Kerst na de tweede wereldoorlog .

Het moet tijdens de kerstperiode van 1945 of 1946 geweest zijn. Valavond in de woonkamer, waar de enige zetel naast de Leuvense stoof stond en het weinige licht afkomstig was uit de gaatjes in het potdeksel van de stoof en van het ene kleine kaarsje dat, gezet in een leeg luciferdoosje, stond te branden op de rand van de keukenkast.Vlakbij dat kaarsje stond het, uit blinkend en bedrukt papier, opengevouwde stalletje, afgedekt met een dun laagje katoenwatten, om het nog iets meer kerstsfeer te geven.
Bij het openvouwen was een piepklein kribbeke met kindje, Maria en Jozef en ook één klein herdertje met een schaapje tussen de beide zijkanten te voorschijn gekomen.
Voor de kleine knaap die ik toen was, leek dat alles een mirakel van Kerstdag op zich.
En daar in die kamer, met zijn lichtjes die uit de stoof schenen op het plafond, was een zó gezellige sfeer dat ik nu, meer dan zestig jaar later, mij alles nog herinner of het pas enkele jaren geleden is gebeurd.
En als m'n moeder dan, op zo'n unieke zaterdagnamiddag, bij de bakker boterkoeken haalde - twee voor mij en één voor haar - die wij, met door haar zelf gemaakte chocolademelk, soppend oppeuzelden, was de Kerst compleet.
Kerst in mijn kinderjaren; hoe ouder ik word des te meer ik het waardeer.





























1 reactie op dit bericht
Kerstgroetjes