Een paar dagen geleden kwam de zoon op bezoek. Na een tijdje kwam er plots " out of the blue" wat volgt. " Pa, je hebt toch wel gelijk gehad toen je zei dat je waarschijnlijk tijdens je legerdienst ongeveer de koudste winter sinds decennnia hebt beleefd."
Naar aanleiding van één en ander was hij op het internet gaan zoeken en daar, ook daar, werd verteld dat de winter van 1962 - '63 uitzonderlijk koud was geweest.
Bleek dus dat vaders heroische verhalen over ijzige koude ( tot -20 °) , meterhoge sneeuw toch vrij goed met de werkelijkheid overeenkwamen.
Die bewuste winter maakte ik, als Res.Off., deel uit van het opleidingskader in de pantserschool te Stockem. En of het toen vroor !
Gedurende een paar weken werd zelfs een speciale tankwacht aangesteld om 24 u. op 24 tanks op te starten en te laten warmdraaien. Anders zouden die gegarandeerd vastgevroren zijn.
De reeën kwamen vlakbij de tankgarages, met die draaiende en zeker niet geruisloze motoren, uitgehongerd als ze waren bedelen om wat extra voeding.
Ook de verhalen over onze tanksvervangende jeepoefeningen waarbij we, jong en misschien ook wel een beetje macho , de voorruit nog platlegden, om ingeduffeld met een bivakmuts en een stofbril voor de ogen, door bos en veld te crossen.
's Avonds werd dan in de kazerne, als medicijn voor de gekloven lippen een goede rum gedronken.
Maar ook de verhalen over soldaten die, omdat ze hun schoenen onvoldoende hadden ingevet, opgezadeld zaten met ei-zo-na bevroren tenen bleken héél wat minder onwaarschijnlijk.
En toch, wonder boven wonder, het merendeel van ons was zelfs niet eens verkouden.
Hoe dat kwam ? Vermoedelijk had onze jeugdige weerstand en conditie daar heel wat mee te maken.
't Zou nu een héél stuk minder zijn.

