëf: lief     
Lieëfdu: liefde       => 
Lieëfdu makt blint: liefde maakt blind
Lieëfdu up teeërstu guzigt: op het eerste gezicht
Lisbiejinu: lesbische vrouw
Luduvudu: liefdeverdriet
Met du mantul van du lieëfdu budekn: met de mantel van de liefde bedekken, vergeven
Minoöru: minnaar
Minoresu: minnares
Mitrisu: minnares           Fr maîtresse
Moku: meisje of verloofde
Monookienie: monokini
Mu lieëf: mijn lief
Mukoör geërun zieën: houden van elkaar
Mukoör misun: elkaar missen
Mukoör nie kun misun: elkaar niet kunnen missen
Munoögu: huishouden             Fr ménage
Net/zet durmee tu doeën: hij/zij heeft er een relatie mee
Net u nandru: hij heeft een andere
Neukn: neuken, de liefde bedrijven
Nie van du stroötu gugrogt: niet van de straat geraakt, (nog)nooit een relatie gehad hebben
Nis of zis nog nie van du stroötu: nog niet verloofd of getrouwd
No doeërn goön: naar een hoerenkot gaan
Od u noedu sjheuru in brandu vlieëgt: als een oudere verliefd wordt
Oedn van mukoör: houden van elkaar
Oedu lieëfdu roeëst nie: oude liefde roest niet
Oeërujaagur: hoerenjager
Oeërukot: hoerenkot
Oentrow: ontrouw, bedriegen van partner
Oentugt: ontucht
Ofmaakn: verbreken (van vrijage)
Ofspraaku: afspraak
Oftrekn: masturberen
Omelziengu: omhelzing
Oomooguuwuluk: homohuwelijk
Oörmenoörmu goön: arm en arm gaan
Oovurspil: overspel
Orgasmu: orgasme
Ovreeënkomn: overeenkomen
Palufun: liefkozen
Peenies: penis
Pieëpurn: kussen
Poepn: neuken
Pot: lesbienne
Randeevoe(tju): afspraak(je)                Fr rendez-vous
Rieku gutrowt zien: getrouwd zijn met een rijke man of vrouw
Ruloösju: relatie
Siks: sex
Sjharul: scharrel, losse verkering
Sjhatju: schatje
Sjhidiengu: scheiding
Sjhijdn of sjkheeën: scheiden
Sjhooönbroeëru: schoonbroer
Sjhooönmoeëdru: schoonmoeder
Sjhooönvoödru: schoonvader
Sjhooönzustru: schoonzuster
Sjhooten up utwieën: iemand in de gaten hebben om er een relatie mee aan te gaan
Sleep: onderste van trouwkleed dat langs de grond sleept en daarom opgeheven wordt
Smooörvurlieëft: smoorverliefd
Speelvajoögu: huwelijksreis
Stiefmoeëdru: stiefmoeder
Stiefvoödur: stiefvader
Streeëliengu: streling
Swietu: gevolg bij een chique huwelijksplechtigheid
Teegn ju zjielee trekn (utwieën): iemand aanhalen, tegen de borst drukken
Tetuzot: man die van borsten houdt
Tisof: de relatie is verbroken
Tis weeran: de relatie is er weer
Tjestug joör gutrowt: zestig jaar getrouwd, diamanten bruiloft
Toopu weun: samenwonen
Topuzot: zeer verliefd
Totju: kusje
Trow: huwelijk
Trowfeeëstu: trouwfeest
Trowfotoo: huwelijksfotoTrowkleeët: trouwkleed
Trown voe du kerku: kerkelijk huwelijk
Trown voe du wet: wettelijk huwelijk
Trowrienk: trouwring
Tugoaruweun: samenwonen
U nartnen: een stijve hebben
U noar in du butur: een haar in de boter
U noent met u noeët an: zegt men van een vrouw die er niet goed uitziet maar toch de interesse van de man opwekt
U noeëru lik u peërt: een vrouw die heel wat minnaars had/heeft
U sjheivu sjhatsu rieën: vreemd gaan
U sjhooön kopul: een mooi koppel
Up u nandur goön: vreemdgaan, scheve schaats rijden
Veuguln: de liefde bedrijven
Vint: man
Vooörspil: voorspel
Vrieguzel: vrijgezel
Vrieoözju: vrijage
Vrijn: vrijen
Vrimdu goön: vreemdgaan
Vurlang: verlangen
Vurlieëft: verliefd
Vurlooviengu: verloving
Vuroediengu: verhouding
Vuroovriengu: verovering
Vursieëriengu: versiering
Vursieërn: versieren
Vuuvuntjestug joör gutrowt: vijf en zestig jaar getrouwd, briljanten bruiloft
Vuuvuntwientug joör gutrowt: vijf en twintig jaar getrouwd, zilveren bruiloft
Wuuf: vrouw
Wuuvuzot: vrouwenzot
Zet u nandreeën: ze heeft iemand anders
Zet utwieën andurs: ze heeft iemand anders
Zis i roetu me: ze heeft een relatie met
Zjuubielee: jubileum
Zorgun voe mukoör: voor elkaar zorgen
Zot zien van utwieën: verliefd zijn op iemand
Zu lieëfdu vurkloörn: zijn liefde verklaren
Zu zien weg van mukoör: ze zijn niet meer samen                    

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 10: Gebouwen – Bouwwerken - Woningen en onderdelen ervan - Wonen

Aaänbusteediengu: aanbesteding
Agturdeuru: achterdeur
Agturkaamur: achterkamer
Agtruut: tuin of grond achter het huis
Alee: overloop               Fr allée
Alukuupu: beerput
Alupit: beerputArduun: arduin
Asaänsuür: lift                              Fr ascenseur
Baksteeën: baksteen
Balatom: balatum
Balkong: balkon
Baluustraadu: balustrade, leuning van een balkon
Batkaamur: badkamer
Beërpit: beerputBelu: bel
Biebown: bijbouwen
Biedong: beton
Biedongblok: betonblok
Biedongmeuln: betonmolen
Biedongrot: betonrot
Biegubow: bijgebouw
Bieldieng: building
Binudeuru: binnendeur
Binumeur: binnenmuur
Blaf(u)teuru: vensterluik
Boeërdurieë: boerderij
Boeërof: boerderij
Boeërofstee: hoeve
Bojlur: boiler, waterverwarmer
Boöku: balk
Bowbudrief: bouwbedrijf
Bowgroent: bouwgrond
Bowjoör: bouwjaar
Bown: bouwen
Braku: barak  => nu/zu weunt in u braku                 Fr baraque
Brantvijlugijt: brandveiligheid
Briekn: bakstenen           Fr briques
Brieku: baksteen
Briekuljong: verbrijzelde bakstenen
Brievubusu: brievenbus
Bubown: bebouwen
Buklidiengu: bekleding
Buneen: beneden
Burguruus: burgerhuis
Buteeguliengu: betegeling
Buungalow: bungalow
Buuro: studie- of werkkamer        Fr  bureau
Buutudeuru: buitendeur
Buutugeevul: buitengevel
Buutumeur: buitenmuur
Buutuvurbluuf: buitenverblijf
Buuzu: buis
Buweunboör: bewoonbaar
Buweunur: bewoner
Bwatu: brievenbus                     Fr boîte aux lettres
Dagturdeuru: de achterdeur
Dalu: de hal
Dampukapu: dampkap
Deebara: opbergruimte     Fr débarras
Dek: dak
Dekbudekiengu: dakbedekking
Derdu vurdieëp: derde verdiep
Deuru: deur
Deurugat: deuropening
Diepoo: depot
Diestriebuusju: verdeling, bezorging    Fr distribution
Doeëniengu: hofstede, huis
Doeëniengsju: kleine hofstede
Droöjtrap: draaitrap
Dubulu deuru: dubbele deur
Duuvutoru: duivelstoren
Dweësboöku: dwarsbalk
Eestu vurdieëp: eerste verdiep
Eërdiengu: aarding
Eërt: haard
Eetaazju: verdieping                    Fr étage
Eetkaamru : eetkamer
Fasoödu: gevel      Fr façade
Fondoösju: fundament        Fr fondation
Gank : gang
Garaazju : garage
Garaazjupooörtu : garagepoort
Garu: opening => du deuru stoat up u garu: voor een stuk geopend
Geevlu: gevel
Gootsteeën: gootsteen
Goözu: gas
Groent: grond
Groentwoötur: grondwater
Grooötu kuustu: de grote schoonmaak
Guliekvloeërs: gelijkvloers
Iepoteeku: hypotheek
Iezoloösju: afdeklaag, isolatie    Fr isolation
Iïrkoo: air conditioning
Ilutriek: elektriciteit
Ilutriekdroöt: elektrische draad
Ipurstu: bovenste verdieping
Kaavu: schoorsteen
Kaburdoesju: cafeetje (met rood licht)
Kaliju: klei
Karwiju: karwei
Kasien: vensterbank
Keldru: kelder
Kiendurkaamur: kinderkamer
Klienku: deurklink
Koeër: koer
Koök: kalk
Koönstruuksju: bouw, constructie       Fr construction

Kornisju of Kornisu: dakgoot
Kortsluutiengu: kortsluiting
Kuusjhiengu: grote kuis
Kuustu: kuis
Latustooörs: rolluiken
Lavaboo: lavabo
Leuniengu: leuning
Lievieng: woonkamer, living
Liftu: lift
Lijdiengu: leiding
Lugt: verlichting
Maaänsardu: gebroken dak   FR mansarde
Mazoetpit: mazouttank
Meur: muur
Netspaniengu: netspanning
Nof (du): de tuin
Nuus (u): een huis
Oedumanuus: rusthuis
Oeëngusjhikt: ongeschikt
Oenbuweunboör: onbewoonbaar
Of: tuin
Ofloop: afloop
Ofstee: boerderij
Oftrekn: afbreken (van een huis)
Ogstu vurdieëp: hoogste verdiep
Omijniengu: omheining
Oogbow: hoogbouw
Opurvlaktu: oppervlakte
Ovutju: tuintje    => u novutju: een tuintje
Paljee: overloop                Fr palier
Papier plakn: papier plakken, behangen
Plaaänsjee: houten vloer
Plafong: zoldering       Fr plafond
Plintu: plint
Plong: zekering           Fr plomb
Pit: put
Plat dek: plat dak
Pompu: pomp
Pooörtu: poort
Prieëzu: stekker

Radiatuür:  radiator, verwarmingselement            Fr radiateur
Riejooln: riolen
Riejoolu: riool
Rookmeldru: rookmelder
Ruutn: ruiten
Salamaänzjee: eetkamer   Fr salle à manger
Salong: woonkamer, zitkamer, ontvangstruimte       Fr salon
Sieteërn: waterput     Fr citerne
Sjambrang: deuromlijsting      Fr chambranle
Sjhaavulieng: schaverlingen
Sjhapstal: schaapstal
Sjheuru: schuur (voor hooi of stro)
Sjhowu: schoorsteen
Sjofaazju: verwarming                           Fr chauffage
Sjofaazjukeetlu: chauffageketel
Sjofaazjukeldru: chauffagekelder
Slapkaamur: slaapkamer
Steliengu: stelling
Stoörs: rolluiken
Stopkontakt: stopcontact
Stortbat: stortbad
Studentukaamur: studentenkamer
Sument: mortel
Teegul(s): tegel(s)
Terupapieër: teerpapier
Tirasu: terras                               Fr terrasse
Tirmoostaat : thermostaat
Toetuuzunt: bij ons thuis
Toru: toren
Trap(n): trap(pen)
Tu nuutkantu: op de buiten  
Tu nuutkantu weun: op de buiten wonen
Tuus: thuis
Tvurtrek: toilet
Twalet: toilet
Twidu vurbluuf: tweede verblijf
Twidu vurdieëp: tweede verdiep
Twiwuünstu: dubbel huis
Up du buutn weun: op de boerenbuiten wonen
Up teeëste vurdieëp: op het eerste verdiep
Uprit: oprit
Uptrekn (van huis): verdieping(en) bijbouwen
Uus: huis
Uutbreidiengu: uitbreiding
Vastgoeët: vastgoed
Ventieloösju: ventilatie     Fr ventilation
Vieërtoru: vuurtoren
Vielawiek: villawijk
Vielookot : fietsenberging
Viïnstur: venster
Viïnsturkasien: vensterkozijn
Viranda: veranda
Vloeër: vloer
Vloeërbudekiengu: vloerbedekking
Vloeërn: vloeren leggen
Vloeërvurwarmiengu: vloerverwarming
Vogtugijtsgroöt: vochtigheidsgraad
Volsjhu plafong: vals plafond
Vooördeuru: voordeur
Vooörplatsu: voorkamer
Vowtu: opkamer
Vruuzn: verhuizen
Vurandriengu: renovatie, wijziging
Vurbluuf: verblijf
Vurdieëpiengu: verdieping
Vureuriengu: verhuring
Vureurn: verhuren
Vurlugtiengu: verlichting EN verluchting
Vurpagtn: verpachten
Vurpagtiengu: verpachting
Vurtrek: WC
Vurwarmiengu: verwarming
Vurzakiengu: verzakking
Weun: wonen
Weunkaamur: woonkamer, living
Woöturkroanu: waterkraan
Woöturpit: waterput
Woöturtoru: watertoren
Wuünstu: woning
Ziedeuru: zijdeur
Zjaloezieë: vliegenraam
Zoldru: zolder
Zoomuruus: zomerhuis
Zoomurvurbluuf: zomerverblijf
Zu weun in tol van fluutol: ze wonen afgelegen op de buiten
Zulu: drempel
Zwoöjdeuru: zwaaideur

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 9: Oneerlijkheid Diefstal Misdaad

Aaängiftu doeën: misdrijf aanmelden bij de politie
Aaänrandiengu: aanranding
Aaänrandiengu up du eeërboörijt: aanranding op de eerbaarheid
Aaänslag: aanslag (op het leven van een persoon)
Aaliebie: alibi  u naaliebie en, ginaaliebie en
Agtur slot en grendul: opgesloten, achter slot en grendel
Agturvoögun: achtervolgen
Andnols brieng: kapotmaken
Andoeën: aandoen (iemand iets)
Andul in blanku slavin: handel in blanke slavinnen
Anoediengu: aanhouding
Anoedn: aanhouden
Antboejn: handboeien
Arandiengu: aanranding
Arest: arrest
Asiezunof: assisenhof
Avukoöt: advokaat
Bak: gevangenis > in du bak zitn: in de gevangenis zitten
Bandieët: bandiet
Bandieëtustreeku: bandietenstreek
Bandietiesmu: banditisme
Bankoovurvol: bankoverval
Bie du kraagu vatn: bij de kraag vatten
Bie tveeërtieënstu zetn: misleiden, bedriegen
Biegamie: bigamie, twee keer gehuwd
Binbreekn: binnenbreken
Blankoo strafblat: blanco strafblad
Blintdoekn: blinddoeken
Bloeën: bloeden
Bloeët: bloed
Bloeëtbat: bloedbad
Bloeëtproef: bloedproef
Bloeëtsjhandu: bloedschandeBlown: smokkelen
Bloözun int zaksju: blazen in het zakje, alcoholtest
Blown: smokkelen 

Boeëtu: boete
Boeëtudoeëniengu: boetedoening
Bomaaänslag: bomaanslag
Bommeldiengu: bommelding
Bomoto: bomauto
Bomoentplofiengu: bomontploffing
Brantkasu: brandkast
Brantstigtiengu: brandstichting
Brazuletn: handboeien
Budrieëgluk bankroet: bedrieglijk bankroet
Budrieëgn: bedriegen
Budrieëgur: bedrieger
Budrieëgurieë: bedriegerij
Budrijgiengu: bedreiging
Budrijgn: bedreigen
Budrog: bedrog
Budwelmiengu: bedwelming
Buken: bekennen
Bukentmaakiengu: bekendmaking
Bukentunisu: bekentenis
Buleedugiengu: belediging
Bunowt maakn: bang maken
Bunowt zien: bang zijn
Burooviengu: beroving
Busjhermdu gutuugu: beschermde getuige
Busjhermiengu: bescherming
Busjhieëtiengu: beschieting
Busjhuldugiengu: beschuldiging
Bustrafiengu: bestraffing
Butastiengu: betasting
Buteugliengu: beteugeling
Butoogiengu: betoging
Butraapn: betrappen
Buwieslast: bewijslast
Buwiezun: bewijzen
Buzwoör: bezwaar (tegen een straf)
Dagvoördiengu: dagvaarding
Deugnietrieë: deugnieterij
Dieëf: dief
Dieëfstal: diefstal
Doödur: dader
Dooötbloeën: doodbloeden
Dooötdoeën: vermoorden, uitschakelen
Dooötsbudrijgiengu: doodsbedreiging
Dooötsguvoör: doodsgevaar
Dooötsjhieëtn: doodschieten
Dooötrieën: doodrijden
Dooötslag: doodslag
Dooötsloön: doodslaan
Dooötvoln: doodvallen
Doöku: dolk
Drijgbrieëf: dreigbrief
Drugdieëlur: drugdealer
Druggubruuk: druggebruik
Drugandul: drughandel
Du keelu oovursnieën: de keel oversnijden
Dwangbuuzu: dwangbuis
Dwangsomu: dwangsom
Eeërstu aaänleg: eerste aanleg
Eeëturdoöt: heterdaad
Eerowienu: heroine
Eetoflegiengu: eedaflegging
Fliek: politieagent
Foefuln: foefelen
Foejeern: aftasten, fouilleren
Frodeern: fraude plegen
Froodu: fraude
Gangstur: gangster
Geeliengu: heling
Geltstrafu: geldstraf
Giezuliengu: gijzeling
Goözumasjhur: gasmasker
Gowdieëf: gauwdief
Grafsjhendiengu: grafschennis
Gublintoekt: geblintdoekt
Gumasjhurt: gemaskerd
Gumeeëntupoliesju:gemeentepolitie
Guregt: gerecht
Guregtuluk vurleedn: gerechtelijk verleden
Gusjhoept: gestolen
Gutuugu(n): getuige(n)
Gutuugu tun lastu: getuige ten laste

Guvang: gevangenis
Guvangunisu: gevangenis
Guvlugt: gevluchtGuwaapunt: gewapend
Guwelt gubruukn: geweld gebruiken
Ieleegaal: illegaal, onwettelijk
Ienkulbant: enkelband
In buroep goön: in beroep gaan
Kanabies: cannabis
Kasoösju: cassatie, verbreking
Kiendurregtur: kinderrechter
Klagt indieën: klacht indienen
Kloroformu: chloroform
Kluuzu: kluis
Kokajienu: cocaïne
Kokuduukn: vermoorden
Komusoörus: commissaris
Kortgudieng: kortgeding
Koruupsju: corruptie
Kwetseuru: kwetsuur
Kwoöwiluwerk: wat gedaan wordt met slechte intenties
Lastur: laster
Leuguns: leugens
Lieëgn: liegen
Liekiedeern: liquideren
Lieksjhowiengu: lijkschouwing
Loesju: verdacht    Fr  louche
Mafia: maffia
Marieguwaana: marihuana
Martuliengu: marteling
Meedupligtug: medeplichtig
Meeliburn: op sluikse manier meenemen
Meënsjhusmokul: mensensmokkel
Messteeku: messteek
Mijneet: meineed
Misanduliengu: mishandeling
Misanduln: mishandelen
Misbruuk maakn: misbruik maken
Misbruukn: misbruiken
Misdoeën: misdoen
Misdoöt: misdaad
Misdoötfielmu: misdaadfilm
Misdoötromang: misdaadroman
Misdrief: misdrijf
Misplatst: misplaatst
Mooört: moord
Mooörtaaänslag: moordaanslag
Mooörtpoogiengu: moordpoging
Mooördunoöru: moordenaar
Mosliemtiroriest: moslimterrorist
Nagtgrugtu: nachtlawaai
Neerusjhieëtn: neerschieten
Neerusteekn: neersteken
Neeruvoln: neervallen
Nootguval: noodgeval
Nootweer: noodweer
Oeëngudektu sjik: ongedekte cheque
Oeënguvoörluk: ongevaarlijk
Oeënsjhult: onschuld
Oeënsjhuldug: onschuldig

Oenbutrowboör zien: onbetrouwbaar zijn
Oendurmien: ondermijnen
Oendurweërult: onderwereld
Oentduukn van bulastieng: ontduiken van belastingen
Oentoereekuniengsvatboör: ontoerekenigsvatbaar
Oentslag uut du bak: vrijkomen
Oentsnapiengu: ontsnapping
Oentsnapn: ontsnappen
Oentsnapt: ontsnapt

Oentugt: ontucht
Oentvoeëriengu: ontvoering
Oereern: hoereren
Ofkiekn: afkijken (bij examen)
Ofpakn: afpakken
Ofpersn: afpersen
Ofpersiengu: afpersing
Ofsjhrievn: afschrijven (bij examen)
Ofslagtiengu: afslachting
Ofstrafiengu: afstraffing
Ofstrafn: afstraffen
Oftapn: aftappen (elektriciteit bvb)
Oftroguln: aftroggelen
Ofzetn: afzetten, bedriegen in geldzaken
Omsienguln: omsingelen
Omukoopn: omkopen
Ooggutuugu: ooggetuige
Oösumtest: ademtest
Oovurmeeësturn: overmeesteren
Oovurtreediengu: overtreding
Oovurvol: overval
Oovurvoln: overvallen
Opspooriengu: opsporing
Parket: parket
Patroeju: patrouille
Peënsujaagur: stroper
Pesturieë: pesterij
Piek-poket: zakkenroller
Piekn: wegpakken
Plofkraak: een geldautomaat tot ontploffing brengen
Plunduriengu: plundering
Poliesjunoent: politiehond
Poliesjuregtur: politierechter
Potju brikt, potju butaalt: wie iets breekt moet het ook betalen (ook figuurlijk)
Priesong: gevangenis
Proses: proces-verbaal
Prostietuusju: prostitutie
Purzoeënsjen up utwieën: iemand verdenken
Rijsun: racen
Reesiedieviest: residivist, iemand die in herhaling valt na een of meerdere misdrijfgevallen
Regtbank: rechtbank
Regtspraaku: rechtspraak
Regtur: rechter
Rieën oendur iïnvloeët: rijden onder invloed
Rieftju Raftju: minderwaardig, gemeen volk
Ruklaseeriengu: reclassering
Rukoönstruuksju: reconstructie
Sanksju: sanctie
Seeponeern: seponeren
Selu: cel
Sieriïnu: sirene
Sjhaakiengu: schaking
Sjantaazju: afpersing                                         Fr chantage
Sjhaaduloossteliengu: schadeloosstelling
Sjheeëfsloön: stelen
Sjhieëtn: schieten
Sjhieëtpartieë: schietpartij
Sjhoepn: stelen
Sjhoolu van vurbeeturnisu: opvoedingsschool
Sjhootn losn: schoten lossen
Sjhult: schuldSjhuldug:  schuldig
Sjhurk: schurk
Sjhurkustreekn: schurkenstreken
Slagtofur: slachtoffer
Sluukstortn: sluikstorten
Smaat: smaad
Smokuln: smokkelen
Smokuloöru: smokkelaar
Smokulwoöru: smokkelwaar
Speuroent: speurhond
Spiejonaazju: spionage
Spooörwegpoliesju: spoorwegpolitie
Stoakiengu: stalking
Stoeër doeën: stoer doen
Strafblat: strafblad
Strafboör: strafbaarStrafu: straf
Stroopurieë: stroperij
Tguregt: het gerecht
Tiroriest: terrorist
Tjoepn: stelen
Toereekuniengsvatboör: toerekenigsvatbaar
Traalies: tralies
U brantkasu kraakn: een brandkast kraken
U katju in tdoenkur niepn: een katje in het donker knijpen, iets in ’t geniep doen
U koptju klindur maakn: vermoorden, een kopje kleiner maken
U proses a ju beeën en: een proces-verbaal oplopen
U ruutu iïnsloön: een ruit inslaan
U slot forseern: een slot forceren
U strafu uutzitn: een straf uitzitten
Up du boek guzet: een bon krijgen van de politie
Up du vlugt: op de vlucht
Upang: ophangen
Upligtiengu: oplichting
Upligtru: oplichter
Upligturieë: oplichterij
Uproeërpoliesju: oproerpolitie
Upsluutn: opsluiten
Upspooriengu: opsporing
Utwadu of utwieën up ut spoor zien: iets of iemand op het spoor zijn
Uuszoekiengu: huiszoeking
Uutstel: uitstel
Vandaliesmu: vandalisme
Veedieëf: veedief
Vermooördn: vermoorden
Viengurofdruk: vingerafdruk
Vlieëgtuugkaapur: vlieguigkaper
Vlugtmisdrief: vluchtmisdrijf
Vlugtn: vluchten
Vlugtpoogiengu: vluchtpoging
Voeëtspooör: voetspoor
Volsjheit in gusjhriftu: valsheid in geschrift
Volsmuntur: valsmunter
Volsmunturieë: valsmunterij
Volsu sjik: valse cheque
Vonis: vonnis
Voöksupstant: volksopstand
Voöksvuroödur: volksverrader
Vooörarest: voorarrest
Vooöroendurzoek: vooronderzoek
Vooörtvlugtug: voortvluchtig
Vooörwoörduluku strafu: voorwaardelijke straf
Vrieloötn: vrijlaten
Vriespraaku: vrijspraak
Vurantwooördiengu moeëtn oflegn: verantwoording moeten afleggen
Vurbeurtvurkloöriengu: verbeurdverklaring
Vurdagtu: verdachte
Vurdenkiengu: verdenking
Vurduusturiengu: verduistering
Vurgeëldiengu: vergelding
Vurgeevn: vergiftigen
Vurgiftugiengu: vergiftiging
Vurgriep: vergrijp
Vurjoöriengu van u misdrief: verjaring van een misdrijf
Vurkeeërspoliesju: verkeerspolitie
Vurkragtiengu: verkrachting
Vurmoeëdn: vermoeden
Vurmooördn: vermoorden
Vurnieëliengu: vernieling
Vurnieëtugiengu: vernietiging
Vurooördeeëliengu: veroordeling
Vurooördeeëln: veroordelen
Vurooörn: verhoren
Vuroödur: verrader
Vuroödurluk: verraderlijk
Vursmagtn: versmachten
Vurvolgiengu: vervolging
Vurvolsjhun: vervalsen
Vurvolsjhiengu: vervalsing
Vurvoögn: vervolgen
Vurweërn: verweren
Vurwoeëstiengu: verwoesting
Vurwoendiengu: verwonding
Wegfrutn: wegvluchten
Wegvursperiengu: wegversperring
Werkstrafu: werkstraf
Wet:wet
Wienkuldieëfstal: winkeldiefstal
Witubooördunkriemienalietijt: witteboordencriminaliteit
Witwasjhun: witwassen (van geld)
Woöreit: waarheid
Wurgn: wurgen
Wurgiengu: wurging
Zeedunfijtn: zedenfeiten
Zeedunpoliesju: zedenpolitie
Zeëfmooört: zelfmoord
Zeëfvurdeediegiengu: zelfverdediging
Zeurun: valsspelen
Zitiengu: zitting (van gerecht)
Zjuuzju: onderzoeksrechter                        Fr juge
Zwartwerk: zwartwerk
Zweërn: zweren
Zwoöjlugt: zwaailicht van de politieauto of van de ziekenwagen

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Bertn en Juultn weeruki nie akooört

Uuzu twi Westendunoörs zien du bestu vrieëndn, mor oön zu mukoör zieën in undur stamkafee, toen istur altiet wel u noendurwerp woroovur daan zu, zogtu guzeit, nie akoort zien.

Van deezu ki wast foetbal. Bertn, dadenk al dikwils guzeit, is u negtu blown ent got dus nieëmant vurwoendurn datn suuportur is, mo ton u neevugun, van du kluup van Brugu. E nu moedut tog we  lukn zeekr, Juultn zweërt bie Kaa Vee Oo (KVO).

Bertn: e ju du matsj van du kluup teegn Monako guzieën? 0-4, ee. En zu zegun toe nog datundur bestu matsj nie guwist et. Daan zu beetur kun. Zu mistun ook nog u poör baasiesspeelurs: oe eeëtn zook weeru? Ik kun die vrimdu naamun mo nie oentoedun.
Juultn: Kwildunt juustu zegn, Bertn, oeveelu Belgun speelundur nog mee bie du kluup? Eeën up driëe? KVO zet voral in up joengu gastn. Zoopn dan zu zu toenu voe veelu gelt kun vurkoopn.

Bertn: Foetbal is u geltspil guwordun, ee. En daan zu mor upletn, met al da gufoeful deur maakuloörs. Du suuporturs kriegun dur gunoeg van en zu zoen wel u ki kun ofaakn. Aloewel, somigu eën dur alus voer oovur en zu wordun geërn budroogn..

Juultn: Ja, ju moe ju ki vooörnsteln oeveelu dadu u goeju speelur pur joör vurdieënt.
Lombaarts van KVO zoedu u mieljoeën euro pur joör vurdieën. E wadetn al gupristeert? En da briengt mee daan zu giïn gelt en om undur ploeg tu vursterkn. U sjhooönu erfunisu van Koeku, ee!

Bertn: E jook guleezun daan somugu speelurs int buutulant, gulik PSG, nu speesiaalu preemies ijsun voe van alus e nogwa. Nejmaar vurdieënt pur joör 30 mieljoeën euro, mo doö boovunup vraagtn 375.000 pur moönt om agtur u wetstriet tu wiïln in zu nan klakn voet puubliek (!!!). 

Mbappe ijstu u (guwijgurdu) prieveedjit van du kluup, mo nu kriegt wel 30.000 euro pur moönt om zien pursoonluku staf tu butaaln. Net u nuusoedur, u sjofuür en u bodiegaart.
Juultn: go weg gie, sjhandaalug, vraakroepunt, noemu kik da!

Bertn: mo nuu weeru oovur Ostendu; Tis nie vet, ee, nuu da Koeku doö weg is? Nu doet ut nuu bie u grooötu kluup, dun Andurlegt, mo da sjhient nie zo goeët tu lukn. Misluktu traansfiïrs, wort ur buweërt! Nu zieën zu zeëfs al uutgusjhaakult voe du nEuroopa Lieëg. Die napoteekur dreigt doör up zien bek tu voln.
Juultn: Nie vet, nie vet, dat is nie woör, ee. Medundur buperktu miduln stoön zu tog nog goeët in du rangsjhikiengu.


Bertn: Du Kluup e zu tog ofgutroeft me vieru nul en met eeën tweeë, ee. Vurijun, Van dur Elst en Broos buleevn doö nu undru maagru joörun en zu zien nog veru van guret, ee.
Juultn: Wa zeg ju gie nu, Bertn. Zu komn dur we deuru, wi! Kzieën zik nog Plijof eën speeln.

Bertn: meen ju gie dadu, Juultn, ju moe tog u bitju surjeus bluuvn. Oönzu nie beetr wordun, speeln zu tnoöstu joaru in deërstu amatuürklasu.
Juultn: tis gumakuluk voe Brugu. Zu sjhuumn aal du ploegun of en trekn dur aal du bestu speelurs weg: Riets, Sjhrijvurs, Mata, Reezaj… En zu kun undur pirmieteern om oogu looön tu butaaln. En dikwils is da voe speelurs uut toostblok of uut Afrieka of uut Brazielju. Zu zien ziedur dorom nie aaltiet beetru dan uuzu ijgun jeugtspeelurs, mo duuzu wordun dodeuru du weg no du top ofgusneen. Of musjhieën wordun zu subiet nog u nolaansjhu ploeg. Me Vormur, Dinsweil en Danjoema bugint datur nu al op tu gliekn.
Eën zu moeëtn upletun dadundur bojtjus nog roent undur neku kun. Zeën voer agt daagun up staazju guwist no du woestienu van Qatar en da kostu mor eevuntjus 125.000 euro. Ochoörmu, du dutsjus kun zeekur nie teegn du koedu? Of was Spanju nie luuksuweus gunoeg? Agtur da ju zo gupampurt guwist et, ist normaal daan zut oendur undur weërdu vieng van undur in tu span teegn Waaslant-Beevurn of teegn Zultu-Woörugem of Sjarlurwa.

Bertn: Tis nu gunoeg, ee Juultn, kzieën al da ju weeru gliek wilden. Zeg lieëvur u ki wataju vient van Vanaakun? Is da gin suupurkrak? Net du goedn sjhoeë vastu ee? Kvien da Kluup Brugu teegunwooördug eën van du bestu kluubs van Euroopa is. En kampjoeën wordun zu zeekru. Da ploegsju uut Limburg godundur nie teegunoedn.
Juultn: Wablief? Dovooörn goön zu nog veelu stuutn moeëtn eetn, wi.
Bertn: Tis geen klapn an, gloovunk. Lat uus mor uuzu pientu uutdrienkun. Santee!

 

VERTALING

Bertn en Juultn weer eens niet akkoord

Onze twee Westendenaars zijn de beste vrienden, maar als ze elkaar treffen in hun stamcafé, dan is er altijd wel een onderwerp waarover ze het, zacht uitgedrukt, niet eens zijn.

Deze keer was het voetbal. Bertn, zoals al vaak gezegd, is een echte blauwe en het moet dus niemand verwonderen dat hij een supporter is, maar dan een hevige, van de club van Brugge.
En nu moet het toch wel lukken, zeker, Juultn zweert bij KVO.

Bertn: heb je de match van de club tegen Monaco gezien? 0-4, hé. En dan zeggen ze nog dat het niet hun beste match geweest is. Dat ze beter kunnen. Ze misten ook nog enkele basisspelers, hoe heten ze ook weer? Ik kan die vreemde namen maar niet onthouden.

Juultn: Ik wou het juist zeggen, Berten, hoeveel Belgen spelen er nog mee bij de club? Eén op drie? KVO zet vooral in op jongeren. Ze hopen die dan voor veel geld te kunnen verkopen.

Bertn: Voetbal is een geldspel geworden, hé. En dat ze maar opletten, met al dat gefoefel door makelaars. De supporters krijgen er genoeg van en ze zouden wel eens kunnen afhaken. Alhoewel, sommige hebben er alles voor over en worden graag bedrogen.

Juultn: Ja, je moet je eens voorstellen hoeveel een goeie speler per jaar verdient. Lombaerts van KVO zou een miljoen euro per jaar verdienen. En wat heeft hij al gepresteerd? En dan hebben ze geen geld om hun ploeg wat te versterken. Een mooie erfenis van Coucke, hé!

Bertn: Heb je ook gelezen dat sommige spelers in het buitenland, zoals PSG, nu speciale premies eisen voor van alles en nog wat?  Neymar verdient per jaar 30 miljoen euro, maar daar bovenop vraagt hij 375.000 per maand om na een wedstrijd te willen applaudisseren voor het publiek (!!!). 
Mbappe eiste een (geweigerde) privéjet van de club, maar hij krijgt 30.000 euro per maand om zijn persoonlijke staf te betalen. De aanvaller heeft een huishouder, een chauffeur en een bodyguard.

Juultn: Ga weg, jij…schandalig, wraakroepend, noem ik dat!

Bertn: maar nu weer over Oostende. Het is niet vet, hé, nu Coucke daar weg is? Hij doet het nu bij een ‘grote’ club, maar dat schijnt niet zo goed te lukken. Mislukte transfers, wordt beweerd! Nu zijn ze zelfs al uitgeschakeld voor de Europa League. Die apotheker dreigt daar op zijn bek te vallen.

Juultn: Niet vet, niet vet, dat is niet waar, hé. Met hun beperkte middelen staan ze toch nog goed in de rangschikking.

Bertn: De Club heeft ze toch met 4-0 en 1-2 afgetroefd, hé! Verheyen, Van der Elst en Broos beleven daar nu magere jaren en ze zijn nog ver van gered, hé.

Juultn: Wat zeg jij nu, Bertn? Ze komen er wel door, hoor! Ik zie ze nog Playoff 1 spelen.

Bertn: meen je dat, Juultn, je moet toch een beetje ernstig blijven. Als ze niet beter worden, spelen ze volgend jaar in de Eerste Amateurklasse.

Juultn: het is gemakkelijk voor Brugge. Ze schuimen al de ploegen af en trekken er al de beste spelers weg: Rits, Schrijvers, Mata, Rezaei… En ze kunnen zich permitteren om hoge lonen te betalen. En dikwijls is dat voor spelers uit het Oostblok of uit Afrika, of uit Brazilië. Die zijn daarom niet altijd beter dan onze eigen jeugdige spelers, maar die worden daardoor de weg naar de top afgesneden. Of misschien worden ze straks nog een Hollandse ploeg. Met Vormer, Denswil en Danjuma begint het er nu al op te gelijken.
En ze moeten opletten dat hun truitjes nog rond hun nek kunnen. Ze gingen voor acht dagen op stage naar de woestijn in Qatar en dat kostte maar eventjes 125.000 euro. Och heere, de dutskens kunnen zeker niet tegen de kou? Of was Spanje niet luxueus genoeg? Het is niet onlogisch dat ze het na dergelijke ‘pampering’ beneden hun waarde vinden om zich in te spannen tegen Waasland-Beveren of tegen Zulte-Waregem of Charleroi.
Bertn: Het is nu genoeg, hé Juultn, ik zie al dat je weer gelijk wil hebben. Zeg liever eens wat je van Vanaken vindt? Is dat geen super crack? Hij heeft de gouden schoen vast, hé? Ik vind dat Club Brugge tegenwoordig één van de beste clubs van Europa is!  En kampioen worden ze zeker. Dat ploegje uit Limburg zal hen niet tegenhouden.

Juultn: Wablief? Daarvoor gaan ze nog veel boterhammen moeten eten, hoor.
Bertn: Er is geen praten aan, geloof ik. Laten we maar onze pint uitdrinken. Santé!

Bron
https://www.hln.be/de-krant/club-brugge-overwintert-in-hotel-van-133-miljoen-euro-125-000-voor-8-dagen-qatar~a4f14e4a/

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 8: Eetwaren Snoep - Vis Vlees

Snoep
Boel du birleën: berlinerbol                 Fr boule de Berlin
Buturkoekn: boterkoeken
Buturkoeku: boterkoek
Deeliekatisu: lekkernij                    Fr délicatesse
Druuvusuukur: druivensuiker
Flambeerun: flamberen, doen branden van een gerecht door het met sterke drank te overgieten en aan te steken
Fondangsjokla: fondant chocolade
Frieskoo: frisco
Karamilu: karamel, bruin gebrande suiker
Kriïmtju: ijsroom                             Fr crème
Latu sjokla: regel chocolade
Lek(u)stok: stok met zoete lekkernij
Luku: Nieuwjaarswafel
Masuping: marsepein
Moejki lekn a mu kriïm: wil je eens likken aan mijn ijsroom

Muulumaakur: zure zuigstok
Muuzustroentjus: chocolade hagelslag
Neegurinutetn: negerzoen, schuimzoen
Nunubilu: vleesje
Ofzuugn: afzuigen
Podienk: pudding
Poözij: Paasei
Pralienu: praline
Reegul sjokla: reep chocolade
Riestartju: rijsttaartje
Sjhuum van sjheetu: merengue, eiwitschuim
Sjiekongs: witloof
Sjiekubak: kauwgomautomaat
Sjokla of sjokloötu: chocolade
Sjoklakafju: chocoladekoffie
Sjoklaletur: chocolade in de vorm van een letter
Sjoklameëk: chocolademelk
Smoefuln: snoepen
Smoefloöru: die graag en veel snoept
Smoetboln: oliebollen
Smoetbolu: oliebol
Sneukuln: snoepen
Sneukuloöru: iemand die graag snoep en smult
Snoepgoeët: snoepgoed
Snoepurieë: snoeperij
Speekuloösjukoeku: speculaas
Speku: een snoepitem
Spekumuulu: iemand die graag snoept
Spekupapiertju: papiertje rond snoep
Spekuwienkul: snoepwinkel
Spekn: snoep
Stuutudoozu: boterhammendoos
Stuutn breeën: boterhammen smeren
Stuutn smeërn: boterhammen smeren
Suukurbooönu: suikerboon
Suukurspinu: suikerspin
Tjieps: aardappelchips
Toörtu: taart
Vanielu: vanille
Vanielu-ies: vanille-ijs
Vanielusuukur: vanillesuiker
Vanielutartju: vanilletaartje
Zeurumuulu: zuurmuil
Zoeëtukoeku: peperkoek
Zoeëtustok: zoetstok


Eetwaren     Vis

Ansjovis: ansjovis
Dikoptju: dikkopje (niet eetbaar)
Eedulbut: heilbot

Fielee: vis ontdaan van de graten
Forelu: forel
Gernoörs: garnalen
Goetvis: goudvis (niet eetbaar)
Grieëtu: griet
Groötn: graten (niet eetbaar)
Groötu: graat
Gulu: gul
Kabuljow: kabeljauw
Knoroönu: knorhaan
Koolvis: koolvis
Krabu: krab
Krabukookur: krabkoker
Krabupooötn: krabbenpoten
Kriftu: kreeft
Langoestien:  Noorse kreeft, kleine zeekreeft              Fr   langoustine
Makreeël: makreel
Musul: mossel
Musuls: mosselen
Oeësturs: oesters
Oöju: haai   
Oörienk: haring
Paalieng: palingen
Paalienk: paling
Peekulnoörienk: pekelharing
Peurkork: kurk gebruikt bij het vissen (peuren) (niet eetbaar)
Ploötu: pladijs
Poosju (vis): hoeveelheid gevangen vissen
Rochu: rog
Rochuvlerku: vleugel van de rog
Rolumops: rolmops
Sardien: sardienen
Sardienu: sardine
Sjheëpu: schelp

Sjheluvis: schelvis
Sjheërmesju: scheermesje
Sjhuln: schollen
Sjhulu: schol
Skampies: scampis
Sprot(n): kleine vis(jes)
Steekuvisju: stekelbaars
Terubut: tarbot
Toengn: tongen
Toengsju: een kleine tong
Toengu: tong
Tonejn: tonijn
U noöju: een haai
Vesjhu vis: verse vis
Vislieëfebur: visliefhebber (niet eetbaar)
Vispanutju: vispannetje (niet eetbaar)
Vispersu: hengel
Visristorang: visrestaurant
Wietienk: wijting
Wuloks: zeeslakken
Zalmu: zalm
Zeeëduuvul: zeeduivel
Zeeëperutju: zeepaardje

Eetwaren    Vlees

Amburgur: hamburger
Antrukoot: tussenribstuk                  Fr entrecôte
Baarbukjoe: barbecue, vleesrooster
Beeënespu: beenhesp
B
iefstik: beafsteak, biefstuk
Blaankit du voo: kalfsblanket          Fr blanquette de veau
Blindu vienkn: blinde vinken
Bloeëlienk: beuling of bloedworst
Boeletu: gehaktbal                                    Fr boulette
Boeletn: gehaktballen
Boelie: soepvlees                            Fr bouillie
Boeërupatee: boerenpaté
Bolutjus in tomatusowsu: balletjes in tomatensaus
Brosjitu: klein braadspit                    Fr brochette
Eeëndubost: eendenborst
Espu – gukokt of gurokt: gekookte of gerookte hesp
Espuwostu: hespenworst
Fieli ameeriekeën: filet américain
Foönduu: vlees gaar maken in hete olie     Fr fondu
Gin spieëru vet: niet het minste vet (aan vlees)
Goelasj: goulash (Hong), stoofvleesgerecht
Gukapt (vlees): gehakt
Gukaptbolutjus: gehaktballetjes
Gureegult: spek met vet
Iskalopu: dun schijfje of lapje van vis, vlees of gevogelte         Fr escalope
Kieëkubilutjus: kiekenbilletjes
Kieëkubost: kiekenborst
Kieëkuvleuguls: kiekenvleugels
Koejugukapt: rundsgehakt
Koejuleevur: rundslever
Koejuvleeës: rundsvlees
Koeskoes: couscous, N-Afrikaans gerecht op basis van gierst meestal met vlees en/of groenten
Kokiejus: gevulde visschelpen       Fr coquilles saint-jacques
Koöfvleeës: kalfsvlees
Koövugukapt: kalfsgehakt
Koövuleevur: kalfslever
Koövuniertjus: kalfsniertjes
Koövuragoe: kalfsragoût
Koövusjnietsul: kalfschnitzel
Koövutoengu: kalfstong
Koövuzweezuriek: kalfszwezerik
Kordoön bleu: stukje opgerold kalfsvlees gevuld met ham en kaas en vervolgens gepaneerd                    Fr cordon bleu

Kortletu: kotelet, varkensrib      Fr côtelette
Kriïmpatee: crèmepaté
Lasanju: ovengerecht bestaande uit lagen deeg en een vulling        It Lasagne bolognese
Leevur: lever
Leevurwostu: leverworst
Loempieja: loempia
Lookwostu: lookworst
Mergpuupu: mergpijp
Mutsu: maag van het varken
Niertjus: niertjes
Osusteërt: ossenstaart
Patee: pastei                                                            Fr pâté
Ragoe: ragout, eerder gegaarde stukjes gesneden vlees, gevogelte of vis in een gekruide saus        Fr ragoût
Rebutjus: ribbetjes
Rolaadu: rollade
Rookwostu: rookworst
Rosbief: rosbief
Rowelu: stuk vlees van het varken
Ruumstik: rumsteak
Salamie: salami
Sjarkuutrieë: vleeswaren verwerkt in worst, …   Fr charcuterie
Sjhaapukortletu: schapenkotelet
Sjhaapuvleeës: schaapsvlees
Sjharulkieëkn: scharrelkieken
Sjhelu spek: schijf spek
Sjhoeërespu: schouderhesp
Sjnietzul: schnitzel (wiener-, jäger-)
Smoet: smout
Smoetkuupu: smoutkuip
Soepuvleeës: soepvlees
Sosiesn: worsten
Spek
Spieëru: klein stukje 
Stik oo pwaavru: pepersteak                   Fr steak au poivre
Tartaar: rauw rundsvlees opgediend met een rauwe eierdooier              Fr  tartare
Tjiepolaata: chipolata
Toespiezu: toespijs
U baarbukjoeë: een barbecue
U sosiesu broön: een saucis braden
U wostu broön: een worst braden
Utsupot: hutsepot
Vesjhu sosiesun: verse wordten
Vetu dermus: dikke darmen van het varken
Veugulnesju: vogelnestje
Vleeës: vlees
Vleeëskeuriengu: vleeskeuring
Vleeësmeuln: vleesmolen
Vleeësvurwerkiengu: vleesverwerking
Vleeëswoörun: vleeswaren
Vleeëswostu: vleesworst
Wostu: worst
Zwienugukapt: varkensgehakt
Zwienuleevur: varkenslever
Zwienuvleeës: varkensvlees

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 7: Eetwaren Maaltijden

Aavunteetn: avondeten 
Agtursmaksju: nasmaakje
Andjoeënsoepu: ajuinsoep
Artgukokt: hard gekookt (ei bijvoorbeeld)
Asperzjusoepu: aspergesoep
Azien: azijn
Bangket: banket
Bestu butur: hoeveboter
Binspeeln: binnenspelen
Blomu: bloem
Boeërubrooöt: boerenbrood
Boeërubutur: boter gekarnd in de boerderij
Boeërukost: boerenkost
Boögvuliengu: alle mogelijke eetwaren
Booön in tomatusowsu: bonen in tomatensaus

Booönusoepu: bonensoep

Botram: boterham
Boerukoolu: boerenkool

Broön: braden
Brooön: broden
Brooöt: brood
Brooötpudienk: broodpudding
Bruunbrooöt: bruinbrood
Bureidiengu: bereiding
Busjhuutu: beschuit
Butur: boter
Buturkoeku: boterkoe
Buturstuutu: boterham gesmeerd met boter
Buvooöroödiengu: bevoorrading
Buzienkn: bezinken
Dagsjhutul: dagschotel
Deeëgwoörn: deegwaren
Deurbakn: doorbakken
Dikudeëvur: die veel eet           
Disiïr: dessert
Ditn en datn: dadels
Dopn: nat maken (boterham of suikerklontje in koffie)
Doru van u neij: eierdooier
Eetboör: eetbaar
Eetn lik u dikudeëvur: (te) goed kunnen eten

Eetn voe ju naavunt: het avondeten tot zich nemen
Eetn voe ju noeënu: het middagmaal tot zich nemen
Eetn voe ju nugtunt: het morgenmaal tot zich nemen

Eetnstiet: etenstijd
Eetnseuru: etensuur
Eetuluku woöru: eetwaar
Eetwoöru: eetwaar
Erwitsoepu: erwtensoep
Freetn: vreten

Fretn: vreten 
Frietn: frieten
Gaptjus: hapjes
Geeëtukoös: geitenkaas
Gloözn putatn: glazen, slechte aardappelen
Goelasjsoepu: goulashsoep

Gukokt of gurokt: gekookt of gerookt
Groeënsulsoepu: groentesoep
Gubakn putatn: gebakken aardappelen
Gukoktu putatn: natuuraardappelen
Gustamtu putatn = puree
Gukokt ij: gekookt ei
Guroktu noörienk: gerookte haring
Gusmuisdu putatn: puree, gestampte aardappelen
Iïnsjhienkun: inschenken
Iju botn sloön: binnenspelen
Joegoert: youghourt
Ju boög vuln: zeer veel en gulzig eten
Kasju: korstje
Kastu van u brooöt: korst van een brood   => van kastn groejn dur gastn: men moet ook de korsten van het brood opeten,  
Kerumeëk: karnemelk
Kerupap: pap van karnemelk

Kieëkusoepu: kiekensoep
Klak: goeie schep    
Kmeugunt: ik lust het
Koös: kaas        
Koedu plaa: koude schotel
Koekustuutn: rozijnenbrood
Koekustuutu: boterham van krentenbrood
Koeviîr: eetgerief, vork, lepel en mes
Kompot: zoete moes van gekookt fruit en suiker            Fr compote
Krebu bietn: armoedig eten
Kriftusoepu: kreeftensoep 

Kruumul: kruimel
Kriïm frisj: slagroom
Kroetong: dobbelsteentje broodkruimel gebakken in boter          Fr croûton
Legtur ju kop bie: eet dan niet als je niet wil
Loötn anbran: laten aanbranden
Maaltiet: maaltijd
Maseedwan: mengeling van klein gesneden groenten of fruit        Fr macédoine
Mostoört: mosterd
Mu beër grolt: ik heb honger
Neutu van sjhoödu: muskaatnoot
Noëenuteetn: middagmaal
Nugtunteetn: morgenmaal 
Nutjus: noten
Oetbakn: oudbakken
Oengur: honger
Oengur en lik u peërd: grote honger hebben
Oengur lieën: honger lijden
Omuletu: omelet
Omuroeërn: omroeren
Oörmumensjhunkost: goedkope, te sobere maaltijd
Orduüvru: voorgerecht   Fr hors d’oeuvre
Panukoekn: pannenkoeken
Patatn ofpeurn: aardappelen afgieten
Pateetju: gebakje
Peën fraänsi: Frans brood  Fr pain français
Peërdoogu: spiegelei
Piestolee: klein broodje          Fr pistolet
Plaa: schotel
Platu koös: platte kaas
Pompoeënsoepu: pompoensoep
Potsuukur: bloemsuiker, poedersuiker, cassonade
Poteetn: warme maaltijd, middagmaal
Pretsoepu: poreisoep
Putatn: aardappelen
Putatn met du peelu: pelaardappelen
Puudubiln: kikvorsbillen
Reegiemn: diëten
Ries: rijst
Ristorang: restaurant
Rooökools me sosiesn: rode kolen met worst
Roomsoepu: roomsoep
Santwiesju: sandwiche
Savoojkoolu: savooikool
Sieroopu: siroop
Sjapuluuru: paneelmeel       Fr chapelure
Sjhelu (espu of koös): schijf hesp of kaas
Sjheln: schillen (aardappel, appel, …)
Sjhuum van sjheetu: opgeklopt eiwit
Sjokoo: chocoladepasta
Sjoklakafju: chocolademelk
Smaksju: smaakje
Smeëkn: smelten
Smeërkoös: smeerkaas
Smeërn: smeren
Smekn: geluid maken bij het eten
Smeuzun: pletten (aardappelen bvb)
Smoefloöru: die graag eet
Smoet: reuzel, smout
Smoetstuutu: boterham gesmeerd met smout
Soepu: soep    => erwitsoepu,  
Soepukieëkn: soepkieken
Soepuvleeës: soepvlees
Soetasu: ondertas    Fr sous-tasse
Sowsu: saus
Spagitie: spaghetti
Stoemp: hutsepot
Stoofkarbonaadn: stoofkarbonaden
Sturtn: morsen
Stuutu: boterham
Stuutudoozu: doos voor/met boterhammen
Stuutu brein: boterham smeren
Stuutu me koanfuteuru: boterham met konfituur
Stuutun smeërn: boterhammen smeren
Suukur: suiker
Teetn is greeët: het eten is klaar
Tis van lekmuliptju: het is lekker
Toespiezu: beleg op brood
Toet an du rebn: het is degelijke kost
Tomatusoepu: tomatensoep
U klak majoneizu: een grote lepel of vork mayonnaise 
U sjhelutju koös: schijfje kaas
U stiksju koös: een stukje kaas
Up du goözu: op het gasvuur
Up u kleeën viertju: op een klein vuurtje
Upwarmn: opwarmen
Utsupot: hutspot
Uutoengurn: uithongeren
Ves: vers
Vesjgeit: versheid
Vetu dermus: vettu darmen

Veuguls zoendur kop: vogels zonder kop, blinde vinken
Vissoepu: vissoep
Vissowsu: vissaus
Voeëdiengu: voeding
Voetsul: voedsel
Voetsulbureidiengu: voedeselbereiding
Voetsulvurgiftugiengu: voedselvergiftiging
Voetsulvurwerkiengu: voedselverwerking
Vooörguregt: voorgerecht
Vooörroöt: voorraad
Vooörroötkasu: voorraadkast
Vooörsmaksju: voorsmaakje
Vooörvurwarmiengu:voorverwarming
Vuliengu: (op)vulsel
Vuroengurn: verhongeren
Vurteërn: verteren
Vurzeurn: verzuren
Witloofsoepu: witloofsoep
Workulsoepu: wortelsoep
Zatu: tas, kom (koffie)
Zeeëm: honing
Zerpu: zure (smaak)
Zeur: zuur
Zogtugukokt: zachtgekookt
Zoeëtu: zoet
Zoet: zout
Zoetmienu: zoutmijn

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Woordenlijst Nr 6 Lichaam – Uiterlijke kenmerken Onderdelen Uitwerpselen Toestand

Andn: handen
Ant: hand
Baarmoeëdru: baarmoeder
Bakuboördn: bakkebaarden
Beeën: been, benen
Bekof: zeer moe
Bekoör: licht krullend haar
Biburn: bibberen
Bieërbuuksju: bierbuikje, dik buikje door alcoholgebruik
Biezieëndu: bijziendu
Bilu: bil
Blindudermu: blindedarm
Bloeët: bloed
Bloentoör: blond haar
Bloent(u): blond(e)
Blooöt: bloot
Blooötu pekuls: blote voeten
Bloözu: blaas
Boeëzum: boezem
Boksursneuzu: boksersneus
Boluwoördu: bewusteloos
Boög: lichaam
Boört: baard
Boörtgroej: baardgroei
Bost: borst
Bostn: borsten
Braakn: braken
Braksul: braaksel
Briln: een bril dragen
Bubul: bobbel
Bultu: bult
Buuk: buik
Buuksju: buikje
Buukspieërn: buikspieren
Buukunaful: navel(ju)
Buukupit(ju): navel
Buukvlieës: buikvlies
Buzwit: bezweet
Dermu(s): darm(en)
Duum: duim
Duumunaagl: duimennagel
Eësuns: hersenen
Elupuupu: elleboog
Elutuutju: elleboog

Ertu: hart
Ertuklepu: hartklep
Fabriezun: bakkebaarden
Fasn: bakkebaarden
Fientug: tenger, mager
Flapooörn: grote wijdstaande oren
Fokutan: tanden die fel naar voor staan
Galubloözu: galblaas

Gat: achterste
Gildug: stevig, dik
Goeët vorzieën van pooötn en ooörn: met volle boezem
Griesdu: grijze (van haar)
Griesdoör: grijs haar
Gusjheetn en guspoogn: gelijken op elkaar als twee druppels water
Guspoogn en gubrakt: goed gelijken op
Ieëlu: hiel

Ienkul: enkel
Iïn ju viengur gusneen en: een wind gelaten hebben
Iïn zu blooötu flikur: in zijn blootje
Jukstu: jeuk
Ju patatun ofgieëtn: wateren
Junertu: je hart
Kaaku: kaak

Kaksju: uitwerpsel bij stoelgang
Kakn: stoelgang maken
Katulam: zeer moe
Keelugat: keelgat
Kegu: grote neus
Keunubloözu: konijnenblaas, kleine blaas
Kietu: kuit
Kinu: kin
Klepu: mond
Kletsukop: kaalkop
Klooötn: kloten, teelballen
Kmoeëtn no bagtn: ik moet naar het toilet
Knoeëzul: enkel
Koentu: achterwerk

Koturn: peuteren (in de neus bvb)
Krabul: kwetsuur door gekrab
Krootn: neuskreutn
Krulu: haarkrul
Kruloör: krulhaar
Kruln: haarkrullen
Kutul: keutel
Kwieëln: kwijlen, speeksel uit de mond lopen
Leen: lenden
Leënzu: lens
Lieësjhu: lies

Lief: lijf
Lienksandug: linkshandug
Lik uut u doosju komn: er goed en verzorgd uitzien
Lipu: lip
Loengn: longen
Loengu: long
Maagduvlieës: maagdenvlies
Maagu: maag

Makiejoözju: maquillage
Meëktant: melktand
Miezaampli: soort haartooi        Fr mise en plies
Mimoorju; geheugen
Mismakt: mismaakt
Misvormiengu: misvorming
Mochul: fluim
Moeëdurvleku: moedervlek
Moendoek: mondhoek
Moent: mond
Moentwoötur: mondwater
Moestasj: snor
Muulu: muil
Naful: navel
Neku: nek
Netvlieës: netvlies
Neupu (u): een heup
Neuzu: neus
Neuzugoötn: neusgaten
Nieëru: nier
No bagtn goön: naar toilet gaan

Nu komt toetan mu sjhoeëru: hij is zo groot als mijn schouderhoogte
Oendurrik: onderrug
Ofgank: afgang, diarree
Ofgoön: afgaan
Ofsjheërn: afscheren
Ofslankn: afslanken

Ofslankiengu: afslanking
Oödurs: aders
Oogbloent: hoogblond, ros

Oönzigtu: aangezicht

Ooörklepn: oorkleppen
Ooörn en lik talooörn: oren zo groot als teljoren
Oörsprij: haarspray
Oöru: oor
Oösum: adem
Oözulipu: hazenlip
Orgoön: orgaan

Oör: haar
Oör volt uut: haar valt uit
Oörmu: arm
Otuntot: ottentot, klein ventje

Peënsu: pens, buik

Peezu: pees
Pienksju: pinkje
Piesoogsjus: kleine oogjes (vb bij een drankkater of na te weinig slaap)
Piestukietn: magere bleke kuiten
Pisu: urine
Poeptju boovn deërdu: klein van gestalte
Poepu: achterste
Poepunolutju: achterste van een klein kind
Puustu: puist
Puustju: puistje

Puustumuulu: met puisten en/of zweren in het gezicht
Rebu: rib
Rebukasu: ribbenkast
Regtsandug: rechtshandig
Rik: rug

Rompuls: rimpels
Rostu: ros van haar
Rostu teevu (u): een roodharige vrouw
Rostun: roodharige man
Rostoör: ros haar
Rutuln van du koedu: rillen van de kou
Ruuzul: zeer doof
Sjhartn: krabben (wo dat jukt: waar het jeukt)
Sjhartuln: krabben
Sjheeln: schele
Sjheetu: scheet, wind
Sjhermienkul: lelijk mens
Sjhoeërs: schouders
Sjhoeëru: schouder
Sjhooönu: schoon
Sjhooönugeit: schoonheid
Sjmienkn: schminken

Slagoödur: slagader
Sliekuvet: zeer dik
Slokdermu: slokdarm
Smiekul: aangezicht
Snotukeësu: lopende neus
Spieëru: spier
Spletu: spleet, haarscheiding

Spuug(sul): speeksel

Staakustief: zo stijf als een staak
Steeënmoeë: zeer moe
Stokudoof: stokdoof
Streusjhu vint: een struise vent
Stroent: stront
Tendunoösum: buiten adem
Tetn: borsten
Tgatof: uitgeput
Tis lik u noedu petu: hij ziet er uit als een oud mannetje

Toengu: tong
Tootu: gezicht
Trutu: vagina
Trutulap: maandverband

Tu leeëlik om/voe teëpn dundurn: zeer lelijk
U grooötu lanteërn met u kleeën lugtju: alleen uiterlijk groot maar innerlijk  klein
U nant: een hand
U sjhoöonu moku: een mooi meisje
U snelu poeëzu: een mooie vrouw
Uuturluk: uiterlijk
Va ju zeëvn voln: bewusteloos worden
Variezn: spataders      Fr varice
Vel: huid

Viengur: vinger
Voeëtzeulu: voetzeul
Vooörkomn: voorkomen
Vooörooft: voorhoofd
Vooörtant: voortand
Vratu: wrat
Vrowubost: vrouwenborst

Vrugtboör: vruchtbaar
Vurdikt: verdikt
Vurmaagurn: vermageren
Vurmaagurt: vermagerd
Vurmienkt: verminkt
Vuroedurn: verouderen
Vuroedurt: verouderd
Vurvet: verdikt
Vurwoendiengu: verwonding
Vuust(u): vuist
Weerbustul: weerborstel, wild opstaand haar
Weezn: aangezicht
Wienkbrown: wenkbrauwen

Wiesijtstant: wijsheidstand
Wiesviengur: wijsvinger
Wimpurs: wimpers

Witgriesdu: wit-grijs (haar)
Zeeër iju nooft/buuk: koppijn/buikpijn
Zilmu: zenuw
Zilmus: zenuwen
Zoöt: zaad, sperma

Zu noör iïn zu tan: zijn haar in zijn tanden, onverzorgd en te lang haar
Zweeëtdrupul: zweetdruppel
Zweeëtn: zweten
Zwoörlievug: zwaarlijvig

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten